Casussen hoger beroep en verzet in strafzaken – mei 2026
Casus 1
Kamiel, Pommeline en Maxim werken voor de bv Pyro Mania. Bij de voorbereiding van een
vuurwerkshow steken Kamiel en Maxim met de hulp van Pommeline opzettelijk de Porsche 911
Carrera van Hugo in brand. Hugo doet daarvan dadelijk aangifte bij de politie. De procureur des
Konings start een opsporingsonderzoek en dagvaardt Maxim en Kamiel uiteindelijk voor de
correctionele rechtbank wegens opzettelijke brandstichting zoals bedoeld onder artikel 512, eerste lid
Sw. en Pommeline voor medeplichtigheid aan die feiten.
De inleidingszitting vindt plaats op dinsdag 7 januari 2025. Alle betrokken partijen zijn daar aanwezig.
De rechtbank beperkt zich ertoe akte te nemen van de burgerlijke partijstelling van Hugo, die een
schadevergoeding van 150.000 euro vraagt. Hugo dagvaardde hiertoe ook de bv Pyro Mania in de
hoedanigheid van civielrechtelijk aansprakelijke partij. De rechtbank stelt de behandeling van de zaak
uit naar de zitting van woensdag 5 februari 2025 waarop zowel over de burgerlijke vordering als over
de strafvordering zal worden gepleit.
Bij de behandeling ten gronde op woensdag 5 februari 2025 vordert het Openbaar Ministerie voor
Kamiel en Maxim telkens een werkstraf van 100 uur met een vervangende gevangenisstraf van zes
maanden en een geldboete van 150 euro (+ opdeciemen). Voor Pommeline vordert het parket een
gevangenisstraf van drie maanden met uitstel en een effectieve geldboete van 150 euro (+
opdeciemen). Enkel Pommeline is die dag niet aanwezig, zij treedt op dat ogenblik op in Knokke. Er
verschijnt voor haar evenmin een advocaat.
In een vonnis van donderdag 6 maart 2025 veroordeelt de correctionele rechtbank Kamiel, Pommeline
en Maxim tot de straffen die het parket had gevorderd. Daarnaast worden ze, samen met de bv Pyro
Mania, in solidum veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 100.000 euro aan Hugo. Op
maandag 10 maart 2025 wordt de uitspraak regelmatig betekend aan Pommeline.
A. Ga na welke rechtsmiddelen zullen leiden tot een nieuwe beoordeling van de grond van de zaak.
U vindt een kalender aan het eind van deze oefening.
Punt 1 = termijn en punt 2 = vormvereisten en punt 3 = belang => raken de ontvankelijkheid
A.1. Pommeline tekent op vrijdag 7 maart 2025 hoger beroep aan op strafrechtelijk vlak via een
verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed waarin zij ook haar grieven
opneemt. Nadien volgt geen afzonderlijk grievenformulier meer.
→ Afwezig bij de behandeling ten gronde, dus uitspraak bij verstek
→ Art. 187, §1 Sv: verzet binnen een termijn van 15 dagen na betekening
→ 10 maart 2025 = betekening + 15 dagen = dinsdag 25 maart 2025, dus van 6 maart 2025 tot en
met 25 maart verzet mogelijk
→ MAAR gekozen voor hoger beroep ipv verzet (perfect mogelijk)
→ DUS art. 203, §1 Sv: hoger beroep op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
binnen 30 dagen na de betekening -> 9 april 2025 -> hoger beroep op 7 maart 2025, dus in
orde -> er moet niet gewacht worden op de betekening van het vonnis
→ Art. 204 Sv: afzonderlijk grievenformulier is niet vereist, kan opgenomen worden in het
verzoekschrift/verklaring zoals Pommeline doet
DUS dit hoger beroep zal leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (ontvankelijk).
, A.2. Kamiel tekent op vrijdag 4 april 2025 hoger beroep aan op burgerrechtelijk en strafrechtelijk
vlak via een verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed en legt daar
dezelfde dag ook een grievenformulier neer.
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus in orde
→ Art. 204 Sv: grievenformulier binnen dezelfde termijn -> ook in orde
DUS dit hoger beroep zal leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (ontvankelijk).
A.3. Maxim – die op dat ogenblik wegens andere feiten gedetineerd is – tekent op vrijdag 4 april
2025 hoger beroep aan op strafrechtelijk vlak via een verklaring aan de gevangenisdirecteur. Hoewel
de directeur hem verwittigt dat hij ook nog een grievenformulier moet indienen, vergeet Maxim om
dat tijdig te doen.
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus in orde
→ Via verklaring aan de gevangenisdirecteur is in orde obv art. 1 wet 25 juli 1893
→ Art. 204 Sv: grievenformulier binnen dezelfde termijn op straffe van verval van het hoger
beroep -> niet in orde, want vergeten
! Verwittiging -> voortschrijdend inzicht in de rechtspraak dat de mogelijkheid om verzet aan
te tekenen en de modaliteiten ervan niet zo simpel zijn voor de rechtsonderhorige -> EHRM
gaat zeggen dat indien (in bepaalde gevallen) er sprake is van de mogelijkheid om verzet aan
te tekenen, moet die mogelijkheid en de vorm en termijnvoorwaarden kenbaar gemaakt
worden aan de beklaagde (kennisgevingsplicht) -> op het ogenblik dat je de betekening
organiseert, ga je in dat exploot een paragraaf opnemen waarin de mogelijkheid van verzet
wordt voorzien en hoe je het kan aantekenen
Daarna zegt cassatie dat als je te maken hebt met een gedetineerde en als het iemand is die
geen advocaat heeft, geldt ook die kennisgevingsplicht (op grond van verval)
DUS dit hoger beroep zal NIET leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (verval).
