Geschreven door studenten die geslaagd zijn Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Verkeerd document? Gratis ruilen 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Beleidsinformatiesystemen | Frank Goethals & Jente Van Belle | KU Leuven | 2025/26

Beoordeling
-
Verkocht
6
Pagina's
98
Geüpload op
01-06-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting van Beleidsinformatiesystemen aan KU Leuven, gericht op het vak voor Bachelor Handelsingenieur. Behandelt de fundamenten van informatiesystemen, onderscheid tussen data-informatie-kennis, systeemtheorie, en de drie basistypes van bestuurlijke informatiesystemen (operationeel, management en strategisch niveau) met OLTP, MIS en DSS. Uitstekend voor examenvoorbereiding: kernconcepten zijn helder uitgelegd met praktijkvoorbeelden en concrete illustraties die het leerproces versnellen.

Meer zien Lees minder

Voorbeeld van de inhoud

SAMENVATTING
Hoofdstuk 1: Informatiesystemen & IS-strategie


1. Wat zijn Bestuurlijke Informatiesystemen?
1.1 Data, Informatie en Kennis
Om te begrijpen wat een bestuurlijk informatiesysteem is, moet je eerst het verschil kennen
tussen data, informatie en kennis. Deze drie begrippen vormen een hiërarchie van
toenemende betekenis en bruikbaarheid.
Data (ruwe gegevens)
Data zijn ruwe, geobserveerde feiten zonder context: getallen, woorden, symbolen. Op zich
zeggen ze niets. Stel: je ziet het getal '14'. Dit is data.
Informatie (verwerkte data met betekenis)
Wanneer data in context geplaatst wordt, ontstaat informatie. Informatie geeft antwoord op
wie, wat, waar en wanneer. Voorbeeld: '14' wordt informatie als je weet dat het het
examencijfer van Bart is voor het vak BIS. De context (het reglement: geslaagd bij score >=
10) maakt van de data bruikbare informatie.
Kennis (het vermogen om te handelen)
Kennis is het vermogen om te ageren op basis van informatie. Het geeft antwoord op hoe,
waarom en wat moeten we nu doen? Voorbeeld: als je uit de studentendata concludeert dat
studenten die goed scoren op BIS ook goed scoren op AMIS, dan kun je beslissen welke
studenten extra begeleiding nodig hebben. Dat is kennis in actie.
Praktijkvoorbeeld:
Het getal 50626 is pure data. Als context aangeeft dat het een examendatum is (5/06/26),
een loon (€50.626), of een postcode (Dunkerton, Iowa), wordt het informatie. Kennis is dan:
'Als 6/6 een druk examenmoment is, plannen we geen nieuw examen op die dag'.
Kernprobleem: Organisaties hebben enorme hoeveelheden data, maar slagen er vaak niet
in daar voldoende kennis uit te destilleren.

1.2 Wat is een Systeem?
Een systeem is een verzameling van verbonden componenten die samen een bepaald doel
realiseren. Elk systeem bestaat uit vier elementen:
• Input component: wat het systeem binnenkrijgt (grondstoffen, data, mensen...)
• Process component: de verwerking die plaatsvindt
• Output component: het resultaat (producten, diensten, informatie)
• Management component: zorgt dat het systeem zijn doel bereikt en past bij indien
nodig
Een systeem staat nooit op zichzelf: het opereert in een omgeving (klanten, leveranciers,
overheid, concurrenten...).

,1.3 Wat is een Bestuurlijk Systeem?
Een bedrijf of organisatie is een bestuurlijk systeem. Inputs zijn mensen, materialen en data.
De processen zijn productie, aankoop, verkoop... De outputs zijn producten, diensten en
informatie. Management stuurt dit geheel aan met objectieven.

1.4 Definitie van een Bestuurlijk Informatiesysteem (BIS)
Een Bestuurlijk Informatiesysteem (BIS) is:
"Een verzameling van samenhangende componenten om informatie te verzamelen, te
verwerken, op te slaan en te verspreiden, met als doel het besluitvormingsproces binnen
een organisatie te ondersteunen."
Belangrijk: mensen zijn een onmisbaar onderdeel van een informatiesysteem. Een
informatiesysteem hoeft ook niet digitaal te zijn — het kan ook op papier bestaan
Het doel van een informatiesysteem: het weerspiegelt de werkelijkheid zodat je die niet meer
zelf hoeft te observeren. In plaats van zelf te tellen hoeveel producten er op stock zijn, vraag
je het aan het systeem.




