H1
Disease Ziekte: docter’s view
Ilness Ziektegevoel: klachten, patient’s view
Sickness Ziekterol/gedrag: maatschappij’s view
Biomedisch model (16e-17e eeuw) Basis van alle modellen: ziekte =
probleem in biologische processen
(objectief waarneembaar)
Biopsychosociaal model (20e eeuw) (Biologische,) psychologische en sociale
aspecten erbij nemen
Bio-pyschosociaal-spiritueel model Spiritueel: zingeving, waarden, geloof,
van ziekte (21e eeuw) levensdoel, denkkader erbij nemen
Frailty Kwetsbaarheid/snel ontregeld raken: bij
ouderen
Ecologisch model van gezondheid (leef)omstandigheden spelen een rol:
wisselwerking individu & omgeving:
Individu (biogenetische, psychische,
somatische kenmerken), Interpersoonlijk
(gezin, werk, vriendschappen, sociale steun),
Institutioneel (werkomgeving, transport,
school, diensten), Maatschappij (relaties
tussen organisaties, instituten en informele
netwerken), Beleid (lokale en nationale wetten,
beleid,politiek)
Diastesis-model Gezondheid en ziekte ontstaan door
interactie tssn kwetsbaarheid
/veerkracht én omgevingservaringen:
persoon heeft zekere veerkracht &
omgeving hft hier + of – invloed op
Transactioneel model Ziekte en gezondheid ontstaan door
interactie tussen persoon en omgeving
Balans model Een model dt gezondheid & ziekte
verklaart als het resultaat ve evenwicht
tssn draaglast & draagkracht, en tssn
risicofactoren & beschermende factoren
Microniveau Op niveau van individu: kindfactoren,
ouderfactoren, gezinsfactoren
Mesoniveau Op niveau van gezin, buurt: sociale
gezins/buurt factoren
Macroniveau Op niveau van maatschappij: sociale-
economische gezinsfactoren, culturele
factoren, maatschappelijke factoren
Estée Stulens
, Sociale determinanten Maatschappelijke en sociale
omstandigheden die invloed hebben op
gezondheid en ziekte
H2
Preventie Het behouden, beschermen &
bevorderen van gezondheid en het
voorkomen van ziekte & complicaties
Invalshoeken:
1. Doelgroep
2. Fase van de ziekte
3. Specifiek doel
4. Pijlers van de integrale aanpak
Doelgroep
Collectieve preventie 1. Universele preventie
2. Selectieve preventie
Ringvaccinatie Vaccineren van alle personen in de
omgeving van een geval
Kudde vaccinatie Hele kudde/populatie vaccineren
Individuele preventie 1. Geïndiceerde preventie
2. Zorggerelateerde preventie
Universele preventie Gezondheid behouden & bevorderen
bij gehele gemeenschap (of deel van)
Selectieve preventie Ziekte voorkomen bij mensen met risico
Geïndiceerde preventie Klachten niet laten verergeren tot
volwaardige aandoening bij mensen
met bepaalde klachten
Zorggerelateerde preventie Complicaties, lagere levenskwaliteit,
beperkingen & sterfte voorkomen bij
mensen met een ziekte/aandoening
Fase van de ziekte
Primaire preventie Voorkomen dat een ziekte ontstaat door
de risicofactoren aan te pakken
Secundaire preventie Vroegtijdig opsporen van een ziekte
(vooraleer klinische tekens merkbaar)
Tertiaire preventie (onderdeel v care) Ziektecomplicaties minimaliseren en
regelen
Quaternaire preventie Voorkomen van overbehandeling (of
slecht) en onnodige interventies en
schade door medische interventies
iatrogeen Schade door medische handelingen
Specifieke doelen
Estée Stulens
, Ziektepreventie Het aanpakken van specifieke ziekten
dmv vaccinaties
Gezondheidsbevordering Mensen ondersteunen in het nemen van
controle over hun eigen gezondheid
Gezondheidsbescherming Bevolking beschermen tegen
gezondheidsbedreigende factoren: wet-
& regelgeving
Pijlers van integrale aanpak 1. Voorlichting & educatie
2. Signalering, advies &
ondersteuning
3. Fysieke & sociale omgeving
4. Regelgeving & handhaving
Programmatische preventie Vooraf gepland, structureel, volgens een
vast programma
Opportunistische preventie Ingezet wanneer zich een kans of nood
voordoet, ad hoc
Cure Zorg gericht op het genezing of
eleminatie ve ziekteoorzaak & de
symptomen verlichten: korte termijn, vr
acute, behandelbare aandoeningen
Care Langdurige zorg gericht op symptoom-
controle, functioneren & levenskwaliteit
Chronische zorg Ziekte zo min mogelijk complicaties
laten geven (omvat tertiaire preventie)
3 pijlers:
1. Patientgerichte zorg:
betrokkenheid van patient bij
besluitvorming
2. Multidisciplinaire werk
3. Pro-actief management
‘The big four’ van chronische ziektes 1. Roken
2. Overgewicht & ongezonde
voeding
3. Gebrek aan lichaamsbeweging
4. Overmatig alcoholgebruik
Diabetes (mellitus 2: 7-15% uitgaven ‘te veel aan suiker in het bloed’ door
vd gezondheidszorg) gebrek aan insuline
Pro-actief Anticiperen op & vermijden van
problemen
Integrale aanpak Een probleem vanuit meerdere kanten
tegelijk aanpakken: medische, psych-
ologische, sociale, functionele aspecten
Estée Stulens