iemand ziek als niet meer kan functioneren, anders iedereen ziek ⟶ heel vlaanderen ziekenhuis
definitie gezondheid WHO
gezondheidsparadox
- hoe gezonder ⟶ hoe slechter imuumsysteem getraind ⟶ hoe ongezonder
- gaan niet meer dood aan ziekte, we worden steeds ouder (zijn ook veel bezig met ouder worden)
o gemiddelde 75+er heeft gemiddeld 3-5 aandoeninngen en nemen gemiddel 5-7 medicijnen per dag
o 80% van de 75+ers sterft met een tumor
- “ wie gezond leeft, krijgt er zes jaar bij”
o we krijgen niet bij door langer te leven, je krijgt dementie enzo
o we slagen er steeds beter in ons leven te rekken, maar betalen dat met ouderdomskwaaltjes
problematische WHO definitie
- gezondheid is een toestand van volledige fysiek, mentaal en sociaal welzijn, afwezigheid van ziekte of gebrek
o social is niet compleet want je bent er mee bezig
- probleem:
o compleet?
dreigende medicalisering v maatschappij
allen meestal ziek?
wat met performante nieuwe screeningsdeterminanten?
contributes unintentionally to medicalisation of society
zijn we volgens deze definitie niet allen meestal ziek?
nieuwe performante technologieën detecteren abnormaliteiten
dremples voor medisch interventies verlagen: bvb BD, ...
o nieuwe context:
chronische ziektes > acute mortaliteit
verbeterde overleving: hygiëne, voeding, …
chronische ziekte worden de norm, grootste korst voor samenleving
chronische ziekte = ziek?
deze definitie negeert de capaciteit om automatisch aan te passen aan de fysische,
emotionele en sociale uitdagingen van het leven en toch met voldoening te leven
gaat uit van verlies, niet van mogelijkheid
o vb functionality-capacity versus invalidity-incapacity
o meetbaar?
therapietrouw chronische aandoeningen = 20-30%: voelt beter ⟶ nemen minder
medicatie
hoe accuraat is dan deze voorstelling?
- disease (ziekte): pathologisch substraat ⟶ DOCTOR’s view!
- illness (ziektegevoel): klacht ⟶ PATIENT’S view!
- sickness (ziekterol): patiëntenrol ⟶ COMMUNITY’s view
o 3% ⟶ is er effectief een ziekte aanwezig
23% ⟶ ziekte en ziektegevoel, gaat gewoon werken
1% ⟶ werkongeschikdheid en tegelijk ziekte, maar
geen ziektegevoel (bv vrouw in rolstoel)
o 8% ⟶ alles = ernstig zieke mensen, bv borstkanker in accute
fase
33% ⟶ ziektegevoel zonder afwezigheid of substraat is
1
, modellen van ziekte & gezondheid: dynamische definitie
1. biomedisch model
= er is een ziekte ⟶ je bent ziek ⟶ als je ziek bent, moet je onderliggend substraat vinden
- ziekte = probleem in biologische processen = objectieve waarneming
- basis van volgende modellen
- implicatie van het model op visie op
o gezondheid: focus op "absence of disease"
o financiering van westerse gezondheidszorg
- belang biomedische model voor vooruitgang in geneeskunde , EBM, … ⟶ ontstaansgeschiedenis van
medische wetenschap
k
2. biopsychosociaal model
- (°16de-17de eeuw) ⟶ George Engel, internist en psychiater
- biologische aspecten: genetische en somatische bouw
- psychologische factoren: mentale gezondheid en persoonlijkheid
- sociologische factoren: omgeving
;
3. bio-psychosociaal-spiritueel model van
ziekte
- aandacht voor sociale, psychische en fysische factoren: onvoldoende om bij deze patiënt
goede zorg te kunnen verlenen
- sleutelvragen: wat houdt u bezig op dit moment?, wat vindt u belangrijk in uw leven? , wat hoopt u nog te
kunnen realiseren?, wie zou u graag bij u hebben?, waar had u steun aan in moeilijke situaties in verleden?
