RELIGIE
Samenvatting gericht op hoe de leerstof gevraag wordt
EXAMEN (2u)
• Euthanasie: niet van buiten leren vd letterlijke tekst vd wet op euthanasie, met uitzondering
van hoofdstuk 1 (definitie euthanasie)
• Kennisvragen: meerkeuzevragen (zonder gis), open vragen, definieëren begrip
o Vb: geef 3 verschillen tss euthanasie en palliatieve sedatie
• Toepassingsvragen: werken op voorbeeld en verbinden met theorie
o Casus met sprake van euthanasia talk (ontleedt het in de casus en geef de definitie
van euthanasie)
• Integratie of essayvraag: werken met theorie en eigen standpunt (vanuit een stelling)
o “elke patient heeft recht op euthanasie” eens - niet eens: verklaar
• Vb vraag: hoe zou je rouwmodellen kunnen verbinden met de theorie vd spirituele dimensie
1
, HOOFDSTUK 1 + 2
Integrale zorg & rol van spirituele dimensie
Kernbegrippen
Religie: bekritiseren van verdeeldheid en benoemen van waarde van eenheid
Zinbeleving
• Omvat zin zoeken, zin ontvangen, zin ervaren, zin geven, zin verliezen.
• Breder dan “zin geven aan het leven”.
Viktor Frankl
• Psychiater, overlever van 3 concentratiekampen in WO II
• Man’s Search for Meaning:
o deel 1 = kampanalyse (ervaring/bevinding)
o deel 2 = basis voor logotherapie (visie over betekenis en zinbeleving)
• Hoogste drijfveer van mens = eigen zinsvervulling.
• Aangeboren drang tot betekenis.
• Leven stelt vragen → mens moet antwoorden.
• Kritiek op piramide v Maslow: bij onvervulde basisnoden (basale noden) blijft zinbeleving de
meest dringende behoefte.
• Logotherapie = aandacht voor zinbeleving in psychiatrische therapieën. Focussen op
zingeving.
Maslow
• Behoeftepiramide: eerst basisnoden (voeding, veiligheid),
dan hogere noden.
• Zingeving = top, pas mogelijk als lagere noden vervuld zijn.
• Frankl verwerpt dit: zinbeleving is primair, niet secundair.
o In zijn kampen had hij geen basisnoden en toch bezig
moet betekenis zoeken
Spiritualiteit & religie (drie modellen)
Traditioneel model
• Spiritualiteit = beleving van religie.
• Religie omvat spiritualiteit (nog altijd zo, gewoon niet meer
voor heel de samenleving)
• Seculier/secularisatie = je leeft zonder verwijzing naar God.
“Spiritueel maar niet religieus”
• Religie = een expressievorm van spiritualiteit.
• Spiritualiteit blijft bestaan buiten religieuze kaders.
All-inclusive model
• Spiritualiteit = paraplu voor alle vormen van zinbeleving.
• Religie en seculier = twee expressievormen van spiritualiteit, onderscheiden met seculier
2
, Activiteit van de spirituele dimensie
Spirituele dimensie
• Vergelijking met ademen:
o Altijd actief (onbewust).
o Wordt bewust in positieve of negatieve omstandigheden.
• Zet mens aan tot keuzes die leiden tot zo zinvol mogelijk leven.
• Spirituele dimensie is dus steeds actief
o Continu bezig (bewust/onbewust) met intensifiëring door interne/externe factoren
o Uiteindelijk doel = zo zinvol mogelijk leven leiden
• Verhoogde activiteit vd spirituele dimensie bij:
o Zin zoeken
o Zindeficiëntie
o Uitspraken over zin of zinverlies
Positief bewustzijn (à bij ademen: ademen om te zingen, als je voor de zee staat diep inademen…)
• Volheid van leven, verbondenheid, betekenisvolle momenten.
Negatief bewustzijn (à bij ademen: tekort aan adem, longziekte, stekende pijn bij lopen…)
• Tekort aan zin, existentiële leegte, crisis.
Integrale visie op de mens (biopsychosociaal-spiritueel) (rol vd spirituele dimensie)
Holistisch mensbeeld
• Mens = lichamelijke + psychische + sociale + spirituele dimensie.
