Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Inleiding Anesthesie, Heelkunde en Intensieve Geneeskunde | KU Leuven | NIEUW CURRICULUM

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
104
Geüpload op
01-06-2026
Geschreven in
2025/2026

De 3 delen van dit vak gestructureerd samengevat aan de hand van de ppt en de lessen. Achteraf vaak herbekeken om een volledige samenvatting te maken. Alle theorie van prof Gunst, Rex en Wolthuis in één document. Succes met leren !

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

Inhoudsopgave




1

, INLEIDING TOT INTENSIEVE
GENEESKUNDE
= Erkend medisch specialisme dat zich bezighoudt met de opvang en behandeling van kritiek
zieke patiënten
- Kritieke ziekte = ≥1 vitale lichaamsfunctie is acuut bedreigd (nood aan vitale monitoring)
of faalt (nood aan supportieve therapie)
o Ademhaling
o Circulatie
o Centraal zenuwstelsel
o Nier, lever
-  opname in een gespecialiseerde afdeling: ICU
Medische en chirurgische patiënten
- Alle leeftijden
o vroeg- / pasgeborene (Neonatale ICU)
o pasgeborene en kinderen tot 16j (Pediatrische ICU)
o volwassenen (inclusief geriatrische patiënten) (ICU)
- Geplande en ongeplande (urgente) opnames
o Opname na electieve (majeure) heelkunde
o Urgente opnames: urgente heelkunde, trauma, medische aandoening
Intensivist
- Brede algemene medische kennis, specifieke kennis & technische skills
- Arts-intensivist = medisch eindverantwoordelijke op ICU
o multidisciplinair overleg (verwijzers, orgaanspecialisten)
- Bijzondere beroepstitel (+ 2j) na behalen basisspecialisme:
o Anesthesiologie, inwendige geneeskunde, heelkunde, pediatrie,
urgentiegeneeskunde
Historiek:
- = jonge medische discipline
- Ontstaan na polio-epidemie in Scandinavië in 1952
o Veel pt’en met acuut respiratoir falen  nood aan mechanische beademing
 In beginjaren: ijzeren long met neg druk  hoge mortaliteit
 Pos druk ventilatie ahv tracheotomie en ballonetje  lucht in pt blazen
o Epidemie: veel pt’en tegelijk ziek  pt’en moesten continu beademd worden 
ontstaan van ICU
- Evolutie sinds 1952:
o Klinisch en translationeel wetenschappelijk onderzoek: meer inzicht in
pathofysiologie
o Medisch-technologische (r)evolutie  betere monitoring en
behandelingsmogelijkheden
- Nu: prominente plaats in acuut ziekenhuis
o ↑nood aan ICU-bedden
- Architecturale vereisten en richtlijnen voor bestaffing
Economisch aspect: ICU = dure geneeskunde
- Hoge personeelskosten
o verpleegkundige/patiënt ratio: 1/2
 pt op ECMO  1/1
o medische permanentie: 24/7 in huis
- Dure uitrusting/apparatuur (monitoring, behandeling)
- Dure therapieën (medicatie, artificiële voeding)
- Bouwkundige en technische vereisten
-  Hoge kosten voor:
o ziekenhuisbudget
o budget gezondheidszorg (= maatschappelijk)
Ethische dimensies
- Mogelijkheden door medisch-technologische vooruitgang
- Doel = herstel naar kwaliteitsvol leven buiten het ziekenhuis
2

, o Wat is kwaliteitsvol leven voor patiënt?
o Wat is de kans om dit te bereiken?
 Als kans verwaarloosbaar klein is  therapeutische hardnekkigheid
 Lijden van pt verlengen, duur, pakt bed van andere pt af
o Verschillende leeftijden; quality-adjusted life years
- Economische aspecten
- Schaarste aan ICU bedden
- Ethische reflectie: inherent en prominent
Acuut vs. verlengd kritieke ziekte
- Meestal kunnen pt’en herstellen
- Vaak: beetje stabiliseren, maar niet voldoende
o Verlengd afhankelijk van beademing, dialyse
o  hoog risico op overlijden als verlengd afhankelijk
o Als overleven: vaak blijvende beperkingen ana over houden
Beslissingen omtrent eventuele therapiebeperking
- Reflectie over zin/nut van intensievezorgenbehandeling versus futiliteit (therapeutische
hardnekkigheid, disproportionaliteit)
- Elke beslissing heeft potentieel impact op leven en dood
o withdrawal bv stoppen van beademing
 = bepaalde levensondersteunende therapie stoppen
o withholding bv geen CPR bij hartstilstand
 = op dit moment therapie doorzetten, maar stel nieuwe complicatie  niet
meer behandelen
o Nooit comforttherapie stoppen
- In brede consensus met behandelend team (intensivisten, verpleegkundigen,
kinesitherapeuten, verwijzend specialist)
- In samenspraak met patiënt/familie
o Vaak wilsonbekwame patiënt (sedatie, delier, coma)

