Crossculturele psychologie
Les 1: introductie
Culturele verschillen kunnen een lastig onderwerp zijn; kan zorgen voor taboe
Confirmation bias= voorkeur voor bevestiging; Zoeken naar wat de eigen overtuiging
bevestigt, negeren naar wat de eigen overtuiging tegenspreekt.
Diversiteit = verrijking = bedreiging
Cultuurverschillen, psychologische verschillen.
Besef eigen cultu(u)r(en) en waardering andere culturen
Verschillen en gelijkenissen
“Cultuur beïnvloedt ánderen”, eigen cultuur “onzichtbaar” (besef dat er
verschillende culturen zijn, als we de verschillen opmerken)
Definities NIET kennen
Culturele psychologie = vrij nieuw
o “A long past, but only a short history”
o Sterke groei na WOII
o Vanaf jaren ‘60 specifieke wetenschappelijke tijdschriften
= WEIRD = NIET de hele wereld
o W = Western (West- Europa, VS)
o E = educated (met opgeleide mensen)
o I = industrialized (die wonen in een industriële samenleving)
o R = rich (die rijk zijn)
o D = democratic (en leven in een democratie)
Veel onderzoek met studenten die nog geen diploma hebben (= NIET representatief
voor de hele wereld)
2 visies op cultuur:
o Iedereen = hetzelfde
o Iedereen = NIET hetzelfde
Colour blindness: niemand is van nature racistisch (sluipt er pas na een tijdje in door
omgeving/opvoeding)
Les 2: Wat is cultuur?
Honderden definities van cultuur
Interpretatie kan breed of eng
o Brede zin= Natuur tegenover cultuur: dat wat de mens schept
o Enge zin= Kunstuitingen, bedrijfscultuur, jongerencultuur
Definities van cultuur:
o Tylor (1871): een door de mens verworven complex geheel dat kennis, geloof,
kunst, moraal, wetten, gebruiken, en alle andere capaciteiten en gewoontes omvat
o Herskovits (1948): het deel van de menselijke omgeving dat door mensen gemaakt is
Materie (objectief aspect) = tastbaar, zichtbaar, Vb: architectuur, voeding,
vlag, … (Welke kleding we dragen)
1
, Immaterie (subjectief aspect) = minder zichtbaar, Vb: hoe we dingen doen,
hoe we ons gedragen, hoe we naar de wereld kijken. (Voorschriften voor
kleding in bepaalde situaties)
o Culturele dimensies volgens Hofstede:
Iets dat een groep van mensen deelt, ons hoofd is zo geprogrammeerd dat
we ons op bepaalde manieren gaan gedragen en hoe we naar de wereld
kijken.
Combinatie van aangeboren en aangeleerd dingen.
Cultuur= de collectieve programmering, die de leden van de groep of
categorie mensen onderscheidt van die van een andere.
o Onion-model of culture:
Cultuur =
o Een door een gemeenschap gedeeld systeem
o Van waarden, normen, ideeën, attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en
de producten ervan
o Die van generatie op generatie worden overgeleverd
o Je wordt niet geboren met een cultuur, dit wordt aangeleerd.
Cultuur= gedeeld
o Voor cultuur is een groep(je) nodig
o De mate waarin varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
o Cultuur kan ook klasgroep zijn, hoeft niet groot te zijn.
o Hechtheid van de cultuur = naar maten hoe de cultuur variatie toelaat
o Cultuur is niet alles bepalend, we hebben onze eigen reacties op dingen en kunnen
niet voorspeld worden door de cultuur die we hebben.
o Wordt overgebracht door socialisatie
2
, Enculturatie: cultuuroverdracht in tijd
Acculturatie: cultuuroverdracht in geografische en sociale ruimte (meer in
les 10), je verhuist van cultuur naar de andere Vb. Naar ander land
verhuizen, van job veranderen, …
o Hersenen zijn deel van menselijke natuur maar worden ook gevormd door culturele
ervaringen (Bv. Taxichauffeurs in Londen)
o Onze cultuur kan de hersenen veranderen als we worden blootgesteld aan bepaalde
dingen.
Cultuur= dynamisch
o Cultuur beïnvloedt gedrag en vice versa
o Een nieuwe (sub)cultuur kan zich soms snel vormen
o Cultuur is adaptief
Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische,
sociopolitieke en biologische factoren
Wij hebben van nature nood om samen te zijn met andere mensen.
