● Weinig namen/data echt te onthouden
●
● EXAMEN!!!!!!!!!
○ Hoofdstukken die geselecteerd zijn volledig kennen
○ Specifieke onderzoeken→Niet namen en jaartallen
○ Altijd wel 1 vraag in het examen over de geschiedenis van de psychologie
○ Verschil tussen klassieke en operante conditionering sowieso vraag
Hoofdstuk 1
● P ositieve psychologie→Mensen die geholpen worden naarNOG beter functioneren, onafhankelijk
van of ze problemen hebben
● Behaviorisme→B.F Skinner
● Psychoanalyse→Freud
● Psychiater/psycholoog
● Skinner→ Tegenreactie freud
● Psychofysica
● Wundt 1879 Leipzich BELANGRIJKE DATA
○ officiële start psychologie→Eerste laboratorium
Definitie
● W etenschappelijke studie van de mentale processen en het gedrag van een individu, zowel intern
als extern
● APA→50 studies binnen psychologie
○ 4 en 11 ontbreken
● Psychologie wordt ofwel onderschat/overschat
● Fundamentele attributiefout
○ Intern sneller dan extern toeschrijven voor anderen
○ Extern sneller dan intern toeschrijven voor jezelf
● Beschouw (moderne) psychologen als gedragsingingieurs wiens formules en tools nog volop in
ontwikkeling zijn
●
● Kennis die van psychologie komt heeft invloed op het fenomeen→Bystander effect
,3 belangrijke kenmerken wetenschappelijke methode
S
● ystematisch empirisme
● Publiek verifieerbare kennis
● Toetsbare, falsifieerbare hypothesen/theorieën
○ P24 NIET IN HANDBOEK BEKIJKEN
Zeven types onderzoeksmethoden
● aturalistische observaties
N
● Gevalstudies
● Interviews
● Surveys→Vragenlijsten
● Tests
● Correlationele studies
○ Maat van lineaire samenhang tussen 2 variabelen
○ Variatie tussen -1 en 1
○ Correlatie betekent niet causaliteit!
■ Onderliggende variabele die invloed heeft op X en Y
○ Voorbeeld ooievaars en kinderen→Landelijkheid
○ Correlaties→Alleen lineaire verbanden→Voorbeeld stress-prestatie→U verband
○ Als correlatie 0 is→Geen rechtlijnig verband maar ander verband kan wel
○
Experimenten
●
○ Onafhankelijke variabele
○ Afhankelijke variabele
Begrippen
● Therapeutic touch
● Betrouwbaarheid,(externe/interne) validiteit
○ Interne→Hoe zeker we zijn dat effecten van onafhankelijke variabel op afhankleijke variabele
niet kan worden toegeschreven optoeval of verwarrendevariabelen
○ Externe→Hoe zeker we zijn dat de resultaten/conclusie kunnen veralgemeend worden naar
andere populaties en situaties
● Ecologische validiteit
● Onafhankelijke variabele
○ Wordt gemanipuleerd door onderzoeker via controlegroep
● Afhankelijke variabele
○ Waarop onafhankelijke variabele invloed zou op hebben→Wat wordt gemeten
Examenvragen
● 1:c 2:c 3:a 4:b 5:b
○ 2→Onafhankelijk want dit is wat de psycholoog heeft gemanipuleerd
,Nabespreking H2
● Daniel Kahneman→Nobelprijs winnaar
○ Noice niet genoeg gericht op betrouwbare tests en teveel op validiteit
○ Noisy, accuraat, biased, noisy and biased
● Storende variabelen in veldexperiment?