- spiritualiteit
o = dynamische dimensie mens-zijn die verwijst naar manier waarop personen zin, levensdoel en
transcendente ervaren, uiten en/of zoeken, en manier waarop zij verbinding beleven met het nu,
zichzelf, anderen, natuur, betekenisvolle en/of religieuze = levenshouding, zingeving, verbinding
o omvat verschillende dimensies:
existentiële uitdagingen: identiteit, zin, lijden en dood, schuld en schaamte, verzoening en
vergeving, vrijheid en verantwoordelijkheid, hoop en wanhoop, liefde en geluk
waarden en grondhoudingen: wat belangrijkste is voor iemand, zoals de relatie met zichzelf,
familie, vrienden, werk, objecten, natuur, kunst en cultuur, ethiek en moraal, en leven zelf
religieuze en levensbeschouwelijke overwegingen en fundamenten: geloof, overtuigingen
en praktijken, relatie met God of het wezenlijke
4. model "frailty"
- ‘kwetsbaarheid’, begrip uit de geriatrie
- frailty is een dynamische staat waarin een persoon verkeert die op 1 of meerdere domeinen (fysiek,
psychosocial, omgeving) functioneel verlies/uitval ervaart
- veroorzaakt/beïnvloed door uiteenlopende parameters en leidt tot risico op nog meer uitval
- ofwel: de ene 90-jarige is de andere niet
- gaat uit van kwetsbaarheid van ouderen op verschillende domeinen
o omdat er verschillend domein weg gaat op bepaald moment, hoeft niet medisch te zijn
o man kan niet meer thuis wonen sinds zijn vrouw in bejaaredenhoud is ⟶ zelfredzaamheid is niet
veranderd en vrouw is weg, dus sociale domein ontwricht ⟶ gaat van niet hulpbehoevend naar
compleet hulpbehoevend
5. ecologisch model van gezondheid
- mensen die in armoede leven: verschil in levensverwachting: 18 jaar verschil in gezonde levensjaren
o 25 jaren in armoede ⟶ heeft 18 gezonde levensjaren minder opstaan dan wij als wij 25 zijn
o ziek op 49j: screeningsprogrammas in belgie beginnen pas vanaf 50 ⟶ mensen niet gescreend ⟶
hoger risico en vroeger een accuut incident
- kansarm gezin die voorturend verkoudheden hebben en kan zien hoe vaak het kind afwezig is
o wat moet je als eerste doen? huisvesting ⟶ hoe zit dat daar? Huizebezoek doen
wooncontext weten: geven aan wat is risico op gezond leven voor deze kinderen
2
, o biogenetische, somatische, psychische, (sociale)
diversiteitskenmerken van een individu
- leeftijd
- geslacht: vrouwen presenteren meer ziekten met klachten waarvan we patronen al weten
o bv hartinfarct: pijn op borst, uitstralend naar arm en onderkaak
o bij vrouwen is dat zelden zo ⟶ zijn wat veerkrachtiger en hebben een ander endocrien systeem
⟶ vrouwen meer zweten, misselijkheid enzo
zorgen ervoor dat vrouwen een minder goede zorg krijgen
- functiebeperking, genetische eigenschap: minder toegankelijk als in rolstoel ⟶ stellen ongewild
gemiddeld 30 dagen uit om naar dokter te gaan
- taal
o als je de taal niet spreekt, kan je je moeiljk uiten en moeiljik begrijpen
o hoeveel verschillende woorden gebruik je gemiddeld op 1 dag vs iemand die minder taalvaardig is?
⟶ 1.000 vs lagere opleidingskansen: 100
- seksuele geaardheid: soa screening: hetero en andere geaardheidstesten
- (financiële status). (ras, culturele achtergrond). (leeftijdsbeschouwing/geloof)
individu:
- biogenetische kenmerken: aanleg voor gewrichtspijnen
- somatische kenmerken: epicondylitis
- psychische kenmerken: positief ingesteld, hoge pijndrempel, actieve sporter, eerder angstig
zowel genetica als epigenetica omvatten (veranderingen in genexpressie zonder wijziging DNA-sequentie)
o epigenetische veranderingen ivm obesitas gerelateerd zijn aan blootstelling aan
hormoonontregelende chemicaliën en blootstelling moeder aan obesitas
o blootstelling van de moeder vroeg in het leven die veranderingen in fysiologische processen die
kunnen doorwerken tot in de volwassenheid
- individuele factoren zijn ook kennis, houding en gedrag met betrekking tot voeding en lichaamsbeweging
interpersoonlijke factoren:
- gezinssituatie zal veranderen, meer actief in huishouden, baby verzorgen
- 2 inkomens ⟶ 1 + 1, vervangingsinkomen, ondersteuning & netwerk van het gezin
culturele factoren: voedingskeuzes, tradities en culturele betekenissen van slankheid en dikheid die worden
versterkt op gezinsniveau en op maatschappelijk niveau
gezinskenmerken: gedrag verzorgers, tijdsdruk (invloed op mogelijkheid samen koken en eten), voedsel in
context familierelaties.
