Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Introductie REVAKI | Gent | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
20
Geüpload op
02-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Deze studiestof behandelt het kinesitherapeutisch onderzoek uit het vak Introductie tot Revalidatie en Kinesitherapie aan Universiteit Gent. De documenten dekken de volledige opbouw van het onderzoek: anamnese, inspectie, oriënterende palpatie, basisfunctieonderzoek, capsulaire patronen, proprioceptie en evenwichtsfunctie. Met gestructureerde uitleg van klinisch redeneren, ICF-kadering en praktische diagnostische principes is dit materiaal ideaal voor voorbereiding op toetsen en voor het begrijpen van kinesitherapeutische diagnostiek.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Mieke Bauters prof Witvrouw
Introductie tot REVAKI
1 KINESITHERAPEUTISCH ONDERZOEK

- doel: mensen met hulpvraag via behandeling (bv: actieve oefenvormen) beter maken
- kinesitherapie = genezen via bewegingen
- medische diagnose = pathologie (artrose, hersenbloeding…)
- kinesitherapeutische diagnose = functioneren van pt-> zo weten we waar & wanneer tekorten/klachten
van pt zich voordoen-> zo gericht behandelplan opstellen.
- Eerste bezoek pt is om kinesitherapeutisch onderzoek uit te voeren, niet behandelen
- In 2027 -> DIRECTE TOEGANG VOOR KINESISTEN TOT MEDISCHE DIAGNOSE


1.1 OPBOUW KINESITHERAPEUTISCH ONDERZOEK

- obv anamneses, inspectie, orienterende palpatie, actief
onderzoek, passief onderzoek, weerstandsonderzoek &
bijkomend onderzoek kunnen we kinesitherapeutische
diagnose stellen
- achter diagnose ervan (vaak multidisciplinaire beslissing)
gaan ze beslissen welke therapie nodig & welke er ev nog
moeten opgestart worden
- na deze beslissing wordt behandelplan opgesteld &
opgestart met daarin hulvraag van pt & situering van
klachten in ICF
- waarom zijn er beperkingen in activiteit?-> klinisch
onderzoek met klinisch redeneren obv paralelle
denkpistes

1.1.1 anamnese

- eerste ding dat je doet bij kinesitherapeutisch onderzoek -> bevat al ! info ivm kinesitherapeutische diagnose
- men stelt hier gericht vragen om in klachtenpatroon van pt te verwerven
- ! non-verbale communicatie & lichaamstaal pt
- Voeren snel een hypothesegestuurde anamnese (niet uitgebreid of tijdrovend)
- Kine weet dan snel waarover het gaat, en trekt snel een anamnese
- Hypothese-gestuurde anamnese bevat valkuilen (in begin zal je te weinig ervaring hebben om zo’n anamnese
te kunnen uivoeren)
- Anamnese omgveing: rustige & veilige omgeving, professioneel
- Pt moet rechtstreeks & onrechtstreeks aanbod komen -> denk aan hulpvraag & gewenste situatie, wees
realistisch (gebruik SMART principe)
- In overleg van het gesprek haal je verwachtingen rond herstel & revalidatie op

1.1.1.1 Algemene anamnese
Algemene uitleg
anamnese

Algemene - Vragen van administratieve zaken die ! zijn bij betrekking tot administratie van kine (behandelende
anamnese arts, terugbetaling, evaluaties…)
- Geboortedatum, adres, telefoonnummer, beroep, ICE (in case of an emergency), mutualiteit,
voorschrift arts, aanwezige hulp, sociale & familiale context vragen
- Gezinssituatie, hobby’s
- Al deze info ! algemene context pt begrijpen & beter hulpvraag correct inschatten

Specifieke - Gesprek specifiek naar klachten van pt brengen
anamnese - Na afnemen anamnese, info interpreteren-> dit interpreteren = klinisch redeneren
- Interpretatie vindt plaats in kader ICF, maar ook parallele denkpiste
(hoort 1. Risico-inschatting
onder o Rode, oranje & groene vlaggen
algemene o Vlaggen gebruikt voor isnchatten van ernst/ hulpmiddel/ complexiteit van patiëntensituatie
anamnese) o Vlaggen zorgen voor snelle beoordeling van verhoogd risico pt op ernstige aandoeningen,
psychosociale problemen/ andere belemmeringen voor letsel
o Rode vlaggen= mogelijke tekenen van ernstige/levensbedreigende medische aandoening
• Actie: noodzaak tot directe actie, verwijzen voor verder onderzoek/specialistische zorg
• Vb: koorts zonder duidelijke oorzaak, onverklaarbaar gewichtsverlies, nachtelijk zweten/pijn
die wakker houdt, neurologische geval (zonder velamming, incontinentie, krachtverlies…)
bloed urine/ontlasting

