SOCIALE PSYCHOLOGIE
Te kennen afkortingen en vaktermen:
o Pp = proefpersoon
o Ppn = proefpersonen
o PsPp= psuedoproefpersoon
o Iemand die doet alsof hij een proefpersoon is maar vaak een
voorbijganger is die in het complot van proefleider zit = rolspeler
o PsPpn = psuedoproefpersonen
o Pd= proefdier
o Exp = experiment
o Ψ = psychologie
o Socius = de ander in de sociale situatie
o Bv de leerkracht is socius
o OV = onafhankelijke variabele (wat je gaat manipuleren)
o AV = afhankelijke variabele (wat je meet)
H1 – Wat is sociale psycholgie
Sociale psychologie is het studiedomein binnen de psychologie die antw wil
bieden op de vraag:
Welke invloed heeft de aanwezigheid van anderen op het gedrag van een
individu
De invloed van anderen op een individu
Dwingend
Onbewust
PAUL WATZLAWICK:
“Je kan niet niet communiceren”
Wanneer je beslist dit n te doen, communiceer je ngsteeds adhv non-
verbale communicatie
OOK:
Je kan niet niet beïnvloed worden door anderen
Zodra anderen aanwezig zijn veranderd denkproces, gedrag, emoties,
motivatie, enzv
Of je dit nu wil of niet, gebeurt sws!
Bv: je stapt op trein en je gaat zo ver mogelijk van een persoon gaan zitten, dit is
communicatie want jij denkt, ik wil de ander niet storen, of ik wil privacy, en de
ander zal denken dat je niet wil communiceren of dat je hun privacy respecteert
Afwezigheid van anderen zal je ook beïnvloeden
Alle menselijke gedrag is sociaal gedrag
Waarom w we beïnvloed door anderen?
Zijn kuddedieren en hebben anderen nodig
1
,1.1 STUDIEOBJECT EN DEFINITIE VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
SOCIALE PSYCHOLOGIE
Materiële object Formele object
Hoe w het gedrag van mensen Wat zijn de wetmatigheden in de
beïnvloed door anderen manier waarop mensen met elkaar
- Bewust – expliciet omgaan en door elkaar beïnvloed
- Onbewust - impliciet worden
Sociale psychologie
Het gedrag dat je niet of anders zou stellen als er geen of minder invloed
van anderen was geweest
Studieobject: sociaal gedrag
Algemene psychologie gaat soms ook gedragingen bestuderen die id sociale
context plaatsvinden
Operante conditionering: sociale gedragingen met neg gevolg minder
herhalen
o Wnr je iets uitleent aan iem en die ze nooit teruggeeft, ga je in
toekomst mindersnel uitlenen
Klassieke conditionering
o Pers die je vaak gekwetst heeft ga je meer en meer vermijden
afkeer
BELANGRIJK verschil tussen sociologie & sociale psychologie:
Sociologie:
Weinig aandacht vr individuele gedragingen
Wetmatigheden in sociale structuren en gehelen
Studie v gedrag v groepen
Sociale psych bevindt zich op raakvlak tssn algemene psych en sociologie
DEFINITIE ALLPORT
Sociale psychologie is de studie die tracht te begrijpen, verklaren en
voorspelen hoe de gedachten, gevoelens en gedragingen van een individu
worden beïnvloed door de geobserveerde, ingebeelde of impliciete
gedachten, gevoelens en gedragingen van anderen.
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
1.3 HET BELANG VAN ONS SOCIAAL LEVEN
2
,1.4 WERKWIJZE VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE (ZELFSTUDIE)
1.4.1 Drie dimensies
Drie dimensies in de sociale psychologie die socioloog J.A.A fundamentele
denkwijzen noemt.
Breedte dimensie
Zo breed mogelijk onderzoek en theorievorming
Onderzoeksgroep moet totale populatie zo goed mogelijk benaderen
PROBLEEM: steekproef niet toevallig gekozen
Diepte-dimensie
Probeert mens onder het opp te begrijpen
Onderzoek nr innerlijke processen
o Hypothetische constructen!
o Blackbox
Freud verklaart gedrag via onbewuste processen
Hoogte- dimensie
Theorie opgebouwd op empirische vaststellingen
Hypothetisch-deductief werken theorie toetsen aan empirie
Probleem v overdaad: te veel theorieën op elkaar bouwen kan
onoverzichtelijk worden!
