WERVELKOLOM
Inhoud:
• Pagina 4 – 69 = revalidatie cervicale
• Pagina 70 – 118 = revalidatie lumbale
• Pagina 119 – 145 = ziekteleer cervicale
• Pagina 146 – 189 = ziekteleer lumbale
1
,Examen:
• Je moet differentiatie kunnen maken bij hernia tussen is het een myotoom dat zorgt voor
een beweging die nu is uitgevallen of is het een perifere zenuw die het probleem is
• (Hernia is op een spinale zenuw, niet op een perifere zenuw?????)
• Voorstel moeten doen van wat ge met een patiënt zou doen obv een casus
o Op examen, wilt ze goede redenering hebben → ik vermoed dat het dit is om deze
reden en ik ga daarom dit testen en dit verwachten en dit doen
o 2 testen kiezen obv casus die relevant zijn, waarom kies je deze test en wat
verwacht je
• Anatomie moet gekend zijn, word gevraagd in MC
• Biomechanica moet minder in detail zijn maar wel gekend, weten dat beweging in cervicale
kolom gekoppeld verlopen → wat doen die gewrichten, hoe beweegt deze cervicale kolom,
zijn ze gelijk of tegengesteld?, convergentie/flexie (hoe is de druk dan verdeeld), de
gewrichtsoppervlakken tov elkaar.
• Artikel van sensomotorische controle + artikel dat efficiëntie van revalidatie en CWK
beschrijft (sterling ofzo)
• MDCRF verschillende onderdelen worden naar gevraagd en je krijgt dit niet!!! Meeste
problemen met lifestyle en affectieve factoren (is iets protectief of niet protectief?? →
slaap, stress, voeding enzo zijn lifestyle factoren) goede slaap en goede voeding moet je ook
vermelden → dit is protectief. Affectieve hebben met emoties te maken, deze op dezelfde
manier bekijken. Cognitief gaat eerder om catastroferen, dingen vermijden, etc.
o Vergeet deze dingen niet en haal ze niet door elkaar!
o Uit een casus wordt dan ook gevraagd wat er scheelt met de patiënt
▪ via GLOK mechanisme het pijnmechanisme achterhalen
▪ Dan gevraagd welke structuur (facet, bindweefsel, etc.) en waarom is het
deze structuur → goed beargumenteren want ookal is het fout vallen er
punten te krijgen.
▪ De twee testen die je gaat doen moet je goed redeneren over waarom je die
specifiek doet
▪ Differentieren meestal tussen musculair (bindweefsel) vs extraneuraal
(zenuw). Gebruik specifiek bewegingen/testen om uit te leggen waarom je
welke differentiatie maakt
▪ Body chart: soms 2 pijnmechanismen, kan je 2 GLOKS maken.
▪ Welke diagnose past er het best bij? → Het kan specifiek zijn of niet-
specifiek.
• Specifiek: beeldvorming die pijn kan bevestigen. (bv stenose in rug
die pijn in armen uitlokt)
• Niet-specifiek: zonder beeldvorming, vermoede van iets maar geen
medische bevestiging.
• Waarom denk je wel of niet specifiek kan een vraag zijn → speel in
op wel/geen beeldvorming, wel/geen rode vlaggen etc.
▪ Wat zou jij nog willen weten van de patiënt die voor u zit?
• Voorbeeld vraag van online gaat ze wat dingen aan aanpassen en opnieuw vragen wss
• Alle pijnconcepten kennen!
2
,• Vragenlijsten weten dat ze bestaan maar niet elke score interpretatie kennen
• Biomechanica:
o oriëntatie vd factgewrichten → hoe glijden die, beweegt bovenste tov onderste, hoe
staan die in de ruimte?
o Koppelbewegingen (gap/divergentie/convergentie- + facetair bewegen
o Art. Uncovertebrale
• Tweede function behaviour in MDCRF
o Is het gedrag van de p beschermd of niet? → arm ondersteunen, etc.
o Body perception verstoord → bv na 6 weken geen brace meer moeten dragen maar
dan bv niet meer goed de nek los kunnen bewegen van de romp en zo verstoorde
verhouding hebben
o Coping gedrag is dat je hierdoor dan bv sport gaat skippen enzo
o Pain behaviour is dan antalgisch bv door dat coping gedrag
o Dit alles lijdt to deceonditionering, door die angst van bewegen
• Wanneer hoge sensitisatie? Makkelijk te provoceren in chronische fase + lang blijft
nazinderen in een gebied minder dicht bij de bron. In een acute problematiek iets makkelijk
provoceren dat snel weg is is een lage sensitiviteit.