3
, institutioneel:
- hoge werkdruk, repetitief werk
- uurrooster: wisselend
- arbeidsgeneesheer – aanpassing werkplaats?
voedingsmogelijkheden op school en werkplek, mogelijkheden voor lichaamsbeweging en toegang tot
gezondheidsbevorderende diensten zoals welzijnsprogramma's, klinieken of sportscholen.
gemeenschapsfactoren: toegang tot en betaalbaarheid gezond voedsel, recreatiefaciliteiten,
gezondheidszorg; beloopbaarheid en indeling straten; veiligheid buitenruimtes; buren die sporten;
en gemeenschapsnormen met betrekking tot voedselkeuzes en een aanvaard gewicht
schooltijden? onvoldoende slaap is in verband met obesitas, dus zou beleid schoolsysteem dag op
middelbare school 's ochtends heel vroeg begint, in strijd met natuurlijke of gewenste slaappatroon tieners,
kunnen bijdragen aan slaaptekorten die lichaam aanzetten tot opslaan meer vet?
sociale normen (eigenlijk in breedste niveau model geplaatst moeten worden)
maatschappij:
- verwachtingspatronen/rolpatronen
- ziekte & werken
- ziekte en sociaal functioneren
beleid:
- regelgeving werkongeschiktheid ziekte/ouderschapsverlof
- wetgeving bescherming op de werkplek
- beroepsziekten
brede sociale en beleidsniveau: regelgeving schoolvoedselprogramma's, landbouwsubsidies,
bestemmingsplannen, blootstelling aan obesogene chemicaliën in voedingsmiddelen, voedselverpakkingen
en andere producten, die allemaal worden beïnvloed door de regelgeving
verklarend diastesis-stress model voor ziekte en gezondheid
-diathesis-stressmodellen: interactie tussen kwetsbaarheid en stressoren leiden tot ziektebeeld
-diathesis: vulnarability to disease: genetisch – psychologisch – biologisch –
o cf starting line to depression, schizofrenia
sommige mensen hebben voorbeschiktheid tot ontwikkelen schizofrenie, maar zullen
daarom niet noodzakelijk ontwikkelen (cf cannabis gebruik)
- stress: veranderend iets in de omgeving van de patient die dusdanig ingrijpend is dat die, in
samenwerking met de vulnerabiliteit, leidt tot ziekte
mensen die regelmatig astma hebben ⟶ gemiddeld meer groeiachterstand
o minder sociaal leven, academie, scouts, sociale activiteiten
o die sociale activiteiten nodig voor fysieke groei kind
⟶ zijn gemiddeld kleiner kansarme kinderen
kwetsbaarder? grotere impact omgevingsfactoren
impact van ziekte
transactioneel model
- integreert: aspecten van het zieke zelf, aspecten vd omgeving van zieke
- transactioneel: vaststelling dat kind zijn/haar omgeving beïnvloedt terwijl omgeving ook kind
beïnvloedt. ontwikkeling maw gezien als dynamisch proces tussen kinderen, opvoeders en omgeving.
- naast biologische ook omgeving kind rol op psychische, sociale en cognitieve ontwikkeling. ⟶
noodzakelijk niet alleen gedag, dat resultaat is van neurologische ontwikkeling, maar ook bredere
context kind in kaart te brengen
o bvb mentale ziekte ouders, sociale status en familiale stress = negatief beïnvloedende factoren
balansmodel
- integreert
o draaglast draagkracht
4