PERSONENLIJST ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE DEEL 1
THEMA 1
Locke Empirist
Kind = tabula rasa -> gevormd door omgeving, passief
Zintuigen = !
Basis voor latere behavioristische theorieën
Rousseau Kind heeft aangeboren goedheid -> opvoeding aanpassen aan juiste
fasen
Kind = actief explorerend -> frustratie kan leiden tot negatieve
ontwikkelingsuitkomst
! voor later rijpingstheorieën
Preyer Babybiografieën op wetenschappelijk niveau
Rigoureuze analyse, linken aan dierenonderzoek, thematische
ordening
Gessel Via normatieve benadering kijken wanneer je wat van een kind kan
verwachten -> Gessel observation dome: observeren of kind op
‘normatieve’ traject zit of niet
Binet 1ste intelligentietests om te bepalen welke kinderen aangepast
onderwijs nodig hebben
Terman Vervolg bessel op eugenetisch niveau
Genetic study of the genius (later hernoemd naar Terman’s
study of the gifted)
Langst lopende longitudinaal onderzoek
Baltes Grondleggen levensloopperspectief
Levenslang, multidimensioneel, multidirectioneel & plastisch
THEMA 2
Hall Genetischepsychologie
Stichter Child study movement
Ontogenese als herhaling van fylogenese -> 4
ontwikkelingsfasen
Dingen van nature laten ontvouwen
Rassenhiërarchie
Gessel Genetische psychologie
! van observatie
Je doorloopt reeks stadia, gestuurd door natuurwetten, MR
ingebed in sociale relaties
Erikson Genetische psychologie
Had ook oog voor context
8 ontwikkelingsstadia met elk een turning point
(psychosociale ontwikkelingstheorie)
1) Vertrouwen vs wantrouwen (baby)
2) Autonomie vs schaamte (peuter)
3) Initiatief vs schuld (kleuter)
4) Competentie vs minderwaardigheid (kind)
5) Identiteit vs rolverwarring (adolescent)
6) Intimiteit vs isolatie (jongvolwassenen)
7) Bijdragen vs stagnatie (volwassenen)
8) Integriteit vs wanhoop (oudere)
Watson Behaviorisme
Kind heeft aangeboren reflexen
Leerprincipes toepassen op ontwikkelingsprocessen
e.g. Little Albert
, PERSONENLIJST ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE DEEL 1
Bandura Behaviorisme
! van observatie en imitatie
e.g. Bobo doll
4 componenten
1) Kind ziet iem iets doen
2) Kind onthoudt dit
3) Kind kan dit fysiek ook
4) Kind wil dit doen
Piaget Constructivisme
4 stadia met transitieperiodes (teken van rijping)
! cognitie: kind maakt schema’s v/d wereld
Adaptie: accomodatie & assimilatie
Vigotsky Constructivisme
Kind heeft bp vaardigheden (actuele ontwikkeling)
ZPD bereiken met scaffolding (lkr)
! transactie kind met sociale omgeving
Bronfenbren Bio-ecologisch perspectief
ner Grondlegger
3 kenmerken
Ecologisch, fenomenologisch, systemisch
6 niveaus
1) Microsysteem
2) Mesosysteem
3) Exosysteem
4) Macrosysteem
5) chronosysteem
THEMA 1
Locke Empirist
Kind = tabula rasa -> gevormd door omgeving, passief
Zintuigen = !
Basis voor latere behavioristische theorieën
Rousseau Kind heeft aangeboren goedheid -> opvoeding aanpassen aan juiste
fasen
Kind = actief explorerend -> frustratie kan leiden tot negatieve
ontwikkelingsuitkomst
! voor later rijpingstheorieën
Preyer Babybiografieën op wetenschappelijk niveau
Rigoureuze analyse, linken aan dierenonderzoek, thematische
ordening
Gessel Via normatieve benadering kijken wanneer je wat van een kind kan
verwachten -> Gessel observation dome: observeren of kind op
‘normatieve’ traject zit of niet
Binet 1ste intelligentietests om te bepalen welke kinderen aangepast
onderwijs nodig hebben
Terman Vervolg bessel op eugenetisch niveau
Genetic study of the genius (later hernoemd naar Terman’s
study of the gifted)
Langst lopende longitudinaal onderzoek
Baltes Grondleggen levensloopperspectief
Levenslang, multidimensioneel, multidirectioneel & plastisch
THEMA 2
Hall Genetischepsychologie
Stichter Child study movement
Ontogenese als herhaling van fylogenese -> 4
ontwikkelingsfasen
Dingen van nature laten ontvouwen
Rassenhiërarchie
Gessel Genetische psychologie
! van observatie
Je doorloopt reeks stadia, gestuurd door natuurwetten, MR
ingebed in sociale relaties
Erikson Genetische psychologie
Had ook oog voor context
8 ontwikkelingsstadia met elk een turning point
(psychosociale ontwikkelingstheorie)
1) Vertrouwen vs wantrouwen (baby)
2) Autonomie vs schaamte (peuter)
3) Initiatief vs schuld (kleuter)
4) Competentie vs minderwaardigheid (kind)
5) Identiteit vs rolverwarring (adolescent)
6) Intimiteit vs isolatie (jongvolwassenen)
7) Bijdragen vs stagnatie (volwassenen)
8) Integriteit vs wanhoop (oudere)
Watson Behaviorisme
Kind heeft aangeboren reflexen
Leerprincipes toepassen op ontwikkelingsprocessen
e.g. Little Albert
, PERSONENLIJST ONTWIKKELINGSPSYCHOLOGIE DEEL 1
Bandura Behaviorisme
! van observatie en imitatie
e.g. Bobo doll
4 componenten
1) Kind ziet iem iets doen
2) Kind onthoudt dit
3) Kind kan dit fysiek ook
4) Kind wil dit doen
Piaget Constructivisme
4 stadia met transitieperiodes (teken van rijping)
! cognitie: kind maakt schema’s v/d wereld
Adaptie: accomodatie & assimilatie
Vigotsky Constructivisme
Kind heeft bp vaardigheden (actuele ontwikkeling)
ZPD bereiken met scaffolding (lkr)
! transactie kind met sociale omgeving
Bronfenbren Bio-ecologisch perspectief
ner Grondlegger
3 kenmerken
Ecologisch, fenomenologisch, systemisch
6 niveaus
1) Microsysteem
2) Mesosysteem
3) Exosysteem
4) Macrosysteem
5) chronosysteem