• Cognitieve facto hoog of laag? Goed vermelden waarom je iets denkt want er zijn
verschillende opties mogelijk.
• BV; Het ZAJ (facetgerwicht) van bewegingssegment C4/C5 wordt bezenuwd door….
3
,REVALIDATIE CERVICALE
4
, KLINISCH REDENEREN
Wat zijn cervicale MSD’s? (MSD Cx)
Musculoskeletale aandoeningen van de nek omvatten alle klachten die ontstaan uit spieren,
gewrichten, ligamenten, zenuwen en andere structuren van de cervicale wervelkolom.
→ Niet enkel pijn in de nek maar te maken met structuren in de regio
→ Kan aanleiding geven tot nekpijn en/of uitstralende pijn en/of gerelateerde symptomen
• Cervicale hypomobiliteit: Pijnlijke bewegingsbeperking in de nek-gewrichten.
• Cervicale instabiliteit: Hypermobiliteit door trauma of fractuur (controleverlies).
• Posturaal syndroom: Klachten die direct samenhangen met houding en verbeteren door
beweging. (positieve invloed vd houding)
• Cervico-brachialgie: Algemene uitstralingspijn van de nek naar de arm.
• Cervicale radiculaire pijn: Schietende pijn door prikkeling van de zenuwwortel.
• Cervicale radiculopathie: Functieverlies van de zenuw door verminderde geleiding vd zenuw
(tintelingen, krachtverlies, lagere reflexen).
• Cx myofasciale pijn (o.a. Trapezius syndroom): Pijn vanuit de spierstructuren.
• Cervicogene hoofdpijn: Hoofdpijn die voortkomt uit nekstructuren (gewrichten/spieren).
• Spanningshoofdpijn: Algemene hoofdpijn gerelateerd aan spanning.
• Whiplash (Acuut): Nekpijn direct na een ongeval met een motorvoertuig.
• WAD (Chronisch): Whiplash Associated Disorders; aanhoudende klachten na het
oorspronkelijke trauma.
DALY en QALY worden gebruikt om last + letsel vd ziekte te kwantificeren
• DALY: maat voor verloren gezonde levensjaren
• QALY: maat voor hoeveel levensjaren in goede gezondheid worden geleefd
Feiten & cijfers
• Nekpijn is zeer frequent en economisch zwaar belastend.
o Nekpijn komt vaak samen voor met lage rugpijn
o 2de meest voorkomende reden voor arbeidsongeschiktheid
• Puntprevalentie: ± 6 – 22%.
• Prevalentie per jaar: 45 – 54%.
• Levensprevalentie: 50 – 75% minstens 1 keer last van nek-/schouderpijn
• Chronische NP komt vaker voor bij vrouwen. MAAR wel toename bij mannen EN vrouwen
• 25% van patiënten in ambulante fysiotherapie heeft Cx-gerelateerde klachten.
Tijdslijn van nekpijn
Pijn en invaliditeit
• Acute: 0 – 3 weken (hyper acuut in de eerste week)
• Subacuut: 4 – 12 weken
• Chronisch: > 12 weken
• Recurrent: terugkerende herkenbare episodes met klachtenvrije periodes
o Hulp zoeken na ten minste 1 maand zonder zorg of na 1 maand al terug op ziekteverlof
5
, Aspecifieke nekpijn = NS-NP
• In de meeste gevallen is er geen structurele schade of onderliggende ziekte aantoonbaar.
