Wereldgeschiedenis van België
0. Inleiding
0.1. Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus
te werk?
0.1.1.Het vertrekpunt:de hedendaagse samenleving
- Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter
begrijpen
- Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel: hoe kreeg de hedendaagse
samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het verleden?
- OOK: reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigentijd omdat
wie over het verleden schrijft niet lostaat van het NU
- MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
o of weinig rekening mee gehouden
o of (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden
o of eenvoudig afgeschilderd als ‘slechter’ of juist ‘beter’ dan vandaag
(modernistische versus nostalgische reflex)
Het verleden leeft en is overal in de hedendaagse samenleving (monumenten,
films, musea…)
0.1.2. Is het verleden = de geschiedenis?
Verleden = tijd die voorbij is
Geschiedenis = wetenschap die verleden beschrijft
Veelvuldig gebruik/misbruik van het verleden in historische
toepassingen
Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
- Via monumenten, beelden, etc.
- Via TV, films, romans, etc.
- Via musea
- Via een canon
Verleden gebruiken voor identiteitsopbouw groepen
- van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
- van bedrijven, merken, etc.
- herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor
welke redenen?
Geschiedenis en identiteiten
Toe-eigening van het verleden, staat niet los van misleidend, valselijk en
instrumenteel gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische,
commerciële, religieuze … motieven en identiteiten
Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (‘Het nazispook van De Wever en Moureaux
maakt van de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling’):
“Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien
het verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen
doorzichtige analogieën, vergelijkingen en een-op-eenrelaties worden
getoverd.”
Een ‘invented tradition’ (uitgevonden traditie): recent ontstane rituelen of
symbolen die zich voordoen als eeuwenoud om nationale eenheid,
groepsidentiteit of autoriteit te legitimeren.
1
,Het kanon van Vlaanderen: geschiedschrijving als instrument van nationale
identiteitsopbouw
Een ‘afgedankte’ herinnering: een ervaring, gebeurtenis of emotie uit het
verleden die de geest bewust of onbewust heeft weggestopt, genegeerd of
'vergeten'.
0.1.3.Geschiedenis als academische reflectie?
Geschiedenis aan de universiteit
Kritische studie van het verleden
Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
o belang van betrouwbare informatie
o zoeken en vinden (‘heuristiek’)
Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- datakennis nooit doel op
zich
Geen passieve opleiding (‘papagaaien’); zelf actief op zoek gaan
(ondernemingszin)
Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
Heuristiek = zoeken en vinden van historische info via bronnen
Geschiedmethode in drie stappen
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
Maar: dé geschiedenis bestaat niet = onvoltooid
Historische methode
Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande
wetenschappelijke literatuur (voetnoten!)
volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode:
plausabiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
in een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis,
samenhang, oorzakelijkheid, verklaring, …
Vijf W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
FASE 1: heuristiek (bronnen)
Heuristiek: hoe vind ik bronnen? (zoekinstrumenten)
Schriftelijke bronnen
= Voor breed publiek: Kranten, (auto)biografiëen, Jaarrekeningen,
Fictie, …
= Niet gepubliceerd: Brieven, Dagboeken, …
= Niet voor publiek (bewaard in archieven): Administratieve stukken,
Rekeningen, Archieven politie, justitie…
Niet-geschreven bronnen
Bij gebrek aan geschreven bronnen
Bijkomende informatie: Materiële resten, Audio-visuele en digitale
sporen, Mondelinge overlevering…
= Voorwerpen, Gebouwen, Het landschap, Wapens, Machines,
Afvalputten
2
, = (industriële) archeologie, hulpwetenschap en technieken
Mondelinge geschiedenis
Primaire bron = gemaakt door mensen die direct bij de kwestie betrokken
waren (ooggetuigen)
Secundaire bron = gemaakt door mensen die niet direct bij de kwestie
betrokken waren en gebaseerd zijn op primaire bronnen
FASE 2: historische kritiek
Tijdens de methodologische fase gaat de historicus zeer kritisch om met zijn
bronnen:
- Externe kritiek: authenticiteit van de bron bepalen
- Interne kritiek: wie, wat en waarom, en voor wie?
- Gewilde en ongewilde getuigenissen
- Tot wie richt de bron zich? waarde van de bron bepalen!!
