Samenvatting 2025-2026
Lessen 1 t/m 9
,LES 1 – Introductie en Principes
1. Begrippen en Principes
Belasting: door de overheid eenzijdig opgelegde en verplichte bijdrage per persoon of feit die een band
heeft met het territorium waar de overheid gezag uitoefent, met als bestemming het financieren van
diensten van algemeen nut.
► Door de overheid: federaal, gewestelijk, gemeenschap, provincie, gemeente.
► Eenzijdig en verplicht: geen keuzemogelijkheid, om economische redenen; niet alle betalingen aan de
overheid zijn belastingen (ook sancties en dwangmaatregelen).
► Territorialiteit: enkel heffen als er voldoende band is met het territorium.
► Voor algemeen nut: om uitgaven en kosten te dekken; afwezigheid van een individuele en aanwijsbare
tegenprestatie.
Andere heffingen
► Retributie: vergoeding voor een tegenprestatie van de overheid in het rechtstreeks en onmiddellijk
belang van de begunstigde. Geen belasting: beroep op een dienst uit eigen belang (bv. tolweg). Bedrag
staat in redelijke verhouding tot de verleende dienst.
► Sociale zekerheidsbijdrage: gebaseerd op het solidariteits- en verzekeringsbeginsel (bijdrage geeft
recht op ontvangst). Niet betaald aan FOD Financiën maar aan sociale instellingen. Geen jaarlijkse
wettelijke controle door het parlement. Inning door de RSZ. Voldoende relevante band tussen de
bijdrageplichtigen en het collectief der sociaal verzekerden.
► Verhaalbelastingen: verplichte heffing door de overheid naar aanleiding van een specifieke prestatie,
ook als de plichtige er geen specifiek voordeel uithaalt. Niet vermijdbaar (bv. riolering).
Directe en Indirecte belastingen
► Directe belastingen: worden periodiek geïnd via aanslag bij de persoon in de belastbare toestand
(personenbelasting, vennootschapsbelasting en alle andere inkomensbelastingen).
► Indirecte belastingen: treffen een voorbijgaand feit of rechtshandeling en worden per transactie geïnd
(btw, erfbelasting).
Afwentelbaar en niet-afwentelbaar
► Afwentelbaar: de schuldenaar wentelt de kost economisch af op een derde (douanerechten,
accijnzen).
► Niet-afwentelbaar: economisch gedragen door de door de wet aangeduide schuldenaar
(personenbelasting, erfbelasting).
Dubbele belasting
► Juridische dubbele belasting: dezelfde belastbare basis in hoofde van dezelfde persoon tweemaal aan
dezelfde belasting onderworpen (bv. grensoverschrijdende investering of activiteit).
► Economische dubbele belasting: dezelfde belastbare basis wordt bij twee verschillende personen
tweemaal belast.
Belastingontduiking en belastingontwijking
, ► Belastingontduiking: opzettelijk ontwijken van de wettelijk verschuldigde belasting. Twee elementen:
→ Materieel element: inbreuk op de fiscale wetgeving.
→ Intentioneel element: opzettelijk belasting ontwijken (bv. fictieve kosten, verzwegen inkomsten of
prijsbewimpeling).
► Belastingontwijking: enkel intentioneel element (belasting verminderen), géén materieel element. Niet
strafbaar, maar kan bij misbruik worden tegengegaan.
Functies van belastingen
► Herverdelende functie: verdeling van economische middelen via progressieve belastingen en
belastingvrije som — draagkrachtbeginsel.
► Gedragssturende functie: wenselijk gedrag stimuleren via voordelen of fiscaal nadeel voor
onwenselijke feiten.
Rechtvaardiging van belasting
► Profijtbeginsel: wie voordeel haalt uit een overheidsdienst, moet ook bijdragen aan de financiering
ervan.
► Soevereiniteit: het individu maakt deel uit van de gemeenschap en is daarom onderworpen aan de
soevereiniteit van de overheid (algemeen belang).
2. Beginselen van het Belastingsrecht (Hoe belasten?)
Legaliteitsbeginsel
► Invoeren van een belasting vereist toestemming van het parlement, gewest-, gemeenschaps-,
provincie- of gemeenteraad.
→ Rechtvaardiging: democratische legitimering van de invoering van een belasting of vrijstelling.
Verbonden aan fundamentele rechten.
→ Eigendomsrecht: beperkingen op het ongestoord genot van eigendom moeten hun grondslag
vinden in de wet.