• Dimensies beïnvloeden elkaar voortdurend.
• Spirituele dimensie = dragende dimensie (deal-breaker) à
essentieel omdat ze als hoofdtaak zinbeleving draagt
o Als deze faalt → zinverlies → impact op alle andere
dimensies.
Voorbeelden (examen?):
• Wie goede sportprestatie heeft geleverd
o Zinvol ervaren vanuit verleggen van grenzen op lichamelijk vlak
o Draagt bij tot gevoel van zin in alle dimensies
o Geluksgevoel, positieve impact op relaties, zin van leven, relatie tot het lichaam.
• Wanneer sportblessure opdoet
o Niet alleen impact op lichaam
o MAAR: ook op sociale activiteiten, gevoelens en zinbeleving
• Als iemand zich niet goed in zijn vel voelt
o Impact hebben op sportprestaties, manier waarop zich verhoudt tot anderen en zijn
of haar zinbeleving
Spirituele dimensie: inhoudelijke lagen
Verbindingen (essentieel) Mens verbindt zich met:
• Zichzelf
• Tijd
• Natuur
• Anderen
• Betekenisvolle / sacrale → Verbinden = spiritueel werkwoord. (religie komt van religare, dat
betekent verbinden)
3
,Existentiële laag (universeel)
• Vermogen tot hopen, vertrouwen, wanhopen.
• Universeel, ongeacht religie.
Religieuze laag in spirituele dimensie (optioneel)
• Spirituele dimensie = breder dan religieuze laag
• Verbinding met het sacrale. (verbinding met zichzelf, anderen en God)
• Religie = voorgegeven zin waarmee iemand zich in mate mee kan identificeren (bv. “God is
liefde”).
• Zin kan ontvangen worden.
Spirituele dimensie is breder dan religie
• Niet iedereen ontwikkelt religieuze laag.
• Wel iedereen heeft existentiële laag.
o Maar dit vermogen wordt op individuele manier ontwikkeld en niet altijd door zicht te
verbinden aan een levensbeschouwelijke traditie (christendom, jodendom of islam)
Heel breed gaat spirituele dimensie over:
• Zin zoeken
• Zin beleven
• Zin ontvangen
• Zin geven
• Zin verliezen
• Geen zin vinden
Examengericht intermezzo
MKZ-vragen die hieruit kunnen komen
• Frankl vs Maslow → zinbeleving als primaire behoefte.
• Spirituele dimensie → altijd actief, bewust bij zinvolheid of zindeficiëntie.
• All-inclusive model → spiritualiteit = paraplu.
• Verbindingen → essentieel onderdeel van spiritualiteit.
Begripsvragen
• Spirituele dimensie
• Zinbeleving
• Seculier
• Logotherapie
Open vragen die hieruit voortkomen
• “Leg de spirituele dimensie uit aan de hand van voorbeelden.”
• “Waarom is de spirituele dimensie een deal-breaker in integrale zorg?”
• “Vergelijk Frankl en Maslow in functie van zinbeleving.”
Meerkeuze
1. Volgens Frankl is de hoogste drijfveer van de mens:
a) Zelfactualisatie
b) Veiligheid
c) Zinsvervulling
d) Sociale verbondenheid
→c
4
, 2. In het all-inclusive model is spiritualiteit:
a) Een onderdeel van religie
b) Een synoniem voor religie
c) Een paraplu waaronder religie en seculier vallen
d) Een atheïstische levenshouding
→c
3. De spirituele dimensie wordt bewust bij:
a) Alleen positieve ervaringen
b) Alleen negatieve ervaringen
c) Zowel positieve als negatieve ervaringen
d) Nooit bewust
→c
WHO-visie op palliatieve zorg
Palliatieve zorg volgens WHO
• Benadering die kwaliteit van leven verbetert.
• Door voorkomen en verlichten van lijden.
• Via vroegtijdige identificatie, juiste beoordeling en behandeling van pijn en andere
problemen.
• Problemen zijn fysiek, psychosociaal én spiritueel.
