H1: W AT IS GEZONDHEID?
LEERDOELEN
® Wat bedoelen we met gezondheid en hechten we allemaal dezelfde betekenis aan dit woord?
® Welke verschillende opvattingen bestaan er over gezondheid?
® Wat is gezondheidspsychologie?
1. W AT IS GEZONDHEID? VERANDERENDE PERSPECTIEVEN
® Van oudsher hebben mensen een relatie gezien tussen:
o Geest
o God(en)
o Fysieke gesteldheid
1.1. RELATIE TUSSEN LICHAAM EN GEEST
® Hippocrates (oudheid: 460-377 v.Chr.)
o Ziekte = verstoord evenwicht tussen 4 circulerende lichaamsvloeistoffen (humores):
§ Gele gal
§ Slijm
§ Bloed
§ Zwarte gal
o Genezing: opniew balans brengen via aderlaten, vasten, dieet, geneesmiddelen.
o Lichaam en geest = 1 eenheid.
o Hoeveelheid sappen heeft een invloed op de persoonlijkheid.
§ Iemand met grote hoeveelheid slijm nogal getypeerd werd door een kalme persoonlijkheid, etc.
® Etiologie = oorzaak van een ziekte.
o Galenus (129-199 n.Chr.) volgde wat Hippocrates zei en ging kijken naar etiologische basis voor ziektes.
§ De etiologische basis voor alle ziekten (geestelijk en lichamelijk) is puur lichamelijk volgens Galenus.
§ 4 lichamelijke humores -> 4 temperamenten -> specifieke ziekten
• bv. melancholieke vrouwen hadden grotere kans op borstkanker door een grote hoeveelheid zwarte gal
§ De geest speelt dus geen rol in de etiologie van ziekten
® Vroege middeleeuwen: grote nadruk op geloof en spiritualiteit
o Ziekte = straf van God of gevolg van kwade geesten die de ziel binnendrongen
§ Bv. als je een kind kreeg met een bepaalde aandoening was dat een straf van God als uw ouders iets slecht
hadden gedaan.
§ Werd gedacht dat individu weinig invloed had op eigen gezondheid.
o Verbod op wetenschappelijk onderzoek
§ Priesters, geestelijken, … hadden macht en konden je verlossen van demonen etc.
§ Lange tijd weinig onderzoek verricht en weinig te weten gekomen hoe ziekte of gezondheid werkt.
• Autopsie, ontleden, … was verboden.
o Religieuze gezichtpunten hielden stand tot de ‘renaissance’ begon
§ Boom geweest aan wetenschappelijk onderzoek
o 1600 n.Chr.: wetenschappelijke revolutie en meer te weten gekomen waardoor perspectieven op gezondheid weer
veranderden.
1
, ® Descartes (1596-1650)
o Lichaam en geest zijn 2 afzonderlijke/onafhankelijke entiteiten = dualisme
§ Liet toe om onderzoek uit te voeren op lichaam
o Lichaam werd gezien als machine -> mechanistisch standpunt
o Geloofde dat ziel lichaam verliet wanneer persoon overleed en omdat ziel vertrokken was, was het toegelaten om
onderzoek te doen op het lichaam dat achterbleef.
§ Ontleding / autopsie werd aanvaardbaar.
o Heeft bijgedragen aan wetenschappelijke revolutie waar heel wat ontdekt werd.
1.2. BIOMEDISCH ZIEKTEMODEL
® Gezondheid werd gezien als afwezigheid van ziekte.
® Biomedisch ziektemodel is zeer reductionistisch (reduceert (minimaliseert) de geest, het menselijk gedrag en het lichaam tot op het
niveau van lichaamscellen/neurale of biochemisch activiteit).
o Er word geen aandacht besteed aan omgeving, gedrag dat gesteld wordt, beschermende factoren, …
® Ziekten en symptomen hebben een achterliggende fysiologische verklaring.
o Wij weten dat dat niet zo is.
o Soms vinden we geen verklaring en soms is er wel een fysiologisch iets dat er achter ligt, maar iedereen reageert er anders
op.
® Volgens dit model werkt genezing mechanistisch en rechtlijnig
o Als het fysiologisch wordt aangepakt, is er geen ziekte meer maar we weten dat dat eigenlijk niet zo werkt. Bij heel wat
chronische pijn patiënten wordt geen fysiologische oorzaak gevonden. Dus hoe kan dat dan? Want mensen hebben echt
pijn, ze beelden zich dat niet in.
o Denk maar aan fantoompijn (been en arm kwijt maar toch nog veel pijn op plek waar lichaamsdeel was maar zou volgens dit
model niet kunnen).
® Maar…waarom dan verschillende reacties van mensen?
1.3. VRAAGTEKENS BIJ DUALISME: PSYCHOSOCIALE MODELLEN VOOR GEZONDHEID EN ZIEKTE
® Veel ziekten hebben een organische oorzaak, maar verzoorzaken individuele reacties.
o Rol van ‘geest’ of psyche blijkt daarin belangrijk.
§ Hoe we er mee omgaan, hoe we er op reageren, …
§ Bv. als we er over gaan piekeren, wat doet dat al dan niet met ontwikkelen van chronische pijn?
o Bv. Fantoompijn, placebo-effect (zie ook h15)
® Dus toch (tenminste) een bidirectionele relatie i.t.t. dualistisch denken.
o Bidirectionele relatie = relatie die de 2 kanten opgaat à geest – lichaam & lichaam – geest.
o Dualistisch denken: gaat er vanuit dat het 2 gescheiden identiteiten waren, dus geen link onderling.
