Hoofdstuk 1: inleiding en probleemstelling
1.1. Waarom RZL?
1. Religie is actueel
- Opgang IS, taliban… -> religieus gemotiveerd, politiek probleem
- Vluchtelingen: brengen religieuze en culturele achtergrond mee
- Aanslagen zoals Charlie Hebdo, Parijs, Zaventem en Maalbeek
tonen impact van religie en polarisatie
2. Mensen niet louter wetenschappelijk
- Niet alleen psychologie of sociologie spelen een rol
- Ook geschiedenis, cultuur en religie beïnvloeden identiteit en
gedrag
3. Godsdienst kan invloed hebben op problemen
- Religie kan meespelen in maatschappelijk of individueel
disfunctioneren
- Belangrijk in hulpverlening en begeleiding
- Link tussen veiligheidsbeleid en religieus terrorisme
4. RZL stimuleert reflectie
- Kritisch en creatief denken met open geest
- Losmaken van gewoonten -> verfijnde geest nodig
5. Menen zoeken naar zingeving
- Zoeken naar iets hogers, transcendentie
- Geeft houvast
- Crisis nu: nieuwe kennismaking met religie, christendom, met
monotheïsme
1.2. Probleemstelling: Verhouding tussen geweld en religie
Religieus terrorisme: is geweld eigen aan religie?
Waar situeert gewelddadig karakter in oudere religies en waar zit het
geweld in monotheïsme?
Worsteling met religie gegroeid -> voeling met heilige kwijt?
Kernvraag:
NIET: hoe de mens zin geeft aan de wereld
WEL: dat de mens gericht is op iets heiligs/transcendents
Vraag naar God = ook vraag naar de mens zelf
Religie en moraal
In de moderniteit begon geloof in God te wankelen
Vraag: leidt secularisatie automatisch tot immoraliteit?
Christelijke waarden (naastenliefde, zorg voor armen en zieken) waren lang
morele basis
Angst dat zonder God “alles geoorloofd” wordt (Dostojewski)
1.3. Legende van Grootinquiqiteur, F. Dostojewski
- Uit Gebroeders Karamazow van Fjodor Dostojewski (1879-1880)
, - In 19e eeuw: christendom bekritiseerd
- Religie wordt verbonden met moraal → discussie over: heeft
geloof nog een plaats in de moderne wereld?
Historie: 16e eeuw: inquisitie = kerkelijke rechtbank -> wnr katholieke koningen in
Spanje terug aan macht kwamen -> verdachten dat joden zich voor de schijn
hebben verkeerd
Situatie gezin:
Vader Fjodor heeft zijn zonen verwaarloosd na de dood van hun moeders
Er zijn veel spanningen en conflicten binnen het gezin
3 broers: Aljosja, Iwan, Dmitri (ruzie met vader over erfenis)
Iwan en Aljosja, twee broers, voeren gesprek over religie en moraal
Aljosja:
o Gelovig en wil monnik worden
o Gelooft dat christus lijden op hem neemt en zo kwaad en ellende
kan verlossen
o Christus = redder van wereld
o Vertrouwt op liefde, vergeving en goddelijke rechtvaardigheid
Iwan
o Twijfelend en kritisch tegenover het geloof
o Je kan moeilijk “de mensheid” liefhebben door al het lijden (Vooral
bij kinderen)
o Hij vindt christelijke moraal mooi, maar onrealistisch
o Weigert onrecht en lijden te aanvaarden als “zinvol”
o Schrijft een proza: de legende van de Grootinquisiteur
→ poging om te tonen of Christus echt verlossing heeft gebracht
Verhaal Iwan:
- Situatie: Sevilla, 16e eeuw, tijd van de Inquisitie
- Oude Grootinquisiteur ontmoet zwijgende Christus
- Christus is terug op aarde, is stil maar ze herkennen Hem
- Christus komt onder volk en wekt kind tot leven -> mensen
volgen hem
- Grootinquisiteur laat Hem opsluiten
o Wederkomst van christus vindt hij storend
- Gesprek:
o Grootinquisiteur gelooft dat Jezus mens wou redden
o Maar op cruciale moment gefaald
Verzoekingen van Duivel aan Jezus in de woestijn –
duivel mens op proef stellen
, 1. Stenen veranderen in brood -> Christus
weigert
2. Wonderen doen – weigert
3. Macht over de wereld -> weigert
Grootinquisiteur vindt dat wel op moest ingaan
Belangrijk verschil: Mensen willen geen vrijheid, maar zekerheid
Eten (brood)
Jezus/christus kiest
vrijheid Duidelijke bewijzen (wonderen)
Grootinquisiteur Iemand die beslist (macht)
kiest controle en Als hij dat wel had gedaan -> Hem makkelijker
geluk via gevolgd+ meer orde en geluk
gehoorzaamheid Jezus en Christus zouden mensheid beter gered
hebben
- Christus gaat ervan uit dat mens
o Vrij kan zijn
o Zelf verantwoordelijkheid kan dragen
o Zonder dwang het goede kiezen
- Grootinquisiteur vindt dat hij mens te hoog inschat
o Verdedigt afgodendienst (leiden, volgen, zekerheid)
o Afgoden = alles wat in plaats van God komt
o Essentie christendom = ontmaskering afgodendienst
- Christus blijft stil!