• Beeldvorming toont vaak afwijkingen die niet relevant zijn
o Geen link tussen pijn en medische beeldvorming
• Het biomedisch model schiet tekort → biopsychosociaal model is noodzakelijk.
o Definitieve pathologie kan vaak niet gesteld worden
o Meeste p krijgen conservatieve behandeling v huisarts/fysiotherapeut
• Nekpijn in een bepaalde regio betekende niet dat de oorzaak in die regio ligt
o NP is simpelweg gebaseerd op waar de patiënt pijn voelt
Complexe wisselwerking
• Niet alle zaken kan je aanpassen maar ze blijven wel belangrijk om mee te nemen
• Hoe meer negatieve zaken = grotere kans persisterende klachten
• Kwetsbaar organisme model
o Als de contribuerende factoren verhoogd zijn kan je niet voldoende copen en gaat
het lichaam veel sneller/harder reageren en ontstaat er pijn (hypergevoelige ZS)
Bron van NP VS oorzaak van NP
• Bron: anatomische en neurofysiologische termen.
o Plaats van waaruit pijn lijkt te ontstaan zonder verwijzing naar werkelijke
onderliggende mechanisme
• Oorzaak: onderliggend(e) mechanisme(n) die gevoeligheid van cervicale structuren
veroorzaken.
Natuurlijk verloop NP
• Vaak spontaan herstel binnen enkele weken → zelf limiterend binnen 6 weken normaal
o Acute pijn door weefselschade of gevoeligheid
• Soms persisterend → grote impact op functioneren, werk en zorgkosten.
o Pijnklachten blijven terwijl er structureel niks meer te zien is
• Klachten verlopen vaak fluctuerend (goede en slechte dagen)
o Geen duidelijke stimulus respons
Persisterende pijnklachten – predictieve factoren
= Invaliderende nekpijn is een neurobiologische en gedragsmatige reactie op een (waargenomen)
bedreiging van het evenwicht (homeostase), lichaam of levensstijl/sociale situatie, niet per se op
weefselschade.
• Reactie wordt aangestuurd door onderlinge veranderingen tussen het zenuw-, hormoon-,
immuun- en motorische systeem (neuro-endocrien-imuun-motorische systemen)
• De pijn is uniek per persoon en ontstaat door een onlosmakelijke interactie
tussen biologische, psychologische en sociale factoren (het biopsychosociale model).
• Deze factoren en reacties zijn dynamisch en variëren naargelang de levensfase van het
individu.
Geen directe link met kracht of mobiliteit = zonder structurele schade
6
Inhoud:
• Pagina 4 – 69 = revalidatie cervicale
• Pagina 70 – 118 = revalidatie lumbale
• Pagina 119 – 145 = ziekteleer cervicale
• Pagina 146 – 189 = ziekteleer lumbale
1
,Examen:
• Je moet differentiatie kunnen maken bij hernia tussen is het een myotoom dat zorgt voor
een beweging die nu is uitgevallen of is het een perifere zenuw die het probleem is
• (Hernia is op een spinale zenuw, niet op een perifere zenuw?????)
• Voorstel moeten doen van wat ge met een patiënt zou doen obv een casus
o Op examen, wilt ze goede redenering hebben → ik vermoed dat het dit is om deze
reden en ik ga daarom dit testen en dit verwachten en dit doen
o 2 testen kiezen obv casus die relevant zijn, waarom kies je deze test en wat
verwacht je
• Anatomie moet gekend zijn, word gevraagd in MC
• Biomechanica moet minder in detail zijn maar wel gekend, weten dat beweging in cervicale
kolom gekoppeld verlopen → wat doen die gewrichten, hoe beweegt deze cervicale kolom,
zijn ze gelijk of tegengesteld?, convergentie/flexie (hoe is de druk dan verdeeld), de
gewrichtsoppervlakken tov elkaar.
• Artikel van sensomotorische controle + artikel dat efficiëntie van revalidatie en CWK
beschrijft (sterling ofzo)
• MDCRF verschillende onderdelen worden naar gevraagd en je krijgt dit niet!!! Meeste
problemen met lifestyle en affectieve factoren (is iets protectief of niet protectief?? →
slaap, stress, voeding enzo zijn lifestyle factoren) goede slaap en goede voeding moet je ook
vermelden → dit is protectief. Affectieve hebben met emoties te maken, deze op dezelfde
manier bekijken. Cognitief gaat eerder om catastroferen, dingen vermijden, etc.
o Vergeet deze dingen niet en haal ze niet door elkaar!
o Uit een casus wordt dan ook gevraagd wat er scheelt met de patiënt
▪ via GLOK mechanisme het pijnmechanisme achterhalen
▪ Dan gevraagd welke structuur (facet, bindweefsel, etc.) en waarom is het
deze structuur → goed beargumenteren want ookal is het fout vallen er
punten te krijgen.