Onze manier van communicatie is sterk verander doormiddel van de
technologie, communicatie is korter en sneller geworden, we verwachten
ook van elkaar om snel antwoord te krijgen en altijd bereikbaar te zijn.
Ecocultureel perspectief:
Ecologisch en cultureel
De ecologische omgeving waarin mensen functioneren, is van
invloed op de cultuur
De ecologie waarin wij wonen is van toepassing op onze cultuur.
Vb: kledingstijlen: in de woestijn kleden ze zich luchtig maar ook
beschermend.
Vb. Tseetseevlieg in Afrika: Vlieg taste vee aan
Wat is cultuur (niet)?
o Ras: fysieke kenmerken (Europa vs. VS) Ras is niet veranderlijk en cultuur wel. Maar
ras wordt wel vaak gebruikt als indicator van cultuur.
o Nationaliteit:
Staatsburgerschap (= voldoe je aan de staatskenmerken):
Vaak zelfde cultuur, maar: ook heterogeniteit cultuur kan
nationaliteiten overstijgen
In crosscultureel onderzoek vaak vergelijking van landen
In VS spreken ze van Europese cultuur, we hebben gelijkaardige
aspecten.
o Etniciteit:
Sociaal culturele identiteit die een groep verbindt
Met welke groep identificeer je je?
Hangt (mede) af van: religie, taal, woonplaats, eigen herkomst en die van je
(groot)ouders
Etnocentrisme= “De houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur
bewust of onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen.”
Is gedrag universeel of uniek aan een specifieke cultuur?
o 2 benaderingen:
3
, Het absolutisme (zie AP)
Gedrag wordt niet beïnvloed door de culturele context
Extreem universele aanpak, zoeken naar gedrag dat geheel
cultuurvrij is.
Vb. Ishihara test voor kleurenblindheid
Gematigd absolutisme (veralgemeen niet te sterk):
o Erkenning van gelijkenissen en verschillen:
Psychologische fenomenen zijn ongeveer gelijk in
alle culturen.
De manifestatie, de interpretatie ervan kan wel
verschillen van cultuur tot cultuur
Het relativisme (zie cultuurpsychologie)
Er bestaat geen contextvrij gedrag
Iedereen maakt deel uit van één of meer culturen
Menselijk gedrag kan slechts begrepen worden binnen de context
van de cultuur waarin het verschijnt
Vb. Non-verbaal gedrag
Gematigd relativisme (relativeer niet te sterk):
o In extremis: Zijn we te verschillend om te kunnen
interageren? Kunnen we nog algemene morele standaarden
en wetgevingen opstellen?
o Niet vergeten dat we over culturen heen ook enorm veel
gemeen hebben
o Erkenning van gelijkenis en verschillen
o Visie van crossculturele psychologie?
Bestudeert de mate waarin onze gevoelens, gedachten, en gedragingen
beïnvloed worden door onze cultuur
In veel onderzoek centrale vraag: absoluut of relatief?
Zorg dat je dit kunt herkennen in de onderzoeken die we nog gaan zien
Vaak elementen van beide: milde vorm van absolutisme/relativisme
Samengevat:
o De crossculturele psychologie bestudeert het gedrag van het individu in
wisselwerking met de culturele omgeving
o Cultuur is het deel van de menselijke omgeving dat door mensen gemaakt is. Het is
gedeeld, geleerd, dynamisch en adaptief (ecoculturele perspectief)
o We vermijden best een etnocentrische blik, waarbij onze eigen cultuur als maatstaf
wordt gebruikt
Les 3: Onderzoeksmethoden I: crosscultureel onderzoek met algemene onderzoeksmethoden
Samenstelling v/d steekproef
o Welke culturen ga je bestuderen?/ Welke deelnemers ga je bestuderen in een
cultuur?
o Methode 1: Random sampling
Betekent: willekeurig, toevallig
Het bekijken van verspreiding kenmerken over groepen zonder duidelijk
verwachtingspatroon
Vb. relatietevredenheid:
4
Les 1: introductie
Culturele verschillen kunnen een lastig onderwerp zijn; kan zorgen voor taboe
Confirmation bias= voorkeur voor bevestiging; Zoeken naar wat de eigen overtuiging
bevestigt, negeren naar wat de eigen overtuiging tegenspreekt.
