Les 1 – Soorten publieke diensten, diensten van algemeen belang ...................................................... 2
Les 2 – Allocatievraagstukken............................................................................................................ 9
Studiebezoek aan het Rekenhof ...................................................................................................... 17
Studiebezoek aan de Raad van State ............................................................................................... 17
Les 3 – Aankopen en aanbesteden .................................................................................................. 18
Les 4 – Disaggregatie: delegeren, agentschappen, overheidsbedrijven .............................................. 25
Les 5 – Administratieve lasten ......................................................................................................... 31
Les 6 – Privatisering en outsourcing ................................................................................................. 42
Les 7 – Financiële cyclus en actoren in het financieel management .................................................. 48
Les 8 – Begroting ............................................................................................................................ 48
Les 9 – Boekhouden; jaarrekeningen, basis balanslezen ................................................................... 48
Les 10 – Audit en controle ............................................................................................................... 48
1
, Organiseren en financieren van publieke dienstverlening
Les 1 – Soorten publieke diensten, diensten van algemeen belang
12/02/2026 – 11-13 uur – prof. dr. Steven Van De Walle
Wat zijn publieke diensten?
Inhoud van dit college
• Welke soorten publieke goederen en diensten zijn er?
• Wanneer is een publieke dienst ‘publiek’
• Welke diensten horen publiek te zijn?
Systembolaget is een staatswinkel die alcohol verkoopt in
Zweden. Men heeft beslist om er alcohol via de overheid te
verkopen. Dit kan te maken hebben met de volksgezondheid,
inkomsten voor de overheid …
Dit is dus een voorbeeld van een overheidsdienst die je niet
direct bij de overheid zou verwachten (zeker niet vanuit
Vlaams perspectief). Vraag die je moet stellen is: hoort de
overheid dit te doen?
Tweede voorbeeld is Falck. Groot bedrijf dat veel taken
uitvoert in opdracht van de Deense overheid, bijvoorbeeld
met betrekking tot het vervullen van brandweerdiensten. Ook
in ons eigen land zien we dat soort scenario’s. Denk maar
aan de bus à heel wat bedrijven bieden bussen aan de lijn
(vaak dus een dunne grens tussen publiek en privaat).
We hebben nood aan een definitie omtrent wat nu juist een
publieke dienst is.
Wat zijn publieke goederen
• Paul Samuelson (1954): publieke goederen worden collectief geconsumeerd, zijn niet-exclusief en niet
rivaliserend
• Gebruik van marktmechanisme voor allocatie is moeilijk, want
- gebruikers betalen er niet of niet rechtsreeks voor.
- uitsluiting is moeilijk => free riders
- private bedrijven zijn dan ook minder geïnteresseerd in het produceren ervan.
• Maar, let op: publieke goederen ≠ door de overheid geleverde goederen
Niet exclusief: niemand kan ervan uitgesloten worden vb park à iedereen kan er komen en niemand kan
ervan uitgesloten worden.
Niet rivaliserend: gebruik ervan maakt het niet minder aangenaam vb als professor gebruik maakt van park
is dat niet minder aangenaam voor anderen om het park te gebruiken
Wanneer er veelvoudig gebruik gemaakt wordt van publiek goed wordt het een quasi publiek goed.
Probleem van free-rider gedrag: heel veel mensen maken ervan gebruik en je kan niemand uitsluiten, dus
ook mensen die niet bijdragen kunnen er gebruik van maken vb. gebruik maken van bossen, wegen …
zonder mee te betalen
Publieke goederen worden ook niet altijd aangeboden door de overheid.
2
,Dimensie 1: uitsluitbaarheid (excludability)
• Uitsluitbaar
- Iemand die er niet voor heeft betaald kan eenvoudig van consumptie worden uitgesloten.
- Voorbeelden: een kledingstuk, een zitje bij een theateropvoering, een serie op Netflix
• Niet-uitsluitbaar
- Iemand die er niet voor heeft betaald kan niet eenvoudig verhinderd worden er gebruik van te
maken
- Voorbeelden: nationale defensie, een vuurwerkshow, straatverlichting, dijken,
politiebescherming, radio luisteren via FM signaal
Het probleem is dus als je mensen niet kunt uitsluiten van gebruik, hoe ga je mensen dan aanzetten om
ervoor te betalen. We zitten dus met het probleem van de zogenaamde free-riders.
