1 KRACHTLIJNEN
1.1INLEIDING
Recht
- Rationeel opgebouwd geheel van door de overheid uitgevaardigde en via
sancties afdwingbare normen die dienen tot organisatie, handhaving of
herstel van de orde in de samenleving
- Creëert orde: niet het recht van sterkste, maar de sterkte van het recht
- Gelijke orde creëren
- Vertoont onderlinge samenhang. Systeem met een eigen begrippenkader,
onderliggende basiswaarden
- Systeem, onderlinge samenhang
- Eigen begrippenkader, algemeen, over alle juristen
- Onderliggende basiswaarden: gelijkheid en billijkheid
- Kan worden afgedwongen ≠ moraal, godsdienstige regels, afspraken
binnen familieverband
- Maakt het onderscheid van recht met andere regels
- Recht kan worden afgedwongen andere regels niet (zoals morele
of godsdienstige regels), zorgt voor een duidelijk onderscheid µ
1
, - Recht ~ maatschappij
- Recht probeert maatschappij te vatten en te sturen
- Maatschappij heeft evenzeer invloed en greep op het recht
Nieuwe wetten met de bedoeling de klimaatcrisis te temperen
impact op boeren boeren komen massaal protesteren
mogelijk dat wetten opnieuw worden aangepast naar vraag
Strafzaken: steekvlamwetgeving = onmiddellijke reactie op
iets vanuit de maatschappij
Summa divisio Publiekrecht – Privaatrecht
- Privaatrecht: beheerst de situatie van en de relaties tussen particuliere
(rechts)personen
- Relaties tussen particulieren onderling
- Staatsrecht, bestuursrecht, belastingrecht, mensenrechtenrecht,
strafrecht, recht van de lokale besturen, delen van het
omgevingsrecht, van het sociaal recht …
- Publiekrecht: beheerst de situatie van en de relaties tussen overheid en
particuliere (rechts)personen en overheden onderling
- Relaties tussen overheid en particuliere personen en overheden
onderling
- Onderscheid? Niet altijd duidelijk
Staatsrecht?
2
, - Staatsrecht is het recht dat betrekking heeft op de rol en structuur van de
organen van de staat, de instelling en functionering ervan, hun
bevoegdheden, hun verhouding tot elkaar en die tot de burgers.
- ~ constitutioneel recht; grondwettelijk recht
Doelen cursus staatsrecht
- De basiskenmerken van het staatsrecht herkennen en beschrijven
- De bronnen van het staatsrecht opzoeken
- De basisbegrippen van het staatsrecht definiëren
- De basisbegrippen van het staatsrecht toepassen op concrete gevallen
- Vraagstukken binnen het staatsrecht in hun juridische en maatschappelijke
context plaatsen
- Vraagstukken binnen het staatsrecht kritisch analyseren
1.2KERNBOODSCHAP:
België is een (grondwettelijke) meergelaagde, democratische rechtsstaat
in Europa
Deel I: Krachtlijnen
Deel II: De democratische besluitvorming
Deel III: De bevoegdheidsverdeling
Deel IV: De inwoners en hun grondrechten
Deel V: De rechtsbescherming
3
,1.3DE BELGISCHE STAAT
1.3.1 Het ontstaan van staten
Verschillende betekenissen van staat:
- Privaat: staat van een persoon
- Publiek: onafhankelijk land met een permanente bevolking, over een
afgebakend grondgebied met een effectieve overheid
Oorspronkelijk ontstaan
- Toekennen van een onbekend grondgebied aan een persoon
- Kan niet meer, geen landen meer die niet geclaimd zijn door een staat
Afgeleid ontstaan
= ontstaan van landen heel vaak het resultaat van een lang politiek proces
- Dekolonisatie
- Kolonies van andere landen werden zelfstandige, onafhankelijke
staten door kolonisatie
- Secessie (afsplitsing)
- Deel van een land voelt zich verbonden met een ander stuk land,
maar niet met de overkoepelende staat
- Catalonië
- Voelen zich wel verbonden met elkaar, maar niet met het
overkoepelende geheel
- Afsplitsing en vorming nieuw land
- BELGIË
4
, - Dismembratio
- Uit elkaar vallen van een land in 2 nieuwe landen
- Tsjecho-Slowakije
- Fusie
- 2 landen komen samen tot een nieuw land
- Oost- en West Duitsland
1.3.2 Het ontstaan van België
Congres van Wenen (1814)
- Napoleon gevangen genomen
- Congres van Wenen = samenkomst van overwinnaars van Napoleon
(Pruisen, Oostenrijk, VK en Rusland)
- Willen samen een nieuw plan voor Europa uittekenen + Europa hertekenen
- Voorkomen dat FR niet nog een oorlog zou starten FR omringen met
sterke bufferstaten om FR tegen te houden
- Verenigd Koninkrijk Der Nederlanden niet sterk genoeg deel van FR
afgestaan aan hen (Zuidelijke Nederlanden) + Luxemburg = wel sterk
genoeg om te functioneren als bufferstaat voor FR
- Willem I koning van nieuwe koninkrijk der Nederlanden = autoritair,
inmenging met kerk ( Zuiden), niet voor persvrijheid, absolutistisch,
beperking grondrechten, voorstander Nederlands
Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815)
- Al snel conflicten tussen Noorden en (nieuwe) Zuiden
5