Inhoudsopgave
HOOFDSTUK 1 Context: grondbeginselen van ondernemerschap en economie................................................ 4
1.1 Organisa+es en hun doel .............................................................................................................................. 4
1.2 Schaalvoordelen, economies of scope, gemiddelde & marginale kost ......................................................... 7
1.3 Micro- en macro-economie......................................................................................................................... 11
HOOFDSTUK 2 De mondiale markt ................................................................................................................ 21
2.1 De grondbeginselen van interna+onale handel .......................................................................................... 21
2.2 Interna+onaal zakendoen ........................................................................................................................... 23
2.3 Landen en interna+onale handel ................................................................................................................ 30
2.4 Handelsbeperkingen, wisselkoersen &valutawaarde ................................................................................. 34
HOOFDSTUK 3 Ethiek en maatschappelijk verantwoord ondernemen ........................................................... 36
3.1 Wat is ethisch gedrag? ............................................................................................................................... 36
HOOFDSTUK 5 Ondernemingsvormen ........................................................................................................... 40
5.1 Een ondernemingsvorm kiezen ................................................................................................................... 40
5.2 Fusies, acquisi+es en allian+es ................................................................................................................... 47
HOOFDSTUK 6 Ondernemen: de KMO en ondernemerschap ......................................................................... 52
6.1 Defini+e en belang van KMO’s .................................................................................................................... 52
6.2 Economische rol van ondernemerschap ..................................................................................................... 53
6.3 Een nieuw bedrijf financieren ..................................................................................................................... 57
HOOFDSTUK 7 Liquiditeit: accounOng en financieel beheer ........................................................................... 58
7.1 Interne vs. Externe verslaggeving ............................................................................................................... 58
7.2 Boekhoudkundige basisprincipes ................................................................................................................ 61
7.3 Financiële ra+o’s ......................................................................................................................................... 66
7.4 Kasstroomanalyse ....................................................................................................................................... 73
7.5 Toepassing op investeringsproject .............................................................................................................. 79
Deel 4 Klanten creëren en tevredenstellen .................................................................................................... 87
4.1 Klanten doorgronden .................................................................................................................................. 88
4.2 Marke+ngstrategie ..................................................................................................................................... 92
4.3 Marke+ngmix ............................................................................................................................................. 97
1
, 4.4 Winstgevende rela+es .............................................................................................................................. 106
4.5 Klantwaarde ............................................................................................................................................. 107
Deel 5 Werknemers managen en ondersteunen .......................................................................................... 108
5.1 Manager ................................................................................................................................................... 108
5.2 Historische perspec+even op het mo+veren van werknemers ................................................................. 110
5.3 Mogelijke strategieën voor het mo+veren van werknemers .................................................................... 115
2
,Evalua&emoment
• Pc-examen, zonder mondelinge toelich7ng, zowel voor de eerste als de tweede zi;jd
à Opgelet! Het evalua7emoment van maandag 03/11 (13:00u-15:30) is het enige
evalua7emoment voor dit vak (buiten tweede zi;jd)
• Examen duurt 2,5uur. (Extra 7jd voorzien voor bijzondere faciliteiten)
• Gesloten boek
à Calculator toegelaten (geen grafisch rekenmachine).
à Kladpapier wordt aangeleverd door de docenten
• 20 Meerkeuze vragen met cesuur: 63% correct voor voldoende in het meerkeuzegedeelte (4
antwoordmogelijkheden) – totaal 20/40
o Met bv vraag & defini7e OF stelling 1: waar/niet waar, stelling 2 waar/ niet waar
• Open vragen en oefeningen – totaal 20/40
• à Gelijke spreiding over leerstof (alles in types vragen komt aan bod)
• 2 openvragen: 1 oefeningen vraag (werkcollege) + open vraag (verbetert door assistent), hij
vindt het belangrijk dat je brug legt tussen theorie en prak7jk!!!, kijk vanuit ondernemers
standpunt
• We krijgen geen formularium!
3
, HOOFDSTUK 1 Context: grondbeginselen van ondernemerschap en economie
1.1 Organisa+es en hun doel
1. Organisa7es als open systeem
In deze cursus bekijken wij organisa7es als “open systemen”:
• Organisa7e: staat niet op zichzelf (gesloten), maar is onderdeel van een omgeving (interac7e,
uitwisselingen).
• Systeem: groep componenten die interac7e hebben met elkaar en a_ankelijk zijn van elkaar
om een gedeeld doel te bereiken. Afdelingen zoals sales, marke2ng en accoun2ng werken
samen en zijn a7ankelijk van elkaar om doelen te bereiken.
Input van middelen: arbeid, natuur, kapitaal (geld én machines) en knowhow/ondernemerschap.
Output:
• Industriële bedrijven: produceren fysieke producten (bv. auto’s)
• Handelsbedrijven: kopen en verkopen producten door (bv. retail)
• Dienstverleners: bieden diensten ter ondersteuning van andere organisa7es
Een andere onderverdeling van type bedrijven die ook vaak gebruikt wordt:
• Producenten (industriële onderneming)
o Vb. fabricage van lucht- en gascompressoren bij Atlas Copco
o Kapitaalintensief: vraagt veel middelen/geld om te starten, wat leidt tot
toetredingsdrempels; dit schrikt poten7ële concurrenten af.
o Nood aan kapitaal/voldoende capaciteit om schaalvoordelen te kunnen bekomen =
toetredingsdrempel, groot inlegkapitaal nodig; soms duurt het jaren (bv. farmasector,
ontwikkeling van een medicijn 4–5 jaar) voordat omzet gerealiseerd wordt, waardoor
bedrijven failliet kunnen gaan.
• Dienstverleners
o Verkopen kennis/hulp, vb. transportbedrijven in dienst van een producent/industriële
onderneming, verzekeraars, groot- en detailhandel, …
o Gaat vaak om gespecialiseerde kennis (marke7ng, accoun7ng, etc.)
o Arbeidsintensief: veel van de waarde hangt af van mensen en kennis.
o Handel (winkels) wordt in deze tweedeling dan een dienstverlener.
4