hoofdstuk 4
Inleiding
Onze seksuele geaardheid speelt een zeer belangrijke rol in onze identiteit. Wetenschappers menen
de oorzaken en gevolgen van homoseksualiteit goed doorgrond te hebben. Er bestaan vele
dubbelzinnige conclusies, die niet uit de argumenten lijken te volgen.
Velen benaderen homoseksualiteit nog steeds binair: homo- of heteroseksueel. Is dat een zinnig
onderscheid? Ook het debat wordt vanuit (slechts) twee kampen gevoerd: de essentialisten
tegenover de sociaalconstructivisten. De essentialisten menen dat er een essentie van seksuele
geaardheid bestaat, in de vorm van genen en hersenstructuren, die toelaat een eenduidig
onderscheid te maken. Volgens de sociaalconstructivisten is seksuele geaardheid een product van
willekeurige sociale, culturele en economische factoren, een sociale constructie.
Het binaire denken
De bekende psychoanalyticus Freud schreef twee zaken over homoseksualiteit. Eerst beschouwde hij
het samen met pedofilie en bestialisme al een seksuele afwijking, vanwege de exclusiviteit: ze
kunnen enkel genieten als ze uitsluitend seks met mannen. Later beschreef hij homoseksualiteit niet
meer als een ziekte, maar een seksuele variatie, veroorzaakt door een stilstand in de ontwikkeling.
Freud veranderde ook van menig omtrent de oorzaak van homoseksualiteit. Enerzijds vertelde hij dat
homoseksualiteit als drift in onze biologie was geworteld. Anderzijds meende hij dat
homoseksualiteit psychologische oorzaken had, zoals een sterke identificatie met de moeder. Hij
meende dus dat homoseksuele geaardheid een biologische en psychologische oorzaak had, welke
niet perse in tegenstrijd zijn.
Zulke complexiteit is verdwenen in het hedendaags, binair debat: homoseksueel <-> heteroseksueel,
natuurlijk <-> onnatuurlijk, genetisch <-> cultureel, aangeboren <-> keuze
Homoseksualiteit heeft een genetische of een culturele oorsprong. Deze tweestrijd heerst ook in de
wetenschap. 2 denkstijlen:
Eerste denkstijl: De harde wetenschappen proberen homoseksualiteit met neurologie,
endocrinologie en genetica te verklaren, gaan ervan uit dat het altijd, en in dezelfde vorm bestaan
heeft.
Tweede denkstijl: De zachte wetenschappen, zoals geschiedenis van seksualiteit en sociale
antropologie, menen dat er verschillende soorten homoseksualiteit hebben bestaan doorheen de
geschiedenis, dat het onderscheid niet eenduidig is, en in premoderne samenlevingen zelfs niet
bestond. Beide kampen nemen elkaar niet serieus, waardoor de discussie geen vordering maakt.
,