• Palliatieve zorg = ethische verantwoordelijkheid van zorgsystemen + ethische plicht van
zorgverleners (pijn + lijden verlichten: lichamelijk, psychosociaal en spiritueel)
• Goede palliatieve zorg vereist netwerken tussen professionele zorgverleners en
ondersteunende zorgverleners, incl. spirituele begeleiding (indien nodig)
• Palliatieve zorg = NIET enkel laatste dagen/weke, WEL de zorg die maanden tot jaren kan
duren voor mensen.
Historische evolutie: waarom spiritualiteit terug centraal?
Verwevenheid zorg–spiritualiteit
• Vroeger vanzelfsprekend verbonden.
• Wetenschap & technologie → spiritualiteit naar achtergrond.
• Biomedisch model → focus op lichaam, verlies van spirituele aandacht.
Heropleving door palliatieve zorg (20ste eeuw)
• Cicely Saunders: grondlegger palliatieve zorg.
• Merkte dat pijn ondanks medicatie bleef bij terminale patiënten → OMDAT pijn lichamelijk,
psychisch, sociaal en spiritueel is.
• Palliatieve zorg bracht correctie op biopsychosociaal model → nu biopsychosociaal-
spiritueel model (nadruk op zorg voor 4 dimensies van mens-zijn) (spiritueel terug in kijker)
Impact
• Grote groei aan onderzoek naar spiritualiteit in zorg.
• ISPEC-curriculum: internationale standaard voor spirituele zorg (interproffesional spiritual
care education curriculum)
5
, Wat weten we uit onderzoek?
Belang van spiritualiteit bij ziekte
• Essentieel bij ernstige ziekte (religie + spiritualiteit = essentieel in coping)
• Acute situaties verhogen nood aan spirituele en religieuze ondersteuning.
• Spirituele zorg → betere QoL, betere coping, betere tevredenheid.
• Negatieve coping → slechtere outcomes.
Twee onderzoeksdomeinen
• Spiritual care studies: vanuit interdisciplinair perspectief of artsen/verpleegkundigen
(eerstelijns zorgverleners)
• Chaplaincy studies: door “gespecialiseerde” spirituele zorgverleners.
JAMA-artikel – Tracy Balboni (belangrijk voor open vragen)
à situeert zich in tak van spiritual care studies
Drie implicaties voor zorg bij ernstige ziekte (outcomes)
1. Integreer spirituele zorg in behandeling.
2. Onderwijs spirituele zorg aan interdisciplinair team.
3. Betrek specialisten in spirituele zorg bij ernstige ziekte.
Toepassing op verschil eerstelijns–tweedelijns (hoofdstuk 3) → Balboni ondersteunt beide niveaus.
Definitie spiritualiteit (prof. Dr. Christina Puchalski) — EXAMEN
Spiritualiteit
• Dynamisch, intrinsiek aspect van mens-zijn à aangeboren en dus niet statisch
• Mensen zoeken hierdoor ultieme betekenis, doel en transcendentie.
• Zinervaring gebeurt in relatie met zelf, anderen, natuur, gemeenschap,
heilige/betekenisvolle.
• Komt tot uitdrukking in waarden, overtuigingen, tradities, praktijken.
Vier kernaspecten (kunnen opsommen)
1. Behoort tot mens zijn en is dus universeel, dynamisch onderdeel van elk mensenleven
2. Hierdoor zoeken mensen naar betekenis, zin, doel, transcendentie.
3. Zinervaring gebeurt in relaties (zie hierboven welke).
4. Uit zich via overtuigingen, waarden, praktijken.
Transcendentie: = wat je overstijgt
• Horizontaal: overstijging binnen menselijke ervaring (liefde, schoonheid) à liefde kan je
nooit voldoende omschrijven om vast te krijgen, altijd een deel dat je overstijgt
• Verticaal: overstijging naar goddelijke dimensie.