Evaluatie en herstel van vitale orgaanfuncties
- Snelle diagnose en adequate aanpak bij bedreigde of falende vitale functies is essentieel!
- Gestructureerde aanpak : ABCDE
o “Treat first what kills first”
o Vermijden secundaire schade tgv hypoxemie, ischemie,…
o Dan probleem vanuit breder perspectief beoordelen
o Beleid = supportief + causaal
- Cave: symptoomcontrole zonder onderliggende oorzaak!
Vb piepende pt
Te snel zijn: bronchospasme  beta-mimetica geven
Pt bekijken: cardiale wheezing, pt = overvuld
- Behandeling verandert
o Diuretica, morfine, vochtbeperking
Airway
- Altijd eerst na te kijken!
- Zonder vrije luchtweg hebben andere interventies geen zin
- Verlies tonus mondbodemspieren met posterieure verplaatsing tong en obstructie luchtweg
o Pt ademt, maar is niet efficënt
Voelen, luisteren naar ademhaling:
- Is er “air entry”?
- Abnormale geluiden (stridor)?
Geen air entry
- Verwijder vreemd voorwerp
- Suctie braaksel/bloed/secreten
- Manueel openen van de luchtweg
o Head tilt – chin lift
 Tong naar voor bewegen  luchtweg terug vrij
 Kan niet veilig bij mensen met potentieel letsel van cervicale wervelzuil
o Jaw thrust
 Veiliger voor cervicale wervelzuil
3

,  Mandibulla naar voor/ boven trekken
 Als handen lossen  tong valt terug naar achter
- Oropharyngeale/nasopharyngeale luchtweg
o = Mayo canule
o Tong naar voor duwen door canule in de keel
Geen vrije luchweg:
- Laryngoscopie + intubatie
o Met balonnetje = cuff  opblazen als onder de stembanden is 
 pos druk genereren want lucht kan niet ontsnappen
 bescherming tegen aspiratie
- Moeilijke pt’en voor intubatie
o Pathologie in hoofd/hals, trauma…
o Als verwacht  voorzorgen nemen
- Wanneer intubatie
o Als brandwonden  beginnenn zwellen door inflammatoire reactie
 Acute fase  niet veel zwelling  makkelijk intuberen
  anticiperen!
Breathing
= check of efficiënte ademhaling
- Verifieer adequate air entry (in- en expiratie) Verifieer zuurstofsaturatie
- Bij lage saturatie: zuurstofsupplement
- Indien geen ademhaling of zuurstof ontoereikend: beademing
o (tijdelijk) maskerventilatie
 Masker met ambu
 Moet met goede techniek geplaatst worden:
 Kin goed naar voor brengen
 Vingers mogen niet te ver over mandibulla komen
 Niet op mondbodem duwen  tong naar boven duwen  luchtweg
obstrueren
o Niet-invasieve ventilatie
 = zonder tube beademen (met masker of helm)
 Geschikt als pt niet langdurig beademd moet worden
 Als langdurig  drukletsels
 Luchtweg = niet beschermd bij speekselaspiratie, braken
 Neusbril
 High-flow nasal canula
 O2 therapie via hoge flow (bevochtigd)
 Atelectase van longen tegenhouden  beademing voorkomen
o Invasieve mechanische beademing (via endotracheale tube)
 Geschikt als pt langdurig beademd moet worden
o Allerlaatste redmiddel = ECMO
 Extracorporele membraanoxygenatie
 Bloed via grote ader uit pt  naar oxygenator  terug naar pt
 = tijdelijk
Denk altijd aan de mogelijke oorzaak
- O2, maskerventilatie, kunstmatige beademing, ECMO,… = supportief
- Doet niets aan de oorzaak!
o Acuut longoedeem: diuretica
o Sputumimpactie: evacuerende bronchoscopie
o (spannings)pneumothorax: thoraxdrain
o Bronchospasme: bronchodilatantia
- Oorzaak
o Voorgeschiedenis en klinisch onderzoek
o Beeldvorming (RX, CT, echo)
o Labo

