Daniel Langer & Nele Devoogdt
KTH2:
basisbehandeli
ng
Bach 1 RevaKi
GV
2025-2026
, Deel van prof. Daniel Langer
KTH2: Basisbehandeling | Bach1 KINE | GV 2025-2026
LES 2 – Spierkrachttraining & Spierfunctie
1. Waarom spiertraining?
Spierzwakte bij patiënten is grotendeels reversibel. De voornaamste oorzaak is deconditionering. Training leidt tot:
• Verbetering van inspanningsvermogen en functionaliteit in ADL
• Vermindering van symptomen (dyspneu, beenvermoeidheid)
• Betere levenskwaliteit, minder gebruik van medische zorg, hogere overleving
Grote populatiestudies (n = 36.389) tonen sterke correlaties tussen quadricepskracht, PImax en maximale power tijdens
CPET enerzijds, en klachten zoals dyspneu en beenvermoeidheid anderzijds.
2. Vier basisprincipes van spiertraining
a. Progressive Overload
Het lichaam wordt systematisch zwaarder belast dan het gewend is — het fundamentele principe van elke
krachttraining. Overload via:
• Externe load verhogen, meer herhalingen of groter volume (load × reps)
• Hogere uitvoeringssnelheid, kortere of langere rusttijd, of combinaties
Klassiek voorbeeld: De Lorme (1945) – 3 sets van 10RM, 5 dagen/week, 30 min. Resultaat: dijomtrek 52,1 → 56,9 cm;
1RM 9,1 → 27,2 kg.
b. Specificiteit
Adaptaties zijn specifiek aan de trainingsstimulus. Je traint wat je wil verbeteren:
• Type contractie (concentrisch, excentrisch, isometrisch)
• Uitvoeringssnelheid, range of motion, betrokken spiergroepen, energiesystemen
Low force – high velocity (jump squat) → explosiviteit. High force – low velocity (bench press) → maximale kracht.
Principe: hoe sneller de beweging, hoe lager de kracht die gegenereerd kan worden.
c. Variatie & Periodisering
Noodzakelijk om plateaus te vermijden en progressie te behouden via systematische variatie in intensiteit en volume.
d. Reversibiliteit
Stoppen met trainen → verlies van adaptaties. Onderhoudstraining is essentieel.
3. Effecten van spiertraining
Fase Tijdstip Adaptaties
Neurologisch Week 2–6 Betere motor unit recruitment, hogere firing frequency, minder co-
contractie, betere synchronisatie
Morfologisch Vanaf week 6–8 Hypertrofie (toename dwarsdoorsnede); hyperplasie mogelijk maar niet
zeker
Metabool Langetermijn Meer mitochondriën (uithouding), betere capillarisatie, hogere
, glycogeenopslag
Functioneel Cumulatief Meer kracht, power en uithouding; betere ADL-prestaties
4. Objectieve spierkrachtmeting
1RM – Gouden standaard
• Opwarming met submaximale herhalingen
• Bepaal de 1RM binnen 4 pogingen; start met 50–70% van geschatte capaciteit
• Verhoog per poging met 2,5–20 kg; laatste succesvolle herhaling = 1RM
Dynamometrie
• Isometrisch / isokinetisch; handheld dynamometer (HHD): MAKE-test vs BREAK-test; normatieve data
beschikbaar
Computerized dynamometer (Biodex / Cybex)
• Meet peak torque, total work en uithoudingscapaciteit (bijv. 30 MVC's op 90°/s)
5. Trainingsparameters per doelstelling
Doelstelling Intensiteit Reps Sets Rust Freq.