1.4.2 Het experiment als methode
De methode id sociale psychologie het experiment
Socius
= de ander in de sociale situatie
Rolspeler
= is iemand die doet alsof hij deelneemt aan het onderzoek maar eigenlijk in het
experiment zit
Pseudoproefpersoon
= een socius die doet alsof hij een proefpersoon is, maar wel met een bepaalde
opdracht in het experiment aanwezig is
Experimentele conditie
=om na te gaan wat het gedrag is van een proefpersoon zonder die
experimentele manipulatie
Junkconditie
= twee proefpersonen ondergaan exact dezelfde onaangename prikkel, wanneer
de ene pp de aversieve prikkel krijgt, krijgt zijn gejunkte mede pp dezelfde
onaangename prik
3
,1.4.2.1 Voor- en nadelen experimentele methode
Voordelen:
Examinator kan duidelijke conclusies trekken
Labosituatie hoeft geen echt labo te zijn
OV = manipulaties/ veranderingen id omgeving
AV = factor die verandert door OV
Experimeten zijn herhaalbaar moeten zelfde resultaten geven bij
herhaling!
Nadelen:
Moeilijk praktisch uitvoerbaar
Storende factoren moeilijk volledig te controleren
Deontologie (beroepssfeer) kan onderzoek beperken
Reactief gedrag wanneer pp het doel weet
Proefleiderseffecten = verwachtingen beïnvloeden observatie/
interpretatie
Selffulfilling prophecy = verwachtingen lokken gedrag uit
Mogelijke oplossingen
Coverstory
o Pp weten n dat het om psychologisch exp gaat
Onopvalende metingen
o Discreet observeren
Dubbelblind experiment
o Onderzoeker weet niet wie in experimentele of controle groep zit
4
,H2 – Hulpverlenend gedrag
PLATO:
Mensen zoeken enkel sociaal cc om hier voordeel uit te halen voor zichzelf,
niet uit behoefte aan anderen
Mens is egoïstisch
TOCH vaak tegenovergesteld gedrag v egoïsme: altruïsme
De ander centraal stellen
Eigen voordeel is minder belangrijk
Maar: bestaat zoon gedrag wel?
Beter spreken van hulpverlenendgedrag
Of empathie-altruïsme-hypothese toepassen
DANIEL BATSON: empathie-
altruïsmehypothese om
egoïsme van altruïsme te
onderscheiden
Je kan pas v altruïsme
spreken indien de HV het
perspectief vd
noodlijdende kan
aannemen
Wanneer de HV enkel
ageert vanuit
persoonlijke
bezorgdheid is dit om
ongemakkelijk gevoel/
schuldgevoel te
vermijden
DUS om eigen lijden te
verminderen
In dat geval kan de HV het hulpverlenend gedrag stopzetten of ontlopen
indien hij het lijden van de ander kan negeren of ontkennen
Je ziet dat iemand hulp nodig heeft dan kun je aantal vragen stellen: de groene
kaders
wnr iemand hulpverlenend gedrag stelt en perspectief van anderen kan
aannemen = empathische bezorgdheid
Als men dat niet kan = persoonlijke bezorgdheid
5
,Bovenste blauwe: vermindering van lijden van andere
Onderste blauwe: gaat het om verminderen van eigen lijden (hopen dat je geen
schuld voelt, financieel lijd,..)
2.1 KITTY GENOVESE
QUEENS, New York – 1964:
Kwam thuis om 3u15 na werk
3x aangevallen
o 1e kr onderweg nr deur
o 2e kr trggekeerd en misbruikt
o 3e kr doodgestoken
Totale duur v 32min 17 messteken
38 omwonenden/ getuigen
o Zien/ horen gebeuren & konden ingrijpen!
o Enkel 1 man in begin “leave that girl alone”
o Pas om 3u50 politie voor eerst gebeld!
Waarom n geholpen?
Dachten dat iem al hulpdiensten gebeld had
Wachtten af tot iem ingreep
Waren bang om zelf slachtoffer te worden!
o = gebrek aan solidariteit/ hulpverlenend gedrag
2.2 DIFFUSIE VAN DE VERANTWOORDELIJKHEID
Situatie kreeg aandacht v sociologien en psychologen, plakten term
omstaanderseffect op
DARLEY & LATANÉ:
1969 Artikel met voor eerst term bystander apathy
Werd onderwerp v vele studies over :
Voorwaarden waaronder getuigen v een noodsituatie al dan n overgaan tot
hulpverlenend gedrag
In welke omstandigheden het omstaanderseffect wel/ n optreedt
Belangrijkste bevinding bystander apathy diffusie v verantwheid
Paradoxaal fenomeen
Hoe meer getuigen: statistisch meer kans dat iemand helpt MAAR:
Hoe meer getuigen, hoe MINDER kans dat iemand helpt. Zware steen die je
moet dragen, alleen zwaarder dan met velen, hierbij is de steen de verantwheid.