Hedendaagse uitdrukking:
• West-Europees minder mensen religieuze/spirituele taal à gebruiken meer gevoelenstaal
om over spirituele noden en krachtbronnen te spreken
• Aspecten v spirituele dimensie: naar krijgen uitdrukking in symbolen of beelden
6
Samenvatting gericht op hoe de leerstof gevraag wordt
EXAMEN (2u)
• Euthanasie: niet van buiten leren vd letterlijke tekst vd wet op euthanasie, met uitzondering
van hoofdstuk 1 (definitie euthanasie)
• Kennisvragen: meerkeuzevragen (zonder gis), open vragen, definieëren begrip
o Vb: geef 3 verschillen tss euthanasie en palliatieve sedatie
• Toepassingsvragen: werken op voorbeeld en verbinden met theorie
o Casus met sprake van euthanasia talk (ontleedt het in de casus en geef de definitie
van euthanasie)
• Integratie of essayvraag: werken met theorie en eigen standpunt (vanuit een stelling)
o “elke patient heeft recht op euthanasie” eens - niet eens: verklaar
• Vb vraag: hoe zou je rouwmodellen kunnen verbinden met de theorie vd spirituele dimensie
1
, HOOFDSTUK 1 + 2
Integrale zorg & rol van spirituele dimensie
Kernbegrippen
Religie: bekritiseren van verdeeldheid en benoemen van waarde van eenheid
Zinbeleving
• Omvat zin zoeken, zin ontvangen, zin ervaren, zin geven, zin verliezen.
• Breder dan “zin geven aan het leven”.
Viktor Frankl
• Psychiater, overlever van 3 concentratiekampen in WO II
• Man’s Search for Meaning:
o deel 1 = kampanalyse (ervaring/bevinding)
o deel 2 = basis voor logotherapie (visie over betekenis en zinbeleving)
• Hoogste drijfveer van mens = eigen zinsvervulling.
• Aangeboren drang tot betekenis.
• Leven stelt vragen → mens moet antwoorden.
• Kritiek op piramide v Maslow: bij onvervulde basisnoden (basale noden) blijft zinbeleving de
meest dringende behoefte.
• Logotherapie = aandacht voor zinbeleving in psychiatrische therapieën. Focussen op
zingeving.
Maslow
• Behoeftepiramide: eerst basisnoden (voeding, veiligheid),
dan hogere noden.
• Zingeving = top, pas mogelijk als lagere noden vervuld zijn.
• Frankl verwerpt dit: zinbeleving is primair, niet secundair.
o In zijn kampen had hij geen basisnoden en toch bezig
moet betekenis zoeken
Spiritualiteit & religie (drie modellen)
Traditioneel model
• Spiritualiteit = beleving van religie.
• Religie omvat spiritualiteit (nog altijd zo, gewoon niet meer
voor heel de samenleving)
• Seculier/secularisatie = je leeft zonder verwijzing naar God.
“Spiritueel maar niet religieus”
• Religie = een expressievorm van spiritualiteit.
• Spiritualiteit blijft bestaan buiten religieuze kaders.
All-inclusive model
• Spiritualiteit = paraplu voor alle vormen van zinbeleving.
• Religie en seculier = twee expressievormen van spiritualiteit, onderscheiden met seculier
2
, Activiteit van de spirituele dimensie
Spirituele dimensie
• Vergelijking met ademen:
o Altijd actief (onbewust).
o Wordt bewust in positieve of negatieve omstandigheden.
• Zet mens aan tot keuzes die leiden tot zo zinvol mogelijk leven.
• Spirituele dimensie is dus steeds actief
o Continu bezig (bewust/onbewust) met intensifiëring door interne/externe factoren
o Uiteindelijk doel = zo zinvol mogelijk leven leiden
• Verhoogde activiteit vd spirituele dimensie bij:
o Zin zoeken
o Zindeficiëntie
o Uitspraken over zin of zinverlies
Positief bewustzijn (à bij ademen: ademen om te zingen, als je voor de zee staat diep inademen…)
• Volheid van leven, verbondenheid, betekenisvolle momenten.
Negatief bewustzijn (à bij ademen: tekort aan adem, longziekte, stekende pijn bij lopen…)
• Tekort aan zin, existentiële leegte, crisis.
Integrale visie op de mens (biopsychosociaal-spiritueel) (rol vd spirituele dimensie)
Holistisch mensbeeld
• Mens = lichamelijke + psychische + sociale + spirituele dimensie.