Circulation
- Klinische tekenen van shock (komt later nog)
Onmiddellijke acties:
4

, - Bepaal ritme en meet bloeddruk
o Elektrische cardioversie zo nodig
- Controleer of er IV toegang is
o IV toegang perifeer of centraal
o Intra-osseuze naald = botnaald
o Indien IV toegang onmogelijk is of tijdrovend
wordt
o Bloed voorradig  Check – meld -noteer
Disability
Bewustzijn ahv Glasgow coma schaal
- Max = 15
- Min = 3
- Beweging vier ledematen en reflexen
Catastrofen:
- Bep neurologische problemen willen we onmiddellijk
iets aan doen:
o Herniatie (cerebrale inklemming)
o Hypoglycemie
o Meningitis
o Status Epilepticus
Exposure
- Lichaamstemperatuur
- Uitwendige letsels
- Aspect wondes
- Tekenen van intoxicatie
Als ABCDE overlopen  aansluitend secondary survey: volledig klinisch onderzoek en
heteroanamnese
Basis monitorring van ICU-patiënt
- EKG
- Invasieve arteriële bloeddruk
o = betrouwbaar, continue BD-meting = beat-to-beat
o Arteriële bloedgaswaarden nemen wanneer we willen (moeten pt niet blijven
prikken)
o Punctieplaats: arteria radialis = voorkeur
- Pulse oxymeter: SaO2
o Hartslag en zuurstofsaturatie van bloed meten
- Diepe veneuze katheter = centraal veneuze katheter
o Centraal veneuze druk meting
 Indicatie vullingsdrukken rechts
o Toediening vaso-actieve medicatie
 Bv NA, A
 = zeer krachtig (wordt bijna nooit in bolus gegeven, moet continu)
o Toediening irriterende stoffen: medicatie, parenterale voeding
 Soms bloedvat te klein voor bepaalde medicatie  kan niet perifeer
toegediend worden
o Punctieplaats:
 vena jugularis interna
 vena subclavia
 vena femoralis
 Percutaan (+/- echo-geleid)
o Single-/multilumen
 Veel lumen, want soms medicatie = niet compatibel met elkaar
- Ademhalingsfrequentie
- Capnometrie (bij beademde patiënten)
- Temperatuur
o Centraal
o Perifeer
- Urinedebiet per uur
Bij bepaalde pt’en: meer monitorring
5

, - Swan-Ganz katheter = pulmonary artery catheter
o Bij cardiale HK pt’en vaak
o = verlengde centraal veneuze lijn met tip tot a pulmonalis
o  hartdebieten meten en centraal veneuze O2-saturatie
- TEE = trans-esofagale echografie
o Bij pt’en met hemodynamische instabiliteit
o  oorzaak vinden