Diversiteit = verrijking = bedreiging
Cultuurverschillen, psychologische verschillen.
Besef eigen cultu(u)r(en) en waardering andere culturen
Verschillen en gelijkenissen
“Cultuur beïnvloedt ánderen”, eigen cultuur “onzichtbaar” (besef dat er
verschillende culturen zijn, als we de verschillen opmerken)
Definities NIET kennen
Culturele psychologie = vrij nieuw
o “A long past, but only a short history”
o Sterke groei na WOII
o Vanaf jaren ‘60 specifieke wetenschappelijke tijdschriften
= WEIRD = NIET de hele wereld
o W = Western (West- Europa, VS)
o E = educated (met opgeleide mensen)
o I = industrialized (die wonen in een industriële samenleving)
o R = rich (die rijk zijn)
o D = democratic (en leven in een democratie)
Veel onderzoek met studenten die nog geen diploma hebben (= NIET representatief
voor de hele wereld)
2 visies op cultuur:
o Iedereen = hetzelfde
o Iedereen = NIET hetzelfde
Colour blindness: niemand is van nature racistisch (sluipt er pas na een tijdje in door
omgeving/opvoeding)
Les 2: Wat is cultuur?
Honderden definities van cultuur
Interpretatie kan breed of eng
o Brede zin= Natuur tegenover cultuur: dat wat de mens schept
o Enge zin= Kunstuitingen, bedrijfscultuur, jongerencultuur
Definities van cultuur:
o Tylor (1871): een door de mens verworven complex geheel dat kennis, geloof,
kunst, moraal, wetten, gebruiken, en alle andere capaciteiten en gewoontes omvat
o Herskovits (1948): het deel van de menselijke omgeving dat door mensen gemaakt is
Materie (objectief aspect) = tastbaar, zichtbaar, Vb: architectuur, voeding,
vlag, … (Welke kleding we dragen)
1
, Immaterie (subjectief aspect) = minder zichtbaar, Vb: hoe we dingen doen,
hoe we ons gedragen, hoe we naar de wereld kijken. (Voorschriften voor
kleding in bepaalde situaties)
o Culturele dimensies volgens Hofstede:
Iets dat een groep van mensen deelt, ons hoofd is zo geprogrammeerd dat
we ons op bepaalde manieren gaan gedragen en hoe we naar de wereld
kijken.
Combinatie van aangeboren en aangeleerd dingen.
Cultuur= de collectieve programmering, die de leden van de groep of
categorie mensen onderscheidt van die van een andere.
o Onion-model of culture:
Cultuur =
o Een door een gemeenschap gedeeld systeem
o Van waarden, normen, ideeën, attitudes, gedragingen, communicatiemiddelen en
de producten ervan
o Die van generatie op generatie worden overgeleverd
o Je wordt niet geboren met een cultuur, dit wordt aangeleerd.
Cultuur= gedeeld
o Voor cultuur is een groep(je) nodig
o De mate waarin varieert: individuele verschillen binnen eenzelfde cultuur
o Cultuur kan ook klasgroep zijn, hoeft niet groot te zijn.
o Hechtheid van de cultuur = naar maten hoe de cultuur variatie toelaat
o Cultuur is niet alles bepalend, we hebben onze eigen reacties op dingen en kunnen
niet voorspeld worden door de cultuur die we hebben.
o Wordt overgebracht door socialisatie
2
, Enculturatie: cultuuroverdracht in tijd
Acculturatie: cultuuroverdracht in geografische en sociale ruimte (meer in
les 10), je verhuist van cultuur naar de andere Vb. Naar ander land
verhuizen, van job veranderen, …
o Hersenen zijn deel van menselijke natuur maar worden ook gevormd door culturele
ervaringen (Bv. Taxichauffeurs in Londen)
o Onze cultuur kan de hersenen veranderen als we worden blootgesteld aan bepaalde
dingen.
Cultuur= dynamisch
o Cultuur beïnvloedt gedrag en vice versa
o Een nieuwe (sub)cultuur kan zich soms snel vormen
o Cultuur is adaptief
Cultuur is de aanpassing van de menselijke soort op ecologische,
sociopolitieke en biologische factoren
Wij hebben van nature nood om samen te zijn met andere mensen.
