les 1 - begripsverkenning en regelgeving vrije tijd en cultuur
/ universele verklaring van de rechten van de mens
= opgesteld in 1948 door de verenigde naties
● het omvat alle basisrechten van de mens (grondrechten)
● wordt gebruikt als standaard voor een nieuw internationaal verdrag of een nationale
grondwet
UVRM omvat ook 2 artikelen over cultuur en vrije tijd
artikel 24 in het UVRM
Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van
de werktijd, en op periodiek betaald verlof.
artikel 27 in het UVRM
Een ieder heeft het recht om vrij deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om
te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten
daarvan.
kunst & cultuur, maar ook sport, … zijn onderdeel van rust, vrije tijd en welzijn → iedereen heeft
recht om te participeren aan het culturele leven
/ het kinderrechtenverdrag (1990)
= artikel 31 in het UVRK bepaalt dat elk kind recht heeft op rust & vrije tijd, op deelname aan spel en
recreatieve bezigheden, op culturele & artisieke activiteiten, en dat staten die recht moeten
bevorderen:
● toegang tot kunst & cultuur als mensenrecht
● inclusie & diversiteit → alle kinderen, ongeacht achter, moeten toegang hebben tot cultuur
/ belgische grondwet
= artikel 23 paragraaf 5: iedereen heeft recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
→ cultuur is geen luxeproduct maar een grondrecht, wordt concreet gemaakt in de praktijk via:
● publiekswerking
● educatieve projecten
● outreach naar kansengroepen
● …
/ samenvatting van al deze rechten
1
,/ de non take - up
= deze 4 principes maken duidelijk dat rechten vaak formeel bestaan, maar in de praktijk niet altijd
worden gerealiseerd door sociale, culturele en structurele drempels
● niet voorgesteld = als het aanbod niet reikt tot bepaalde
doelgroepen, dan kunnen zij ook niet mee doen
● niet vragen = het gevoel dat het niets voor jou is ‘past het wel bij
mij?’ mss is het veel administratie werk te doen (online tickets
met tijdslot geen geld, niet goed kunnen werken met gsm)
● niet krijgen = als je wel wilt mee deelnemen, maar je botst wel op veel drempels (geen
vervoer, heb geen opvang van mijn kinderen, openingsuren) ik heb gewoon de optie niet
om deel te nemen
● niet kennen = mss weet je niet dat het bestaat (sluit voorderest ook aan bij wat er gezegd
is bij niet voorgesteld) + je weet niet van de kortingspas, je kent niets van de systemen, …
hierdoor is het als sw’er belangrijk om:
● actief rechten te promoten (outreachend)
● drempels proberen verlagen
● mensen te empoweren om hun recht op cultuur en vrije tijd effectief op te nemen
/ vrije tijd; 8 + 8 + 8
= principe dat voortkomt uit een rapport van Robert Owen in 1817
● vroeger = lange werkdagen → werkdagen van 12 tot 16 uur per dag
● Owen = lanceert vrije tijd als recht en noodzaak → kortere werkdagen makken
productievere en gelukkigere werknemers
→ dus een voorstel voor 8 + 8 + 8:
● 8 uur werken
● 8 uur slapen
● 8 uur vrije tijd
er kwam een verschuiving van leven om te werken → werken om te leven
/ vrije tijd; niets doen als statussymbool
● in moderne SL komt status niet alleen uit rijkdom, maar vooral uit het kunnen tonen van
vrije tijd en niet te moeten werken
● hogere klasse gebruikt vrije tijd en luxe niet alleen om ervan te genieten, maar om te tonen
dat ze niet moeten werken om te overleven
→ dat werkte omdat:
● vrije tijd = ‘ik hoef niet te werken, dus ik heb middelen en status’
● zichtbare luxe = ‘ik heb meer dan genoeg’
2
, / vrije tijd; druk zijn als modern statussignaal
→ mensen die druk lijken, worden als competenter, ambitieuzer en hoger in status gezien
● zoals luxeproducten status uitdrukten, doen tijdschaarste en unieke vrijetijdsactiviteiten
dat nu ook
/ vrije tijd; begrippen
residuele tijd = de tijd die overblijft nadat alle noodzakelijke verplichte activiteiten zijn
volbracht → het is dus de tijd die “overschiet”, & waarin je zelf kiest wat je doet (vrije wil)
discretionaire tijd = tijd naar eigen inzicht, nadat je het minimum aan verplichtingen hebt
gedaan
lummeltijd = ontspannen tijd zonder doel, die toch belangrijk is
fragmentatie = korte stukken onderbroken tijd door andere activiteiten
→ voorbeeld: Je wil ontspannen, maar wordt telkens gestoord door huishouden of zorg voor
kinderen
contaminatie = combinatie van vrije tijd en andere activiteit (multitasking)
→ voorbeeld: de was opvouwen tijdens dat je naar de tv aan het kijken bent
/ vrije tijd; motivatoren voor georganiseerde vrije tijd
→ vanuit welke motivatie doen mensen aan vrije tijdsbesteding?
