→ 3 miljoen jaar jager en verzamelaar
→ Laatste 10.000 jaar: stappen richting landbouw ⇒ dramatische verandering
Jager-verzamelaars samenlevingen voor de 10.000
- Kleine groepen (± 25 leden)
- Zeer mobiel
- Verplaatsen op zoek naar voedsel
- Geen echt privébezit → cruciale productiemiddelen zijn gemeenschappelijk of afwezig
● Niemand recht/mogelijkheid om toegang te ontzeggen
- Geen sociale klassen/stratificatiesysteem + sterke sociale normen die sociale en
economische gelijkheid benadrukken
● Strenge sancties indien niet naleven
- Fundamentele democratie
- Sahlin (1972): jager-verzamelaars beter dan we denken, leefden in verrassend
overvloedige omgevingen, relatief weinig uren werken om ervan te genieten
● Prehistorische zelf welvarender dan hedendaagse
● Ook groepen die afwegen van het egalitaire beeld
Complexe jager-verzamelaars:
- Grotere populaties
- Sedentaire levensstijl
- Faciliteiten voor voedselopslag
- Sociale hiërarchieën (gecontroleerd door stamhoofden of ‘big men’)
- Vraag naar luxegoederen, beroepsspecialisatie en handelsnetwerken (lange
afstanden)
- In de latere pre-neolitische tijden
Cohen: nadruk op bevolkingsdruk en stress op hulpbronnen
Verschijning complexe instellingen:
- Behoefte van groepen om bij de relatief weinig hulpbronnen die overvloedig en
opslagbaar genoeg zijn om groeiende bevolking te voeden
!! Argumenten ‘stress’-model voor ontstaan sociale complexiteit alleen overtuigend wanneer
de stressfactoren van invloed zijn op gemeenschappen met een relatief hoge
bevolkingsdichtheid, die ten minste een deel van de jaarcyclus in relatief grote, semi-
sedentaire nederzettingen leven.
+ Elementen van ‘welvaarts’-model
De wereldwijde overgang naar landbouw:
- Neolithische revolutie ontstond op ± zelfde moment op verschillende plaatsen (min of
meer onafhankelijke gebeurtenis dus)
- Vroegste landbouw: eerder tuinbouw
- Geleidelijke verandering over relatief lange periode
- Ontwikkeling voedselproducerende economieën: 2 fasen:
1. Enige landbouw en controle over dieren (maar voornamelijk wild)
2. Productievere graangewassen en runderen/schapen/geiten/varkens volledig
gedomesticeerd (volledig agrarisch en veeteelt gerichte economie)
Het belangrijkste kenmerk van het neolithische:
, 1. Neolithische Revolutie leidde tot dezelfde sociale gevolgen voor de culturen en
samenlevingen die eraan ten onder gingen
- Jager-verzamelaar begon zich in grotere (semi-)permanente dorpen te wonen
- Eerst: dezelfde fundamentele economische en sociale gelijkheid en politieke
democratie
- Na verloop van tijd: sociale hiërarchie, en vervolgens klassen stratificatie +
daarmee de opkomst van politieke elites die het democratische karakter van
de politieke besluitvorming ondermijnden
● Sommige populaties: al hiërarchische of gelaagde samenlevingen,
gekenmerkt door 'grote mannen' of leiders (Neolithicum niet absoluut
essentieel voor het ontstaan ervan)
● Dezelfde basisfactoren hun evolutie te verklaren,
2. Wereldwijde karakter
- Over de hele wereld, maar ook op vergelijkbare tijdstippen.