Postoperatieve verwikkelingen
Verwikkeling rechtstreeks gevolg van de technische heelkundige procedure
- bv sutuurlek na darmoperatie  peritonitis  septische shock
Verwikkelingen in kader van comorbiditeit
- bv coronair lijden  postoperatief acuut myocardinfarct  cardiogene shock
Belang van preventie
- LMWH, vroegtijdige mobilisatie & DVT / longembool
- AH-kine/mobilisatie/analgesie & atelectase /pneumonie
- Bètablokkade, aspirine & myocardischemie
- Handhygiëne, wondzorg, AB-profylaxie & infecties
Lokaal probleem kan snel evolueren naar levensbedreigende situatie
- indien niet tijdig behandeld (bv bv wondinfectie  septische shock; ARDS)
-  alertheid, snelle interventie
o Dagelijks aandachtspunt tijdens zaalronde
o Ken frequente complicaties
o EWS = early warning scores
o Indien (potentieel) levensbedreigend: opname op ICU voor monitoring en
behandeling
Acute nierinsufficiëntie
AKI = acute kidney injury
- Komt zeer veel voor op ICU
- Criteria:
o Stijging creatinine +0,3mg/dl tov baseline binnen de 48u
o Stijging creatinine +50% tov baseline over 1 week
- Verschillende gradaties:
o Mild (AKI-1)
o Matig (AKI-2)
o Ernstig (AKI-3)
Oorzaken
- Prerenaal: falen door onvoldoende bloedtoevoer
o Hypovolemie, hypotensie,…
- Renaal
o Toxisch: nefrotoxische medicatie, contrast, inflammatoire mediatoren,…
o Ischemisch
- Post-renaal: gestoorde afloop urine
o Obstructie blaassonde,…
- Vaak combinatie (bv septische shock)
- Chronische nierinsufficiëntie: verhoogd risico
Gevolgen
- Potentieel levensbedreigend, tgv:
o Metabole stoornissen: hyperkaliëmie ( ritmestoornissen), metabole acidose
o Acuut longoedeem: overvulling door oligo-anurie
Preventie
- Behoud van adequate hemodynamiek: mijden van hypo- en hypervolemie
- Vermijden van nefrotoxische medicatie
Aanpak
- Behandelen van de oorzaak
o Echografie + doppler om pre/postrenale factor uit te sluiten
 indien klinisch verdacht of bij patiënt at risk
o Behandelen sepsis
- Vermijden van bijkomende schade  preventieve maatregelen
6

, - Nauwgezet monitoren van mogelijke complicaties; supportieve behandeling van de
gevolgen van AKI
- Supportief beleid: opvangen van gevolgen
o Medicamenteus:
 Overvulling: lisdiuretica
 Metabole acidose: bicarbonaatsubstitutie
 Hyperkaliëmie: lisdiuretica, bicarbonaat, (glucose &) insuline
o Nierfunctievervangende therapie
 =. Niet dialyse, want dialyse = vorm, dus dekt niet alles strikt gezien
 Indicaties:
 A: acidose (metabole acidose)
 E: elektrolytenstoornssen (hyperkaliëmie)
 I: intoxicatie
 O: overvulling
 U: ernstige uremie
  3 grote redenen = A, E & O
 Vormen:
 Continu
o Bij instabiele pt
o Op ICU starten
 Intermittent (in sessies)
o Zodra voldoende gestabiliseerd
o Als chronisch nierfalen
 Hemofiltratie, dialyse of hemodiafiltratie
Herstel van AKI
- Meestal gedeeltelijke of volledige recuperatie van de nierfunctie, zeker bij milde vormen
van AKI
- Soms blijvende dialysenood
o Risico groter bij voorafbestaand nierlijden of bij multipele “hits”
Neurologische complicaties
Gestoord bewustzijn = urgentie
-  Etiologie zo snel mogelijk opsporen en behandelen  eventuele schade beperken
- Risico op onveilige luchtweg (ABC!)
Diagnose niet duidelijk 
- Beeldvorming: CT hersenen
- Labo: glycemie,…
Minder frequente, maar levensbedreigende oorzaken van verminderd bewustzijn
Dreigende inklemming
- Ruimte-innemend proces
o Bloeding
o Oedeem
o Tumor
o Hydrocefalie
-  druk in hersenen verhoogd
o  herniatie, inklemming doorheen foramen magnum
o  cerebrale perfusie daalt, door compressie van bloedvoorziening
- Alarmtekenen: anisocorie, lichtstijve mydriase, tekenen van decerebratie (abnormale
extensie)
Meningitis
- = Infectie van de meningen van hersenen
- Symptomen
o Infectieus beeld: koorts, eventueel kliniek van sepsis/septische shock
o Hoofdpijn, nekstijfheid, foto/ sonofobie, eventueel focale uitval (encefalitis)
- Behandeling
o Urgent antibiotica + antivirale middelen
 na lumbaalpunctie zo mogelijk  oorzaak bevestigen
 als al laat  snel therapie starten
Status epilepticus
- Veroorzaakt door abnormale synchrone elektrische activiteit in (deel van de) hersenen
7

