TOPIC 1: INLEIDING
Economie ligt aan basis milieuprobleem:
• Vervuiling en gebruik natuurlijke grondstoffen zijn gevolg van productie- en consumptiebeslissingen
• Invloed en interactie met bedrijfsleven
Ouderwets model want economie staat centraal maar past in het idee
van lineaire economie
Inputmarkt = arbeid
Outputmarkt = goederen en diensten
Milieugoederen = fossiele brandstoffen, mineralen, water
Rockström-diagram: planetary boundaries
= grenzen van de planeet (wat planeet aankan)
Klimaatverandering staat hier niet in de gevarenzone omdat het een proces
van lange duur is
“novel entities” = plastiek en chemicaliën = leeg door gebrek aan data
Doughnut economics (Kate Raworth):
Binnenkant = noden
Buitenkant = grenzen planet
We hebben niet alleen limieten, maar ook doelen (bv. onderwijs)
Binnenste cirkel = 11 basisbehoeften waar elke persoon recht op
heeft en geeft de maatschappelijke basis weer
Buitenste cirkel = 9 planeetgrenzen (Rockström)
Groene zone (sweet spot) = veilige en rechtvaardige zone voor
mensheid = perfecte balans (optimistisch)
Sustainable development goals (UN):
Evenwicht tussen behoeften en grenzen komt hier ook tot uiting
, 𝐸↓
William Stanley Jevons: dacht na over het gebruik van steenkool 𝑄
= 𝑀𝐾 ↓ = 𝑄 ↑ = 𝐸 ↑↓?
Energie-efficiënt zijn (E daalt) = kosten dalen = meer output want productie is goedkoper
Reboundeffect = jevonseffect
Het is niet genoeg om enkel aan energie-efficiëntie te doen
Interactie hoge inkomens en hoge bevolkingsdruk
Probleem van toegang tot grondstoffen werd lang genegeerd want was
niet groot toen bevolking nog relatief klein was
Environmental Kuznets Curve (Grossman & Krueger)
In vroege ontwikkelingsfasen neemt vervuiling toe maar vanaf een bepaald
inkomensniveau neemt vervuiling af maar verleidelijk want houdt geen
rekening met feedbackeffecten vanuit milieu naar economie
(milieuschade heeft zelf invloed op economische variabelen bv.
gezondheid → arbeidsproductiviteit daalt)
Y-as: vervuilende stof (net als CO2) = zwaveldioxide
→ Lijkt alsof rijkere landen minder vervuilen
Milieu is een probleem…
• Belangrijke categorieën:
o Vervuiling (onder andere klimaat)
o Natuurbehoud en biodiversiteit
o Schaarste van grondstoffen
• Fundamentele wetten van materie:
o 1ste wet thermodynamica: behoud van massa en energie
o 2de wet thermodynamica: toenemende entropie (wanorde)
• Draagvlak van het milieu is eindig! (=/ oneindig)
• Opdeling problemen: lokaal, regionaal, mondiaal, interactie-effecten in gebruik van bepaalde
beleidsinstrumenten
o België is klein dus als andere landen niks doen, wij ook niet
Groeiend belang:
,De toestand van ons milieu
MIRA-rapporten (Milieurapport Vlaanderen): om het milieubeleid wetenschappelijk te onderbouwen
NARA-rapporten (Natuurrapport Vlaanderen): om Vlaamse overheid te informeren over toestand natuur
Verstoringsketen (bv. textielsector):
Beleid kan ingrijpen op elk niveau (rode pijlen)
Verschillende soorten beleid:
1. Curatief (bv. opruimen, herstellen)
= oplossen
2. Effectgericht (bv. depositie’s)
= schade veminderen
3. Brongerichte aanpak (bv. emissies)
= voorkomen van schade
4. Sturen van voorkeuren en technologieën
=> Geen van deze vier ingrepen is altijd beter
DPSIR-keten:
Driver = economie
Pressure = emissies
State = huidige toestand
Impact = ecosystemen,
gezondheid
Response = beleid
, TOPIC 2: DUURZAME ONTWIKKELING
Brengt huidig gebruik van natuurlijke grondstoffen, economische mogelijkheden van nakomelingen in gevaar?
• Groei in gebruik van allerlei grondstoffen is onhoudbaar
• Prijzen wijzen nog niet op tekorten door de opbouw van kapitaal op alternatieve manieren en door
technologische vooruitgang
Geven we genoeg gewicht aan (houden we genoeg rekening met) toekomstige generaties?
• Via legaatwaarde = iets is waardevol omdat je het wilt bewaren voor latere generaties
• Niet alle grondstoffen zijn hernieuwbaar en vervuiling niet-cumulatief
• Onomkeerbare gevolgen bv. uitsterven dier- en plantensoorten
• Onzekerheid over de toekomst leidt tot groter gewicht van op korte termijn ‘zekere’ gevolgen
• Vergelijking huidige en toekomstige baten en kosten?
Visie in het verleden (en heden!?):
• Per capita inkomen moet met 2% per jaar stijgen om armoede te verminderen en kloof tussen arm en rijk te
dichten
• Wereldbevolking groeit met 1.7% per jaar dus economische groei is noodzakelijk
• Als we verdere uitputting van natuurlijk hulpbronnen willen vermijden, dan moet de milieu-impact per
eenheid inkomen dalen met 3.5 à 4 % per jaar
Visie voor de toekomst:
o Decoupling = ontkoppelen van welvaartsgroei en milieu-impact
Degrowth = beter voor milieu maar niet voor economie
Groei = jaarlijkse procentuele verandering van het reële BBP
• Reëel: gecorrigeerd voor inflatie (prijsveranderingen)
• PPP purchasing power parity: bij vergelijkingen tussen landen, correcties voor wisselkoersen en
koopkrachtverschillen
BBP (3 benaderingen):
1. Toegevoegde waarde:
BBP = waarde van alle finale goederen en diensten die in één jaar in een land geproduceerd worden (niet de
intermediaire goederen en diensten)
2. Inkomens:
BBP = inkomens van productiefactoren arbeid, kapitaal, land, etc.
3. Bestedingen:
BBP (Y) = consumptie (C) + investeringen (I) + overheidsuitgaven (G) + netto uitvoer (X-M)
of Y=C+I+G+(X-M) met X export en M import
BBP: maatstaf van productie en economische activiteit maar BBP is geen maatstaf van welvaart, welzijn, geluk,
want zegt niet veel over ongelijkheid, vrijwilligersorganisatie, kwaliteit leefmilieu:
• Opkuisen van milieuvervuiling levert BBP op (via stijging productiviteit)
• Regenwoud kappen levert exportinkomsten (= BBP) op maar verlaagt voorraad natuurlijk kapitaal en
vermogen om inkomen te generen in de toekomst
• BBP is een stroom (flow) concept, geen voorraad (stock) concept
Maar BBP correleert vaak positief met andere indicatoren zoals levensverwachting, geletterdheid, happiness, etc.
• Verband is vaak niet-lineair
o Bv. happiness neemt toe maar toename vertraagt bij hoog BBP per capita (Easterlin paradox)