○ Volledige standaardisatie in dit experiment kan niet
○ →Weer op deze dagen is niet hetzelfde
○ →Geen randomisatie shoppers
Dingen uit het boek:
● ourrettes voorbeel
T
● Pellagra P 34
● Zitten er grootmoedercellen in onze hersenen P 37
● Meten persoonlijkheidstrekken P 40
● Wat heet dan gelukkig zijn? P 42
● Komen mannen werkelijk van Mars P 45
● Therapeutic touch P 47
,Hoofdstuk 3
Definitie van leren
B
● lijvende verandering in gedrag of mentale processen als gevolg van een bepaalde ervaring
● Spreekt reflexmatig, instinct en genetische geprogrammeerde gedrag tegen
○ Bv. Konrad Lorenz→Volgen van kuikens omdat in hersen zeggen→Moeder volgen
○ Spinnen→Voor de genen beter om op te eten dan opnieuw te reproduceren
■ Zou voor meer nakomelingen zorgen
Verschillende vormen van leren
● Habituatie
○ Leren om niet meer te reageren op de herhaalde aanbieding van een stimulus, door
sensorische adaptatie→Bv. trein die naast huis rijdt
● Mere-exposure effect
○ Aangeleerde voorkeur voor stimuli waaraan we al eerder zijn blootgesteld→Opzoeken
● SR-leren (focus H3)
○ Vormen van leren die kunnen beschreven worden in termen van stimuli en responsen, zoals
klassieke/pavloviaanse en operante/instrumentele conditionering
● Cognitief en sociaal leren
○ Leren waarbij mentale/sociale processen moeten meespelen
Hoe verklaarklassiekeconditioneringleren
O
● ok wel Pavloviaanse conditionering
● KC→Passief proces van SR
○ Gedrag dat er al is koppelen aan een neutrale stimulus
○
Pavlov→P 90 schema
● Speekselafscheiding van honden (P87 boek)
○ Speeksel voordat ze het voedsel in de buurt was→Voetstappen van assistent die honden
voedt
○ Bij zien eender welke vloeistof zwarte speeksel
○ Hij noemde dit toen dePhysische reflex
● Koppelenneutrale en onvoorwaardelijke stimulus
○ Aantal keer staat niet vast
○ →Geen onvoorwaardelijke stimulus meer maar toch reactie→VOORwaardelijkereactie
● Aversieve conditionering
○ Voorwaardelijke en onvoorwaardelijke reacties verschillen (Bel rinkelen→Schok)
■ V→stoppen met bewegen, rust(Bel); OV→Hogere hartslag, …(Schok)
, ● Uitdoving/extinctie
○ Leerproces weer afbouwen→Bel luiden zonder voedsel te geven
○ →Voorwaardelijke prikkel zonder onvoorwaardelijke prikkel
○ →Dit isNIET VERGETEN
■ HiernaSNELLERterug aanleren
● Spontaan herstel
○ Voorwaardelijke reactie komt na uitdoving automatisch terug
● Prikkelgeneralisatie/Prikkelveralgemening
○ Prikkel dat lijkt op de voorwaardelijke prikkel doet reactie uitlokken
● Prikkeldiscriminatie
○ Alleen voorwaardelijke prikkel laten volgen, foute prikkel niet
○ →Uitdoving voor foute prikkel
● Hogere-ordeconditionering
○ De voorwaardelijke prikkel koppel je nu aan een nieuwe stimulus
○ Zodra deze zijn geconditioneerd heb je weer de biologische reactie
■ →Voedsel→Belletje→Boek bladeren
○ →Gekoppeld zonder directe koppeling aan de oorspronkelijke biologische prikkel
● Geconditioneerde aversie
○ Temporele contiguïteit is per se niet nodig
○ Voedsel koppelen aan misselijkheid→Er zitten vele uren tussen
■ →Voedselaversie
○ Risico bij kankerpatienten net voor chemobehandeling
○ →Voorbeeld coyotes schapenvlees vuil laten vinden
○ →Ratten en radioactieve straling→Misselijk
■ P95→Ratten koppelen het aan straling maar niet aan shock
■ →Genetische grenzen aan conditionering
● Voorbeelden uit prof zijn leven
○ Vrouw is bang van knaagdieren→Dode rat gevonden en opgepakt (geen schrik van
geboorte) →Neemt mee naar binnen en schoonmoeder begint te gillen→Sindsdien bang
○ Prof zelf aangevallen door rottweiler→Ook angst voor honden maar vooral voor ritselend
struikgewas
● →Uit deze voorbeelden volgt dat conditionering dus kan na eenmalige gebeurtenis
Watson en kleine Albert→Voorbeeld conditionering bij de mens
● Bewuste angstreactie geïnduceerd bij kindje
○ Albert had hiervoor totaal geen angst van dieren in het algemeen
○ Slaan met een stalen buis→Bang van het geluid
○ Gelinkt aan ratten en zelfs andere dieren→Angst
● Toepassingen:
○ Smaakaversies→Bv. ziek zijn gekoppeld aan smaak vaniets
○ Evaluerende conditionering in reclame
■ Koppelen auto’s aan aantrekkelijke vrouwen
● 4 onderzoeksvragen→92
○ 2 laatste niet kunnen beantwoorden