Vervalsing historische documenten
- Dagboeken Hitler is een vervalsing van Konrad Kujau aan weekblad Stern
verkocht voor 2,5 miljoen DM in 1983
- Dagboek van Anne Frank is echt en werd geauthentificeerd via paleografisch
onderzoek na verdachtmaking door « negationisten »
FASE 3: constructie v/d historicus
Geen passief proces
- Historicus spreekt niet enkel over het verleden, maar doet ook uitspraak over
hoe hij tot dat verleden is gekomen
- Bronnen ontoereikend: Onvolledig, Onbetrouwbaar, Eenzijdig en gekleurd
(‘subjectief’)
- Historici selecteren
- Historici interpreteren (bronnen spreken niet)
Transparantie: het notenapparaat vd historicus -> reconstructie vd weg
waarlangs kennis tot lezer komt
Anachronisme: verkeerd in tijd situeren van een gebeurtenis
Hineininterpretierung /post-factum analyse: interpretaties maken die voor
tijdgenoot niet vanzelfsprekend waren
Teleologisch-lineaire analyse: interpretaties maken die vooral als doel hebben
een eigentijds standpunt te legitimeren
=> Chronologie is de moeder van de geschiedenis!
=> Doel van geschiedenis is te begrijpen binnen eigen context, en dat kader zo
goed mogelijk begrijpen
0.1.4.Nut van de geschiedenis? Waarom een historisch perspectief?
- ‘History doesn’t repeat itself – but it rhymes’ (toegeschreven aan Mark Twain)
o Geschiedenis lijkt op iemand die stottert
o Omstandigheden zijn nooit hetzelfde > alles in flux
- “How ordinary people lived the big changes” (Charles Tilly)
o Structuren, processen, gebeurtenissen/events
Fernand Braudel (1902-1985)
Le géogtempsraphique (bodem vd oceaan zien we niet)
Le temps sociale (inflatie/deflatie)
Le temps individuel (verjaardag)
3
, Kennis van geschiedenis
Laat studenten uit andere disciplines toe:
- Eigentijdse actualiteit te begrijpen, te kaderen, het belang ervan af te wegen
- Inzicht te verwerven in structurele achtergrond en historische ontwikkeling
van processen
- Maatschappelijke fenomeen doorheen tijd en ruimte te vergelijken
- Lessen te trekken uit de geschiedenis (?)
Positivistische visie …
Geschiedschrijving laat toe waan van de dag te overstijgen:
- Data te verzamelen voor veel langere periodes
- Problemen voor meer contexten te vergelijken
- Macro en micro-approach aan elkaar te koppelen
- Trans-disciplinair te werken
- Brede vragen te stellen
0.2. Inhoud en uitgangspunten?
Een wereldgeschiedenis van België?
- Brede, ‘macro’ maatschappelijke en mondiale transitiesprocessen
- Periode c.1750 – c.1950 > nieuwste of moderne tijd > daarna: eigentijd
- Een geografische ‘microcontext’, de regio die we vandaag België noemen
- Een ‘wereldgeschiedenis’ van België > globale/lokale verbinden
- Een verstrengelde geschiedenis: politiek, sociaal-economisch, cultureel
0.2.1. Het tijdkader: het ontstaan van de moderne samenleving
- Focus op periode van c. 1750 - c. 1950
- Transities: meeste geplaatst in negentiende eeuw > versnelling
ontwikkelingsfase
- ‘Revolutionaire’ veranderingen/transities versus continuïteit
- Verschillen qua plaats en intensiteit: regio’s bekijken, eerder dan naties/
landen
- Fundamentele impact: op langere termijn, onomkeerbaar, beïnvloeding van
verschillende maatschappelijke domeinen
Memoriseer volgende tijdsindeling!
Ancien régime = preïndustriële tijd=periode voor Franse en industriële
revolutie > hier vanaf c. 1500-1789/1780
c.1780-c. 1850= vaak gezien als periode van transitie/breuk
Lange negentiende eeuw=c.1780-c.1914; belle époque of fin-de-
siècle=c.1880-c.1914
Twintigste eeuw > vaak indeling in twee/drie perioden
o 1914-1945: periode van WWI (14-18), WWII (40-45) en Interbellum
(1919-1939)
o na 1945: naoorlogse periode; eigentijdse geschiedenis
o na 1989: na de val van de muur
De demografische transitie
Van demografische nulgroei naar demografische groei (niet langer gevolgd
door structurele sterfte)
Vraag naar: Oorzaken & Verschillen tussen landen
Mobiliteit en migratie
4
0. Inleiding
0.1. Waarom een historisch perspectief? Hoe gaat een historicus
te werk?
0.1.1.Het vertrekpunt:de hedendaagse samenleving
- Sociale wetenschappers: eigentijdse of hedendaagse samenleving beter
begrijpen
- Reflectie rond het verleden is daarbij essentieel: hoe kreeg de hedendaagse
samenleving vorm? Hoe heden begrijpen vanuit het verleden?
