genetisch gewijzigde gewassen
Inleiding
Wat zijn het? Planten verbeteren door in te grijpen op specifieke onderdelen van hun genetisch
materiaal ‘genetic engineering’
Er zijn drie partijen die deelnemen aan het debat: voorstanders, tegenstanders, academici. De
voorstanders zijn wetenschappers en agrobiotechnologische bedrijven, die benadrukken dat
genetisch gewijzigde gewassen veilig zijn en maatschappelijke voordelen kan opleveren. De
tegenstanders: milieubewegingen en consumenten, zij maken zich zorgen over de
langetermijneffecten. De academici: kijken eerder naar de techniek dan naar het gevormde product.
(Academisch onderzoek wijst bijvoorbeeld naar het feit dat gewijzigde gewassen minstens even veilig
zijn als niet-gewijzigde gewassen.)
In dit hoofdstuk is er een duidelijke tweestrijd tussen utilitaristen en deontologen:
- Utilitaristen: beweren d t genetisch wijzigen moreel aanvaardbaar is, als het een grotere
hoeveelheid geluk met zich meebrengt
- Deontologen: menen dat genetisch wijzigen ALTIJD verkeerd is, er is volgens hem iets
itrinsiek verkeerd vinden GGO’s onnatuurlijk
Een kleine geschiedenis van het GGO-debat
Vóór technieken voor genetisch wijzigen van gewassen, waren er al primitieve en intuïtieve
verdelingstechnieken (selectie van nuttige mutaties, kruisbestuiving). Door opkomst van genetica zag
men dat ipv te wachten op mutaties ook mutaties konden induceren = mutational
breding/mutagenese.
- Voordeel: op korte tijd, veel nieuwe varianten selectie + kruising
- Nadeel: heeft effect op het volledige DNA van planten, soms verdwijnen volledige DNA
fragmenten
Het verschil met genetisch wijzigen: bij het genetisch wijzigen op gewassen grijpt men in in het
DNA van de plant om bepaalde eigenschappen toe tevoegen/verwijderen, de rest van het DNA
blijft in tact. (bv. Genome editing)
Opmerkelijk is dat andere verdelingstechnieken (ook mutagenese) geen opstand ondervinden van
het publiek terwijl genetisch wijzigen dat wel krijgt.