, - Convulsief (= stuipen) of niet-convulsief (bv absences)
- Focaal (bewustzijn intact) of primair gegeneraliseerd: bij focale aanval ook secundaire
generalisatie mogelijk
- Status epilepticus = aanval >5 minuten, of niet bewust tussen 2 aanvallen
o Medische urgentie  risico op secundaire hersenschade
- Diagnose: klinisch aanval zien = voldoende om behandeling te starten
- Behandeling:
o Couperen aanval: benzodiazepines
o Start anti-epileptica in overleg met neuroloog
o Trigger epilepsie aanpakken
 Intracraniële pathologie  CT hersenen
 Metabole stoornis  labo: glycemie, natrium, calcium, magnesium, ureum
 Onttrekking aan drugs/medicatie (opiaten, alcohol, benzo’s)
 Onderbreken anti-epileptica of gebruik medicatie die epilepsiedrempel
verlaagt bij pt met gekende epilepsie
Hypoglycemie
- Tal van neurologische symptomen
o Verminderd bewustzijn tot coma
o Focale uitval
o Epilepsie
- Bij nieuw neurologisch probleem: steeds glycemie meten
- Behandeling: IV glucose
Hypoxie – hypotensie
Delier
- Verwardheid:
o Gestoorde aandacht
o Gedesorganiseerd denken, evt hallucinaties
o Soms motorische onrust
o Karakteristiek: fluctuerend
- Vormen:
o Dervingsdelier, bv alcohol, benzo’s
  benzodiazepines, vitamine B1 bij alcoholabusus
o Niet-dervingsdelier:
 onderliggend medisch probleem uitsluiten (sepsis, hypotensie, hypoxie, pijn,
verstopte blaassonde,…)
  behandeling onderliggend medisch probleem + evt antipsychotica
Metabole-endocriene stoornissen
Intoxicaties

Acuut respiratoir falen = ARF
- = Frequente oorzaak van opname/verwijzing ICU
- Primair (pulmonaal) en/of secundair (extrapulmonaal) probleem
Risicofactoren:
- Leeftijd
- Comorbiditeit (longaandoeningen, sarcopenie, neuromusculaire aandoeningen,…)
- Type heelkunde (thoraco-abdominale ingrepen!)
Wisselende ernst: banaal  levensbedreigend
- support: O2  NIV  kunstmatige ventilatie  ECMO
- Vroege detectie en behandeling
Evolutie: wisselend
- gunstig: snelle resolutie
- weinig of geen verbetering op korte termijn
o Verlengd ventilator-dependent/ moeizame respiratoire weaning
o Mortaliteit/ functionele beperkingen op lange termijn
Presentatie
Type 1 respiratoire insufficiëntie: Hypoxemie
- hypoxisch respiratoir falen
- lage PaO2 (<50-60mmHg @21% O2)
Type 2 respiratoire insufficiëntie: + Hypercapnie

8

, - hypercapnisch respiratoir falen – ventilatoir falen
- + verhoogde PaCO2
Onderscheid want mechanismen die aanleiding geven = deels verschillend
Oorzaken van hypoxisch respiratoir falen
V/Q mismatch
- Normale ventilatie en perfussie is goed op elkaar afgesteld  V/Q ratio = 1
- Over hele long klopt niet helemaal door zwaartekracht
o Vanonder betere perfussie
o Vanonder betere ventilatie
o  = kleine verschillen in normale long
- Belangrijke longpathologie  V/Q-mismatch
o  effect op bloedgaswaarden
o V/Q > 1
  Gasconcentraties in efferent bloed ≈ veneus bloed
 Indien V/Q = ∞: doderuimteventilatie
o V/Q < 1
 Kan bv bij atelectase  bloed wordt niet geöxigeneerd
  Gasconcentraties in efferent bloed ≈ alveolaire gas
 Indien V/Q = 0: intrapulmonale rechts-linksshunt
- Pathologie met toegenomen V/Q mismatch
o Sputumimpactie
o Pneumonie
o Longembool
 Bloed gaat door resterend vaatbed  aanleiding tot lage V/Q-ratio in andere
gebieden van long  je kan combinatie hebben
o Pleuravocht of pneumothorax met compressie-atelectase
o Longcontusie
o Longoedeem
o  Toegenomen zones van lage V/Q  Hypoxemie
- Finale bloedgaswaarden bepalen wat long in totaliteit doet: combinatie van longzones met
dode ruimte /shunt/ nl V/Q bepaalt PaO2 en PaCO2




