BURGERSCHAP VAN KINDEREN EN
JONGEREN
INLEIDING
KINDERRECHTENBEWEGING
De ratificatie van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
in 1989 betekende een historische uitbreiding van:
'protectie' en 'provisie' naar 'protectie', 'provisie' en 'participatie' (de 3 P's).
Belangrijke artikelen in het IVRK met betrekking tot participatie zijn:
- artikel 12 (recht om gehoord te worden),
- artikel 2 (non-discriminatie),
- artikel 3 (hoger belang van het kind),
- en artikel 6 (recht op leven, overleven, ontwikkeling).
o Het IVRK fungeert als referentiekader en kompas voor
organisaties en diensten die met en voor kinderen en
jongeren werken.
Artikel 12 als hoeksteen en ‘barometer’ van de
kinderrechten
De Staten die partij zijn, verzekeren het kind dat in staat is zijn
eigen mening te vormen, het recht die mening vrijelijk te
uiten in alle aangelegenheden die het kind betreffen,
waarbij aan de mening van het kind passend belang wordt
gehecht in overeenstemming met zijn leeftijd en rijpheid.
Participatie als uitgangspunt van pedagogisch handelen heeft geleid tot een grotere
focus op het actorschap of eigenaarschap van kinderen en jongeren.
- Dit reflecteert de verschuiving van het kindbeeld van 'incompetent' naar 'autonoom' kind.
- Eigenaarschap betekent de overtuiging dat kinderen en jongeren
volwaardige burgers zijn met eigen rechten en plichten.
- Steeds meer oog voor de handelingsbekwaamheid (agency) van jongeren
MAAR…
Aanhoudende uitdagingen m.b.t. de participatie van kinderen en jongeren
1
,Ondanks de erkenning van eigenaarschap hebben kinderen en jongeren een
'zwakke' burgerschapspositie.
- Ze hebben bijvoorbeeld weinig politieke invloed (geen formeel stemrecht
onder de 18 in de meeste gevallen, hoewel vanaf 2024 stemmen voor
Europese verkiezingen mogelijk is vanaf 16) of economische invloed
(minder economisch onafhankelijk).
- Ze hebben weinig economische of politieke drukkingskracht, ondanks hun
unieke perspectief en capaciteit om na te denken over de samenleving.
- Het voorbeeld van de klimaatspijbelaars (Youth for Climate in 201G)
illustreert dit: grote protesten hadden weinig directe impact op de
verkiezingsresultaten, hoewel ze klimaat wel tot een publiek thema
hebben gemaakt.
o Machtsonevenwicht
Machtsongelijkheid en weerstand bij volwassenen
- Grote drempel rond betrekking tot participatie van kinderen en jongeren ligt bij volw
- Voelt als bedreiging voor autoriteit leidt tot scepsisme, angst voor verlies van controle,
of het minimaliseren van participatiemomenten
o Versterkt zwakke burgerschap pos. kinderen en jongeren
o En wordt in stand gehouden door structuren waarin volw. Bepalen wat telt
als legitiem inbreng
Participatie = machtsvraagstuk
Sociale prof. Bewust zijn van machtsrelaties
Participatie en burgerschap: ‘two sides of the same coin’
o Participatie kan een hefboom vormen om de 'zwakke'
burgerschapspositie te versterken.
Waar formele invloed beperkt is, kan participatie een stem geven
(voicing) aan kinderen en jongeren, waardoor hun perspectieven kunnen
meewegen bij beslissingen (vb. inrichting van de stad, klimaatbeleid).
Dit kan het burgerschap van kinderen en jongeren versterken (de
manier waarop ze deelnemen aan en vormgeven aan de
samenleving).
Het is voor sociale professionals een belangrijk vraagstuk hoe participatie kan
worden ingezet om burgerschap te versterken, vooral vanuit een
maximalistische benadering.
TWEE DOMEINEN VAN PARTICIPATIE
Deze domeinen gaan over binnen welke contexten participatie plaatsvindt.