- OOK: reflectie rond het verleden is vaak een reflectie rond de eigentijd omdat
wie over het verleden schrijft niet lostaat van het NU
- MAAR: met die historische dimensie wordt vaak:
o of weinig rekening mee gehouden
o of (onjuist) toegeëigend voor andere doeleinden
o of eenvoudig afgeschilderd als ‘slechter’ of juist ‘beter’ dan vandaag
(modernistische versus nostalgische reflex)
Het verleden leeft en is overal in de hedendaagse samenleving (monumenten,
films, musea…)
0.1.2. Is het verleden = de geschiedenis?
Verleden = tijd die voorbij is
Geschiedenis = wetenschap die verleden beschrijft
Veelvuldig gebruik/misbruik van het verleden in historische
toepassingen
Verleden gebruiken om bepaalde, belangrijke herinneringen ‘levend’ te houden
- Via monumenten, beelden, etc.
- Via TV, films, romans, etc.
- Via musea
- Via een canon
Verleden gebruiken voor identiteitsopbouw groepen
- van gemeenschappen, groepen, klassen, etc.
- van bedrijven, merken, etc.
- herinnering als machtsstrijd: wie herinnert zich wat en waarom? Voor
welke redenen?
Geschiedenis en identiteiten
Toe-eigening van het verleden, staat niet los van misleidend, valselijk en
instrumenteel gebruik ervan voor eigentijdse politieke, ideologische,
commerciële, religieuze … motieven en identiteiten
Marnix Beyen in DM 7/1/2014 (‘Het nazispook van De Wever en Moureaux
maakt van de geschiedenis opnieuw een hoer en huurling’):
“Historisch begrip kan het politieke inzicht echter alleen maar verhogen indien
het verleden niet wordt gebruikt als een hoge hoed waaruit naar believen
doorzichtige analogieën, vergelijkingen en een-op-eenrelaties worden
getoverd.”
Een ‘invented tradition’ (uitgevonden traditie): recent ontstane rituelen of
symbolen die zich voordoen als eeuwenoud om nationale eenheid,
groepsidentiteit of autoriteit te legitimeren.
1
,Het kanon van Vlaanderen: geschiedschrijving als instrument van nationale
identiteitsopbouw
Een ‘afgedankte’ herinnering: een ervaring, gebeurtenis of emotie uit het
verleden die de geest bewust of onbewust heeft weggestopt, genegeerd of
'vergeten'.
0.1.3.Geschiedenis als academische reflectie?
Geschiedenis aan de universiteit
Kritische studie van het verleden
Van groot belang in onze ‘digitale kennissamenleving’
o belang van betrouwbare informatie
o zoeken en vinden (‘heuristiek’)
Kritische zin en nieuwsgierigheid essentieel; feiten- datakennis nooit doel op
zich
Geen passieve opleiding (‘papagaaien’); zelf actief op zoek gaan
(ondernemingszin)
Via studie van originele bronnen en bestaande literatuur (‘historiografie’)
Heuristiek = zoeken en vinden van historische info via bronnen
Geschiedmethode in drie stappen
Feit ≠ historische reconstructie ≠ fictie
Maar: dé geschiedenis bestaat niet = onvoltooid
Historische methode
Historicus (re)construeert een verleden gebeurtenis of feit:
aan de hand van origineel bronnenmateriaal en bestaande
wetenschappelijke literatuur (voetnoten!)
volgens een wetenschappelijk, kritische onderzoeksmethode:
plausabiliteit/waarschijnlijkheid staat centraal
in een narratief (verhaal): beschrijving, zoeken naar betekenis,
samenhang, oorzakelijkheid, verklaring, …
Vijf W-vragen: wie, wat, waar, wanneer, waarom
FASE 1: heuristiek (bronnen)
Heuristiek: hoe vind ik bronnen? (zoekinstrumenten)
Schriftelijke bronnen
= Voor breed publiek: Kranten, (auto)biografiëen, Jaarrekeningen,
Fictie, …
= Niet gepubliceerd: Brieven, Dagboeken, …
= Niet voor publiek (bewaard in archieven): Administratieve stukken,
Rekeningen, Archieven politie, justitie…
Niet-geschreven bronnen
Bij gebrek aan geschreven bronnen
Bijkomende informatie: Materiële resten, Audio-visuele en digitale
sporen, Mondelinge overlevering…
= Voorwerpen, Gebouwen, Het landschap, Wapens, Machines,
Afvalputten
2
, = (industriële) archeologie, hulpwetenschap en technieken
Mondelinge geschiedenis
Primaire bron = gemaakt door mensen die direct bij de kwestie betrokken
waren (ooggetuigen)
Secundaire bron = gemaakt door mensen die niet direct bij de kwestie
betrokken waren en gebaseerd zijn op primaire bronnen
FASE 2: historische kritiek
Tijdens de methodologische fase gaat de historicus zeer kritisch om met zijn
bronnen:
- Externe kritiek: authenticiteit van de bron bepalen
- Interne kritiek: wie, wat en waarom, en voor wie?