2. Basistypes van Bestuurlijke Informatiesystemen
Informatiesystemen worden ingedeeld op basis van het niveau in de organisatie dat ze
ondersteunen en de functionele afdeling waarvoor ze dienen. Er zijn drie niveaus:
operationeel, management en strategisch.

2.1 Operationeel Niveau — OLTP-systemen
Informatiesystemen op operationeel niveau richten zich op het vastleggen van dagelijkse
transacties en het ondersteunen van routinebeslissingen.
Kenmerken:
• Goed gestructureerd, eenduidig en routinematig: Processen
• Kortetermijn, frequent, weinig onzekerheid — ook wel 'gestructureerde beslissingen'
genoemd: Beslissingen
• Bedienden, kassiers, verkoopmedewerkers...: Gebruikers
• Eenvoudig te bepalen, intern beschikbaar, vooraf gedefinieerd: Informatie
Technologie:
OLTP (Online Transaction Processing), typisch geïmplementeerd als ERP-systeem
(Enterprise Resource Planning). Voorbeeld: SAP, Microsoft Dynamics 365.
Concreet voorbeeld:
Een kassamedewerker in een supermarkt die een verkoop registreert. Het systeem
controleert de productcode, prijs, BTW-tarief en betaalstatus. De beslissing ('kan deze
verkoop doorgaan?') is sterk gestructureerd.

,2.2 Managementniveau — MIS & DSS
Informatiesystemen op managementniveau richten zich op het analyseren en visualiseren
van data om management te ondersteunen bij besluitvorming.
Kenmerken:
• Minder routinematig, meer analyse en interpretatie: Processen
• Middellange tot langetermijn, minder frequent, meer onzekerheid: Beslissingen
• Midden- en topmanagement: Gebruikers
• Combinatie van operationele data + externe bronnen; minder eenvoudig te bepalen:
Informatie
Twee subtypes:
• Standaardrapporten en dashboards. Vraag: 'Zitten we op plan?': MIS
(Management Information System)
• What-if analyses en simulaties. Vraag: 'Wat als we dit doen?': DSS (Decision
Support System)
Technologie:
OLAP (Online Analytical Processing) met data warehouses. Voorbeeld: Microsoft Power BI.
Concreet voorbeeld:
Een winkelmanager die bekijkt of de wekelijkse omzet op schema ligt, en besluit of er extra
personeel nodig is de volgende week.

2.3 Vergelijkingstabel: OLTP vs MIS vs DSS

Aspect OLTP (Operationeel) MIS (Management) DSS (Strategisch)
Gebruiker Kassamedewerker Winkelmanager Regiomanager /
directie
Voorbeeldsysteem Kassasysteem / ERP Dashboard / Scenario-analysetool
rapportage
Voorbeeldbeslissing Verkoop laten Extra personeel Nieuwe winkel
doorgaan? volgende week? openen?
Type beslissing Sterk gestructureerd Gestructureerd Semi- /
ongestructureerd
Frequentie Continu Periodiek (wekelijks) Zelden
Doel systeem Transactie uitvoeren Monitoren & Evalueren & kiezen
controleren



2.4 Relaties tussen systemen
De systemen op de verschillende niveaus zijn met elkaar verbonden:
• Operationele systemen (ERP) genereren ruwe transactiedata.
• Via ETL/ELT-processen (Extract, Transform, Load) worden die data overgebracht
naar een Data Warehouse.
• Het data warehouse voedt de management- en beslissingsondersteunende
systemen (zoals Power BI).
• Externe data (marktgegevens, demografische info...) stromen via API's in.
Voorbeeld toolketen: Microsoft Dynamics 365 ERP → Microsoft Azure Data Factory (ETL) →
Microsoft Azure Synapse (Data Warehouse) → Microsoft Power BI (rapportage).

,3. IS-Strategie
3.1 Succesverhaal of mislukking?
Investeringen in informatiesystemen zijn kostbaar, maar het succes ervan is verre van
vanzelfsprekend. Onderzoek van de Standish Group toont aan dat slechts circa 30% van
alle IT-projecten als 'succesvol' beschouwd wordt (op tijd, binnen budget, met bevredigend
resultaat).