▪ De twee testen die je gaat doen moet je goed redeneren over waarom je die
specifiek doet
▪ Differentieren meestal tussen musculair (bindweefsel) vs extraneuraal
(zenuw). Gebruik specifiek bewegingen/testen om uit te leggen waarom je
welke differentiatie maakt
▪ Body chart: soms 2 pijnmechanismen, kan je 2 GLOKS maken.
▪ Welke diagnose past er het best bij? → Het kan specifiek zijn of niet-
specifiek.
• Specifiek: beeldvorming die pijn kan bevestigen. (bv stenose in rug
die pijn in armen uitlokt)
• Niet-specifiek: zonder beeldvorming, vermoede van iets maar geen
medische bevestiging.
• Waarom denk je wel of niet specifiek kan een vraag zijn → speel in
op wel/geen beeldvorming, wel/geen rode vlaggen etc.
▪ Wat zou jij nog willen weten van de patiënt die voor u zit?
• Voorbeeld vraag van online gaat ze wat dingen aan aanpassen en opnieuw vragen wss
• Alle pijnconcepten kennen!
2
,• Vragenlijsten weten dat ze bestaan maar niet elke score interpretatie kennen
• Biomechanica:
o oriëntatie vd factgewrichten → hoe glijden die, beweegt bovenste tov onderste, hoe
staan die in de ruimte?
o Koppelbewegingen (gap/divergentie/convergentie- + facetair bewegen
o Art. Uncovertebrale
• Tweede function behaviour in MDCRF
o Is het gedrag van de p beschermd of niet? → arm ondersteunen, etc.
o Body perception verstoord → bv na 6 weken geen brace meer moeten dragen maar
dan bv niet meer goed de nek los kunnen bewegen van de romp en zo verstoorde
verhouding hebben
o Coping gedrag is dat je hierdoor dan bv sport gaat skippen enzo
o Pain behaviour is dan antalgisch bv door dat coping gedrag
o Dit alles lijdt to deceonditionering, door die angst van bewegen
• Wanneer hoge sensitisatie? Makkelijk te provoceren in chronische fase + lang blijft
nazinderen in een gebied minder dicht bij de bron. In een acute problematiek iets makkelijk
provoceren dat snel weg is is een lage sensitiviteit.
• Cognitieve facto hoog of laag? Goed vermelden waarom je iets denkt want er zijn
verschillende opties mogelijk.
• BV; Het ZAJ (facetgerwicht) van bewegingssegment C4/C5 wordt bezenuwd door….
3
,REVALIDATIE CERVICALE
4
, KLINISCH REDENEREN
Wat zijn cervicale MSD’s? (MSD Cx)
Musculoskeletale aandoeningen van de nek omvatten alle klachten die ontstaan uit spieren,
gewrichten, ligamenten, zenuwen en andere structuren van de cervicale wervelkolom.
→ Niet enkel pijn in de nek maar te maken met structuren in de regio
→ Kan aanleiding geven tot nekpijn en/of uitstralende pijn en/of gerelateerde symptomen
• Cervicale hypomobiliteit: Pijnlijke bewegingsbeperking in de nek-gewrichten.
• Cervicale instabiliteit: Hypermobiliteit door trauma of fractuur (controleverlies).
• Posturaal syndroom: Klachten die direct samenhangen met houding en verbeteren door
beweging. (positieve invloed vd houding)
• Cervico-brachialgie: Algemene uitstralingspijn van de nek naar de arm.
• Cervicale radiculaire pijn: Schietende pijn door prikkeling van de zenuwwortel.
• Cervicale radiculopathie: Functieverlies van de zenuw door verminderde geleiding vd zenuw
(tintelingen, krachtverlies, lagere reflexen).
• Cx myofasciale pijn (o.a. Trapezius syndroom): Pijn vanuit de spierstructuren.
• Cervicogene hoofdpijn: Hoofdpijn die voortkomt uit nekstructuren (gewrichten/spieren).
• Spanningshoofdpijn: Algemene hoofdpijn gerelateerd aan spanning.
