1 Module 1- Inleiding: wat is sociale zekerheid?
De verschillende sectoren in de SZ
- Gezondheidszorg: terugbetaling van medicijnen, van dokter afspraken
- Arbeidsongeschiktheid: vervangingsinkomen, gevolg van arbeidsongeval
bijv. maar niet enkel dat!
- Werkloosheid
- Pensioenen
- Kinderbijslag
Hot-topic in de actualiteit: de krapte op de woningmarkt
Als antwoord op de krapte op woningmarkt zien we maatschappelijke antwoorden
denk aan gemeenschappelijk wonen; gemeenschappelijk wonen = woning delen,
alles delen op slaapkamer na; co-housing (ruimtes delen, bijv. de eetkamer,
wasplaats maar je deelt dus meer dan inkomhal en lift)
Succes v co-housing kan mee bepaald worden door sociaalzekerheidsrecht. Bij
veel uitkeringen (bijv. werkloosheid, ziekte) kijkt men naar je gezinstoestand.
Werkloosheid
Bij het bepalen van hoogte van vervangingsinkomen wordt er gekeken naar
samenlevingsverbanden waarin mensen zich in bevinden, men kijkt naar
gezinssamenstelling/gezinstoestand.
Hoogte uitkeringen afhankelijk van
◦ werkloosheidsduur (en beroepsverleden)
◦ loon
◦ gezinstoestand
Werkloosheid:
1
,ZIV-uitkeringen = ziekte en invaliditeitsuitkering:
PAO = primaire arbeidsongeschiktheid (= 1ste periode, 1ste jaar)
Je ziet dat het bepalend is voor hoogte van uitkering is hoe je wordt ingedeeld, in
welke gezinscategorie je wordt ingedeeld.
Waarover gaat socialezekerheidsrecht?
= Geheel van sociale voorzieningen dat tot doel heeft aan alle burgers op elk
ogenblik van hun bestaan minstens een inkomen te waarborgen dat
menswaardig bestaan garandeert. M.a.w. sociale zekerheid beschermt tegen
sociale risico’s (zoals ziekte, werkloosheid)
Sociale zekerheid is aanwezig van in de wieg (geboortebijslag, kinderbijslag) tot
in het graf (begrafenisvergoeding, tot voor kort)
- Biedt dekking tegen sociale risico’s die zich in mensenleven kunnen
voordoenen en die menswaardig leven bedreigen. Overeenstemming in
IAO internationaal arbeidsovereenkomst (1952)
Onder sociale zekerheid verstaan we:
- Gezondheidszorg, arbeidsongeschiktheid, werkloosheid, pensioenen,
gezinsbijslagen
- Sociale bijstand: het laatste vangnet voor wie géén andere
bestaansmiddelen heeft (bijv. leefloon)
Hoe gaat SZ de bestaanszekerheid garanderen?
loonaanvullende vergoedingen
Worden boven bovenop het loon betaald.
Gezondheidszorg is er niet alleen voor mensen die werken:
- Recht op terugbetaling van gezondheidszorg: door beroepsactiviteit of
afgeleide rechten
o Je hebt recht op terugbetaling:
2
, Als je werkt als werknemer, zelfstandige bent, ambtenaar
bent (je betaalt sociale bijdragen en bent daardoor verzekerd)
Je bet zelf niet (meer) aan het werk, maar: je partner werkt, je
ouder werkt, je echtgenoot heeft gewerkt. Dan leid je je recht
af van iemand anders
Daardoor is bijna de volledige bevolking gedekt door de
gezondheidszorg
- Gezinsbijslagen: uitkeringen die w toegekend omdat men kinderen ten
laste heeft
o “Recht van het kind”: men vertrekt van het principe het kind zelf
heeft recht op ondersteuning, recht minder gekoppeld aan arbeid
o aanvulling betaald bovenop loon
o Vroeger was kinderbijslag gekoppeld aan het statuut van werkende
ouder & rang van het kind (1ste, 2de, 3de, …): er werd niet voor elk
kind kinderbijslag uitbetaald en ook niet voor elk kind evenveel
Systeem stilletjes aan meer naar elkaar toegroeien
Bij 6de staatshervorming: bevoegdheid van kinderbijslag naar
deelstaten (2016), in Vlaanderen 2019: in het groeipakket
gaan we uit van het recht van het kind
Loon vervangende uitkeringen
Vervangen het loon wanneer je niet kan werken:
- Arbeidsongeschiktheid
o Ziekte en ongeval privéleven
o Arbeidsongeval en beroepsziekte
- Werkloosheid
- Ouderdom (pensioen) en overlijden
3 beroepsgroepen in de sociale zekerheid
- Werknemers
- Zelfstandigen
- Ambtenaren (≠ overheidspersoneel!)
o Je kan ook bij overheid gaan werken op basis van een contract.
Waarom zijn die verschillen belangrijk? Er zijn grote verschillen in:
- Financiering
- Berekeningswijze van pensioenen
Sociale bijstand
= laatste vangnet van de sociale bescherming
3
, wordt enkel uitgekeerd als er GEEN andere bestaansmiddelen zijn
kenmerken:
- Geen verzekeringsprincipe: je hoeft geen bijdragen te hebben betaald
- Bestaansmiddelen toets: men onderzoekt inkomen, spaargeld, eigendom
alleen als blijkt dat er onvoldoende bestaansmiddelen zijn, wordt bijstand
toegekend.
- Forfaitaire uitkering: niet loongerelateerd
Sociale zekerheid versus sociale bijstand
Sociale zekerheid
Sociale zekerheid = sociale verzekering
= verzekering tegen sociale risico’s
Bij een verzekering betaal je eerst een premie (bijdragen), en eerst een
wachtperiode vooraleer er recht is op vergoeding.
- Je verzekeringspremie bij sociale zekerheid = je sociale bijdrage betaald op
loon
Bij een verzekering: als je veel betaalt, krijg je ook veel terug. Dit zie je ook bij
sociale zekerheid, je uitkering is loongerelateerd.
Bij sociale zekerheid:
- Je betaalt sociale bijdragen als het risico zich voordoet (ziekte,
werkloosheid) dan heb je recht op een uitkering, ongeacht:
ongeacht of verzekerde behoeftig is of niet (er is dus geen
bestaansmiddelentoets)
Voorbeeld:
- Werknemer A verdient 5000; betaalt 5000 * 13,07% = 653.50 uitkering;
krijgt 60% van 5000 = 3000
- Werknemer B verdient 2500; betaalt 2500 * 13,07% = 326,75 uitkering:
60% van 2500 = 1500
* !Hier werken later nog solidariteitsmechanismen op waardoor uitkeringen
naar elkaar toe gaan!
Doel: financiële gevolgen arbeid gerelateerde risico’s opvangen en daarbij zoveel
mogelijk verworven levensstandaard waarborgen
Sociale bijstand
Bij sociale bijstand:
4