KTH didactiek
Bewegingsvormen, spelvormen & oefenvormen
Kine = beweging beweging aanleren aan anderen
Bewegingsvormen
= basisvormen van bewegen die vaak aansluiten bij natuurlijke bewegingen
Ontwikkeling motorische vaardigheden
Bv. lopen, springen, kruipen, klimmen, rollen,…
Spelvormen
= activiteiten met speels karakter, regels, competitie of samenwerking
Plezier, sociale interactie & cognitieve uitdaging naast fysieke activiteit
Bv. tikkertje, balspelen, estafettes, bewegingsspel
Oefenvormen
= gestructureerde oefeningen met specifiek trainings- / revalidatiedoel
Verbeteren kracht, leningheid, coördinatie of herstel van functies
Bv. squats, rekoefeningen, core stability, evenwichtsoefeningen
Bewegingsvormen
Bewegen met vaak herkenbare structuur
Gebaseerd op natuurlijke bewegingen
In sport, spel of therapie
Basisbewging die in versch. contexten kan worden toegepast
Bv. Lopen, springen, klimmen, zwemmen, balanceren, werpen & vangen
Spelvormen
Bruikbaar middek in educatie, recreatie & revalidatie
Groot gamma aan menselijke vermogens wordt aangesproken
Integrale individu (= mens als geheel) (motorische & mentale functies aangesproken)
Bv. tactiek, nadenken, socio-affectief, samenwerken
Waarom?
- Hoge motivatiewaarde
- Groepsgebeuren
- Om zichzelf & eigen mogelijkheden te verkennen
Betekenis spel
- Play
- Existentieel levensfenomeen
- Middel om vrij te zijn
- Komt tot stand door innerlijke motivering
- Geëxperimenteerd met wereld rondom
- Middel om te leren
- Vergelijkbaar met het leven ‘geen vast script’
, - Experimenteren met identiteit (andere rollen aannemen, falen zonder gevolgen)
- Game
- Aan zakelijke regels onderworpen
- Regelmatig voorkomen
- Spelvorm krijgt zelfstandigheid toegemeten
- Onder ongeveer dezelfde spelregels gereglementeerd
- Match
- Competitief spel
- Georganiseerde wedstrijd
- Tegenstanders
- Vastgelegde regels
- Winnen of resultaat vaststellen
- Mogelijkheid om vergelijkingen te maken met objectieve standaard (records)
- Partijen bekampen elkaar op zelfde ogenblik vs. niet op zelfde moment
Bv. scorebord vs. schaken
- Gepaard met verwerven van sociale & morele waarden
- Spelregels hebben constituerende functie
= zonder regels hebben schaakstukken geen betekenis
Versch. wetenschapsdisciplines
- Psychotherapie: therapeutische werking in behandeling van gedrags- of
ontwikkelingsstoornissen
- Sociologie: socialisatieproces (sociaal ritueel, rol van spel in samenleven & cultuur, sociale
patronen in maatschappij)
- Antropologie: verbanden tss spel in versch. culturen
- Ontwikkelingspsychologie: als middel voor cognitieve, emotionele & sociale ontwikkeling
- Didactiek / pedagogiek: bewegingsopvoeding, leerstrategie
Condities
- Leerstoornis langer doen om spel te leren
- Ouderen problemen met fysieke / cognitieve belasting
Evaluatie doelstellingen formuleren middelen
Spellen aangepast aan mogelijkheden individu
Belangrijk voor pos beïnvloeding zelfbeeld, ontwikkelen attitude t.o.v. fysieke activiteit
Oefenvormen
Concrete oefeningen om beweegvorm te trainen of doel te bereiken
Gestructureerd & doelgericht
Praktische toepassing v/e beweegvorm, vaak met specifieke intensiteit, duur of techniek
Bv. lopen, springen, balanceren, werpen, kracht, lenigheid
Doelstellingen
- Motorische eigenschapppen: basismotorisch, psychomotorisch, perceptueel-motorisch
- Cognitieve vaardigheden: tactisch, niet-tactisch
- Socio-affectieve vaardigheden
Didactiek
= analyseren, voorbereiden, uitvoeren & evalueren
Analyseren
, Beginsituatie inschatten & vastleggen
Voorbereiden
Les vormgeven rekening houdende met eindtermen / (sub)doelstellingen
Differentiëren
Opstelling, materiaal, plan, aanpak, lesopbouw
Uitvoeren
…
Evalueren
Waarover tevreden
Reflectie, jezelf bijsturen
Didactische model: 5 bouwstenen
Methodiek
Systematische aanpak / werkwijze om bepaald doel te bereiken
= manier waarop je leerproces, oefening / behandeling organiseert & uitvoert (incl. stappen,
principes & keuzes)
Kenmerken:
- Doelgericht: afgestemd op het leer- of behandeldoel
- Systematisch: volgt een logische opbouw (eenvoudig complex, bekend onbekend)
- Didactisch onderbouwd: houdt rekening met leerprincipes (herhaling, variatie, feedback)
- Contextgebonden: aangepast aan doelgroep, situatie & beschikbare middelen
Bv. sportonderwijs
- Eerst basisbeweging, daarna combineren met andere vaardigheden
- Versch. oefeningen op versch. plekken
Bv. in kinesitherapie
- Oefeningen die lijken op dagelijkse bewegingen
- Opeenvolgende oefeningen met korte rustpauzes
Bv. in groepslessen
- Leren door spel & competitie
- Samenwerken om doel te bereiken
Bewegingsvormen, spelvormen & oefenvormen
Kine = beweging beweging aanleren aan anderen
Bewegingsvormen
= basisvormen van bewegen die vaak aansluiten bij natuurlijke bewegingen
Ontwikkeling motorische vaardigheden
Bv. lopen, springen, kruipen, klimmen, rollen,…
Spelvormen
= activiteiten met speels karakter, regels, competitie of samenwerking
Plezier, sociale interactie & cognitieve uitdaging naast fysieke activiteit
Bv. tikkertje, balspelen, estafettes, bewegingsspel
Oefenvormen
= gestructureerde oefeningen met specifiek trainings- / revalidatiedoel
Verbeteren kracht, leningheid, coördinatie of herstel van functies
Bv. squats, rekoefeningen, core stability, evenwichtsoefeningen
Bewegingsvormen
Bewegen met vaak herkenbare structuur
Gebaseerd op natuurlijke bewegingen
In sport, spel of therapie
Basisbewging die in versch. contexten kan worden toegepast
Bv. Lopen, springen, klimmen, zwemmen, balanceren, werpen & vangen
Spelvormen
Bruikbaar middek in educatie, recreatie & revalidatie
Groot gamma aan menselijke vermogens wordt aangesproken
Integrale individu (= mens als geheel) (motorische & mentale functies aangesproken)
Bv. tactiek, nadenken, socio-affectief, samenwerken
Waarom?