- Hoe hypoxie door V/Q mismatch corrigeren?
o Verhogen inspiratoire PO2
o Fractie longunits met lage V/Q ratio verkleinen
 Atelectase tegengaan door recruitment manoeuvers, PEEP of CPAP
 PEEP: positieve eind expiratoire druk bij beademde pt
 CPAP: atelectase tegengaan en bestaande atelectase opheffen
 Drainage pleuravocht/pneumothorax
 Sputumimpactie opheffen
 Buiklig
 Effect van zwaartekracht gebruiken
 Grootste deel van longen ligt aan dorsale kant  worden minder goed
geventilleerd
 Op buik  meer longunits ventileren
- Verhogen ademhalingsfrequentie bij lage V/Q?
o Doet niet zeer veel als lage V/Q-ratio het probleem is


9

, o Zones met normale of hoge V/Q ratio hebben al quasi maximaal gesatureerd
hemoglobine
 Arteriële zuurstofcontent (CaO2) = (1.34 x [Hb] x SaO2) + (PaO2 x 0.003)
  overgrote merendeel van O2 in bloed is gebonden aan Hb
 Fractie vrij opgelost O2 = zeer klein
o Verhogen AH-frequentie
 Weinig-geen effect op arteriële 02-content
 Vermijden hypercapnie
  pCO2 verlaagt
o  beschermt tegen hypercapnie maar weinig impact op hypoxie
R-L shunt
- Intrapulmonale shunt:
o extreme V/Q mismatch: longunits met V/Q = 0
o pulmonaire AV malformaties
 = bloed rechtstreeks van vene naar arterie zonder oxigenatie
- Extrapulmonale shunt
o PFO = patent formaen ovale
 = veneus bloed gaat naar andere kant van hart zonder de longen te passeren
- Hoe hypoxie door shunt corrigeren?
o Verkleinen shunt
 Opheffen atelectase door PEEP/CPAP, drainage pleuravocht,…
 Anatomische shunt sluiten
o O2 toedienen heeft in principe geen effect op hypoxie door anatomische shunt
o Maar doorgaans geen geïsoleerd probleem van (anatomische) shunt!
Hypoventilatie
- Ademminuutvolume te laag tov CO2 productie
- Gevolg:
o Steeds verhoogd PaCO2
o PaO2 hoeft niet verlaagd te zijn (afhankelijk van O2-verbruik)
- Oorzaken
o Centrale ademhalingsdepressie
 pCO2 = belangrijke prikkel om te gaan ademen
 als ademhalingscentrum = minder gevoelig  minder gaan ademen
 Geneesmiddelen: sedativa, opiaten
 CZS-pathologie
o Verminderde kracht ademhalingsspieren:
 Neuro/neuromusculaire pathologie
 (Rest)curarisatie
 Hypofosfatemie
o Te hoge mechanische belasting:
 Verhoogde luchtwegweerstand: stenose of obstructie van de bovenste
luchtweg, asthma, COPD
 Doderuimteventilatie (veel longunits met hoge V/Q)
 Te hoge mechanische belasting voor thoraxwandexcursie: obesitas,
abdominale compressie, ARDS
 Elke uitputting: elke ernstige hypoxische respiratoire insufficiëntie kan na
verloop van tijd leiden tot uitputting
- Hoe hypoventilatie behandelen?
o Supportief: mechanische beademing
 = meestal nodig, gezien oorzaak meestal niet snel reversibel
o Causaal:
 Medicamenteuze oorzaak wegnemen (sedatie, opiaten, restcurarisatie)
 Luchtwegobstructie opheffen
Lage gemengd veneuze saturatie
- Zelden primaire oorzaak van hypoxie
o ↓ Hartdebiet → ↑ O2-extractie → ↓ SVO2
- Lage gemengd veneuze saturatie verergert wel hypoxie door andere oorzaak
- Hoe lage SVO2 verhogen?
o Verhogen van het O2-aanbod:

10

Documentinformatie

Geüpload op
1 juni 2026
Aantal pagina's
104
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€11,16
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
geneeskundestudent1234

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
geneeskundestudent1234 Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
10
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
2
Laatst verkocht
2 dagen geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen