METABOLE REGELING
HOOFDSTUK 1: BIOMOLECULEN
- Belangrijke klassen biomoleculen: suikers, lipiden, vetzuren,
aminozuren, nucleotiden, proteïnen en nucleinezuren
- Suikers:
Bestaan uit monosachariden met onderlijn glycosidebindingen
Niet gecodeerd in het genoom maar wel de enzymen die de
suikers aanmaken
Meest voorkomende biomolecule op aarde
Belangrijke energiebron in voedsel en het zijn
structuurgevende moleculen
Soorten projecties: Ficherprojectie, Haworth projectie
Disacchariden: glucose, lactose en maltose
Oligosacchariden (structuur van membranen!): glycoproteïnen
- Zit aan de buitenkant van de membraan
- Is polair en covalent gebonden aan de polypeptideketen
- Enorm veel variatie want veel verschillende bouwstenen
en verschillende soorten bindingen tussen de
bouwstenen
Polysacchariden:
- structuurgevende moleculen: cellulose en chitine
- handige molecuken voor energieopslag: zetmeel
(amylose (niet vertakt) en amylopectine (wel vertakt));
glycogeen en dextranen
Glucosaminoglycanen: repeterende disacchariden: heparine en
hyaluronzuur
- Lipiden:
Bestaan uit vetzuren en een alcoholdrager (glycerol of
cholesterol)
Uit ester en etherbindingen
Chemisch zeer divers maar altijd hydrofoob en apolair
Niet gecodeerd in het genoom maar wel de enzymen die
instaan voor de aanmaak van lipiden
Belangrijke energiebron in gezonde en minder gezonde
voeding en zorgen voor de vorming van het biologische
membraan
Vetzuren (triglyceriden) kunnen verzadigd (geen dubbele
bindingen) of onverzadigd zijn (wel dubbele bindingen):
Verzadigd: hoge smelt temperatuur en semi-vast
, Onverzadigd: lage smelt temperatuur en vloeibaar
Membraanlipiden:
Fosfatidylcholine, een glycerolipide
Sfingomyeline, een sfingolipide
Ontstaan lipidedubbellagen: door de lipidedubbellagen
ontstaan er biologische membranen die zorgen voor de
afgrenzing van de cellen en de afgrenzing van de subcellulaire
organellen van het cytosol (buitenkant polair en vanbinnen
apolair)
Cholesterol: een compact molecule met vier stevige ringen: A
(met OH), B (met een dubbele binding), C en D ( een CH3 en
de staart)
- Aminozuren:
Bouwstenen van alle eiwitten
Voorlopers van afgeleide moleculen
Niet alle aminozuren kunnen aangemaakt worden door
menselijk lichaam en daarom is onze voeding zo essentieel
Polair of apolair
20 verschillende soorten
Kunnen op de zijketens gefosforyleerd worden of
gedefosforyleerd worden
- Proteïnen:
Meest belangrijke uitvoerders van metabolisme
15% van lichaamsgewicht van de mens is een mengsel van
eiwitten
Wel gecodeerd in genen in het genoom
Voedingsgroep van macronutriënten
Eiwitondervoeding een van de meest voorkomende oorzaken
van kindersterfte
Tussen verschillende species zijn er duidelijke orthologische
verwantschappen van de primaire eiwitstructuren en kleine
verschillen maken grote veranderingen
Zo kan je ook een stamboom opstellen en zien hoeveel
elk dier/organisme van de mens afstamt
Zie grafiek: N = K x t
Paralogen: verschillende eiwitten in éénzelfde species
Orthologen: dezelfde eiwitten maar in een verschillend
species
Verklaring: door mutaties in de genduplicatie over de
jaren heen, negatieve selectie
Enolase: bij de mens nog drie functionele paralogen
(ENO1-3) en één pseudogen (ENO4)
, Insuline bij mens ( insuline IFG1 IFG2
relaxinefamilie) vs insuline bij muis (insuline 1
insuline 2 IFG1 IFG2 relaxinefamilie)
- Nucleïnezuren:
Basen: purinen (adenine en guanine) en pyrimidinen (cytosine,
uracil en thymine)
Suiker: ribose of deoxyribose
Nucleotide: nucleoside + fosfaatgroep
Verbonden met fosfodiësterbindingen
Maakt de dubbelstrengige DNA structuur
- Enzymen: katalysatoren van het metabolisme
- Suikertransferasen plaatsen specifieke suikergroepen op eiwitten en
lipiden: onderandere nodig voor de synthese van glycoproteïnen aan
de oppervlakte van rode bloedcellen, hebben een verschillende
functie tussen mensen onderling (=polymorfisme), bv het ABO-gen
dat de bloedgroepen bepaalt
- Polymorfisme: zelfde gen of eiwit maar er zijn verschillen tussen
twee individuen van dezelfde soort (vb normaal vs HBS (mutatie
sikkelcelziekte))
, HOOFDSTUK 2: WAT IS METABOLISME
- Definitie: metabolisme is het collectief van chemische reactie in een
levend organisle, dat als doel heeft om dat organisme gezond te
houden, deer dynamisch proces
- Metabolisme van een kankercel: een gereduceerd collectief van
chemische reacties dat niet meer als doel heeft om het organisme
gezond te houden, maar om de kankercellen beter te doen groeien
- = samenwerking tussen organen/weefsels, belangrijk actieterrein
voor hormonen
- Dia 45: metabole regeling schildklierhormoon
- Zeer ingewikkeld: alle cellen hebben een eigen metabolisme
- Metabole weg: logische volgorde van chemische reactes, met
beschrijving van metabolieten die chemisch veranderen, enzymen
die de reacties katalyseren en reactiemechanismen
- Metabole flux: aantal metabolieten dat op één punt van de weg per
tijdseenheid passeert
- Functies
Chemische energie bekomen via zonne-energie of afbreken
van energierijke stoffen
Voedingsmoleculen omzetten
Monomere precursoren polymeriseren tot macromoleculen
Synthese en degradatie van biomoleculen
- katabolisme vs anabolisme:
katabole wegen: afbreken van lipiden, eiwitten en
polysacchariden
anabole wegen: opbouwen van RNA/DNA, eiwitten en
polysacchariden
soms is de opdeling in zuiver katabole/anabole wegen niet
mogelijk
ze kunnen ook verschillend van elkaar functioneren
katabolisme verandert metabole ‘brandstof’ in nuttige energie
- globale doelstellingen van metabolisme