Het routinematig karakter van de samenleving
: Elk individu is op vele momenten in interactie met anderen. Een groot
deel van deze sociale interacties verloopt geordend, volgens bepaalde
vaste patronen.
Sociale relatie: een sociale verhouding die tussen twee mensen bestaat en
gekenmerkt is door een kans op het voorkomen van sociale interacties en
communicatie die volgens bepaalde routines en patronen verlopen
Structurele neerslag van sociale interactie en communicatie
Robuust karakter
Routinematig karakter: voorspelbaarheid
Meeste vormen van interactie zijn sociale relaties, dus gebaseerd op vaste
scenario’s
->Samenleving rust op routine
: Mens is niet zo vrij als hij denkt, hij handelt (sociaal) in routines, meestal
niet bewust
Sociale relaties spelen zich af op twee continua
Perfecte nomos vs absolute anomie
: Mate waarin er regels en routines aanwezig zijn om de sociale interactie
te sturen
Perfecte coöperatie vs absoluut conflict
: Mate waarin een actor de goedkeuring van de andere wil winnen en wil
behouden
De uitersten bij deze twee continua zijn weinig waarschijnlijk
Streefdoel: nomos en coöperatie
Types van sociale relaties
, Sociale positie:
Plaats die een persoon inneemt in een netwerk van sociale relatie of
verhoudingen
Plaats die een persoon inneemt in de maatschappij in verhouding
tot anderen
Punten of plaatsen in een coördinatiesysteem van sociale relaties
(Dahrendof)
Sociale positie bestaat los van de positiebekleder
Positioneel handelen:
Positie gebonden handelen
Handelen zoals in die positie gebruikelijk is
Handelen gebaseerd op routines en patronen die gebruikelijk zijn in
de sociale relatie waarvan die positie deel uitmaakt
Persoonlijkheden ondergeschikt aan routines
Omgang met vreemde personen wordt mogelijk
Positieveld:
Geheel van posities en tegenposities
Net van posities die met een bestudeerde positie verbonden zijn
Focuspositie: de centrale positie die je op dat moment bestudeert op
inneemt, vertrekpunt van waaruit je naar andere posities kijkt
Tegenpositie: een positie die tegenover of in relatie tot de focuspositie
staat (bv iemand anders of een andere rol waarmee interactie is)
Positiesegment: combinatie van focuspositie met één specifieke
tegenpositie
Positiestel(positieset): geheel van alle posities die één persoon
tegelijktijdig inneemt
Positiereeks: reeks van tijdelijke posities die logischerwijze op elkaar
volgen en die een individu achtereenvolgens inneemt
Positieallocatie
Hoe komen mensen in posities terecht?
Ascribed posities: toegewezen
: Elk individu is op vele momenten in interactie met anderen. Een groot
deel van deze sociale interacties verloopt geordend, volgens bepaalde
vaste patronen.
Sociale relatie: een sociale verhouding die tussen twee mensen bestaat en
gekenmerkt is door een kans op het voorkomen van sociale interacties en
communicatie die volgens bepaalde routines en patronen verlopen
Structurele neerslag van sociale interactie en communicatie
Robuust karakter
Routinematig karakter: voorspelbaarheid
Meeste vormen van interactie zijn sociale relaties, dus gebaseerd op vaste
scenario’s
->Samenleving rust op routine
: Mens is niet zo vrij als hij denkt, hij handelt (sociaal) in routines, meestal
niet bewust
Sociale relaties spelen zich af op twee continua
Perfecte nomos vs absolute anomie
: Mate waarin er regels en routines aanwezig zijn om de sociale interactie
te sturen
Perfecte coöperatie vs absoluut conflict
: Mate waarin een actor de goedkeuring van de andere wil winnen en wil
behouden
De uitersten bij deze twee continua zijn weinig waarschijnlijk
Streefdoel: nomos en coöperatie
Types van sociale relaties
, Sociale positie:
Plaats die een persoon inneemt in een netwerk van sociale relatie of
verhoudingen
Plaats die een persoon inneemt in de maatschappij in verhouding
tot anderen
Punten of plaatsen in een coördinatiesysteem van sociale relaties
(Dahrendof)
Sociale positie bestaat los van de positiebekleder
Positioneel handelen:
Positie gebonden handelen
Handelen zoals in die positie gebruikelijk is
Handelen gebaseerd op routines en patronen die gebruikelijk zijn in
de sociale relatie waarvan die positie deel uitmaakt
Persoonlijkheden ondergeschikt aan routines
Omgang met vreemde personen wordt mogelijk
Positieveld:
Geheel van posities en tegenposities
Net van posities die met een bestudeerde positie verbonden zijn
Focuspositie: de centrale positie die je op dat moment bestudeert op
inneemt, vertrekpunt van waaruit je naar andere posities kijkt
Tegenpositie: een positie die tegenover of in relatie tot de focuspositie
staat (bv iemand anders of een andere rol waarmee interactie is)
Positiesegment: combinatie van focuspositie met één specifieke
tegenpositie
Positiestel(positieset): geheel van alle posities die één persoon
tegelijktijdig inneemt
Positiereeks: reeks van tijdelijke posities die logischerwijze op elkaar
volgen en die een individu achtereenvolgens inneemt
Positieallocatie
Hoe komen mensen in posities terecht?
Ascribed posities: toegewezen