BOUWTECHNISCH
MANAGEMENT
3de bachelor vastgoed 26-27
,Inhoudsopgave
2. Technische Analyse & Advisering: Residentieel Vastgoed............................................................ 2
2.1 De 19e-eeuwse Rijwoning (Casus: Brugse Poort, Gent) ................................................................ 2
2.2 De Vrijstaande Woning jaren '90 .................................................................................................. 4
3. Technische Analyse & Advisering: Niet-Residentieel Vastgoed .................................................... 6
3.1 Industriehallen (Loodsen) & Brandveiligheid ................................................................................ 6
3.2 Kantooromgevingen ................................................................................................................... 7
BTM omgevingsloket ..................................................................................................................... 8
1. Juridisch en Decretaal Kader ........................................................................................................ 8
2. Het Omgevingsloket: Algemene Werking ....................................................................................... 8
2.1 Snelinvoer voor eenvoudige werken ......................................................................................... 8
3. Publiek Loket: Inzage, Openbaar Onderzoek & Beroep ............................................................ 9
3.1 Het Openbaar Onderzoek en Bezwaren.................................................................................... 9
4. De Omgevingscheck en Geografische Data ..................................................................................10
5. Strikte Normen voor Plannen en Tekeningen .................................................................................10
5.1 Verplichte plansoorten en kenmerken.................................................................................... 11
6. Gestructureerde Bestandsnaamgeving (De BA-Code) ...................................................................11
7. Termijnen, Verval & Openbaarheid van Bestuur .....................................................................12
1. Introductie tot BIM (Building Information Modelling) .................................................................. 13
1.1 De BIM Dimensies .....................................................................................................................13
1.2 Juridisch Kader en Afspraken .....................................................................................................14
2. Projectfasering: RIBA Plan of Work ............................................................................................ 14
3. Artificial Intelligence en Digitale Tools ...................................................................................... 14
3.1 Spacemaker (Vroegtijdige Locatieanalyse) .................................................................................14
3.2 Visualisatie en Immersie............................................................................................................15
4. Circulair Bouwen en Duurzaamheid .......................................................................................... 15
4.1 De Ladder van Lansink (Afvalhiërarchie) .....................................................................................15
4.2 Ontwerpen voor Aanpasbaarheid en Demontage ........................................................................15
4.3 Circulair Watergebruik ...............................................................................................................16
5. Milieu-impact Objectiveren: TOTEM en Beleid ........................................................................... 16
5.1 TOTEM ......................................................................................................................................16
5.2 Beleid en Toekomstvisie (Roadmap 2050) ...................................................................................16
8. Wetenschappelijk Onderzoek: Grijze Energie & Materialenbeleid (GrEat! Atlas) .......................... 17
, 8.1 Historisch Kader en Beleidsverschuiving ....................................................................................17
8.2 Definitie en Kwantificering van Grijze Energie ..............................................................................18
8.3 Praktische Casestudy 1: Modulair Kantoorgebouw ("Gebouw B", HoGent) ....................................18
8.4 Praktische Casestudy 2: De Particuliere Woningmarkt ................................................................19
8.5 Fundamentele Eindconclusies van het Onderzoek ......................................................................21
2. Technische Analyse & Advisering: Residentieel
Vastgoed
2.1 De 19e-eeuwse Rijwoning (Casus: Brugse Poort, Gent)
*Vaak gegroeid zonder stedenbouwkundige voorwaarden, hierdoor chaotische layout,
Komen vaak op de markt.
Kenmerkend voor de 19e-eeuwse arbeidersgordel rond steden zoals Gent (bijvoorbeeld
de Brugse Poort, volledig volgebouwd tussen 1860 en 1890 zonder strikte
stedenbouwkundige planning) zijn rijwoningen met een beperkte breedte van 4 à 5
meter. De hoofdbouw bestaat meestal uit 2 à 3 bouwlagen onder een hellend dak, vaak
aangevuld met een opeenvolging van ad-hoc achterbouwen. De voorbouwlijn valt vrijwel
altijd samen met de rooilijn.
Bestaande Toestand (Pathologie & Constructie)
• Wandopbouw: De scheimuren (gemene muren) staan paardgewijs te paard op
de perceelsgrens en zijn opgebouwd als een steense muur (ca. 19 cm) van volle,
rode baksteen. Deze muren zijn structureel dragend. De voor- en achtergevels
hebben een totale dikte van 26 tot 30 cm, bestaande uit een binnenspouwblad
en buitenspouwblad zonder isolatie en met een onbestaande of uiterst minimale
luchtspouw.
• Vloeropbouw: De vloer op het gelijkvloers (volle grond) bestaat doorgaans uit
cement- of estriktegels die rechtstreeks in de zavel (zand) zijn gelegd. Er is geen
betonplaat of vochtscherm aanwezig, wat vaak leidt tot verzakkingen en
opstijgend vocht. De tussenvloeren bestaan uit een houten roostering (gordingen
van 7/18, hart-op-hart afstand 45 à 50 cm) met houten beplanking.
• Dakopbouw: Het hellend dak is opgebouwd via een gordingenstructuur (balken
van 7/23) die vaak doorloopt tot in de muren van de buren. Er is geen onderdak
aanwezig, waardoor pannen direct zichtbaar zijn vanuit de zolderruimte.
• Technieken: Er is oorspronkelijk geen centrale verwarming aanwezig (vaak
decentrale kachels). Warm water wordt opgewekt via een afzonderlijke,