• Whiplash (Acuut): Nekpijn direct na een ongeval met een motorvoertuig.
• WAD (Chronisch): Whiplash Associated Disorders; aanhoudende klachten na het
oorspronkelijke trauma.
DALY en QALY worden gebruikt om last + letsel vd ziekte te kwantificeren
• DALY: maat voor verloren gezonde levensjaren
• QALY: maat voor hoeveel levensjaren in goede gezondheid worden geleefd
Feiten & cijfers
• Nekpijn is zeer frequent en economisch zwaar belastend.
o Nekpijn komt vaak samen voor met lage rugpijn
o 2de meest voorkomende reden voor arbeidsongeschiktheid
• Puntprevalentie: ± 6 – 22%.
• Prevalentie per jaar: 45 – 54%.
• Levensprevalentie: 50 – 75% minstens 1 keer last van nek-/schouderpijn
• Chronische NP komt vaker voor bij vrouwen. MAAR wel toename bij mannen EN vrouwen
• 25% van patiënten in ambulante fysiotherapie heeft Cx-gerelateerde klachten.
Tijdslijn van nekpijn
Pijn en invaliditeit
• Acute: 0 – 3 weken (hyper acuut in de eerste week)
• Subacuut: 4 – 12 weken
• Chronisch: > 12 weken
• Recurrent: terugkerende herkenbare episodes met klachtenvrije periodes
o Hulp zoeken na ten minste 1 maand zonder zorg of na 1 maand al terug op ziekteverlof
5
, Aspecifieke nekpijn = NS-NP
• In de meeste gevallen is er geen structurele schade of onderliggende ziekte aantoonbaar.
• Beeldvorming toont vaak afwijkingen die niet relevant zijn
o Geen link tussen pijn en medische beeldvorming
• Het biomedisch model schiet tekort → biopsychosociaal model is noodzakelijk.
o Definitieve pathologie kan vaak niet gesteld worden
o Meeste p krijgen conservatieve behandeling v huisarts/fysiotherapeut
• Nekpijn in een bepaalde regio betekende niet dat de oorzaak in die regio ligt
o NP is simpelweg gebaseerd op waar de patiënt pijn voelt
Complexe wisselwerking
• Niet alle zaken kan je aanpassen maar ze blijven wel belangrijk om mee te nemen
• Hoe meer negatieve zaken = grotere kans persisterende klachten
• Kwetsbaar organisme model
o Als de contribuerende factoren verhoogd zijn kan je niet voldoende copen en gaat
het lichaam veel sneller/harder reageren en ontstaat er pijn (hypergevoelige ZS)
Bron van NP VS oorzaak van NP
• Bron: anatomische en neurofysiologische termen.
o Plaats van waaruit pijn lijkt te ontstaan zonder verwijzing naar werkelijke
onderliggende mechanisme
• Oorzaak: onderliggend(e) mechanisme(n) die gevoeligheid van cervicale structuren
veroorzaken.
Natuurlijk verloop NP
• Vaak spontaan herstel binnen enkele weken → zelf limiterend binnen 6 weken normaal
o Acute pijn door weefselschade of gevoeligheid
• Soms persisterend → grote impact op functioneren, werk en zorgkosten.
o Pijnklachten blijven terwijl er structureel niks meer te zien is
• Klachten verlopen vaak fluctuerend (goede en slechte dagen)
o Geen duidelijke stimulus respons
Persisterende pijnklachten – predictieve factoren
= Invaliderende nekpijn is een neurobiologische en gedragsmatige reactie op een (waargenomen)
bedreiging van het evenwicht (homeostase), lichaam of levensstijl/sociale situatie, niet per se op
weefselschade.
• Reactie wordt aangestuurd door onderlinge veranderingen tussen het zenuw-, hormoon-,
immuun- en motorische systeem (neuro-endocrien-imuun-motorische systemen)
• De pijn is uniek per persoon en ontstaat door een onlosmakelijke interactie
tussen biologische, psychologische en sociale factoren (het biopsychosociale model).
• Deze factoren en reacties zijn dynamisch en variëren naargelang de levensfase van het
individu.
Geen directe link met kracht of mobiliteit = zonder structurele schade
6