DE PRINCIPES VAN GOED WISKUNDEONDERWIJS
Didactisch principe Principe van goed wiskundeonderwijs
Realiteitsprincipe Inzichtelijk leren
lln. begrijpen waarom iets zo is, niet
enkel hoe
Motivatieprincipe Betekenisvolle situaties
Activiteitsprincipe Wiskundige verwoording
Aanschouwelijkheidsprincipe C-S-A
concreet – schematisch - abstract
Geleidelijkheidsprincipe Handelingsniveaus (Galperin)
materieel – perceptueel – verbaal –
mentaal
Differentiatieprincipe Inductief werken
Herhalingsprincipe Automatiseren ( memoriseren)
UITLEG OVER ALLE PRINCIPES
INZICHTELIJK LEREN
= leerlingen begrijpen waarom iets zo is en hoe stappen samenhangen
Regels gewoon vanbuiten leren zonder begrip niet zinvol
o Leerlingen vergeten of verwarren ze snel
Dit geeft:
o Meer vertrouwen
o Mogelijkheid om zelf oplossingen terug op te bouwen bij twijfel
Voorbeeld:
Niet enkel “9 × 8 = 72” onthouden
Maar begrijpen: “9 × 8 = 10 × 8 − 8”
OPBOUW VAN EEN INZICHTELIJKE LES
Nieuwe leerstof:
o Kaderen in de leerlijn (voorkennis activeren)
o Verbinden met wat leerlingen al kennen
Belangrijk:
o Regelmatig herhalen
o Visueel ondersteunen
KENMERKEN
, Logische lesopbouw
Gebruik van:
o CSA (concreet schematisch abstract)
o Handelingsniveaus
Leerlingen moeten hun oplossingsproces verwoorden
BETEKENISVOLLE SITUATIES
Wiskunde vertrekt best uit realistische situaties
Leerlingen:
o Analyseren de situatie
o Maken een wiskundig model
o Lossen op en interpreteren
Proces: situatie analyseren model rekenen interpreteren
BELANG
Verhoogt motivatie
Laat leerlingen verband zien tussen wiskunde en realiteit
Stimuleert probleemoplossend denken
VERWISKUNDIGEN
Vertalen van realiteit naar wiskunde
Niet alle info blijft behouden (enkel essentie telt)
AANDACHTSPUNTEN
Betekenisvolle context helpt begrip
Leerlingen moeten:
o Verband leggen met realiteit
o Leren analyseren
CONCREET – SCHEMATISCH – ABSTRACT (CSA-MODEL)
Moeilijkheid = overgang naar abstract denken
Daarom: stap voor stap van concreet naar abstract
CONCREET
Werken met materiaal (manipuleren, ervaren)
Multisensorieel leren
Zowel:
o Ongestructureerd materiaal
o Gestructureerd rekenmateriaal
Belangrijk want variatie in materiaal voorkomt misvattingen
Soorten materiaal:
Materiaal uit realiteit
, Materiaal dat realiteit vervangt (vb. blokjes)
Gestructureerd materiaal (vb. MAB)
SCHEMATISCH
Voorstellen via tekeningen en schema’s
Doel:
o Inzicht verduidelijken
o Link leggen met concreet
Voorbeelden:
Getallenlijn
Tabel / schema
Positietabel
Niet elke tekening helpt, hij moet inzicht ondersteunen
ABSTRACT
Werken zonder materiaal
Enkel cijfers en symbolen
Wel pas na voldoende inzicht
BELANGRIJK
Leerlingen bewegen voortdurend tussen de 3 niveaus
Triple code model ondersteunt dit (woord – symbool – hoeveelheid)
AANDACHTSPUNTEN
Controleer op welk niveau leerling zit
Indien moeilijk: terug naar concreter niveau
Belangrijk voor remediëring en differentiatie
HANDELINGSNIVEAUS VAN GALPERIN
Materieel:
Handelen met materiaal
o Onmiddellijk verwoorden
Perceptueel:
Kijken naar materiaal / schema
Niet meer zelf manipuleren
Verbaal:
Uitleggen zonder materiaal
Denken luidop
, Mentaal:
Volledig in het hoofd
Enkel resultaat zichtbaar
Belangrijk:
Opbouw is geleidelijk
Verwoorden op elk niveau is essentieel
Bij fouten terug naar lager niveau (bv. verbaal)
BELANG VAN CORRECT WISKUNDIG VERWOORDEN
Verwoorden = brug tussen
o Werken met materiaal
o Denken zonder materiaal
Helpt bij inzicht en automatiseren
Aandachtspunten:
Gebruik correcte vaktaal
Ga van spreektaal wiskundetaal
Controleer begrip regelmatig
Let op!
Vermijd ezelsbruggetjes zonder inzicht
Stimuleer:
o Rekengesprekken
o Meerdere antwoorden en redeneringen
AUTOMATISEREN – MEMORISEREN
Doel: basisbewerkingen vlot en correct uitvoeren
Eerst: inzichtelijk rekenen
Daarna: oefenen automatiseren
Belangrijk:
Regelmatig oefenen
Tempo verhogen
Variatie in werkvormen
Leerling kan altijd terugvallen op inzicht
INDUCTIEF WERKEN
Inductief:
Van voorbeelden naar regel
Leerlingen:
o Onderzoeken