• Dimensies beïnvloeden elkaar voortdurend.
• Spirituele dimensie = dragende dimensie (deal-breaker) à
essentieel omdat ze als hoofdtaak zinbeleving draagt
o Als deze faalt → zinverlies → impact op alle andere
dimensies.
Voorbeelden (examen?):
• Wie goede sportprestatie heeft geleverd
o Zinvol ervaren vanuit verleggen van grenzen op lichamelijk vlak
o Draagt bij tot gevoel van zin in alle dimensies
o Geluksgevoel, positieve impact op relaties, zin van leven, relatie tot het lichaam.
• Wanneer sportblessure opdoet
o Niet alleen impact op lichaam
o MAAR: ook op sociale activiteiten, gevoelens en zinbeleving
• Als iemand zich niet goed in zijn vel voelt
o Impact hebben op sportprestaties, manier waarop zich verhoudt tot anderen en zijn
of haar zinbeleving
Spirituele dimensie: inhoudelijke lagen
Verbindingen (essentieel) Mens verbindt zich met:
• Zichzelf
• Tijd
• Natuur
• Anderen
• Betekenisvolle / sacrale → Verbinden = spiritueel werkwoord. (religie komt van religare, dat
betekent verbinden)
3
,Existentiële laag (universeel)
• Vermogen tot hopen, vertrouwen, wanhopen.
• Universeel, ongeacht religie.
Religieuze laag in spirituele dimensie (optioneel)
• Spirituele dimensie = breder dan religieuze laag
• Verbinding met het sacrale. (verbinding met zichzelf, anderen en God)
• Religie = voorgegeven zin waarmee iemand zich in mate mee kan identificeren (bv. “God is
liefde”).
• Zin kan ontvangen worden.
Spirituele dimensie is breder dan religie
• Niet iedereen ontwikkelt religieuze laag.
• Wel iedereen heeft existentiële laag.
o Maar dit vermogen wordt op individuele manier ontwikkeld en niet altijd door zicht te
verbinden aan een levensbeschouwelijke traditie (christendom, jodendom of islam)
Heel breed gaat spirituele dimensie over:
• Zin zoeken
• Zin beleven
• Zin ontvangen
• Zin geven
• Zin verliezen
• Geen zin vinden
Examengericht intermezzo
MKZ-vragen die hieruit kunnen komen
• Frankl vs Maslow → zinbeleving als primaire behoefte.
• Spirituele dimensie → altijd actief, bewust bij zinvolheid of zindeficiëntie.
• All-inclusive model → spiritualiteit = paraplu.
• Verbindingen → essentieel onderdeel van spiritualiteit.
Begripsvragen
• Spirituele dimensie
• Zinbeleving
• Seculier
• Logotherapie
Open vragen die hieruit voortkomen
• “Leg de spirituele dimensie uit aan de hand van voorbeelden.”
• “Waarom is de spirituele dimensie een deal-breaker in integrale zorg?”
• “Vergelijk Frankl en Maslow in functie van zinbeleving.”
Meerkeuze
1. Volgens Frankl is de hoogste drijfveer van de mens:
a) Zelfactualisatie
b) Veiligheid
c) Zinsvervulling
d) Sociale verbondenheid
→c
4
, 2. In het all-inclusive model is spiritualiteit:
a) Een onderdeel van religie
b) Een synoniem voor religie
c) Een paraplu waaronder religie en seculier vallen
d) Een atheïstische levenshouding
→c
3. De spirituele dimensie wordt bewust bij:
a) Alleen positieve ervaringen
b) Alleen negatieve ervaringen
c) Zowel positieve als negatieve ervaringen
d) Nooit bewust
→c
WHO-visie op palliatieve zorg
Palliatieve zorg volgens WHO
• Benadering die kwaliteit van leven verbetert.
• Door voorkomen en verlichten van lijden.
• Via vroegtijdige identificatie, juiste beoordeling en behandeling van pijn en andere
problemen.
• Problemen zijn fysiek, psychosociaal én spiritueel.