3.2 Oorzaken van mislukking
Veelvoorkomende oorzaken van mislukte IT-projecten (Standish Group, 1995):
• Onvolledige of onnauwkeurige vereisten (13,5%)
• Gebrek aan gebruikersbetrokkenheid (12,4%)
• Gebrek aan middelen (10,6%)
• Onrealistische verwachtingen (9,9%)
• Gebrek aan steun van hoger management (9,3%)
• Wijzigende vereisten tijdens het project (8,7%)
• Slechte planning en communicatie

3.3 Succesfactoren
Drie cruciale succesfactoren voor IT-projecten (Standish Group CHAOS rapport):
• Steun van het hoger management (en goede sponsors)
• Betrokkenheid van gebruikers
• Duidelijke doelstellingen
De Standish Group benadrukt ook: beperk de omvang en complexiteit van projecten.
Kleinere projecten slagen vaker.

3.4 Waterfall vs. Agile
Er zijn twee fundamenteel verschillende aanpakken voor IT-projecten:


Aspect Waterfall Agile
Vereisten Vooraf volledig vastgelegd en Worden duidelijk tijdens het
afgetekend project
Wijzigingen Moeilijk te implementeren Normaal en verwacht
Validatie Aan het einde van het project Na elke sprint (paar weken)
Geschikt voor Bouwprojecten, fysieke Kenniswerk, software
infrastructuur
Risico Hoog bij veranderende noden Laag door frequente feedback
Agile scoort significant beter dan Waterfall: bij kleine projecten heeft Agile 59% succesrate
vs. 45% voor Waterfall; bij grote projecten 19% vs. 8%. De sleutel: 'hou het klein en
wendbaar' en 'fail fast' — leer snel van kleine fouten in plaats van groot te falen na jaren
werken.
Waterfall= opeenvolgende fases, waarbij eerst een volledige fase moet zijn afgewerkt
voordat men aan de volgende begint
Agile= wordt stapsgewijs in korte sprints gemaakt.

,3.5 Het Strategic Alignment Model
Het Strategic Alignment Model van Henderson & Venkatraman (1993) is een centraal
concept in IS-strategie. Het stelt dat twee vormen van afstemming noodzakelijk zijn voor IT-
succes, toont hoe we business – en IT strategie op elmkaar moeten afstemmen:
• Strategic Fit: de gekozen strategie en de implementatie ervan moeten op elkaar
afgestemd zijn.
• Functional Integration: de business en de ICT-afdeling moeten op elkaar
afgestemd zijn.
Het model beschrijft vier domeinen: Business Strategy, ICT Strategy, Operational
Infrastructure & Processes (business), en ICT Infrastructure & Processes.

3.6 De vier strategische paden
Er zijn vier manieren (paden) waarop een bedrijf strategic fit en functional integration kan
bereiken:
Pad 1: Strategic Execution
ICT implementeert wat de business heeft beslist. De business strategie is leidend en ICT
volgt. Voorbeeld: McDonald's kiest voor lage kosten en wereldwijde standaardisatie → ICT
levert gestandaardiseerde kassasystemen en zelfbedieningsterminals.
Pad 2: Technology Transformation
De business bepaalt wat nodig is, maar ICT-specialisten kiezen hoe dit technologisch
gerealiseerd wordt. Voorbeeld 1: IKEA wil klanten zelf laten assembleren en betalen → ICT
bedenkt een zelf-scansysteem. Voorbeeld 2: Walmart wil verse producten snel leveren →
ICT bouwt een volautomatisch magazijn.
Pad 3: Competitive Potential
Nieuwe ICT-mogelijkheden beïnvloeden wat de business fundamenteel wil doen. ICT is hier
de drijvende kracht. Voorbeeld: Netflix ontdekt dat cloudstreaming technologisch haalbaar is
→ besluit over te stappen van DVD-verhuur naar streaming, met personalisatie als extra
voordeel. ICT verandert het businessmodel.
Pad 4: Service Level
ICT biedt zichzelf aan als dienstverlener aan externe klanten, die hun eigen processen op
die ICT-infrastructuur bouwen. Voorbeeld: Amazon Web Services (AWS) biedt schaalbare
cloudinfrastructuur aan met SLA's → klanten bouwen hun eigen applicaties en processen op
AWS.




