A5: Leven en energie
1. Energieomzetting
Wij en andere organismen doen constant aan energieomzetting
Bijvoorbeeld: lichtgevende kevers
• gebruiken chemische energie uit organische moleculen om lichtenergie te produceren =
bioluminescentie
• De chemische reactie in hun lichaam zet energie uit moleculen om in fotonen (licht)
• Uitgezonden licht → lokt termieten aan = voedsel
In het menselijk lichaam:
• Omzetting naar warmte/thermische energie
- Lichaams temp.
- Verdampingswarmte
- Ademhalingswarmte
• Omzetting naar chemische energie
- Glucose
- Water
- Melkzuur
• Omzetting naar mechanische energie
- Hart pompen
- Lichaams en long-beweging
2. Energie
= het vermogen om arbeid te leveren
= het vermogen om de toestand van materie te wijzigen
- Meen bv. Een ijsblokje
- Om het te smelten is er E nodig om de H-bruggen te breken
Energie: Fysische grootheid
• Joule
• kcal / cal
Kinetische en potentiële energie:
1) Kinetische E = bewegings energie
2) Potentiële E = opgeslagen energie → vaal chemische E
1
, Andere vormen van energie:
• Magnetische energie = hemoglobine
• Elektrische energie = membraanpotentiaal
• Lichtenergie = Chlorofyl
• Chemische energie = glucose
• Thermische energie = lichaamstemperatuur
Chemische energie:
= beschikbare potentiële energie die kan vrijgezet worden door chemische reacties
➔ Bv uit voedselmoleculen
1) Catabolisme = beschikbare potentiële energie die kan vrijgezet worden door chemische reacties
• afbraak of degradatie → Katabole reacties (pathways)
• Omzetting van chemische E in een voor het organisme bruikbare vorm
• Vb = Cellulaire respiratie
2) Anabolisme = opbouw of biosynthese
• Eenvoudige moleculen omzetten naar complexere moleculen
- Verbruik van vetten
• Meerder kleine onderdelen samenvoegen tot een nieuw molecule
• = Ananole reacties
- Vb Aminozuur synthese, DNA synthese,…
Thermische energie:
= kinetische energie door willekeurige bewegingen van atomen en molecule
• Hitte = transfer van thermische energie van ene naar andere object
3. Metabolisme
= stofwisseling
Het metabolisme van een organisme → transformeert continue materie en energie
Catabolische pathways:
= afbraak van moleculen tot kleinere molecule
• Bv: glucose → CO2 + H2O
• Levert energie (ATP)
Anabolische pathways
= synthese van molecule
• Bv: aminozuren → eiwit
• Vereist energie (ATP hydrolyse)
2