• Palliatieve zorg = ethische verantwoordelijkheid van zorgsystemen + ethische plicht van
zorgverleners (pijn + lijden verlichten: lichamelijk, psychosociaal en spiritueel)
• Goede palliatieve zorg vereist netwerken tussen professionele zorgverleners en
ondersteunende zorgverleners, incl. spirituele begeleiding (indien nodig)
• Palliatieve zorg = NIET enkel laatste dagen/weke, WEL de zorg die maanden tot jaren kan
duren voor mensen.
Historische evolutie: waarom spiritualiteit terug centraal?
Verwevenheid zorg–spiritualiteit
• Vroeger vanzelfsprekend verbonden.
• Wetenschap & technologie → spiritualiteit naar achtergrond.
• Biomedisch model → focus op lichaam, verlies van spirituele aandacht.
Heropleving door palliatieve zorg (20ste eeuw)
• Cicely Saunders: grondlegger palliatieve zorg.
• Merkte dat pijn ondanks medicatie bleef bij terminale patiënten → OMDAT pijn lichamelijk,
psychisch, sociaal en spiritueel is.
• Palliatieve zorg bracht correctie op biopsychosociaal model → nu biopsychosociaal-
spiritueel model (nadruk op zorg voor 4 dimensies van mens-zijn) (spiritueel terug in kijker)
Impact
• Grote groei aan onderzoek naar spiritualiteit in zorg.
• ISPEC-curriculum: internationale standaard voor spirituele zorg (interproffesional spiritual
care education curriculum)
5
, Wat weten we uit onderzoek?
Belang van spiritualiteit bij ziekte
• Essentieel bij ernstige ziekte (religie + spiritualiteit = essentieel in coping)
• Acute situaties verhogen nood aan spirituele en religieuze ondersteuning.
• Spirituele zorg → betere QoL, betere coping, betere tevredenheid.
• Negatieve coping → slechtere outcomes.
Twee onderzoeksdomeinen
• Spiritual care studies: vanuit interdisciplinair perspectief of artsen/verpleegkundigen
(eerstelijns zorgverleners)
• Chaplaincy studies: door “gespecialiseerde” spirituele zorgverleners.
JAMA-artikel – Tracy Balboni (belangrijk voor open vragen)
à situeert zich in tak van spiritual care studies
Drie implicaties voor zorg bij ernstige ziekte (outcomes)
1. Integreer spirituele zorg in behandeling.
2. Onderwijs spirituele zorg aan interdisciplinair team.
3. Betrek specialisten in spirituele zorg bij ernstige ziekte.
Toepassing op verschil eerstelijns–tweedelijns (hoofdstuk 3) → Balboni ondersteunt beide niveaus.
Definitie spiritualiteit (prof. Dr. Christina Puchalski) — EXAMEN
Spiritualiteit
• Dynamisch, intrinsiek aspect van mens-zijn à aangeboren en dus niet statisch
• Mensen zoeken hierdoor ultieme betekenis, doel en transcendentie.
• Zinervaring gebeurt in relatie met zelf, anderen, natuur, gemeenschap,
heilige/betekenisvolle.
• Komt tot uitdrukking in waarden, overtuigingen, tradities, praktijken.
Vier kernaspecten (kunnen opsommen)
1. Behoort tot mens zijn en is dus universeel, dynamisch onderdeel van elk mensenleven
2. Hierdoor zoeken mensen naar betekenis, zin, doel, transcendentie.
3. Zinervaring gebeurt in relaties (zie hierboven welke).
4. Uit zich via overtuigingen, waarden, praktijken.
Transcendentie: = wat je overstijgt
• Horizontaal: overstijging binnen menselijke ervaring (liefde, schoonheid) à liefde kan je
nooit voldoende omschrijven om vast te krijgen, altijd een deel dat je overstijgt
• Verticaal: overstijging naar goddelijke dimensie.
Hedendaagse uitdrukking:
• West-Europees minder mensen religieuze/spirituele taal à gebruiken meer gevoelenstaal
om over spirituele noden en krachtbronnen te spreken
• Aspecten v spirituele dimensie: naar krijgen uitdrukking in symbolen of beelden
6