Probleem bij niet-uitsluitbaarheid: het free-rider probleem
• Free-rider is iemand die geniet van een publiek goed zonder ervoor bij te dragen
• Bv. vuurtoren.
- Gemeenschappelijke opbrengsten hoger dan de kost van het bouwen
- Markt voorziet niet in dit publiek goed want uitsluiten van niet-betalers is niet mogelijk
Klassiek voorbeeld uit de economie hiervoor is de bouw van een vuurtoren. Een vuurtoren bouwen is zeer
duur. Je gaat het typisch laten financieren met publiek geld.
Dimensie 2: rivaliteit van consumptie
• Rivaliserend
- Dezelfde eenheid van het goed kan niet door meer dan één persoon op hetzelfde moment (of
totaal niet) geconsumeerd worden.
- Voorbeelden: een hamburger van de Mcdo; een broek van Zara, een vis in de oceaan, een zitje bij
een theateropvoering.
• Niet-rivaliserend
- Meer dan één persoon kan een eenheid van het goed consumeren op hetzelfde moment zonder
daardoor in te grijpen op consumptie van anderen.
- Collectieve/gedeelde consumptive; Dienst is dus splitsbaar
- Voorbeelden: digitale muziek, streamen van TV-serie, openbaar vervoer.
Gaat over de vraag: als 1 iemand gebruik maakt van het goed, kan dan iemand anders er nog gebruik van
maken (van hetzelfde goed op hetzelfde moment).
Niet-rivaliserende goederen vb Netflix à veel mensen kunnen er tegelijk gebruik van maken
Probleem bij non-rivaliteit: congestie
• Genot voor gebruikers neemt af door gebruik door anderen => congestie, bv. parken, zwembaden, wegen
- Weinig aanbod door niet-uitsluitbaarheid – private sector weinig interesse
- Veel vraag door beperkte uitsluiting
- Of, te veel vraag op zelfde moment (bv zwembad, wegen, spoor)
• Er ontstaat een zekere rivaliteit
• Dus: zekere uitsluiting nodig?
• Hoe? Zie volgende college over allocatie
Iedereen wil bv op hetzelfde moment gebruik maken van wegen. Er ontstaat een zekere vorm van rivaliteit
van publieke goederen. Wegen zijn voor iedereen toegankelijk maar bij grote drukte neemt het genot van
het gebruik ervan af. à Leidt tot vorming van allocatiemechanismen.
Denk maar aan wachtrijen bij ticketverkoop van concert à zo blijven enkel de mensen over na de lange
wachttijd die er het meeste voor over hebben.
Allocatiemechanismen om de toegang tot goederen en diensten te regelen om zo congestieprobleem aan
te pakken.
Deze twee dimensies kunnen op een matrix geplaatst worden.
3
, Types goederen op basis van de twee dimensies
Bij clubgoederen zoals bv Netflix kost het Netflix niets extra om een extra mens een serie te laten bekijken
(MK is 0).
Bij clubgoederen zie je vaak natuurlijke monopolies, denk maar aan een internet of trein netwerk à heel
veel geld nodig om het uit te bouwen waardoor er vaak maar 1 partij (of slechts enkele) is die het uitbouwt.
Vissen op de internationale wateren à je kunt er niet zomaar mensen van uitsluiten maar er is wel
rivaliteit, als iemand alle vissen vangt in een gebied zijn die vissen weg.
Door bijvoorbeeld inkom te vragen bij parken verschuift het meer richting clubgoederen vanwege de
uitsluitbaarheid die erbij komt (is bv vaak zo in Amerika).
Types goederen op basis van de twee dimensies – voorbeelden
Sirene à iedereen hoort het en niemand kan ervan uitgesloten worden
Private organisaties zijn vaak niet direct geneigd om publieke goederen te leveren.
4