→ Invoeren van een belasting of vrijstelling moet zijn oorsprong vinden in de wet.
→ Wetgevende macht bepaalt essentiële bestanddelen: belastingsubject, object, belastbare
grondslag, tarief, ontheffingen.
→ Niet-essentiële bestanddelen hoeven niet bij de wetgevende macht te liggen (aangiftetermijn en
wijze van aangifte).
→ Uitvoering door uitvoerende macht: naleven belastingwetten, koning maakt besluiten
noodzakelijk voor uitvoering wet, interpretatie en toepassing verduidelijken.
→ Uitzonderingen op fiscaal legaliteitsbeginsel: essentiële bestanddelen kunnen in noodzakelijke
situaties via machtiging door de wetgevende macht of wettelijke bekrachtiging gedelegeerd
worden aan de uitvoerende macht.
Gevolgen:
► Fiscale wet moet strikt geïnterpreteerd worden.
→ Bij onduidelijkheid van een fiscaalrechtelijke bepaling wordt naar de bedoeling van de wetgever
gekeken:
– Onduidelijkheid bij toepassing van belasting → in het voordeel van de belastingplichtige.
– Onduidelijkheid bij toepassing van een vrijstelling → in het voordeel van de fiscus.
► Fiscale administratie mag niet afwijken van de wet:
→ Geen eigen invulling.
, → Niet afwijken van de wet door de fiscus.
→ Geen overeenkomsten treffen die het recht zelf betreffen (wel mogelijk i.v.m. feitelijke
vraagstukken).
► Fiscale wet kan niet naar analogie geïnterpreteerd worden.
Fiscaal eenjarigheidsbeginsel
Vloeit voort uit het fiscaal legaliteitsbeginsel.
► Belastingheffing vereist een jaarlijkse fiscale machtiging van de wetgevende aan de uitvoerende macht.
► Niet onbeperkt in tijd gebruikmaken van een belasting die ooit werd ingevoerd.
► Niet ieder jaar opnieuw stemmen, maar jaarlijks uitdrukkelijke toestemming aan de uitvoerende macht
om bestaande belastingen te innen.
Fiscaal gelijkheidsbeginsel
Vrijstellingen, verminderingen en fiscale voorrechten kunnen slechts door een wet geïntroduceerd worden.
► Verbonden met het fiscaal legaliteitsbeginsel.
► Naleving van het gelijkheidsbeginsel vormt niet altijd een zwart-witbenadering.
► Iedere belastingschuldige is gelijk voor de wet. Sprake van ongelijke behandeling wanneer
vergelijkbare belastingplichtigen op een ongelijke manier behandeld worden.
► Ongelijke behandeling enkel toegelaten als er géén sprake is van willekeur: objectieve en redelijke
verantwoording.
→ Stap 1: zijn de situaties vergelijkbaar?
→ Stap 2: kan een verschillende behandeling van vergelijkbare plichtigen gerechtvaardigd worden?
Openbaar karakter van de fiscale wet
Belastingen zijn van fundamenteel belang om de werking van de overheid te financieren. Hierdoor zijn
fiscale wetten van openbare orde.
► De fiscale wet is dwingend: moet toegepast worden ook al zijn de gevolgen onaangenaam.
► De administratie mag — door het dwingende karakter — niet afwijken van de fiscale wet. Wel mogelijk:
overeenkomsten over feitelijke omstandigheden (bv. beroepsgebruik van een privéwoning).
► Burgers mogen overeenkomsten sluiten over wie de belasting draagt (huurder – verhuurder).
► Dienst voorafgaande beslissingen: uitspraak over hoe de wet wordt toegepast op een situatie die nog
geen uitwerking heeft gehad.
Verbod op retroactieve wetgeving
Fiscale wet heeft enkel toepassing voor de toekomst.
► Ondanks het belang van dit principe staat het niet in de Grondwet.
► Het Grondwettelijk Hof heeft het rechtszekerheidsbeginsel gekoppeld aan het gelijkheidsbeginsel: een
fiscale wet is enkel van toepassing op feiten, handelingen of toestanden die definitief voltrokken zijn
nadat de wet in werking is getreden.
Wanneer is een feit definitief voltrokken?
→ Directe belasting: na afsluiting van de belastbare periode (kalenderjaar binnen de
inkomstenbelasting). Zelfde kalenderjaar wel, nieuw kalenderjaar niet.
→ Indirecte belasting: heldere beoordeling van het belastbare feit.
Beginselen van behoorlijk bestuur