0. Legende
Cyaan: Verwijzing naar een ander deel, eventueel uit de samenvatting.
Magenta: Belangrijk individu of groep.
1. De agogische relatie
Begrippenlijst
Term Betekenis
Ethische grondhouding Zo geweldloos mogelijk (ondanks
machtspositie en relatieverhouding
tussen sociaal werker en cliënt).
Pour-soi vs. En-soi Niet herleidbaar tot een definitie, kern of
wezen. Bewuste subjecten (mensen) die
niet vastgelegd of bepaald zijn en altijd
in wording zijn. vs. Wel herleidbaar tot
een definitie, kern of wezen. Onbewuste
objecten (dingen (bv. paperclip)) die
vastgelegd en bepaald zijn en geen
mogelijkheid hebben iets anders te
worden.
Reflexieve professionaliteit Constant kritisch kijken naar je eigen
werk als sociaal werker.
Meta-ethiek Ethiek verklaren vanuit algemene
theorieën of regels.
Antropotechniek We moeten als samenleving mensen
genetisch verfijnen, raffineren, er
microchips in planten, zodat de mimese
stopt.
Dialectieken formuleren
=Alles in tweevoud lezen, twee antwoorden op elke vraag.
Grondhouding sociaal werker in relatie tot geweld
Als sociaal werker een ethische grondhouding* aannemen.
,These + Antithese = Synthese
De pijlen stellen het geweld voor.
Zowel de these als antithese zijn waar.
Zowel de these als de antithese gaan over het verwerven van identiteit (door
te strijden of door een appél op anderen te doen.)
I These:
Alle relaties zijn fundamenteel geweldvol, agressief en bedreigend.
o ⇒ De enige reactie is strijd en zelfverdediging.
Pessimistisch mensbeeld: De mens is een beest, een zondaar, een egoïst;
en sociaal werkers temmen, disciplineren, heropvoeden, ontmijnen,
corrigeren.
+
II Anthithese:
Alle relaties zijn fundamenteel liefdevol. Anderen roepen op tot
verantwoordelijkheid, anderen doen een appél op ons.
o ⇒ De enige reactie is een stap achteruit zetten en openstaan voor
alles (voor diens geheimen, gebreken, ...).
=
Synthese: (zie ‘Honneth: Synthese: De mens is een
gefrustreerde aap’)
Mechanisch materialisme (Hobbes)
Mensen zijn als wolven voor elkaar: Ze proberen macht uit te oefenen op
anderen.
, o In den beginne was er oorlog: Een ontaardende oorlog van acties en
reacties van macht en strijd. ⇒ Causaliteit: actie – reactie.
⇒ Nood aan een strakke staat en disciplinerend sociaal werk,
waarbinnen individuen een stukje van hun vrijheid afstaan aan een
externe derde, namelijk een overheid. Deze overheid garandeert
dat ieder zijn functie blijft vervullen en dat de machine niet
ontspoort.
⇒ Sociaal werk: Als instrument van de overheid om te
controleren, disciplineren, repressief activeren, normaliseren,
behandelen, straffen en verwijderen.
⇒ Sociaal werker: Als garagist, technieker die mensen
“fixt”.
⇒ De samenleving is beheersbaar en bijgevolg maakbaar
(omdat gedrag van elk individu causaal bepaald is), simpelweg door
het zoeken van de juiste prikkel.
De samenleving als perfect geoliede machine, waarbinnen elk individu
zijn eigen plaats en bijhorende rol heeft, als de onderdelen van een machine.
o ⇒ Samenlevingsproblemen zijn te wijten aan slecht functionerende
onderdelen.
⇒ “Bijvijzen”, remediëren, disciplineren van die individuen.
Individueel schuldmodel (Dalrymple): Het individu is bepamperd door de
welvaartstaat, het is lui en ingedommeld en maakt zichzelf wijs dat het niets
kan.
o Empowerment = Staande blijven in de grote anonieme machine
van de samenleving, “in de shit” die niet zal veranderen.