Kracht (ongetraind) 60–85% 1RM 8–12 2–4 2–3 min 2–3×/w
Kracht (getraind) ≥80% 1RM 6–8 3–4/spiergrp 2–3 min 2–3×/w
Hypertrofie 60–85% 1RM 8–12 3–4 1–2 min 2–3×/w
Uithouding 30–50% 1RM 15– 2–3 <1 min 2–3×/w
25+
Power – kracht 85–100% 1RM 3–5 3–5 3–5 min 2×/w
Power – snelheid 30–60% 1RM 3–5 3–5 2–3 min 2×/w
(explosief)
6. Kracht–snelheidsrelatie
• Hoge kracht → lage snelheid (en omgekeerd)
• Maximale power bij intermediaire loads (30–60% 1RM)
• Velocity-specificity: training op hoge snelheid → winst bij hoge snelheid; training op hoge kracht → winst bij hoge
kracht
• Transfer of effects is beperkt naar andere snelheden, ROM of contractietypes
7. Contractietypes
Type Omschrijving
Isometrisch Kracht zonder beweging; geen verandering in spierlengte
Isotonisch – concentrisch Spier verkort terwijl ze kracht levert
Isotonisch – excentrisch Spier verlengt terwijl ze kracht levert (hoog risico op DOMS)
, Isokinetisch Constante snelheid, variabele weerstand; meetbaar via Biodex/Cybex
8. Spieruithouding meten
• Isometrisch: tijd tot uitputting bij 50–60% MVC
• Isotonisch: herhalingen tot uitputting bij 20–30% MVC
• Isokinetisch: bijv. 30 MVC's op 90°/s
9. Respiratoire spiertraining (IMT)
Standaardisatie PImax
• Meten vanop RV of FRC; min. 5 pogingen, 3 binnen 10% van elkaar
• Flanged mouthpiece aanbevolen
Trainingsprotocol (TFRL of PTL)
• 8 weken; 2×/dag 30 ademhalingen; 1×/week supervisie; intensiteit >75% VC, Borg 4–5
Effecten van IMT
• PImax +12 cmH₂O | 6MWD +43 m | Dyspneu-score +2,3 punten
TFRL vs MTL – fysiologische onderbouwing
TFRL (threshold flow-resistive load) is beter afgestemd op de fysiologie van de ademspieren dan MTL (mouth pressure
threshold loading):
• Length-tension: kracht afhankelijk van longvolume
• Pressure-flow: hogere snelheid → lagere drukcapaciteit
• Volume-specificiteit: trainingseffect hangt af van startvolume
• PTL vanop RV verhoogt PImax niet op hogere longvolumes
• PTL vanop FRC met 40–50% PImax is effectiever
• TFRL-RV geeft intermediate pressure-flow training; PTL-RV vereist lager % (±30% PImax) om functioneel te zijn
10. Spierpijn (DOMS)
• DOMS is normaal bij overload; piek 24–48 u na inspanning, duurt 3–4 dagen
• Vooral door excentrische contracties
Mechanisme: ongewone hoge intensiteit (excentrisch) → Ca²⁺-opstapeling → structurele schade aan contractiele
elementen → vrijzetting CK, myoglobine, troponine → inflammatie en pijn → regeneratie → spier wordt sterker
• Te hevige spierpijn = intensiteit te hoog; geen spierpijn betekent niet dat training niet werkt
KTH2:
basisbehandeli
ng
Bach 1 RevaKi
GV
2025-2026
, Deel van prof. Daniel Langer
KTH2: Basisbehandeling | Bach1 KINE | GV 2025-2026
LES 2 – Spierkrachttraining & Spierfunctie
1. Waarom spiertraining?
Spierzwakte bij patiënten is grotendeels reversibel. De voornaamste oorzaak is deconditionering. Training leidt tot:
• Verbetering van inspanningsvermogen en functionaliteit in ADL
• Vermindering van symptomen (dyspneu, beenvermoeidheid)
• Betere levenskwaliteit, minder gebruik van medische zorg, hogere overleving
Grote populatiestudies (n = 36.389) tonen sterke correlaties tussen quadricepskracht, PImax en maximale power tijdens
CPET enerzijds, en klachten zoals dyspneu en beenvermoeidheid anderzijds.
2. Vier basisprincipes van spiertraining
a. Progressive Overload
Het lichaam wordt systematisch zwaarder belast dan het gewend is — het fundamentele principe van elke
krachttraining. Overload via:
• Externe load verhogen, meer herhalingen of groter volume (load × reps)
• Hogere uitvoeringssnelheid, kortere of langere rusttijd, of combinaties
Klassiek voorbeeld: De Lorme (1945) – 3 sets van 10RM, 5 dagen/week, 30 min. Resultaat: dijomtrek 52,1 → 56,9 cm;
1RM 9,1 → 27,2 kg.
b. Specificiteit
Adaptaties zijn specifiek aan de trainingsstimulus. Je traint wat je wil verbeteren:
• Type contractie (concentrisch, excentrisch, isometrisch)
• Uitvoeringssnelheid, range of motion, betrokken spiergroepen, energiesystemen
Low force – high velocity (jump squat) → explosiviteit. High force – low velocity (bench press) → maximale kracht.
Principe: hoe sneller de beweging, hoe lager de kracht die gegenereerd kan worden.
c. Variatie & Periodisering
Noodzakelijk om plateaus te vermijden en progressie te behouden via systematische variatie in intensiteit en volume.
d. Reversibiliteit
Stoppen met trainen → verlies van adaptaties. Onderhoudstraining is essentieel.
