A3: Structuur, componenten en functie celmembranen
1. Het celmembraan
Celmembraan is dynamisch → heeft niet altijd dezelfde vorm
= is nodig voor:
• Flexibiliteit en vormaanpassing
• Herstel bij beschadiging
• Transport en interactie
• Endocytose en exocytose
• Verdeling van membranen bij celdeling
• Aanpassing aan omgeving
Algemeen belang van membraan = structuur, transport en communicatie
Een cel met een beschadigde celmembraan:
• Verliest zijn structuur
• Verliest zijn organellen
• Gaat dood
Voorbeelden:
- Red cell membrane disorder = RBS leven nrml 120 dagen → met RCMD maar 10 dagen (veroorzaakt
anemie)
- Alzheimer’s disease = Tau verstoort de membranen van neuronen, waardoor de signaaloverdracht en
celoverleving worden beïnvloed
2. Structuur en algemene beschrijving celmembraan
Membraan heeft een mozaïk structuur = celmembraan is
“vloeibaar” en kan bewegen (zie filmpje in pwp)
Op afbeelding (volgende pg.): je ziet 3 verschillende soorten lipiden
1) Fosfolipiden
2) Cholesterol (steroïden) = MEMBRAANLIPIDEN
3) Glycolipiden
1
, 3. Membraanlipiden
3.1. Fosfolipiden
= meest voorkomende lipide in het membraan
Basisstructuur:
• Kop = hydrofiel / polair (water minnend)
• Staart = hydodrofoob / niet-polair (water vrezend)
• Amfipatisch → Is tegelijk hydrofiel en hydrofoob
Chemische structuur:
1) Kop = hydrofiel / polair (water minnend)
• Fosfaat
• Specifieke groep: choline, ethanolamine, serine
2) Staart = hyodrofoob / niet-polair (water vrezend)
• Glycerol = 3 C-atomen → link tussen
vetzuurstaarten en fosfaat
• 2 vetzuurstaarten (14-24 C)
- Ongesatureerd = cis dubbele binding → knik
- Gesatureerd = trans
2