1. behoefte aan fysieke / mentale ontspanning
2. relaties onderhouden + nieuwe relaties aangaan
3. ontwikkelen en onderhouden van kennis & vaardigheden
4. een bijdrage leveren aan de SL
/ vrije tijd; definitie
vrije tijd = de tijd die je niet hoeft te besteden aan noodzakelijke activiteiten zoals werk, studie,
huishouden of zorg. deze tijd wordt dus vrijgemaakt om te ontspannen, een breder sociaal
netwerk uit te bouwen, te mogen bijdrage aan de omgeving, een hobby te beoefenen, aan sport
doen, te gamen, culturele uitstappen te doen, … → in vrije tijd laten we de verplichtingen los en
vertrekken we vanuit onze goesting
(gaat niet woord voor woord bevraagd worden → maar je moet wel de principes erachter begrijpen)
/ vrije tijd; het verenigingsleven
vroeger evolutie
= tijdens verzuiling (katholiek / socialistisch / liberaal) = ontzuiling en individualisering
● lidmaatschap vaak levenslang + vanzelfsprekend ● meer keuzevrijheid
● sterke link met politiek, identiteit en sociale ● opkomst van losse engagementen
netwerken ● MAAR het verenigingsleven is NIET dood
3
/ universele verklaring van de rechten van de mens
= opgesteld in 1948 door de verenigde naties
● het omvat alle basisrechten van de mens (grondrechten)
● wordt gebruikt als standaard voor een nieuw internationaal verdrag of een nationale
grondwet
UVRM omvat ook 2 artikelen over cultuur en vrije tijd
artikel 24 in het UVRM
Een ieder heeft recht op rust en op eigen vrije tijd, met inbegrip van een redelijke beperking van
de werktijd, en op periodiek betaald verlof.
artikel 27 in het UVRM
Een ieder heeft het recht om vrij deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap, om
te genieten van kunst en om deel te hebben aan wetenschappelijke vooruitgang en de vruchten
daarvan.
kunst & cultuur, maar ook sport, … zijn onderdeel van rust, vrije tijd en welzijn → iedereen heeft
recht om te participeren aan het culturele leven
/ het kinderrechtenverdrag (1990)
= artikel 31 in het UVRK bepaalt dat elk kind recht heeft op rust & vrije tijd, op deelname aan spel en
recreatieve bezigheden, op culturele & artisieke activiteiten, en dat staten die recht moeten
bevorderen:
● toegang tot kunst & cultuur als mensenrecht
● inclusie & diversiteit → alle kinderen, ongeacht achter, moeten toegang hebben tot cultuur
/ belgische grondwet
= artikel 23 paragraaf 5: iedereen heeft recht op culturele en maatschappelijke ontplooiing
→ cultuur is geen luxeproduct maar een grondrecht, wordt concreet gemaakt in de praktijk via:
● publiekswerking
● educatieve projecten
● outreach naar kansengroepen
● …
/ samenvatting van al deze rechten
1
,/ de non take - up
= deze 4 principes maken duidelijk dat rechten vaak formeel bestaan, maar in de praktijk niet altijd
worden gerealiseerd door sociale, culturele en structurele drempels
● niet voorgesteld = als het aanbod niet reikt tot bepaalde
doelgroepen, dan kunnen zij ook niet mee doen
● niet vragen = het gevoel dat het niets voor jou is ‘past het wel bij
mij?’ mss is het veel administratie werk te doen (online tickets
met tijdslot geen geld, niet goed kunnen werken met gsm)
● niet krijgen = als je wel wilt mee deelnemen, maar je botst wel op veel drempels (geen
vervoer, heb geen opvang van mijn kinderen, openingsuren) ik heb gewoon de optie niet
om deel te nemen