3. Effecten van spiertraining
Fase Tijdstip Adaptaties
Neurologisch Week 2–6 Betere motor unit recruitment, hogere firing frequency, minder co-
contractie, betere synchronisatie
Morfologisch Vanaf week 6–8 Hypertrofie (toename dwarsdoorsnede); hyperplasie mogelijk maar niet
zeker
Metabool Langetermijn Meer mitochondriën (uithouding), betere capillarisatie, hogere
, glycogeenopslag
Functioneel Cumulatief Meer kracht, power en uithouding; betere ADL-prestaties
4. Objectieve spierkrachtmeting
1RM – Gouden standaard
• Opwarming met submaximale herhalingen
• Bepaal de 1RM binnen 4 pogingen; start met 50–70% van geschatte capaciteit
• Verhoog per poging met 2,5–20 kg; laatste succesvolle herhaling = 1RM
Dynamometrie
• Isometrisch / isokinetisch; handheld dynamometer (HHD): MAKE-test vs BREAK-test; normatieve data
beschikbaar
Computerized dynamometer (Biodex / Cybex)
• Meet peak torque, total work en uithoudingscapaciteit (bijv. 30 MVC's op 90°/s)
5. Trainingsparameters per doelstelling
Doelstelling Intensiteit Reps Sets Rust Freq.
Kracht (ongetraind) 60–85% 1RM 8–12 2–4 2–3 min 2–3×/w
Kracht (getraind) ≥80% 1RM 6–8 3–4/spiergrp 2–3 min 2–3×/w
Hypertrofie 60–85% 1RM 8–12 3–4 1–2 min 2–3×/w
Uithouding 30–50% 1RM 15– 2–3 <1 min 2–3×/w
25+
Power – kracht 85–100% 1RM 3–5 3–5 3–5 min 2×/w
Power – snelheid 30–60% 1RM 3–5 3–5 2–3 min 2×/w
(explosief)
6. Kracht–snelheidsrelatie
• Hoge kracht → lage snelheid (en omgekeerd)
• Maximale power bij intermediaire loads (30–60% 1RM)
• Velocity-specificity: training op hoge snelheid → winst bij hoge snelheid; training op hoge kracht → winst bij hoge
kracht
• Transfer of effects is beperkt naar andere snelheden, ROM of contractietypes
7. Contractietypes
Type Omschrijving
Isometrisch Kracht zonder beweging; geen verandering in spierlengte
Isotonisch – concentrisch Spier verkort terwijl ze kracht levert
Isotonisch – excentrisch Spier verlengt terwijl ze kracht levert (hoog risico op DOMS)
, Isokinetisch Constante snelheid, variabele weerstand; meetbaar via Biodex/Cybex
8. Spieruithouding meten
• Isometrisch: tijd tot uitputting bij 50–60% MVC
• Isotonisch: herhalingen tot uitputting bij 20–30% MVC
• Isokinetisch: bijv. 30 MVC's op 90°/s
9. Respiratoire spiertraining (IMT)
Standaardisatie PImax
• Meten vanop RV of FRC; min. 5 pogingen, 3 binnen 10% van elkaar
• Flanged mouthpiece aanbevolen
Trainingsprotocol (TFRL of PTL)
• 8 weken; 2×/dag 30 ademhalingen; 1×/week supervisie; intensiteit >75% VC, Borg 4–5
Effecten van IMT
• PImax +12 cmH₂O | 6MWD +43 m | Dyspneu-score +2,3 punten
TFRL vs MTL – fysiologische onderbouwing
TFRL (threshold flow-resistive load) is beter afgestemd op de fysiologie van de ademspieren dan MTL (mouth pressure
threshold loading):
• Length-tension: kracht afhankelijk van longvolume
• Pressure-flow: hogere snelheid → lagere drukcapaciteit
• Volume-specificiteit: trainingseffect hangt af van startvolume
• PTL vanop RV verhoogt PImax niet op hogere longvolumes
• PTL vanop FRC met 40–50% PImax is effectiever
• TFRL-RV geeft intermediate pressure-flow training; PTL-RV vereist lager % (±30% PImax) om functioneel te zijn
10. Spierpijn (DOMS)
• DOMS is normaal bij overload; piek 24–48 u na inspanning, duurt 3–4 dagen
• Vooral door excentrische contracties
Mechanisme: ongewone hoge intensiteit (excentrisch) → Ca²⁺-opstapeling → structurele schade aan contractiele
elementen → vrijzetting CK, myoglobine, troponine → inflammatie en pijn → regeneratie → spier wordt sterker
• Te hevige spierpijn = intensiteit te hoog; geen spierpijn betekent niet dat training niet werkt