2
,DOMEIN 1: PARTICIPATIE BINNEN BELEIDS- EN BESLUITVORMING
Kernthema: De manier waarop we een stem geven aan kinderen en jongeren + de wijze waarop die
stem wordt gepresenteerd in beleids- en besluitvormingsprocessen.
- Kan zowel klassieke vormen van besluitvorming betreffen (vb. jeugdraad)
als processen van beleidsvormingen (vb. schoolraad, adviesgroep
diversiteitsbeleid).
o Besluitvorming:
• Klassieke en formele manieren van bestuurlijke
beleidsparticipatie
• Op verschillende niveau’s: Europees, Federaal,
Vlaams, Lokaal..
• Vanuit verschillende rollen: algemene
vertegenwoordiging van jongeren,
jeugdbeweging, partijpolitiek
o Beleidsvorming:
Participatie aan beleid op andere
levensdomeinen (niet-politiek) •Vb.
onderwijsbeleid, organisatiebeleid, welzijnsbelei
Centrale vragen: betekenisvolle betrokkenheid, erkenning van diversiteit in
eigenschappen/ervaringen, stimuleren van een participatiereflex, participatie in
verschillende levensdomeinen.
Kinderen en jongeren kunnen verschillende rollen aannemen (algemeen
'kind/jongere', specifiek vanuit instituut, vanuit politieke voorkeur). verschillende
petjes afhankelijk van achterban waaruit ze spreken/ of die ze vertegenwoordigen.
Diversiteit in rol, profiel en inbreng: Niet enkel obv leeftijd, maar hebben “many
childhoods:
- sociaal-culturele achtergrond
- groeien op in verschillende specifieke contexten
- bepaalde achtergrond + ID + maatschappelijke positie + ervaring
hebben ze elk een unieke ervaring
Binnen beleids -en besluitvormingsprocessen is het belangrijk om die
diversiteit te erkennen en te stimuleren, om zo stem te geven aan kinderen
en jongeren wiens perspectieven eerder gemarginaliseerd zijn binnen onze
SL
Wheel of Power/Privilege: kan helpen om zicht te geven op
kenmerken die kinderen en jongeren in een gemarginaliseerde
positie duwen en om basis daarvan bewuste keuzes te maken
( rekrutering van jongeren binnen participatietrajecten)
3
, Lokale beleidsambtenaren (op diverse beleidsdomeinen) spelen een belangrijke rol
bij lokale besluitvorming(versterken stem van jonge inwoners). Uitdagingen zijn o.a. de
stem bij beleidsmakers krijgen, balans expertise op jeugddomein en transversaal
werken, omgaan met plannings -en beheersinstrumenten, en het creëren van een
jeugdreflex/participatiecultuur.
Voorbeeld: Kortrijkse 'budget games' waarbij kinderen meebeslissen over de
besteding van een klein deel van het budget voor projecten in de buurt, wat leidt tot
concrete realisaties en een les in democratie.
DOMEIN 2: PARTICIPATIE BINNEN GEMEENSCHAPSVORMING
Kernthema: hoe de participatie van kinderen en jongeren bijdraagt aan
gemeenschapsvorming en sociale cohesie, leidend tot sterkere, meer hechte
gemeenschappen.
Centrale vragen: netwerk in de buurt versterken, kinderen/jongeren positief in
contact brengen, verdraagzaamheid vergroten, breed draagvlak creëren bij partners,
maatschappelijke uitsluiting tegengaan (vooral voor kwetsbare jongeren),
burgerschap op gemeenschapsniveau versterken.
- Dit kan gaan over het versterken van jongeren onderling, het verbinden van
volwassenen en jongeren, en het creëren van veilige/toegankelijke plekken.
Hierbij is het eveneens cruciaal om plaats te geven aan groepen die maatschappelijke
uitsluiting kennen; het 'wheel of power/privilege' is hiervoor een nuttig instrument.
Voorbeeld: Boksproject in Gent tussen politie en jongeren uit de Bloemekenswijk om elkaar
beter te leren kennen en respecteren, wat vooroordelen wegneemt en een investering is
in de toekomst. + Sloegielive on stage –Averroes vzw (404)
4