Een bedrijf kan voor verschillende innovaties of projecten verschillende paden volgen. Er is
geen 'beste' pad — de keuze hangt af van de context, de sector en de strategische positie
van de organisatie.

, Conclusie
Bestuurlijke informatiesystemen zijn onmisbaar voor moderne organisaties. Ze helpen data
omzetten in informatie en uiteindelijk in bruikbare kennis. De drie niveaus (operationeel,
management, strategisch) bedienen verschillende noden en beslissingsvraagstukken.
Succesvolle implementatie vraagt om strategische afstemming tussen business en ICT,
realistische projectomvang, gebruikersbetrokkenheid, en flexibele aanpak (agile). Het
Strategic Alignment Model biedt een kader om deze afstemming structureel aan te pakken.


10 Trends in digital innovation
TRIZ trends: Theory of inventive problem solving, patronen in innovatie zien.

Trend 1: Boundary breakdown = Improving the sharing of low-level, operational data in a
format that makes it easy for the receiver to use (bv. Boarding pass scannen en
gepersonaliseerde informatie over vlucht ontvangen)

Trend 2: Increasing use of senses = You make better use of already used senses or you
start using additional senses (bv. In plaats van een boek alleen te lezen ook luisteren naar
het luisterboek)

Trend 3: Action coordination = The action partyA takes becomes better related to the
action partyB is taking. The two parties start functioning more like they are members of one
wellfunctioning team. (bv. Geolocatie van gsm’s kunnen zeggen wanneer men moet
beginnen aan de bestelling dat een klant komt ophalen) (door Internet of Things zal dit beter
worden, want objecten zeggen zelf wanneer men zaken nodig heeft)

Trend 4: Nesting Up = Integrate more functionalities in one device, for which one used to
have different devices (bv.in plaats van vroeger een bankkaart, rekenmachine, fototoestel …
al deze zaken zitten nu ook in je gsm)

Trend 5: Dynamization = Rigid systems become more flexible: something that used to be
the same at Time1, Time2, Time3,… now becomes something that is different at Time1,
Time2, Time3,... (bv. Een tv dat normaal een vaste vorm heeft kan zich nu oprollen, of de
prijzen van een bar veranderen naargelang een drankje veel of weinig wordt besteld)

Trend 6: Design point = Increasing the number of different types of situations in which you
are able to work optimally (bv. In plaats van gewoon cruise control  adaptive cruise
control, men kan nu ook vanuit thuis op de werkserver geraken en zo makkelijk thuis
werken, vroeger werkte een fietscomputer alleen voor te fietsen, nu kan je dit ook gebruiken
voor te lopen of voor alle sporten)

Trend 7: Increasing transparency = Getting a better general overview of how one is
performing. (bv. Een duidelijkere rolbeschrijving van een job zodat men geen verkeerde
verwachtingen heeft) (vs. Boundary breakdown gaat over meer lage operationele informatie,
terwijl transparantie meer over duidelijkheid en zorgt voor een verhoogde verstaanbaarheid.)

Trend 8: Trimming/reducing complexity = Drop non-value-adding components (this is not
the same as automation: with automation a machine willl do the tasks) (bv. Een
gepersonaliseerde postkaart wordt automatisch door Bpost geprint en verstuurd ipv nog
eerst naar je thuis te laten komen en vervolgens te verzenden, winkels waarbij je
automatisch afrekent dus zonder kassa, techniekers geven instructies via camerabril ipv ter
plaatse (handig voor schepen))

Documentinformatie

Geüpload op
1 juni 2026
Aantal pagina's
98
Geschreven in
2025/2026
Type
SAMENVATTING
€9,89
Krijg toegang tot het volledige document:

Verkeerd document? Gratis ruilen Binnen 14 dagen na aankoop en voor het downloaden kan je een ander document kiezen. Je kan het bedrag gewoon opnieuw besteden.
Geschreven door studenten die geslaagd zijn
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
KulHIRstudent

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
KulHIRstudent Katholieke Universiteit Leuven
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
8
Lid sinds
1 maand
Aantal volgers
0
Documenten
5
Laatst verkocht
2 weken geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via Bancontact, iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo eenvoudig kan het zijn.”

Alisha Student

Bezig met je bronvermelding?

Maak nauwkeurige citaten in APA, MLA en Harvard met onze gratis bronnengenerator.

Bezig met je bronvermelding?

Veelgestelde vragen