- Hoge motivatiewaarde
- Groepsgebeuren
- Om zichzelf & eigen mogelijkheden te verkennen
Betekenis spel
- Play
- Existentieel levensfenomeen
- Middel om vrij te zijn
- Komt tot stand door innerlijke motivering
- Geëxperimenteerd met wereld rondom
- Middel om te leren
- Vergelijkbaar met het leven ‘geen vast script’
, - Experimenteren met identiteit (andere rollen aannemen, falen zonder gevolgen)
- Game
- Aan zakelijke regels onderworpen
- Regelmatig voorkomen
- Spelvorm krijgt zelfstandigheid toegemeten
- Onder ongeveer dezelfde spelregels gereglementeerd
- Match
- Competitief spel
- Georganiseerde wedstrijd
- Tegenstanders
- Vastgelegde regels
- Winnen of resultaat vaststellen
- Mogelijkheid om vergelijkingen te maken met objectieve standaard (records)
- Partijen bekampen elkaar op zelfde ogenblik vs. niet op zelfde moment
Bv. scorebord vs. schaken
- Gepaard met verwerven van sociale & morele waarden
- Spelregels hebben constituerende functie
= zonder regels hebben schaakstukken geen betekenis
Versch. wetenschapsdisciplines
- Psychotherapie: therapeutische werking in behandeling van gedrags- of
ontwikkelingsstoornissen
- Sociologie: socialisatieproces (sociaal ritueel, rol van spel in samenleven & cultuur, sociale
patronen in maatschappij)
- Antropologie: verbanden tss spel in versch. culturen
- Ontwikkelingspsychologie: als middel voor cognitieve, emotionele & sociale ontwikkeling
- Didactiek / pedagogiek: bewegingsopvoeding, leerstrategie
Condities
- Leerstoornis langer doen om spel te leren
- Ouderen problemen met fysieke / cognitieve belasting
Evaluatie doelstellingen formuleren middelen
Spellen aangepast aan mogelijkheden individu
Belangrijk voor pos beïnvloeding zelfbeeld, ontwikkelen attitude t.o.v. fysieke activiteit
Oefenvormen
Concrete oefeningen om beweegvorm te trainen of doel te bereiken
Gestructureerd & doelgericht
Praktische toepassing v/e beweegvorm, vaak met specifieke intensiteit, duur of techniek
Bv. lopen, springen, balanceren, werpen, kracht, lenigheid
Doelstellingen
- Motorische eigenschapppen: basismotorisch, psychomotorisch, perceptueel-motorisch
- Cognitieve vaardigheden: tactisch, niet-tactisch
- Socio-affectieve vaardigheden
Didactiek
= analyseren, voorbereiden, uitvoeren & evalueren
Analyseren
, Beginsituatie inschatten & vastleggen
Voorbereiden
Les vormgeven rekening houdende met eindtermen / (sub)doelstellingen
Differentiëren
Opstelling, materiaal, plan, aanpak, lesopbouw
Uitvoeren
…
Evalueren
Waarover tevreden
Reflectie, jezelf bijsturen
Didactische model: 5 bouwstenen
Methodiek
Systematische aanpak / werkwijze om bepaald doel te bereiken
= manier waarop je leerproces, oefening / behandeling organiseert & uitvoert (incl. stappen,
principes & keuzes)
Kenmerken:
- Doelgericht: afgestemd op het leer- of behandeldoel
- Systematisch: volgt een logische opbouw (eenvoudig complex, bekend onbekend)
- Didactisch onderbouwd: houdt rekening met leerprincipes (herhaling, variatie, feedback)
- Contextgebonden: aangepast aan doelgroep, situatie & beschikbare middelen
Bv. sportonderwijs
- Eerst basisbeweging, daarna combineren met andere vaardigheden
- Versch. oefeningen op versch. plekken
Bv. in kinesitherapie
- Oefeningen die lijken op dagelijkse bewegingen
- Opeenvolgende oefeningen met korte rustpauzes
Bv. in groepslessen
- Leren door spel & competitie
- Samenwerken om doel te bereiken