spijsvertering
2023-2024
LAUTE SIJBERS
geneeskunde
,examenvragen
- de ring van Waldeyer heeft 6 tonsilen, welke?
- uit welke 4 lagen bestaat elk hol orgaan uit het maagdarmstelsel?
- welke spieren hechten op het tongbeen aan?
- wat zijn de 4 origo’s van de m constrictor pharyngis superior?
- examenvraag: welk verloop is correct bv eerst truncus celiacus ⟶ a lienalis ⟶ a hepatica communis ⟶ a
hepatica propria ⟶ a gastrica dextra
- waar ligt de origine van de postganglionaire orthosympatische neuronen die het colon bezenuwen:
o gangliia mesentericum superior, ganglia mesentericum inferior want bloedvaten colon komen
daarvia binnen => NIET via truncus coeliacus)
o kan ook in paraverterbrale ganglia
- waar ligt de origine van de extrinsieke preganglionaire parasympatische neuronen die het colon bezenuwen?
o n vagus en sacrale plexus in het ruggenmerg
- vershcil dikke en dunne darm
o dikke geen villi, geen plooien van Kerkring, meer B follikels,
o semilunaire plooien
bv examenvraag: welke delen van fascia visceralis (achterkant lever) worden niet direct bekleed door serosa
= leverpoort
= area nuda: begrensd door lig coronarium: vergroeid direct met diaphragma
= sulcus vena cava inferior
= vena hepatica
= fossa vesicae felleae (gleuf waar galblaas in ligt)
site extent of peritoneum
caecum & appendix intraperitoneaal (mesocaecum & mesoappendix)
ascending en descending colon retroperitoneaal
transverse & sigmoid colon intraperitoneaal (mesocolon – ligamentum mesocolicum”)
rectum retroperitoneaal
⟶ examenvraag: kadertje
tongrug is wel verhoornd, al de rest niet!!! = examenvraag
hoe beschermen we ons tegen zure maagsap = examenvraag = mucusproductie in de maag zelf
=> examenvraag is puur gebaseerd op de volgorde van de tekening => tekening moet je zeker kennen en krijg je alelmaal minstens 1
vraag over volgorde mucosa enzo en onderdelen daarvan
1
,introductie
functie spijsverteringstelsel
- propulsie: voorstuwen van voedsel van mond naar anus (peristalsis)
- vertering voedsel
o zure pH → maag
o enzymes → speekselklieren, maag, pancreas
- absorptie: (water & voedingsstoffen) → dundarm
- detoxificatie: (opgenomen voedingsstoffen) → lever
- secretie: (interne & externe giftige substanties) → colon
- afweer: (immuunsysteem) → GALT
opbouw (macro- en microscopie van het spijsverteringsstelsel)
- buisvormige organen
o mond
o pharynx
o slokdarm
o maag
o dunne darm
o dikke darm
- vaste organen:
o speekselklieren (→ mond)
o alvleesklier (→ dundarm)
o lever (→ dundarm)
histologie spijsverteringsstelsel: 4 lagen
1. mucosa ⟶ variatie in epitheel volgens locatie in GUT
o epitheel (+ basale membraan)
o lamina propria (losmazig bindweefsel, capillairen, GALT, zenuwvezels)
o muscularis mucosae
i. meerlagig plaveisel = slokdarm
ii. éénlagig = maag
iii. éénlagig met slijmbekercellen = darm
2. submucosa
o losmazig bindweefsel
o submucosale klieren
o GALT
o bloedvaten
o autonome zenuwplexus
▪ oppervlakkig : plexus van Meissner
▪ diep : plexus van Henle
3. musculosa (= muscularis externa of propria)
o binnenste spierlaag : ringvormig (= circulair)
o zenuwplexus : plexus myentericus van Auerbach
o buitenste spierlaag : longitudinaal (= evenwijdig met maagdarm-lengteas)
4. adventitia
o bind- en vetweefsel
o maag + darm : bekleed door een buikvlies (peritoneum) : serosa
o slokdarm + rectum : niet bekleed door een vlies : adventitia
2
, bevloeiing van het spijsverteringsstelsel
- bevloeiing: arteries, venen, lymfevaten
o lymfevaten: sterk ontwikkeld (vooral in de vlokken van de dundarm) en niet aanwezig in de mucosa van
de colon & maag
▪ voert toxische stoffen weg via lymfe
▪ tumorcellen groeien in wand en kunnen lymfe tegenkomen en zo metastase tegenkomen
▪ tumor in lymfevatensysteem: is aan het uitzaaien
• score van T1-T4: T1 = mucosa, T3 = serosa
- aorta abdominalis : bevloeit de infradiafragmatische buikorganen
o arteria phrenicae inferiors
o arteriae suprarenalis superiors
o truncus coeliacus
▪ arteria lienalis
▪ arteria gastrica sinistra
▪ arteria hepatica communis
• arteria hepatica propria
• arteria gastrica dextra
• arteria gastroduodenalis
o arteria mesenterica superior
o arteriae suprarenalis mediae
o arteriae renalis
▪ arteriae suprarenalis inferiors
o arteria testicularis/ovarica
o arteriae mesenterica inferior
o ruggemerg arteries
- ⟶ darminfarct = zeldzaam, als er 1 bloedvaatje dicht gaat, is er geen
probleem want zijn zo vertakt en een heel systeem van collaterale
arteriele circulatie dat de darm beschermt
- al het veneuze bloed van maagdarmstelsel gaat eerst via de lever gaan
⟶ detoxificatie ⟶ vena porta
o levercirrose: door te veel te drinken ⟶ lever gaat kapot: gevolg = gifstoffen worden niet meer
gedetoxificieerd ⟶ opstopping ⟶ bloed kan niet meer door = portale hypertensie = druk neemt toe ⟶
zoekt een andere uitweg om te ontsnappen uit de vena porta = uit een vene die in de slokdarm zit
▪ ⟶ bobbels in slokdarm ⟶ bloedvaten die grote druk hebben ⟶ vaatjes kunnen springen
bezenuwing van het spijsverteringsstelsel
- somatische ZS: mond en pharynx ⟶ craniale zenuwen
- autonome ZS:
o slokdarm, maag, dunne darm, dikke darm en lever (⟶ dundarm)⟶ extrinsieke en intrinsieke plexus
o alvleesklier (⟶ dundarm) ⟶ craniale zenuwen
- functies zenuwstelsel:
o waarneming verandering (sensatie) via sensoriële receptoren: sensorische input
o interpretatie van deze waarneming (integratie) en reactie via effector organen : motorische output
- zenuwcellen (neuronen)
o fysiochemisch:
▪ opname prikkel uit omgeving
▪ omvorming prikkel tot zenuwimpuls
o elektrisch “actiepotentiaal”: geleiding zenuwimpuls & transmissie impuls
- synaps
o = contact tussen 2 neuronen: neuron & spiercel of neuron & kliercel
o omvat: synaptische kloof en overdracht impuls tussen 2 neuronen door tussenkomst chemische stof (NT)
opbouw zenuwstelsel: anatomisch
- centraal zenuwstelsel: hersenen, ruggemerg, bindweefselige hulzen (meningen)
- perifeer zenuwstelsel:
o zenuwuitlopers (van craniale en spinale zenuwen)
3