Onderzoeken van sociaal psychologen na WO2 tonen aan dat de mens
fundamenteel gewelddadig is (cfr. Milgram, Zimbardo, Prisoner dilemma).
o Deze blijken opgezet spel te zijn!
Milgram: Mensen (niet-bestaande, maar dat wisten zij niet)
schokken laten toedienen bij een fout antwoord van een leerling.
Per fout antwoord werd de schok heviger en heviger, tot een fatale
hoeveelheid. Velen bereikten de fatale hoeveelheid en gaven deze
zelfs meedere malen, ondanks protesten.
Stanford Prison Experiment - Zimbardo: Groep studenten waarvan
de helft bewaker en de helft gevangenen werden gemaakt. Na een
aantal dagen gingen de zogenoemde bewakers sadistisch om met
de zogenoemde gevangenen.
Wat bleek? Zimbardo had de studenten opgedragen zo
sadistisch mogelijk te zijn om te illustreren hoe wreed het
gevangeniswezen is, om te pleiten voor de afschaffing ervan.
De studenten dachten dat ze op positieve wijze aan de
samenleving bijdroegen.
Prisoners’ dilemma: Twee dieven worden gearresteerd, en krijgen
onderstaande mogelijkheden (zie foto) voorgeschoteld wanneer hen
gevraagd wordt te klikken over de ander. Het meest sociale gedrag
zou zijn om beiden te zwijgen, maar zolang er geen garantie is dat
, de ander ook zal zwijgen, is dit alternatief te riskant om gekozen te
worden.
Sartre
“De (psychologische) hel is de ander.” / “L’enfers, c’est les autres.”:
De ander ziet mij en die ander krijgt macht over mij. Hij terroriseert mij,
objectiveert mij en reduceert mij door zijn vernietigende blik.
o Bv. Huis clos: Drie mensen zitten na hun dood voor eeuwig opgesloten in
een hotelkamer. Ze hebben geen oogleden en bekijken elkaar
voortdurend. Ze bekijken elkaar en vormen een oordeel over elkaar.
Hierdoor worden ze argwanend tegenover elkaar. Hij weet immers niet
hoe het oordeel van de ander zal zijn.
o ⇒ Wie bekeken wordt, kan twee dingen doen: vluchten of zich
verzetten (=absolute daad). Het is onmogelijk aan de vernietigende
blik van een ander te ontsnappen. Wat wel mogelijk is, is mezelf
herstellen als subject en op mijn beurt de ander terroriseren en reduceren
via mijn vernietigende blik.
⇒ Toch streven mensen naar liefde. (Sartre: Liefde blijft een
streven, een niet te bereiken toestand: Wanneer het lief zijn
geliefde streelt, is dat altijd vormgeving. Het is een hinderlaag die
de geliefde berooft van diens vernietigende blik en vrijheid. Het is
een stille suggestie tot passiviteit, zodat de geliefde niet kan
ontsnappen en het lief van zijn kant niet langer hoeft te leven onder
de blik van de geliefde.)
Existentialisme: De mens bestaat enkel. Hij is niet definieerbaar (zoals een
bloemkool (=ding) dat bijvoorbeeld wel is).
o ⇒ De mens is absoluut vrij om eigen keuzes te maken en zelf
verantwoordelijk voor alle gemaakte keuzes.
⇒ De mens leeft als een pour-soi* (en geen en-soi*): De mens is
permanent een onafgemaakt geheel (aangezien hij zichzelf blijft
maken via keuzes) met open geheimen en is niet vast te pinnen.
Solidariteit = Dezelfde vijand hebben: Solidariteit ontstaat wanneer er een
gemeenschappelijke vijand is of een externe derde die solidariteit oplegt (bv.
onderdrukte arbeiders tegenover de heersende klasse).
Verleiding tot geweld in Sociaal werk: Het objectiveren
van de ander
Objectivering: Iemand reduceren tot een definitie waarmee gewerkt kan
worden in sociaal werk.
o In de taal (bv. cliënt, asymmetrie, doelgroep).