- 60% examen: allemaal open vragen
- 40% permanente evaluatie
Integriteit = De ethische kernkwaliteit waarbij iemand eerlijk en oprecht
handelt, trouw blijft aan eigen normen en waarden, en betrouwbaar is.
HOOFDSTUK 1: een begrippenkaart
1) DENKGEREEDSCHAPPEN
Net als een loodgieter, heeft een ethicus gereedschappen
denkgereedschappen:
- Begrippen
- Concepten
- Argumenten
- Analysemodellen
Met behulp van deze denkgereedschappen kunnen mensen effectiever:
- Integriteitsvraagstukken benoemen
- Integriteitsvraagstukken analyseren
- Het perspectief verbreden
- Gecompliceerde verbanden ontrafelen
- Zoeken naar een oplossing
- Met anderen over integriteitsvraagstukken communiceren
Ethiek begint bij zien, dan spreken en dan pas handelen!
Zien
We zien niet altijd zuiver… brillen, kaders & frames: De bril die je opzet
(context waarbinnen je dingen ziet) bepaal hoe je dingen ziet.
- Zien door de media bril
o Een journalistiek voorbeeld: 2 frames om de werkelijkheid te
bekijken na de aanslagen in Brussel
1
,Spreken
We spreken niet altijd zuiver:
- Woorden veranderen je brein
o Moeilijkheden vs uitdagingen
o Kritiek vs feedback
o Zwarte vs neger
- Woorden hebben kracht
- Woorden zijn een filter
o ‘Omkoping en corruptie’ worden ‘transactiekosten en fooi’
Bewust worden van de keuzes die je maakt & deze keuzes ook kunnen
onderbouwen.
Handelen
Doel= aan de hand van de denkgereedschappen tot een antwoord komen
dat:
- Breder is: meer waarden proberen te realiseren, rekening houden
met meer belangen
- Dieper is: meer rekening houden met verleden en gevolgen, op korte
en lange termijn
- Rijker is: met meer perspectieven en alternatieven probeert rekening
te houden
- Beter verdraagbaar is: beter bestand tegen kritiek om doordat het
goed onderbouwd is
2) WAT IS ETHIEK ?
Zedenkunde is geen ethiek:
- Geheel feitelijke actuele gewoonten
- Spreekt zich niet uit over goed of kwaad
- Bv: openbare zeden in het Westen anders dan in het Midden Oosten
Moraal komt al dichter bij ethiek:
- Latijnse ‘mores’ = zeden, gewoonten
- Subject voelt zich verplicht om zijn handelen af te stemmen op het
geheel van waarden en normen
- Verschil tussen waarden en normen
- Waardensysteem zit op de achtergrond
- Gebaseerd op levensbeschouwing of ideologie
2
, - Waarden:
o Iets wat een persoon of samenleving belangrijk vindt
o Iets om na te streven
o Wordt meestal uitgedrukt in één woord
o Is algemeen en vaag
- Norm:
o Concrete invulling van de waarde
o Concrete richtlijnen, afspraken, wetten… waarin je
achterliggende waarde probeert te realiseren
- Geloof:
o Innerlijke overtuiging en drijfveer
Factoren beïnvloeden onze normen:
- Waarden zijn iets stabieler
- Maar vooral normen zijn onderhevig aan verschillende factoren die
zich beïnvloeden
- Die normen beïnvloeden ons als individu maar die beïnvloeden ook
onze professionele context
Wat is dan ethiek/ moraalfilosofie?
3
, - Ethiek= de discipline waarin nagedacht wordt over moraliteit of
zedelijkheid
- Ethiek = onderzoek naar het statuur, de inhoud en de samenhang
van de moraal
- Ethiek = het bestuderen van verschillende historische
moraalsystemen
Ethiek = de reflectie op onze moraal, op de waarden en normen waaraan
wij onszelf en de anderen in redelijkheid gehouden achten bij de poging
om ordening aan te brengen in het maatschappelijk verkeer.
3 verschillende lagen ethiek:
- Beroepsethiek: Hoe ga ik om met gegevens? Welke programma’s wil
ik maken? Privacy? Deontologische code (bepaalt professioneel
gedrag binnen beroepsgroep)?…
- Bedrijfsethiek: welke normen gelden er in het bedrijf? Wat is hun
visie?...
- Economische ethiek: Hoe organiseren we de economie zodat die te
goede komt aan zoveel mogelijk mensen?
4