HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Experimentele ablatie (Flourens) - Stukjes wegenemen en zo
testen wat er gebeurd
- Delen van de hersenen gaan
uitschakelen en kijken welke
gevolgen het heeft
Macronutriëten Koolhydraten + vetten + eiwitten
Zorgen voor energie
Grootste deel van ons lichaam
Enzymen Een eiwit, moleculen die scheidkundige
reacties katalyseren
Metabolisme = stofwisseling
- Scheikundige reacties in ons
lichaam
Eiwitsynthese is het biologische proces waarin een cel
nieuwe eiwitten maakt
Uitgevoerd door ribosomen
DNA-replicatie Vermenigvuldigen van DNA
Transcriptie Een stukje DNA kopiëren naar RNA in de
celkern
Translatie Van RNA naar eiwit in cytoplasma
Cristae = binnenste membraan
Endocytose = hoeveelheid nr binnen trekken
Pinocytose = drinken
Fagocytose = eten
Exocytose Blaasjes naar buiten pompen
Bv: vrijzetting neurotransmitter
Glucose te laag Hypoglycemie
,Glucose te hoog Diabetes
pH te laag Acidose
pH te hoog Alkalose
Gap junctions Direct contact tussen cellen
Paracriene regeling Communicatie via lokale boodschappers
Cellen die iets willen zeggen tegen
andere cellen die in de buurt liggen
Autocrien Eigen cellen
Paracrien Andere cellen
Transversaal Horizontaal (langs boven)
Coronaal of frontaal Verticaal langs de zijkant
Sagittaal Verticaal langs voorkant
Midsagittaal Door de middenlijn
Lateraal Ver van de middellijn, naar buiten toe
Mediaal Dicht bij de middellijn
Proximaal Ver van iets
Distaal Dichtbij iets
Ventraal Naar voren gericht/ buik
Dorsaal Naar achter gericht/ rug
Caudaal Naar de staart toe (naar beneden)
Craniaal Naar het hoofd toe (naar boven)
Functionalisme Gaat erover dat organismen functies
hebben, geen doel
, Om een biologisch fenomeen te
begrijpen, moeten we de functie
ervan voor het organisme
begrijpen
Revolutionair relict Iets had vroeger een functie maar nu niet
meer (bv. staartbeentje)
Niet alles heeft een nut (ookal gaan we
daar als mens graag vanuit)
Mutaties Zijn per ongeluk veranderingen in
bepaalde chromosomen van spermacellen
en eicellen: die cellen met een ander
chromosoom worden een organisme met
een nieuwe eigenschap
Geslachtsdimorfisme Verschil in lichaamsproporties tussen
mannetjes en vrouwtjes
Interseksuele selectie (female choice) Het voedsel ligt verspreid, vrouwtjes
hebben geen mannetjes nodig om
territorium te verdedigen
Mannetjes moeten zorgen dat ze
opvallen, minder eitjes dan
zaadcellen
Intraseksuele selectie (male-male Voedsel ligt geclusterd dus wel mannetjes
competition) nodig om territorium te verdedigen
Adaptatie Natuurlijke en seksuele selectie
gecombineerd -> adaptaties
,HOOFDSTUK 2
Enterische zenuwstelsel Netwerk van zenuwweefsel in de
wanden van het
spijsverteringskanaal
Helpt de verteringsfunctie
regelen, onafhankelijk van
het CZS
Dendrieten Opvangen van prikkel
AFFERENT
Cellichaam Integratie van signalen
Axonheuvel en axon Productie van geleiding in impuls
EFFERENT
Zenuwuiteinden Vrijzetten van chemische stoffen
SYNAPS
Concetratiegradient Van een hoge naar een lage
concentratie
Local current (ongemyeliniseerde = zorgt ervoor dat de naburige
axonen) regio polariseert
De positieve regio trekt de naburige
negatieve regio’s aan -> de plusjes
verspreiden wat naar buren => dat
is de externe stimulus die de
volgende regio stimuleert om ook
AP aan te maken
Saltatoire conditie (gemyeliniseerde Van knoop tot knoop springen
axonen)
Synapsblaasjes Zijn vestikels vol met moleculen
van neurotransmitters => bij
prikkeling geven ze
neurotransmitters af in de
synapsspleet => daarna binden
neutransmitters aan de receptoren
van de post-synaptische cel
, Vesikels is een klein blaasje omgeven door
een membraan, binnenin de cel.
Ze dienen als
transportverpakking — ze
vervoeren stoffen (zoals
neurotransmitters) van de ene
plaats naar de andere, of slaan ze
op tot ze nodig zijn.
Docked vesticle De vestikels hangen vast aan het
plasmamebraan door eiwitten (het
oranje op de foto), wanneer calcium
binnenkomt, gaan deze eiwitten
samen smelten
Axonale sprouting Vertakkingen op het einde zodat je
meerdere doelcellen kan
beïnvloeden
Neurale integratie Splitsen van de actiepotentiaal om
met meer neuronen dezelfde
actiepotentiaal te kunnen
doorgeven
Temporele summatie 1 neuron die kort na elkaar 2x
depolarisatie geeft waardoor de
signalen combineren en de grens
overschrijden
Spatiële summatie 2 verschillende neuronen geven
allebei neurotransmitters af voor
depolarisatie, ze doen hetzelfde
werk en samen => dit signaal is
samen groot genoeg om de
drempel te kunnen bereiken