Inleiding
Wat is communicatie?
Communicatie is de manier waarop je omgaat met jezelf, anderen en de
wereld, waarbij je zowel verbaal als non-verbaal (woorden, intonatie en
lichaamstaal) informatie en betekenis overbrengt, en waarbij vooral
lichaamstaal (55%) en stemgebruik (38%) de grootste impact hebben
tegenover de inhoud van woorden (7%).
Wat is professionele communicatie?
Professionele communicatie is de manier waarop je, in een werksituatie,
met jezelf, anderen en de wereld omgaat door zowel formele als informele
communicatie in te zetten om professionele doelstellingen te bereiken.
Wat is een gesloten vraag?
Gesloten vragen zijn vragen waarbij je een kort en specifiek antwoord
krijgt (vaak ja/nee, een keuze of één feit) en waarbij de zender het gesprek
sterk stuurt, bijvoorbeeld om iets te controleren of gericht informatie te
verzamelen, zoals “Vind je je werk leuk?”, “Pizza of frietjes?” of “Hoe oud
ben je?”.
Wat is een openvraag?
Open vragen daarentegen nodigen uit tot een uitgebreid antwoord waarbij
de ontvanger meer ruimte krijgt om te vertellen en het gesprek mee
bepaalt, bijvoorbeeld om gevoelens, meningen of meer informatie te
achterhalen, en worden vaak gesteld met 5W1H-vragen zoals wie, wat,
waar, wanneer, waarom en hoe, bv. “Wat houdt je bezig?” of “Hoe is het
op het werk?”.
let op met de ‘waarom’-vraag!
In analytische situaties is dit een interessant vraag om te stellen en kan
deze veel informatie opleveren.
In situaties met gevoelens kan de ontvanger het gevoel krijgen zich te
moet verantwoorden en kan het zijn dat deze zich plots defensief gaat
opstellen. Deze houding willen we natuurlijk vermijden.
1
,LDS:
1. Actief luisteren is een manier van luisteren waarbij je aan je
gesprekspartner laat merken dat je echt volgt wat die zegt, door
middel van aandachtgevend gedrag zoals de ander laten uitspreken,
oogcontact maken en knikken, en door verbaal te reageren met
samenvatten en doorvragen, zodat de ander zich uitgenodigd voelt
om verder te vertellen en je oprechte interesse toont.
2. Samenvatten betekent dat je op een korte en overzichtelijke
manier weergeeft wat de ander heeft gezegd om structuur te
brengen, begrip te controleren en te tonen dat je luistert, en dit
moet kort zijn, enkel de kern bevatten en idealiter op vragende toon
gebeuren; dit kan via parafraseren (in eigen woorden), herhaling
(letterlijk weergeven) of de gesprekspartner zelf laten samenvatten.
3. Doorvragen doe je wanneer het gespreksdoel nog niet bereikt is en
je meer informatie nodig hebt, waarbij je open vragen stelt die
aansluiten bij wat de ander zei (zonder aannames), zoals “Kun je
daar meer over vertellen?”, en dit wordt best pas gedaan nadat je
eerst kort hebt samengevat zodat het gesprek gestructureerd blijft.
Smart +:
SMART+ doelen zijn belangrijk omdat ze ervoor zorgen dat een doel
duidelijk, concreet en haalbaar wordt, waardoor je beter weet wat je
precies wil bereiken en hoe je dat gaat doen, in plaats van vage doelen
zoals “ik ga gezonder leven”.
Waarom SMART+?
Maakt doelen duidelijk en specifiek
Voorkomt vage of onduidelijke plannen
Helpt bij persoonlijke en professionele ontwikkeling
Nuttig in opleiding en bij begeleiding van patiënten/cliënten
Maakt evaluatie mogelijk
1. S = Specifiek
- Wat wil ik bereiken?
- Wie is erbij betrokken?
- Waar ga ik dit doen?
- Waarom wil ik dit bereiken?
2. M = Meetbaar
- Wat is het eindresultaat?
- Hoe ga ik dit meten?
3. A = Acceptabel
- Sta ik achter mijn doel?
- Staan betrokkenen er ook achter?
2
, 4. R = Realistisch
- Zijn de stappen haalbaar?
- Heb ik voldoende kennis en middelen?
- Is het niet te makkelijk of te moeilijk?
5. T = Tijdsgebonden
- Wanneer start ik?
- Wanneer is het doel bereikt?
- + = Positief geformuleerd
- Formuleer wat je wél wil bereiken, niet wat je wil vermijden
H1 Structuur van de Belgische
gezondheidszorg
1. Belgisch gezondheidssysteem
België is een federale staat met gemeenschappen en gewesten, die elk
hun eigen bevoegdheden hebben.
Gemeenschappen zijn bevoegd voor persoonsgebonden
materies: cultuur, onderwijs, welzijn, gezondheid, sport en taal.
Gewesten zijn bevoegd voor grondgebonden materies: milieu,
ruimtelijke ordening, wonen, mobiliteit, infrastructuur, economie en
werkgelegenheid.
De Belgische gezondheidszorg wordt gekenmerkt door:
o Ruim aanbod van kwalitatieve zorg, hoge levensverwachting
(2024: vrouwen 84,4 jaar, mannen 80,3 jaar, totaal 82,4 jaar).
o Financiering via sociale bijdragen (afhankelijk van inkomen).
o Verplichte ziekteverzekering en vrije keuze van zorgverleners en
zorginstellingen.
Belangrijke uitdagingen zijn:
Overmatig gebruik van antibiotica.
Beperkte toegankelijkheid tot geestelijke gezondheidszorg en
tandzorg.
Grote socio-economische gezondheidsverschillen.
Hoge cijfers voor obesitas, alcohol- en tabaksgebruik.
Nood aan versterking van het preventiebeleid.
3