- Gewilde en ongewilde getuigenissen
- Tot wie richt de bron zich? waarde van de bron bepalen!!
Vervalsing historische documenten
- Dagboeken Hitler is een vervalsing van Konrad Kujau aan weekblad Stern
verkocht voor 2,5 miljoen DM in 1983
- Dagboek van Anne Frank is echt en werd geauthentificeerd via paleografisch
onderzoek na verdachtmaking door « negationisten »
FASE 3: constructie v/d historicus
Geen passief proces
- Historicus spreekt niet enkel over het verleden, maar doet ook uitspraak over
hoe hij tot dat verleden is gekomen
- Bronnen ontoereikend: Onvolledig, Onbetrouwbaar, Eenzijdig en gekleurd
(‘subjectief’)
- Historici selecteren
- Historici interpreteren (bronnen spreken niet)
Transparantie: het notenapparaat vd historicus -> reconstructie vd weg
waarlangs kennis tot lezer komt
Anachronisme: verkeerd in tijd situeren van een gebeurtenis
Hineininterpretierung /post-factum analyse: interpretaties maken die voor
tijdgenoot niet vanzelfsprekend waren
Teleologisch-lineaire analyse: interpretaties maken die vooral als doel hebben
een eigentijds standpunt te legitimeren
=> Chronologie is de moeder van de geschiedenis!
=> Doel van geschiedenis is te begrijpen binnen eigen context, en dat kader zo
goed mogelijk begrijpen
0.1.4.Nut van de geschiedenis? Waarom een historisch perspectief?
- ‘History doesn’t repeat itself – but it rhymes’ (toegeschreven aan Mark Twain)
o Geschiedenis lijkt op iemand die stottert
o Omstandigheden zijn nooit hetzelfde > alles in flux
- “How ordinary people lived the big changes” (Charles Tilly)
o Structuren, processen, gebeurtenissen/events
Fernand Braudel (1902-1985)
Le géogtempsraphique (bodem vd oceaan zien we niet)
Le temps sociale (inflatie/deflatie)
Le temps individuel (verjaardag)
3
, Kennis van geschiedenis
Laat studenten uit andere disciplines toe:
- Eigentijdse actualiteit te begrijpen, te kaderen, het belang ervan af te wegen
- Inzicht te verwerven in structurele achtergrond en historische ontwikkeling
van processen
- Maatschappelijke fenomeen doorheen tijd en ruimte te vergelijken
- Lessen te trekken uit de geschiedenis (?)
Positivistische visie …
Geschiedschrijving laat toe waan van de dag te overstijgen:
- Data te verzamelen voor veel langere periodes
- Problemen voor meer contexten te vergelijken
- Macro en micro-approach aan elkaar te koppelen
- Trans-disciplinair te werken
- Brede vragen te stellen
0.2. Inhoud en uitgangspunten?
Een wereldgeschiedenis van België?
- Brede, ‘macro’ maatschappelijke en mondiale transitiesprocessen
- Periode c.1750 – c.1950 > nieuwste of moderne tijd > daarna: eigentijd
- Een geografische ‘microcontext’, de regio die we vandaag België noemen
- Een ‘wereldgeschiedenis’ van België > globale/lokale verbinden
- Een verstrengelde geschiedenis: politiek, sociaal-economisch, cultureel
0.2.1. Het tijdkader: het ontstaan van de moderne samenleving
- Focus op periode van c. 1750 - c. 1950
- Transities: meeste geplaatst in negentiende eeuw > versnelling
ontwikkelingsfase
- ‘Revolutionaire’ veranderingen/transities versus continuïteit
- Verschillen qua plaats en intensiteit: regio’s bekijken, eerder dan naties/
landen
- Fundamentele impact: op langere termijn, onomkeerbaar, beïnvloeding van
verschillende maatschappelijke domeinen
Memoriseer volgende tijdsindeling!
Ancien régime = preïndustriële tijd=periode voor Franse en industriële
revolutie > hier vanaf c. 1500-1789/1780
c.1780-c. 1850= vaak gezien als periode van transitie/breuk
Lange negentiende eeuw=c.1780-c.1914; belle époque of fin-de-
siècle=c.1880-c.1914
Twintigste eeuw > vaak indeling in twee/drie perioden
o 1914-1945: periode van WWI (14-18), WWII (40-45) en Interbellum
(1919-1939)
o na 1945: naoorlogse periode; eigentijdse geschiedenis
o na 1989: na de val van de muur
De demografische transitie
Van demografische nulgroei naar demografische groei (niet langer gevolgd
door structurele sterfte)
Vraag naar: Oorzaken & Verschillen tussen landen
Mobiliteit en migratie
4