Eigenschappen magneten:
- Oefenen een aantrekkingskracht uit op bepaalde materialen
(die materialen noemen magnetische stoffen)
- 2 polen: noordpool (N) & zuidpool (Z)
- Polen oefenen een kracht op elkaar uit
⟶ zelfde polen = afstoten
⟶ tegengestelde polen = aantrekken
- Polen kan je niet scheiden
(elk stuk krijgt opnieuw een N en Z pool)
- Magnetische stoffen in de buurt worden ook magnetisch
Magnetisch veld
Ruimte rondom een magneet waar binnen de magneet een aantrekkingskracht uitoefent
Magnetische veldsterkte ⃗:
Oriëntatie:
⟶ weg van N naar Z
Grootte:
⟶ B⃗ niet overal even sterk
⟶ kan je meten met een magnetische veldsensor
Grootheid symbool eenheid symbool
Magnetische B⃗ tesla T
veldsterkte
Veldlijnen spectrum:
Zichtbaar maken met kompasnaaldjes
Griesmeelkorrels in een olie bad worden in een elektrisch veld gepolariseerd en lijnen zich onder invloed
van elektrische kracht
Eigenschappen:
- Geeft de richting en zin van de magnetische veldsterkte B⃗ weer
- Snijden NOOIT
- Vertrekken bij N en gaan naar Z
- Geeft aan hoe de sterkte van het veld veranderd
fysica Pagina 1
, Voorbeelden:
Staafmagneet: 2 gelijknamige polen:
2 ongelijknamige polen: U-vormige magneet:
niet homogeen
homogeen
Magnetisch veld bij meerdere magneten:
⃗= ⃗ + ⃗ +⋯
Het magnetisch veld van de aarde:
De aarde gedraagt zich als een magneet, met:
- De magnetische zuidpool in de buurt van het geografische noorden.
- De magnetische noordpool in de buurt van het geografische zuiden.
Magnetische declinatie:
- Het hoekverschil tussen magnetische en geografische polen varieert in tijd en ruimte.
- Magnetische polen verschuiven (momenteel tot 55 km/jaar).
Omkering van magnetische polen:
- Gebeurt gemiddeld eens per 300.000 jaar, maar de laatste omkering was 780.000 jaar geleden.
- De volgende omkering wordt binnen ongeveer 1.000 jaar verwacht.
fysica Pagina 2