o Alleen god is god
Kerngedachte joods-christelijk monotheïsme
- Christus geeft kus: teken van liefde, vergeving, vrijheid zonder
dwang
1.4. God is dood: Nietzsche en de Dolle Mens
Link met Dostojewski
Iwan vraagt zich af:
o Als God niet bestaat, waarop baseer je dan moraal?
o Hoe weet de mens nog wat goed of slecht is?
Friedrich Nietzsche stelt dezelfde vraag, maar radicaler:
o “God is dood.” = god niet meer fundament van waarheid en moraal
= vaste, ware steunpunt waaraan de mens leven probeert
begrijpen
Verhaal de Dolle Mens:
Een dolle man loopt overdag met een brandende lantaarn op de markt.
o “Ik zoek God! Ik zoek God!”
De mensen op de markt lachen hem uit, omdat velen niet meer in God
geloven.
o Ze vragen spottend: Is God verdwaald? Heeft Hij zich verstopt? Is Hij
gevlucht?
, Dan springt de dolle mens tussen hen en zegt:
o “God is dood. Wij hebben hem gedood.
o = moderne mens gelooft er niet meer in
o Fundament weggehaald (God)
o Wetenschap en kritisch denken hebben oude geloof vernietigd
De dolle mens vraagt zich af: hoe zullen mensen nu nog betekenis vinden?
Waarop zullen ze moraal baseren?
Mensen beseffen grote verandering nog niet, nog niet doorgedrongen
Op het einde gaat hij kerken binnen en zegt dat kerken eigenlijk: wat zijn
deze kerken als ze niet de graven van God zijn?
Nietzsche:
1. Bekritiseert christendom
- Maakt mensen zwak en afhankelijk
- Steun zoeken bij God ipv zelf sterk te zijn
2. Breidt kritiek op christendom uit naar ganse filosofie
- Ook filosofie zoekt absolute waarheid, bestaat niet
- Volgens Nietzsche een illusie
Waarom van Dostojewski naar Nietzsche?
- Bij Dostojewski christendom al in twijfel getrokken
o God nog betekenis? Moraal zonder god?
- Friedrich Nietzsche gaat verder
o Monotheïsme en filosofie beide waarheidsdenken
Kritiek Nietzsche:
1 absolute waarheid of fundament (God)
Monotheïsme: “God is o Volgens Nietzsche een menselijke uitvinding om houvast
de waarheid” en zekerheid te krijgen
o DUS bekritiseert hij meer dan alleen religie, alles met de
Atheïsme: “de
waarheid
waarheid bestaat nog
o Dood God:
steeds, maar zonder
= einde christelijke moraal
God”
= einde van elk laatste, blijvende grond als
Beide 1 ultieme fundament
waarheid = einde metafysica (filosofie)
Nietzsche = geen absolute waarheid, wel meerdere manieren om wereld te
begrijpen
1.5. Monotheïsme en kritiek
Monotheïsme niet enkel geloof in 1 God, maar vooral kritiek op andere goden en
religies.
Niet om geloof, maar geloofskritiek
1.5.1.Structuur van monotheïsme is kritiek
Monotheïsme = bestaan 1 god + verbiedt verering andere goden