Indien de verantwheid verdeeld is over velen, weegt deze minder zwaar door!
6
, Schuldgevoel dus ook minder groot “de anderen hebben ook n geholpen”, “ik
dacht da t nie zo ernstig was”
Spreiding v verantwheid = wetmatigheid
BYSTANDER APATHY Experimenteel onderzocht:
EXPERIMENT 1: 1968
Groepsdiscussie over problemen op de unief, voor anonimiteit gesprek via
intercomsysteem
3 condities
o Twee personen Pp & PsPp
o 3 personen Pp, 2x PsPp
o 6 personen 1 naïve Pp & 5 PsPp
In elke conditie was er een fake epilepsie-aanval door PsPp
AV: al dan niet helpen door de Pp binnen de 60”
Steeds mr 1 iem die kon praten door intercomsysteem, waardoor Pp gn idee had
of de anderen hulp aanboden ongv zelfde principe bij moord op Kitty
Conditie Aantal potientiële hulpverleners % Pp dat helpen binnen 60”
= OV (zoals Pp dit ziet) = AV
Pp & 1 PsPp Geen hulpverlener 85%
Pp & 2 PsPpn Eén hulpverlener 62%
Pp & 5 PsPpn 4 hulpverleners 31%
CONCLUSIE wetmatigheid spreiding v verantwheid heelft rol gespeeld bij
moord op Kitty
EXPERIMENT 2: 1970
Mannelijke studenten werden gevraagd om geinterviewd te worden over
grootstad-problematiek, op dag v interview in wachtkamer waar ze vragenlijst
moesten invullen, na paar min witte rook via ventilatierooster Na 4’ zeer
dichte rook Na 6’ bevrijd
3 condities
o Alleen conditie
Om een soort basisniveau te bepalen vd reactie v een
individueel Pp in deze situatie zonder remmende invl van socii
o Pp met 2 PsPp
o 3 Pp spreiding v verantwh mogelijk waardoor remming v
hulpgedrag verwacht
AV: reageren binnen 4’?
o Id alleen situatie het meest reactie binnen de 4 min
CONCLUSIE hulpverlenend gedrag w geremd door aanwezigheid v socii
7
Te kennen afkortingen en vaktermen:
o Pp = proefpersoon
o Ppn = proefpersonen
o PsPp= psuedoproefpersoon
o Iemand die doet alsof hij een proefpersoon is maar vaak een
voorbijganger is die in het complot van proefleider zit = rolspeler
o PsPpn = psuedoproefpersonen
o Pd= proefdier
o Exp = experiment
o Ψ = psychologie
o Socius = de ander in de sociale situatie
o Bv de leerkracht is socius
o OV = onafhankelijke variabele (wat je gaat manipuleren)
o AV = afhankelijke variabele (wat je meet)
H1 – Wat is sociale psycholgie
Sociale psychologie is het studiedomein binnen de psychologie die antw wil
bieden op de vraag:
Welke invloed heeft de aanwezigheid van anderen op het gedrag van een
individu
De invloed van anderen op een individu
Dwingend
Onbewust
PAUL WATZLAWICK:
“Je kan niet niet communiceren”
Wanneer je beslist dit n te doen, communiceer je ngsteeds adhv non-
verbale communicatie
OOK:
Je kan niet niet beïnvloed worden door anderen
Zodra anderen aanwezig zijn veranderd denkproces, gedrag, emoties,
motivatie, enzv
Of je dit nu wil of niet, gebeurt sws!
Bv: je stapt op trein en je gaat zo ver mogelijk van een persoon gaan zitten, dit is
communicatie want jij denkt, ik wil de ander niet storen, of ik wil privacy, en de
ander zal denken dat je niet wil communiceren of dat je hun privacy respecteert
Afwezigheid van anderen zal je ook beïnvloeden
Alle menselijke gedrag is sociaal gedrag
Waarom w we beïnvloed door anderen?
Zijn kuddedieren en hebben anderen nodig
1
,1.1 STUDIEOBJECT EN DEFINITIE VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
SOCIALE PSYCHOLOGIE
Materiële object Formele object
Hoe w het gedrag van mensen Wat zijn de wetmatigheden in de
beïnvloed door anderen manier waarop mensen met elkaar
- Bewust – expliciet omgaan en door elkaar beïnvloed
- Onbewust - impliciet worden
Sociale psychologie
Het gedrag dat je niet of anders zou stellen als er geen of minder invloed
van anderen was geweest
Studieobject: sociaal gedrag
Algemene psychologie gaat soms ook gedragingen bestuderen die id sociale
context plaatsvinden
Operante conditionering: sociale gedragingen met neg gevolg minder
herhalen
o Wnr je iets uitleent aan iem en die ze nooit teruggeeft, ga je in
toekomst mindersnel uitlenen
Klassieke conditionering
o Pers die je vaak gekwetst heeft ga je meer en meer vermijden
afkeer
BELANGRIJK verschil tussen sociologie & sociale psychologie:
Sociologie:
Weinig aandacht vr individuele gedragingen
Wetmatigheden in sociale structuren en gehelen
Studie v gedrag v groepen
Sociale psych bevindt zich op raakvlak tssn algemene psych en sociologie
DEFINITIE ALLPORT
Sociale psychologie is de studie die tracht te begrijpen, verklaren en
voorspelen hoe de gedachten, gevoelens en gedragingen van een individu
worden beïnvloed door de geobserveerde, ingebeelde of impliciete
gedachten, gevoelens en gedragingen van anderen.
1.2 GESCHIEDENIS VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE
1.3 HET BELANG VAN ONS SOCIAAL LEVEN
2
,1.4 WERKWIJZE VAN DE SOCIALE PSYCHOLOGIE (ZELFSTUDIE)
1.4.1 Drie dimensies
Drie dimensies in de sociale psychologie die socioloog J.A.A fundamentele
denkwijzen noemt.
Breedte dimensie
Zo breed mogelijk onderzoek en theorievorming
Onderzoeksgroep moet totale populatie zo goed mogelijk benaderen
PROBLEEM: steekproef niet toevallig gekozen
Diepte-dimensie
Probeert mens onder het opp te begrijpen
Onderzoek nr innerlijke processen
o Hypothetische constructen!
o Blackbox
Freud verklaart gedrag via onbewuste processen
Hoogte- dimensie
Theorie opgebouwd op empirische vaststellingen
Hypothetisch-deductief werken theorie toetsen aan empirie
Probleem v overdaad: te veel theorieën op elkaar bouwen kan
onoverzichtelijk worden!
1.4.2 Het experiment als methode
De methode id sociale psychologie het experiment
Socius
= de ander in de sociale situatie
Rolspeler
= is iemand die doet alsof hij deelneemt aan het onderzoek maar eigenlijk in het
experiment zit
Pseudoproefpersoon
= een socius die doet alsof hij een proefpersoon is, maar wel met een bepaalde
opdracht in het experiment aanwezig is
Experimentele conditie
=om na te gaan wat het gedrag is van een proefpersoon zonder die
experimentele manipulatie
Junkconditie
= twee proefpersonen ondergaan exact dezelfde onaangename prikkel, wanneer
de ene pp de aversieve prikkel krijgt, krijgt zijn gejunkte mede pp dezelfde
onaangename prik
3
,1.4.2.1 Voor- en nadelen experimentele methode
Voordelen:
Examinator kan duidelijke conclusies trekken
Labosituatie hoeft geen echt labo te zijn
OV = manipulaties/ veranderingen id omgeving
AV = factor die verandert door OV
Experimeten zijn herhaalbaar moeten zelfde resultaten geven bij
herhaling!
Nadelen:
Moeilijk praktisch uitvoerbaar
Storende factoren moeilijk volledig te controleren
Deontologie (beroepssfeer) kan onderzoek beperken
Reactief gedrag wanneer pp het doel weet
Proefleiderseffecten = verwachtingen beïnvloeden observatie/
interpretatie
Selffulfilling prophecy = verwachtingen lokken gedrag uit
Mogelijke oplossingen
Coverstory
o Pp weten n dat het om psychologisch exp gaat
Onopvalende metingen
o Discreet observeren
Dubbelblind experiment
o Onderzoeker weet niet wie in experimentele of controle groep zit
4
,H2 – Hulpverlenend gedrag
PLATO:
Mensen zoeken enkel sociaal cc om hier voordeel uit te halen voor zichzelf,
niet uit behoefte aan anderen
Mens is egoïstisch
TOCH vaak tegenovergesteld gedrag v egoïsme: altruïsme
De ander centraal stellen
Eigen voordeel is minder belangrijk
Maar: bestaat zoon gedrag wel?
Beter spreken van hulpverlenendgedrag
Of empathie-altruïsme-hypothese toepassen
DANIEL BATSON: empathie-
altruïsmehypothese om
egoïsme van altruïsme te
onderscheiden
Je kan pas v altruïsme
spreken indien de HV het
perspectief vd
noodlijdende kan
aannemen
Wanneer de HV enkel
ageert vanuit
persoonlijke
bezorgdheid is dit om
ongemakkelijk gevoel/
schuldgevoel te
vermijden
DUS om eigen lijden te
verminderen
In dat geval kan de HV het hulpverlenend gedrag stopzetten of ontlopen
indien hij het lijden van de ander kan negeren of ontkennen
Je ziet dat iemand hulp nodig heeft dan kun je aantal vragen stellen: de groene
kaders
wnr iemand hulpverlenend gedrag stelt en perspectief van anderen kan
aannemen = empathische bezorgdheid
Als men dat niet kan = persoonlijke bezorgdheid
5
,Bovenste blauwe: vermindering van lijden van andere
Onderste blauwe: gaat het om verminderen van eigen lijden (hopen dat je geen
schuld voelt, financieel lijd,..)
2.1 KITTY GENOVESE
QUEENS, New York – 1964:
Kwam thuis om 3u15 na werk
3x aangevallen
o 1e kr onderweg nr deur
o 2e kr trggekeerd en misbruikt
o 3e kr doodgestoken
Totale duur v 32min 17 messteken
38 omwonenden/ getuigen
o Zien/ horen gebeuren & konden ingrijpen!
o Enkel 1 man in begin “leave that girl alone”
o Pas om 3u50 politie voor eerst gebeld!
Waarom n geholpen?
Dachten dat iem al hulpdiensten gebeld had
Wachtten af tot iem ingreep
Waren bang om zelf slachtoffer te worden!
o = gebrek aan solidariteit/ hulpverlenend gedrag
2.2 DIFFUSIE VAN DE VERANTWOORDELIJKHEID
Situatie kreeg aandacht v sociologien en psychologen, plakten term
omstaanderseffect op
DARLEY & LATANÉ:
1969 Artikel met voor eerst term bystander apathy
Werd onderwerp v vele studies over :
Voorwaarden waaronder getuigen v een noodsituatie al dan n overgaan tot
hulpverlenend gedrag
In welke omstandigheden het omstaanderseffect wel/ n optreedt
Belangrijkste bevinding bystander apathy diffusie v verantwheid
Paradoxaal fenomeen
Hoe meer getuigen: statistisch meer kans dat iemand helpt MAAR:
Hoe meer getuigen, hoe MINDER kans dat iemand helpt. Zware steen die je
moet dragen, alleen zwaarder dan met velen, hierbij is de steen de verantwheid.
Indien de verantwheid verdeeld is over velen, weegt deze minder zwaar door!
6
, Schuldgevoel dus ook minder groot “de anderen hebben ook n geholpen”, “ik
dacht da t nie zo ernstig was”
Spreiding v verantwheid = wetmatigheid
BYSTANDER APATHY Experimenteel onderzocht:
EXPERIMENT 1: 1968
Groepsdiscussie over problemen op de unief, voor anonimiteit gesprek via
intercomsysteem
3 condities
o Twee personen Pp & PsPp
o 3 personen Pp, 2x PsPp
o 6 personen 1 naïve Pp & 5 PsPp
In elke conditie was er een fake epilepsie-aanval door PsPp
AV: al dan niet helpen door de Pp binnen de 60”
Steeds mr 1 iem die kon praten door intercomsysteem, waardoor Pp gn idee had
of de anderen hulp aanboden ongv zelfde principe bij moord op Kitty
Conditie Aantal potientiële hulpverleners % Pp dat helpen binnen 60”
= OV (zoals Pp dit ziet) = AV
Pp & 1 PsPp Geen hulpverlener 85%
Pp & 2 PsPpn Eén hulpverlener 62%
Pp & 5 PsPpn 4 hulpverleners 31%
CONCLUSIE wetmatigheid spreiding v verantwheid heelft rol gespeeld bij
moord op Kitty
EXPERIMENT 2: 1970
Mannelijke studenten werden gevraagd om geinterviewd te worden over
grootstad-problematiek, op dag v interview in wachtkamer waar ze vragenlijst
moesten invullen, na paar min witte rook via ventilatierooster Na 4’ zeer
dichte rook Na 6’ bevrijd
3 condities
o Alleen conditie
Om een soort basisniveau te bepalen vd reactie v een
individueel Pp in deze situatie zonder remmende invl van socii
o Pp met 2 PsPp
o 3 Pp spreiding v verantwh mogelijk waardoor remming v
hulpgedrag verwacht
AV: reageren binnen 4’?
o Id alleen situatie het meest reactie binnen de 4 min
CONCLUSIE hulpverlenend gedrag w geremd door aanwezigheid v socii
7