H3: Verhoudingen in de gelaagde rechtsorde
Algemene begrippen
Rechtsordes
-> Geldigheid (direct applicability): Vormen regels van de ene rechtsorde
geldig recht in andere rechtsorde?
∟ Dualisme vs. Monisme
- Dualisme: Internationaal recht is pas
geldig recht wanner ze is omgezet in nationale regel
= Onrechtstreeks toepasselijkheid - Monisme: Een
bindend internationaal verdrag maakt automatisch deel
uit van de nationale rechtsorde
= Rechtstreekse toepasselijkheid
∟ Gedecentraliseerde/ federale staat = Hier vormen alle
rechtsniveaus samen één
geïntegreerd, samenhangend
rechtssysteem.
-> Voorrang (Primacy): Welke regel krijgt voorrang in het geval van een
conflict tussen twee geldige regels?
∟ Monisme: Verdrag > Wet
∟ Dualisme: Klassieke conflictregels (Lex posterior beginsel)
∟ Federale staat: Vastgelegd in de Grondwet
- Bundesrecht bricht landesrecht: Federale wet >
Deelstatelijke norm - Federaal & deelstatelijk zijn gelijk:
Nevenschikking ∟HDN binnen elke orde
∟ GW boven alles
∟ Exclusieve
Bevoegdheidsverdeling
-> Inroepbaarheid: Wat is de rol van de rechter in de democratie
∟ Is de rechter bevoegd om een norm te handhaven?
∟ Directe werking?
- Is de rechtsnorm voldoende volledig,
duidelijk & onvoorwaardelijk = Norm is “self-sufficient”
en heeft dus directe werking
-> Gevolgen conflict: Wat als 2 regels onverenigbaar zijn.
= Wat gebeurt er met de regel die geen voorrang heeft
, ∟ Buiten-toepassing laten
∟ Ex tunc vernietiging
-> Grondslag van de verhoudingen: Wie is bevoegd om de vorige vragen
te beantwoorden ∟ Federale staat: De Grondwet is de Kompetenz-
Kompetenz ∟ Europese Niveau: Nationale Hoven & Hof
van Justitie verschillen van mening
Verhoudingen tussen de rechtsnormen van
internationale, Europese en Nationale
rechtsordes
§1 Internationaal perspectief
Internationaal recht staat in het beginsel neutraal t.o. deze vraagstukken
Maar wel enkele regels
-> Art 26 Verdrag van Wenen: Elk verdrag verbindt te partijen
∟ Ten uitvoer legging moet gewoon te goeder trouw
gebeuren
-> Art. 27, §1 WVV: Internationale recht heeft voorrang op het nationale
recht ∟ Art 46 WVV: Verzachting op algemene regel
- Staat kan zeggen dat hij met een verdrag
ingestemd heeft op een wijze die strijdig is met zijn nationale
recht betreffende de bevoegdheden als die regel fundamenteel
belang is.
§2 Europees perspectief
Algemeen
Art 288 VWEU: Verordening is rechtstreeks toepasselijk
Arresten HvJ: Verdragen en het afgeleid EU-recht kunnen
directe werking hebben en voorrang genieten op het nationale
recht
∟ Hiermee claimt het Hof van Justitie de bevoegdheid om dit te
bepalen
Rechtstreeks toepasselijkheid en directe werking
Van Gend & Loos (1963) - HvJ
-> Rechtstreekse toepasselijkheid voor het EU-recht
-> Directe werking voor het EU-recht (Wel voorwaarden)
- Is de EU-Norm: Duidelijk, onvoorwaardelijk & Volledig
∟> Niet afhankelijk van
uitvoeringmaatregelen door anderen overheden
Algemene begrippen
Rechtsordes
-> Geldigheid (direct applicability): Vormen regels van de ene rechtsorde
geldig recht in andere rechtsorde?
∟ Dualisme vs. Monisme
- Dualisme: Internationaal recht is pas
geldig recht wanner ze is omgezet in nationale regel
= Onrechtstreeks toepasselijkheid - Monisme: Een
bindend internationaal verdrag maakt automatisch deel
uit van de nationale rechtsorde
= Rechtstreekse toepasselijkheid
∟ Gedecentraliseerde/ federale staat = Hier vormen alle
rechtsniveaus samen één
geïntegreerd, samenhangend
rechtssysteem.
-> Voorrang (Primacy): Welke regel krijgt voorrang in het geval van een
conflict tussen twee geldige regels?
∟ Monisme: Verdrag > Wet
∟ Dualisme: Klassieke conflictregels (Lex posterior beginsel)
∟ Federale staat: Vastgelegd in de Grondwet
- Bundesrecht bricht landesrecht: Federale wet >
Deelstatelijke norm - Federaal & deelstatelijk zijn gelijk:
Nevenschikking ∟HDN binnen elke orde
∟ GW boven alles
∟ Exclusieve
Bevoegdheidsverdeling
-> Inroepbaarheid: Wat is de rol van de rechter in de democratie
∟ Is de rechter bevoegd om een norm te handhaven?
∟ Directe werking?
- Is de rechtsnorm voldoende volledig,
duidelijk & onvoorwaardelijk = Norm is “self-sufficient”
en heeft dus directe werking
-> Gevolgen conflict: Wat als 2 regels onverenigbaar zijn.
= Wat gebeurt er met de regel die geen voorrang heeft
, ∟ Buiten-toepassing laten
∟ Ex tunc vernietiging
-> Grondslag van de verhoudingen: Wie is bevoegd om de vorige vragen
te beantwoorden ∟ Federale staat: De Grondwet is de Kompetenz-
Kompetenz ∟ Europese Niveau: Nationale Hoven & Hof
van Justitie verschillen van mening
Verhoudingen tussen de rechtsnormen van
internationale, Europese en Nationale
rechtsordes
§1 Internationaal perspectief
Internationaal recht staat in het beginsel neutraal t.o. deze vraagstukken
Maar wel enkele regels
-> Art 26 Verdrag van Wenen: Elk verdrag verbindt te partijen
∟ Ten uitvoer legging moet gewoon te goeder trouw
gebeuren
-> Art. 27, §1 WVV: Internationale recht heeft voorrang op het nationale
recht ∟ Art 46 WVV: Verzachting op algemene regel
- Staat kan zeggen dat hij met een verdrag
ingestemd heeft op een wijze die strijdig is met zijn nationale
recht betreffende de bevoegdheden als die regel fundamenteel
belang is.
§2 Europees perspectief
Algemeen
Art 288 VWEU: Verordening is rechtstreeks toepasselijk
Arresten HvJ: Verdragen en het afgeleid EU-recht kunnen
directe werking hebben en voorrang genieten op het nationale
recht
∟ Hiermee claimt het Hof van Justitie de bevoegdheid om dit te
bepalen
Rechtstreeks toepasselijkheid en directe werking
Van Gend & Loos (1963) - HvJ
-> Rechtstreekse toepasselijkheid voor het EU-recht
-> Directe werking voor het EU-recht (Wel voorwaarden)
- Is de EU-Norm: Duidelijk, onvoorwaardelijk & Volledig
∟> Niet afhankelijk van
uitvoeringmaatregelen door anderen overheden