, 2

o Oranje vlaggen= psychiatrische/psychologische problemen die herstel kunnen belemmeren
• Actie: verwijzen naar psychiatrische/psychologische problemen/multidisciplinaire aanpak
overwegen
• Vb: ernstige depressie, angststoornissen, suïcidaliteit, posttraumatische stressstoornis
o Groene vlaggen= gunstige factoren voor herstel, weinig, geen risico’
• Actie: pt kan vaak Z/ met minimale begeleiding herstellen
2. Pijnmechanismen
o = pijn is complex gebeuren & opgedeeld in 3
a. Nociceptieve pijn
• = ontstaat door weefselschade/dreigende weefselschade (bv: blessure,
ontsteking/operatie)
• Veroorzaakt door: activatie nociceptoren (= pijnreceptoren in lichaam die signalen
afgeven aan zenuwstelsel wnr prikkels detecteren zoals druk, hitte, kou, chemische
stoffen)
• Hoeveelheid ernst/pijn is goed te vergelijken met ernst weefselschade
• Pijn meestal goed lokaliseerbaar & verergert vaak bij beweging/aanraking
• Kan ook veroorzaken door; inflammatoir, mechanisch (na val, compressie),
ischemisch (te weinig doorbloeding door bepaalde stand)
• Inflammatie = ontsteking, rea van lichaam op weefselschade/prikkel (infectie,
verwonding, chemishe irritatie)
• Doel inflammatie= beschermen lichaam, opruimen van beschadigd weefsel starten
van herstel
• Symptomen inflammatie (5 tekenen celsus & Galenus)
➢ Rubor – roodheid (door verwijding bloedvaten)
➢ Tumor - zwelling (door vochtophopping)
➢ Calor – warmte (door verhoogde bloedtoevoer)
➢ Dolor- pijn (door prikkeling van zenuwuiteinden)
➢ Functio laesa – functieverlies (tijdelijk/blijvende berperking)
• Cavé: inflammatie ≠ infectie
Infectie = aanwezigheid micro-organismen
Inflammatie = kan ontstaan met/zonder infectie
b. Neuropathische pijn
• = ontsaat door schade/ziekte van zenuwstelsel, probleem is in
zenuwbanen, ruggenmerg/hersenen (meestal perifeer)
• Pijn is vaak uitstralende pijn, met typische uitstraling in
dermatomen
• Bv: zenuwknelling (hernia), via locatie van huidklachten kun je
afleiden welke zenuw aangedaan is (pt tintelingen duim &
inderarm-> C6-wortel)
• Dermatoom ≠ myotoom
Dermatoom = huidgebied (sensorisch)
Myotoom = spiergroep die wordt aangestuurd door
zenuwwortel (motorisch)
• Kenmerken: pijn zonder duidelijke weefselschade, kan
lang aanhouden na oorspronkelijk letsel, vaak brandend,
tintelend, schietend, stekend/elektrisch,
overgevoeligheid: normale aanraking/kou kan pijn doen
(allodynie, hyperalgesie), kan ook krachtverlies
veroorzaken
• Vb: pijn bij hernia met zenuwbeknelling-> compressie van spinale zenuw
• ≠ met nociceptieve pijn:
Kenmerk neuropathisch Nociceptief

Oorzaak Zenuwbeschadiging Weefselschade

lokalisatie Minder duidelijk, kan uitstralen Goed lokaliseerbaar

c. Nociplastische pijn
• Chronische pijn ontstaan door verstoorde werking van pijnsignalen in zenuwstelsel,
zonder duidelijke weefselschade (nociceptief) & zonder aantoonbare zenuwbeschadiging
(neuropathisch)
• Geen duidelijke oorzaak in weefsel/zenuwen
• Pijn = diffuus, moeilijk te lokaliseren
• Meten van pijn via visueel analoge schaal/ VAS
• Fear avoidance: bij pijn ga je bepaalde bewegingen niet
meer uitvoeren omdat ze pijn uitlokken
• Fear avoidance is bij acute pijn handig, bij chronische (weefsel is hier niet meer de
oorzaak van pijnklachten) is dit niet functioneel. Kine zal pt aan bewegen moeten krijgen

, 3

• Pijn is product van brein = brein interpreteert pijnsignaal
• Rolspelende factoren hierbij: emoties, leefstijl… -> kunnen pijnschaal
verergeren/verminderen
• Als kine weten hoe persoon pijn ervaart, ermee omgaat & welke gedachten over pijn &
welke pijnverzachtende & pijnverergerende elementen pt ervaart
(houding/bewegoing/rust/activiteit)
• Bv: je kan prikkel geven die geen pijn mag geven bij persoon, maar persoon ervaart toch
pijn. Dit is te onderzoeken via instrument, als pt pij nheeft heeft persoon verlaagde
pijngrens. Dit MOET centraal behandeld worden, dit is NIET acuut, dit is CHRONISCH
3. Tijdslijn
o ! weten hoe klachten zijn ontstaan
o Er kan letsel aangeboren zijn & nooit volledig ‘genezen’ (bv: aangeboren hersenafwijking)
o Onderscheid ≠ pijn
• Acute pijn: pijn = alarmsignaal, hoeveelheid pijn is hier gerelateerd aan hoeveelheid
weefselschade
• Subacute pijn: overgang tussen acute & chronische pijn
• Chronische pijn: deze pijn is niet meer functioneel (meestal), hoeveelheid pijn is niet
gerelateerd aan hoeveelheid schade
• Recurrente pijn: recidiverende pijn/recurrende pijn is pijn die steeds terugkeert in
episodes, met tussenpozen waarin je weinig/geen pijn hebt. Niet continue aanwezig,
maar komt met tussenpozen terug. Komt vaak voor bij complexe aandoeningen die cyclisch
verloop vertonen, met opstoten & remissies. (bv: migraine/ menstruatiepijnen)
o ! goed beeld ban verloop van klacht hebben & in welke mate de klachten aanwezig zijn
(verbeterd/verslechterd) dan huidige situatie. Je vraagt verloop op alle niveaus van ICF.
o Soms kunnen de locaties van pijnklachten veranderen (gerefereerde pijnklachten)
term Duur pijn Kenmerken

Acuut 0-6w Direct gevolg letsel/aandoening, vaak met duidelijke oorzaak, tijdelijk.

Subacuut 6-12w Overgansfase: pijn houdt langer aan dan verwacht, letstel vertraagd

chronisch >12w (3m) Pijn blijft bestaan na verwachte genezing van weefsel. Vaak complexer &
multifactorieel

o Je moet ook irriteerbaarheid bekijken
• Intensiteit v/d activiteit die klachten uitlokken
• Ernst v/d uitgelokte klachten
• Duur voordat klachten terug verdwijnen
o obv deze zaken te bevragen kan je klacht plaatsen op lage
irriteerbaarheid/hoge irriteerbaarheid. Irriteerbaarheid is continuüm van
laag naar hoog. Je plaats pt op dat continuüm




Lage irritatie: erg intense activiteiten nodig, klachten zijn niet zo ernstig, snel verdwijnen
klachten na ‘unloading’
Hoge irritatie: ‘minste’ activiteit lokt klachten uit, klachten zijn ernstig, lange duur vooraleer
klachten verdwijnen na ‘unloading”
4. Structuur
o Structuren die verantwoordelijk kunnen zijn voor pijn
o Somatische pijn, somatische gerefereerd, neurogene factoren, vasculaire factoren, viscerale
factoren
o Somatisch
Meestal lokaal gelokaliseerde pijn




o Somatisch gerefereerd
Pijn op andere plaats dan oorzaak van pijn, is bijna altijd meer disctaal. De rode plekken po de
prent zijn het effectieve letsel. De verkleuring naar buiten toe wordt pijn minder erg & minder
voelbaar.
o neurogeen

Documentinformatie

Geüpload op
2 juni 2026
Aantal pagina's
20
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€7,66
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
miekebauters

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
miekebauters Universiteit Gent
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
1
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
7
Laatst verkocht
1 maand geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen