H0 Inleiding transport management....................................................................................1
1 Transport......................................................................................................................1
2 Logistiek .......................................................................................................................1
3 Expediteur ....................................................................................................................1
4 Distributie vs transport .................................................................................................2
H1 Het verkeer en het transportsysteem .............................................................................3
1 Inleiding .......................................................................................................................3
2 Het verkeers- en transportsysteem ................................................................................3
H2 Regelgeving in de transportsector..................................................................................7
1 Inleiding .......................................................................................................................7
2 Regulering van het goederenvervoer over de weg ...........................................................7
3 Regulering van de binnenvaart.......................................................................................8
H3 Logistieke kosten ........................................................................................................ 10
1 Het begrip bedrijfslogistiek .......................................................................................... 10
2 Transportkosten ......................................................................................................... 10
3 Behandelingskosten ................................................................................................... 11
4 Inventariskosten ......................................................................................................... 11
5 Just-in-time levering en nul voorraden ......................................................................... 14
H4 Transportbeslissingen vanuit logistiek perspectief ....................................................... 16
1 Wet van de vierkantswortel = formule van Camp .......................................................... 16
2 Optimale orderomvang in de binnenvaart .................................................................... 16
3 Optimale orderomvang in het wegvervoer .................................................................... 17
4 Keuze van vervoerswijze.............................................................................................. 17
5 Voorraadconsolidatie ................................................................................................. 17
H5 Transportberekening in een transportbedrijf ................................................................ 18
1 Tijdskosten en afstandskosten .................................................................................... 18
2 Uur coëfficiënt en kilometercoëfficiënt ........................................................................ 19
3 Variabele kosten ......................................................................................................... 19
4 Gemeenschappelijke kosten ....................................................................................... 20
5 Kosten voor piek- en daluren ....................................................................................... 20
H6 Wachttijden in transportbedrijven ............................................................................... 21
1 Het standaard wachtrijmodel ...................................................................................... 21
H7 Routebepaling ............................................................................................................ 22
1 Kortste pad methode .................................................................................................. 22
1
, 2 Rondritmethode ......................................................................................................... 22
3 Andere toepassingen .................................................................................................. 22
H8 Prijsbepaling in een transportbedrijf ............................................................................ 23
1 Inleiding ..................................................................................................................... 23
2 Specifieke omstandigheden ........................................................................................ 26
3 Een praktijkvoorbeeld ................................................................................................. 28
4 Prijsstelling door de exploitant .................................................................................... 28
5 Gezamenlijke producten ............................................................................................. 28
6 Verdere toepassingen ................................................................................................. 28
H9 Investeren in voertuigen .............................................................................................. 30
1 Optimale omvang en samenstelling van het wagenpark ............................................... 30
2 Optimale vervanging ................................................................................................... 30
H10 Vraag naar transport ................................................................................................... 34
1 Inleiding ..................................................................................................................... 34
2 Geaggregeerde modellen ............................................................................................ 35
3 De micro-economische benadering van vervoerskeuzegedrag...................................... 41
4 De op activiteiten gebaseerde benadering ................................................................... 41
5 Goederenvervoer in Europa ......................................................................................... 41
6 Opmerkingen over vraaganalyse.................................................................................. 45
H11 Transportaanbod ........................................................................................................ 46
1 Inleiding ..................................................................................................................... 46
2 Output, input, heterogeniteit en berekening ................................................................. 46
3 Het gebruik van kostenfuncties ................................................................................... 50
4 Empirische bevindingen: bouwstenen voor vervoersbeleid ........................................... 55
2
,TRANSPORTMANAGEMENT
H0 INLEIDING TRANSPORT MANAGEMENT
1 TRANSPORT
1.1 WAAROM TRANSPORT?
- Streven naar minimale productiekosten → centralisatie van productie op beperkt aantal
plaatsen
- Specialisatie aanbieden
- Utility of place (plaatsnut): schaarste op de ene plaats vullen met overvloed uit andere
locatie
2 LOGISTIEK
2.1 LOGISTIEK OMVAT
- Organisatie van goederenstroom
- Van bron (grondstof? Productie? Opslag?) naar eindbestemming (klant?)
- Om product beschikbaar te maken
o Op juiste moment
o Op juiste plaats
o In juiste hoeveelheid
o Tegen laagst mogelijke kost
- Benodigdheden bij organiseren van een goederenstroom
o Vervoerder
o Magazijn
o Expediteur
3 EXPEDITEUR
3.1 WAAROM IS EEN EXPEDITEUR NODIG?
- Omwille van
o Nood aan coördinatie van goederenstroom
o Complexiteit van douane-, fiscale, consulaire en administratieve formaliteiten
▪ Douane: in grote bedrijven is het compliance: meer dan alleen juiste
waarde aan product geven, maar ook samenwerkingsakkoorden tussen
verschillende landen van productie en afzetmarkt → meest optimale sa-
menwerkingsakkoord voor productie en afzetmarkt
o Betrokkenheid van diverse vervoerders
o Verscheidenheid van andere taken bij de logistiek: opslag, verzekeren, verpak-
ken…
- Essentie: samenwerken met andere actoren en probleemoplossend handelen
- Grootste expediteurs
o DSV
o Khuene + Nagel
1
Sarah Lootens Inleiding transport management
, o DHL
o H. Essers
- Horizontal collaboration: industriële bedrijven die samenwerking voor optimaal
transport.
o Vb Pringles en Stanley die samen zorgen dat de producten via een transporteur
naar Madrid geraken. Dit omdat Stanley maar 50 cm hoge paletten hebben en
Pringles heeft vooral lucht en volume. Dit kan je samennemen
3.2 ENKELE TAKEN VAN DE EXPEDITEUR
- Advies geven over snelste en meest economisch vervoer
- Opstellen van vervoerdocumenten
- Organisatie van aanvoer van goederen naar vervoermiddel
o Laden en lossen en afvoeren van goed van vervoermiddel naar tijdelijk of defini-
tieve bestemming
- Laten in ontvangst nemen/ afleveren van goederen
- In tijdelijke opslag laten nemen
- Laten groeperen van zendingen (consolidatie/ groupage)
- Conditioneren (verpakken en bewaren)
- Containers laten behandelen: vullen (stuffen) of lossen (strippen)
- Raad geven of tussenkomen bij goederenverzekering
o Algemeen is er geen goedernverzekering
o Jaarlijks bekijken of er verzekering nodig is door: alle schade bijhouden en op het
einde kijken welk verlies we krijgen met alle schade van afgelopen jaar, daarna
vergelijken welke extra waarde het geeft om verzekering te nemen
- Het helpen bekomen en legaliseren van oorsprongscertificaten
4 DISTRIBUTIE VS TRANSPORT
4.1 DISTRIBUTIE
- Laatste fase van de logistieke keten
- Omvat alles wat gebeurt tussen voorraad eindproduct en afleveren bij eindgebruiker
- Begint bij orderpicking en eindigt bij levering
- Inclusief het laatste transport naar eindgebruiker
4.2 TRANSPORT
- Meer algemene term
o Vindt ook eerder/ vroeger in de logistieke keten plaats
o Nodig tussen diverse op- en overslagpunten in de keten
4.3 AFWEGING VAN
- Vullingsgraad (pay-load) van laadeenheid zo hoog mogelijk krijgen
o Reden: transportkost per eenheid minimaliseren
- Tegen:
o Gewenste flexibiliteit in de aflevering (vaker leveren = kortere levertijd)
2
Sarah Lootens Inleiding transport management