- Onafhankelijke evolutionaire gebeurtenis in de meeste grote wereldregio's en
subregio's waarin de landbouw de afgelopen tienduizend jaar is ontstaan
● Parallelle evolutie
● Meervoudig evolutionair verschijnsel
3. Toen verzamelaars overgingen op landbouw: niet in één keer + gaven het
verzamelen van voedsel niet meteen op
● Voedselverzameling aanvullen met gedomesticeerde dieren (die heel
geleidelijk een steeds groter deel van hun dieet uit maakte)
● Uiteindelijk: volledig afhankelijk waren geworden van de landbouw (over
duizenden jaren tijd)
4. Technologisceh revolutie
● Kennis was er al
● Toepassing van de kennis
5. Oude jagers-verzamelaars zich sterk verzet tegen het beginnen met landbouw
● Gezien als een te grote investering in tijd en energie voor te weinig winst
● Weerstand overwonnen toen de grotere investering in tijd en energie als een
economische noodzaak werd beschouwd
De wereldwijde overgang naar de landbouw uitleggen:
Vroeger: opkomst landbouw doorgaans gezien als een onderdeel van een langdurige,
automatische trend in de evolutie van de menselijke technologie
● Idealistisch van aard: ziet tech. groei als voortkomend uit groei menselijke ideeën
+ Eenmaal landbouw: niet meer terugkeren (nieuwe systeem verspreid zich)
+ Doelbewust voedselplanten kweken werd beschouwd als een "ontdekking" van een
prehistorisch genie
⇒ verworpen, onverenigbaar is met verschillende cruciale feiten (onafhankelijk over de hele
wereld,…)
Bevolkingsdruktheorieën
- Cohen: belangrijkste factor intensivering van landbouwtechnologieën:
bevolkingsgroei en de daaropvolgende bevolkingsdruk
, ● Boserup: minimale energie voor levensonderhoud, nieuwe technieken vergen
te veel energie, enkel als er bevolkingsdruk is en hun manier van leven onder
druk komt te staan → dan aanpassen
- Bevolkingsdruk?: wanneer het voor mensen noodzakelijk is om over te schakelen
van het voedsel dat ze prefereren naar voedsel dat ze steeds minder aantrekkelijk
vinden, ongeacht de mate waarin ze de veronderstelde draagkracht van hun
omgeving hebben bereikt
● Onevenwicht tussen een bevolking, haar voedselkeuze en haar
arbeidsnormen, waardoor de bevolking gedwongen wordt haar eetgewoonten
te veranderen of harder te werken (of wat, als er geen aanpassing
plaatsvindt, kan leiden tot de uitputting van bepaalde hulpbronnen)
● Stimulans voor tech. veranderingen
- Argumenten:
1. Overgang naar landbouw: lang, zeer geleidelijk proces dat werd
voorafgegaan door een aanzienlijke periode waarin jager-verzamelaars hun
bestaansinspanningen intensiveerden binnen de context van een jacht- en
verzamelwijze
2. Ontstond wereldwijd in een relatief korte periode, en wel onafhankelijk in veel
verschillende wereldregio's en subregio's
3. Oude jager-verzamelaars: waarschijnlijk basiskennis van hoe ze landbouw
moesten bedrijven, maar stelden ze het tienduizenden jaren uit om die kennis
in de praktijk te brengen (+ weerstand van hedendaagse)
4. Meer calorieën per eenheid land produceren (alleen een voordeel wanneer er
zoveel calorieën geproduceerd moeten worden om de levensstandaard te
bereiken die de leden van een bevolking wensen)
- Demografische aannames pre-neolithische periode:
● Menselijke populaties: vrij continu zijn gegroeid (zelf met maatregelen)
● Hoewel de bevolkingsgroei zeer traag was → ondermijnt argument
bevolkingsdruk niet (was nog steeds voldoende)
● Jagers-verzamelaars groepen hadden goed ontwikkelde structuren om
bevolkingsdichtheid over grote gebieden te beoordelen en zo de
bevolkingsdruk over deze gebieden te egaliseren
"Een dergelijk systeem van bevolkingsstromen zou theoretisch in staat
kunnen zijn de bevolkingsdruk gelijkmatig genoeg te verdelen, zodat groepen
over de hele wereld gedwongen zouden worden om binnen een paar duizend
jaar na elkaar landbouw te gaan bedrijven"
- Er kan worden aangenomen dat er bevolkingsdruk bestaat wanneer:
, (waarneembaar in die
tijden)
- Kritiek:
● Menselijke populaties groeien niet automatisch, of ze nu hedendaags of
prehistorisch zijn (bepaald door reeks sociale en culturele factoren)
● Bevolkingsaantallen lagen in verschillende wereldregio's en subregio's vaak
ver onder de draagkracht van het milieu → bevolkingsdruk daarom geen
oorzaak van de intensivering van de bestaansmiddelen en de uiteindelijke
overgang naar landbouw (Cohens argument doet afstand van het begrip
draagkracht (ziet bevolkingsdruk als bestaand wanneer mensen
aanpassingen moeten maken in hun bestaansstrategieën om een
levensstandaard te behouden of om te voorkomen dat die standaard te laag
wordt)
Theorieën die klimaatverandering benadrukken:
- Henry (1989): landbouw komt voort uit 2 fasen:
1. Begon als gevolg van de wereldwijde opwarming trend
● Uitbreiding wilde grassen (voedselbron) → afhankelijker ervan → sedentaire,
complexe foerageerders met grote populaties (instabiel, gevoeliger voor druk
van de nieuw ontstane bevolkingsgroei en voor variaties in hulpbronnen)
2. Hulpbronnen schaarser door begin van veel drogere omstandigheden (in
combinatie met de bevolkingsdruk) → ernstige voedselstress die de eerste stappen in
de landbouw noodzakelijk maakte
- Fatale fout: gericht op één specifiek centrum van agrarische ontwikkeling en negeert
de rest van de wereld volledig