Onze manier van communicatie is sterk verander doormiddel van de
technologie, communicatie is korter en sneller geworden, we verwachten
ook van elkaar om snel antwoord te krijgen en altijd bereikbaar te zijn.
Ecocultureel perspectief:
Ecologisch en cultureel
De ecologische omgeving waarin mensen functioneren, is van
invloed op de cultuur
De ecologie waarin wij wonen is van toepassing op onze cultuur.
Vb: kledingstijlen: in de woestijn kleden ze zich luchtig maar ook
beschermend.
Vb. Tseetseevlieg in Afrika: Vlieg taste vee aan
Wat is cultuur (niet)?
o Ras: fysieke kenmerken (Europa vs. VS) Ras is niet veranderlijk en cultuur wel. Maar
ras wordt wel vaak gebruikt als indicator van cultuur.
o Nationaliteit:
Staatsburgerschap (= voldoe je aan de staatskenmerken):
Vaak zelfde cultuur, maar: ook heterogeniteit cultuur kan
nationaliteiten overstijgen
In crosscultureel onderzoek vaak vergelijking van landen
In VS spreken ze van Europese cultuur, we hebben gelijkaardige
aspecten.
o Etniciteit:
Sociaal culturele identiteit die een groep verbindt
Met welke groep identificeer je je?
Hangt (mede) af van: religie, taal, woonplaats, eigen herkomst en die van je
(groot)ouders
Etnocentrisme= “De houding waarbij de eigen omgeving, het eigen volk of de eigen cultuur
bewust of onbewust als maatstaf gebruikt wordt om de rest van de wereld te beoordelen.”
Is gedrag universeel of uniek aan een specifieke cultuur?
o 2 benaderingen:
3
, Het absolutisme (zie AP)
Gedrag wordt niet beïnvloed door de culturele context
Extreem universele aanpak, zoeken naar gedrag dat geheel
cultuurvrij is.
Vb. Ishihara test voor kleurenblindheid
Gematigd absolutisme (veralgemeen niet te sterk):
o Erkenning van gelijkenissen en verschillen:
Psychologische fenomenen zijn ongeveer gelijk in
alle culturen.
De manifestatie, de interpretatie ervan kan wel
verschillen van cultuur tot cultuur
Het relativisme (zie cultuurpsychologie)
Er bestaat geen contextvrij gedrag
Iedereen maakt deel uit van één of meer culturen
Menselijk gedrag kan slechts begrepen worden binnen de context
van de cultuur waarin het verschijnt
Vb. Non-verbaal gedrag
Gematigd relativisme (relativeer niet te sterk):
o In extremis: Zijn we te verschillend om te kunnen
interageren? Kunnen we nog algemene morele standaarden
en wetgevingen opstellen?
o Niet vergeten dat we over culturen heen ook enorm veel
gemeen hebben
o Erkenning van gelijkenis en verschillen
o Visie van crossculturele psychologie?
Bestudeert de mate waarin onze gevoelens, gedachten, en gedragingen
beïnvloed worden door onze cultuur
In veel onderzoek centrale vraag: absoluut of relatief?
Zorg dat je dit kunt herkennen in de onderzoeken die we nog gaan zien
Vaak elementen van beide: milde vorm van absolutisme/relativisme
Samengevat:
o De crossculturele psychologie bestudeert het gedrag van het individu in
wisselwerking met de culturele omgeving
o Cultuur is het deel van de menselijke omgeving dat door mensen gemaakt is. Het is
gedeeld, geleerd, dynamisch en adaptief (ecoculturele perspectief)
o We vermijden best een etnocentrische blik, waarbij onze eigen cultuur als maatstaf
wordt gebruikt
Les 3: Onderzoeksmethoden I: crosscultureel onderzoek met algemene onderzoeksmethoden
Samenstelling v/d steekproef
o Welke culturen ga je bestuderen?/ Welke deelnemers ga je bestuderen in een
cultuur?
o Methode 1: Random sampling
Betekent: willekeurig, toevallig
Het bekijken van verspreiding kenmerken over groepen zonder duidelijk
verwachtingspatroon
Vb. relatietevredenheid:
4