1.1 De bouwstenen van levende wezens
Belangrijk: alle levende wezens zijn opgebouwd uit dezelfde
basisbouwsteen: de cel.
1.1.1 Van klein naar groot
1. Atomen
− Atomen zijn de kleinste deeltjes die bestaan
Voorbeelden
Waterstof (H)
Zuurstof (O)
Koolstof (C)
Stikstof (N)
Meest voorkomende atomen in levende wezens:
− Zuurstof = 65%
− Koolstof = 19%
− Waterstof = 10%
− Stikstof = 3%
2. Moleculen
− Atomen verbinden zich tot moleculen
Voorbeelden
Water = H2O
Zuurstof = O2
Koolstofdioxide = CO2
3. Macromoleculen
− Moleculen kunnen samen grote moleculen vormen:
macromoleculen
4. Cel
− Macromoleculen vormen samen een cel
De cel is:
− De kleinste levende eenheid
− De basis van alle levende wezens
Alle organismen bestaan uit cellen.
,1.1.2 Soorten organismen
Ééncellig Meercellig
Bestaat uit 1 cel. Bestaat uit veel cellen.
Voorbeelden: Voorbeelden:
- Bacteriën - Mensen
- Plankton - Dieren
- Planten
1.1.3 Opbouw van meercellige organismen
Cellen → weefsels → organen → organisme
• Weefsel = groep cellen met dezelfde functie
• Orgaan = meerdere weefsels samen
• Organisme = volledig levend wezen
Extra belangrijk:
Organismen leven niet alleen:
- Ze zijn afhankelijk van hun omgeving
- Ze halen voedsel uit hun omgeving
- Ze dienen soms als voedsel voor andere organismen
,1.2 Classificatie van levende wezens
Waarom classificeren?
Er bestaan miljoenen soorten levende wezens.
Wetenschappers delen organismen in groepen:
− Om ze beter te vergelijken
− Om ze makkelijker te bestuderen
− Om wereldwijd dezelfde namen te gebruiken
1.2.1 Systematiek en taxonomie
1. Systematiek
− Wetenschap die organismen indeelt volgens kenmerken en
verwantschap
2. Taxonomie
− Wetenschap die organismen benoemt, beschrijft en classificeert
1.2.2 Het 5-rijken systeem
Levende wezens worden verdeeld in 5 rijken:
1. Bacteriën
, 2. Protisten
3. Schimmels
4. Planten
5. Dieren
1.2.3 Officiële naam van soorten
Elk soort krijgt een naam van 2 delen:
− Geslachtsnaam (Genus) → hoofdletter
− Soortnaam (Species) → kleine letter
Voorbeelden
Mens → Homo sapiens
Huisvlieg → Musca domestica
1.2.4 Wat is een soort?
Een soort bestaat uit organismen die:
− Sterk op elkaar lijken
− Samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
1.2.5 Virussen
Virussen zijn een uitzondering:
− Ze bestaan niet uit cellen
− Ze horen niet bij het 5-rijken systeem
Ze bestaan uit:
− Genetisch materiaal
− Een eiwitmantel
Virussen kunnen zich niet zelfstandig voortplanten. Ze hebben een
gastheer nodig.
1.2.6 Virussen bestrijden
1. Antibiotica
− Werken niet tegen virussen
− Werken alleen tegen bacteriën
2. Vaccins
− Vaccins helpen het lichaam antistoffen maken tegen virussen
3. Voorbeelden van virusziekten
1. Griep
2. Covid-19
3. Waterpokken
4. HIV
5. Verkoudheid
1.3 Bacteriën
1.3.1 Wat zijn bacteriën?
− Zeer kleine levende wezens
− Bestaan uit 1 cel
− Hebben een eenvoudig celstructuur