● niet kennen = mss weet je niet dat het bestaat (sluit voorderest ook aan bij wat er gezegd
is bij niet voorgesteld) + je weet niet van de kortingspas, je kent niets van de systemen, …
hierdoor is het als sw’er belangrijk om:
● actief rechten te promoten (outreachend)
● drempels proberen verlagen
● mensen te empoweren om hun recht op cultuur en vrije tijd effectief op te nemen
/ vrije tijd; 8 + 8 + 8
= principe dat voortkomt uit een rapport van Robert Owen in 1817
● vroeger = lange werkdagen → werkdagen van 12 tot 16 uur per dag
● Owen = lanceert vrije tijd als recht en noodzaak → kortere werkdagen makken
productievere en gelukkigere werknemers
→ dus een voorstel voor 8 + 8 + 8:
● 8 uur werken
● 8 uur slapen
● 8 uur vrije tijd
er kwam een verschuiving van leven om te werken → werken om te leven
/ vrije tijd; niets doen als statussymbool
● in moderne SL komt status niet alleen uit rijkdom, maar vooral uit het kunnen tonen van
vrije tijd en niet te moeten werken
● hogere klasse gebruikt vrije tijd en luxe niet alleen om ervan te genieten, maar om te tonen
dat ze niet moeten werken om te overleven
→ dat werkte omdat:
● vrije tijd = ‘ik hoef niet te werken, dus ik heb middelen en status’
● zichtbare luxe = ‘ik heb meer dan genoeg’
2
, / vrije tijd; druk zijn als modern statussignaal
→ mensen die druk lijken, worden als competenter, ambitieuzer en hoger in status gezien
● zoals luxeproducten status uitdrukten, doen tijdschaarste en unieke vrijetijdsactiviteiten
dat nu ook
/ vrije tijd; begrippen
residuele tijd = de tijd die overblijft nadat alle noodzakelijke verplichte activiteiten zijn
volbracht → het is dus de tijd die “overschiet”, & waarin je zelf kiest wat je doet (vrije wil)
discretionaire tijd = tijd naar eigen inzicht, nadat je het minimum aan verplichtingen hebt
gedaan
lummeltijd = ontspannen tijd zonder doel, die toch belangrijk is
fragmentatie = korte stukken onderbroken tijd door andere activiteiten
→ voorbeeld: Je wil ontspannen, maar wordt telkens gestoord door huishouden of zorg voor
kinderen
contaminatie = combinatie van vrije tijd en andere activiteit (multitasking)
→ voorbeeld: de was opvouwen tijdens dat je naar de tv aan het kijken bent
/ vrije tijd; motivatoren voor georganiseerde vrije tijd
→ vanuit welke motivatie doen mensen aan vrije tijdsbesteding?
1. behoefte aan fysieke / mentale ontspanning
2. relaties onderhouden + nieuwe relaties aangaan
3. ontwikkelen en onderhouden van kennis & vaardigheden
4. een bijdrage leveren aan de SL
/ vrije tijd; definitie
vrije tijd = de tijd die je niet hoeft te besteden aan noodzakelijke activiteiten zoals werk, studie,
huishouden of zorg. deze tijd wordt dus vrijgemaakt om te ontspannen, een breder sociaal
netwerk uit te bouwen, te mogen bijdrage aan de omgeving, een hobby te beoefenen, aan sport
doen, te gamen, culturele uitstappen te doen, … → in vrije tijd laten we de verplichtingen los en
vertrekken we vanuit onze goesting
(gaat niet woord voor woord bevraagd worden → maar je moet wel de principes erachter begrijpen)
/ vrije tijd; het verenigingsleven
vroeger evolutie
= tijdens verzuiling (katholiek / socialistisch / liberaal) = ontzuiling en individualisering
● lidmaatschap vaak levenslang + vanzelfsprekend ● meer keuzevrijheid
● sterke link met politiek, identiteit en sociale ● opkomst van losse engagementen
netwerken ● MAAR het verenigingsleven is NIET dood
3