1.4. BIOPSYCHOSOCIAAL ZIEKTEMODEL
® We zijn geëvolueerd naar biopsychosociaal model waarin verschillende factoren samenwerken.
® Geïntegreerde benadering voor de assessment van:
o Biologische/fysiologische
o Psychologische/gedragsmatige
o Sociale/omgevingsfactoren
§ Kunnen we soms jammer genoeg niets aan veranderen.
• Leeftijd, waar we geboren zijn, … kunnen we niet veel aan veranderen.
§ Hoe een bepaalde situatie in een land is (bv. gezondheidszorg) gaat hopelijk niet veranderen in ons land.
• Soms zijn mensen ook noodgedwongen om te veranderen van bv. dokter, tandarts, … omwille van
financiële redenen à omgevingsfactoren waar we rekening mee moeten houden.
ð Met al deze factoren rekening houden want we weten dat die bijdragen aan gezondheid en ziekte.
2
,1.5. GEDRAG, DOOD EN ZIEKTE
® Stijging levensverwachting in Westerse wereld gedurende 20ste eeuw.
o Komt door:
§ Daling mortaliteit (sterftecijfers).
• We hebben betere geneesmiddelen, vaccinatie, betere sanitaire voorzieningen (proper water).
ð Daardoor zijn ook oorzaken van overlijdens drastisch veranderd.
o Waar mensen aan dood gaan = oorzaken.
o Belangrijk is om te zien dat in 1900 de belangrijkste doodoorzaak griep en longontsteking was.
§ Nu is dat al een lange tijd vervangen door kanker.
• Hoe komt dat? In die tijd werden mensen niet zo oud dat ze kanker krijgen.
® Belangrijke gedragscomponent
o Ons gedrag draagt bij aan onze gezondheid en onze kans op overlijden.
§ Bv. roken is een grote oorzaak voor verschillende zaken, fout eten (obesitas), …
o Degene die vanboven staan in de tabel zijn allemaal oorzaken of ziektes waar een heel belangrijke gedragscomponent in zit
(fout eten, veel roken, veel drinken, weinig bewegen, …).
3
, 2. INDIVIDUELE, CULTURELE EN LEEFTIJDSGERELATEERDE PERSPECTIEVEN OP GEZONDHEID
2.1. LEKENTHEORIEËN OVER GEZONDHEID
® Leken = niet medisch geschoolden (wij als studenten TP).
® Barbara Bauman (1961) vroeg aan patiënten met een ernstige ziekte: “Wat betekent gezondheid voor u?” !!!
o De antwoorden kon men onderbrengen in 3 grote categorieën:
§ Een overwegend gevoel van welzijn
§ De afwezigheid van symptomen
• Hangt af van aan wie je het vraagt in welke gezondheidstoestand die persoon is.
• Bv. een gezond iemand gaat niet zeggen ‘geen pijn hebben’ maar iemand die ziek is en continu pijn
ervaart, zal dat antwoord mogelijks wel geven.
§ Handelingen waartoe een persoon in staat is
• ‘ik kan fietsen’, ‘ik kan naar mijn werk gaan’, ‘ik kan tillen’ à kan vaak niet als je ernstig ziek bent.
® Benyamini (2003) zelfde vraag aan ouderen (n = 500) gesteld.
o Antwoorden hingen af van hoe het met die ouderen op dat moment gesteld was.
§ Slechte/redelijke gezondheid: veel antwoorden over recente symptomen/indicatoren van slechte gezondheid
• bv. Pijn, geen kracht meer hebben, …
§ Goede gezondheid: veel antwoorden over positieve indicatoren
• bv. In staat zijn tot wandelen, …
® Gezonde individuen hun subjectieve gezondheidsbeoordelingen zijn meer verbonden met gedrag dat ze stellen (gezondheidsgedrag).
o Gezondheidsgedrag = gedrag (ongeacht de gezondheidstoestand) dat bedoeld is om de gezondheid te beschermen, te
bevorderen of in stand te houden.
§ bv. voldoende lichaamsbeweging
® Health & Lifestyle (n = 9000, Blaxter):
o Antwoorden kon je indelen in verschillende categorieën.
§ Gezondheid als:
• Niet ziek zijn
• Bezit
o Ik heb een goede gezondheid mee gekregen, of net niet.
• Gedrag
o Veel bewegen etc.
• Lichamelijk fitheid en vitaliteit
o Gaan fitnessen etc.
• Psychosociaal welzijn
o Je mentaal goed voelen.
• Functie
o Ik kan gaan werken, ik kan iets bijdragen aan de MPP.
® Belangrijk om te onthouden: gezondheid voor een leek is een subjectieve beoordeling van gezondheid.
o Subjectieve beoordeling gebeurt vaak in vergelijking met anderen (welke referentiegroep?)
§ Leeftijd
§ Beroep
• Hangt af van welk beroep ze hebben, welke studies ze doen, …
o In TP meer antwoorden over psychisch welzijn, mogelijks gaan ze daar in andere opleidingen
minder bij stil staan.
§ Betere/slechtere gezondheid
• Met wie je je vergelijkst als ze een betere / slechtere gezondheid hebben.
§ ….
o Gezondheid is een relatieve staat van zijn in relatie tot iemand anders, tot bepaalde periode in uw leven.
§ Hangt er vanaf met wie of wat je je vergelijkt of wanneer je je vergelijkt.
4