A.4. De procureur des Konings tekent op vrijdag 18 april 2025 hoger beroep aan tegen Kamiel, Maxim
en Pommeline via een verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed en
legt diezelfde dag ook een grievenformulier neer bij het hof van beroep.
→ Tav het OM kan er geen verstek zijn, dus altijd op tegenspraak!
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus niet in orde hier
→ MAAR indien Kamiel en Maxim reeds geldig hoger beroep ingesteld hebben: art. 203, §2, 1e lid
Sv: OM beschikt in dat geval over een bijkomende termijn van 10 dagen (volgberoep) ->
donderdag 17 april 2025
! volgberoep van het OM is zelfstandig, dus ontvankelijkheid hangt niet af van de
ontvankelijkheid van eerder hoger beroep, tenzij dat eerder hoger beroep laattijdig zou zijn
(cass.)
→ DUS nog steeds niet in orde, laattijdig
DUS dit hoger beroep zal NIET leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (onontvankelijkheid).
Casus 1
Kamiel, Pommeline en Maxim werken voor de bv Pyro Mania. Bij de voorbereiding van een
vuurwerkshow steken Kamiel en Maxim met de hulp van Pommeline opzettelijk de Porsche 911
Carrera van Hugo in brand. Hugo doet daarvan dadelijk aangifte bij de politie. De procureur des
Konings start een opsporingsonderzoek en dagvaardt Maxim en Kamiel uiteindelijk voor de
correctionele rechtbank wegens opzettelijke brandstichting zoals bedoeld onder artikel 512, eerste lid
Sw. en Pommeline voor medeplichtigheid aan die feiten.
De inleidingszitting vindt plaats op dinsdag 7 januari 2025. Alle betrokken partijen zijn daar aanwezig.
De rechtbank beperkt zich ertoe akte te nemen van de burgerlijke partijstelling van Hugo, die een
schadevergoeding van 150.000 euro vraagt. Hugo dagvaardde hiertoe ook de bv Pyro Mania in de
hoedanigheid van civielrechtelijk aansprakelijke partij. De rechtbank stelt de behandeling van de zaak
uit naar de zitting van woensdag 5 februari 2025 waarop zowel over de burgerlijke vordering als over
de strafvordering zal worden gepleit.
Bij de behandeling ten gronde op woensdag 5 februari 2025 vordert het Openbaar Ministerie voor
Kamiel en Maxim telkens een werkstraf van 100 uur met een vervangende gevangenisstraf van zes
maanden en een geldboete van 150 euro (+ opdeciemen). Voor Pommeline vordert het parket een
gevangenisstraf van drie maanden met uitstel en een effectieve geldboete van 150 euro (+
opdeciemen). Enkel Pommeline is die dag niet aanwezig, zij treedt op dat ogenblik op in Knokke. Er
verschijnt voor haar evenmin een advocaat.
In een vonnis van donderdag 6 maart 2025 veroordeelt de correctionele rechtbank Kamiel, Pommeline
en Maxim tot de straffen die het parket had gevorderd. Daarnaast worden ze, samen met de bv Pyro
Mania, in solidum veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding van 100.000 euro aan Hugo. Op
maandag 10 maart 2025 wordt de uitspraak regelmatig betekend aan Pommeline.
A. Ga na welke rechtsmiddelen zullen leiden tot een nieuwe beoordeling van de grond van de zaak.
U vindt een kalender aan het eind van deze oefening.
Punt 1 = termijn en punt 2 = vormvereisten en punt 3 = belang => raken de ontvankelijkheid
A.1. Pommeline tekent op vrijdag 7 maart 2025 hoger beroep aan op strafrechtelijk vlak via een
verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed waarin zij ook haar grieven
opneemt. Nadien volgt geen afzonderlijk grievenformulier meer.
→ Afwezig bij de behandeling ten gronde, dus uitspraak bij verstek
→ Art. 187, §1 Sv: verzet binnen een termijn van 15 dagen na betekening
→ 10 maart 2025 = betekening + 15 dagen = dinsdag 25 maart 2025, dus van 6 maart 2025 tot en
met 25 maart verzet mogelijk
→ MAAR gekozen voor hoger beroep ipv verzet (perfect mogelijk)
→ DUS art. 203, §1 Sv: hoger beroep op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
binnen 30 dagen na de betekening -> 9 april 2025 -> hoger beroep op 7 maart 2025, dus in
orde -> er moet niet gewacht worden op de betekening van het vonnis
→ Art. 204 Sv: afzonderlijk grievenformulier is niet vereist, kan opgenomen worden in het
verzoekschrift/verklaring zoals Pommeline doet
DUS dit hoger beroep zal leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (ontvankelijk).
, A.2. Kamiel tekent op vrijdag 4 april 2025 hoger beroep aan op burgerrechtelijk en strafrechtelijk
vlak via een verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed en legt daar
dezelfde dag ook een grievenformulier neer.
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus in orde
→ Art. 204 Sv: grievenformulier binnen dezelfde termijn -> ook in orde
DUS dit hoger beroep zal leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (ontvankelijk).
A.3. Maxim – die op dat ogenblik wegens andere feiten gedetineerd is – tekent op vrijdag 4 april
2025 hoger beroep aan op strafrechtelijk vlak via een verklaring aan de gevangenisdirecteur. Hoewel
de directeur hem verwittigt dat hij ook nog een grievenformulier moet indienen, vergeet Maxim om
dat tijdig te doen.
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus in orde
→ Via verklaring aan de gevangenisdirecteur is in orde obv art. 1 wet 25 juli 1893
→ Art. 204 Sv: grievenformulier binnen dezelfde termijn op straffe van verval van het hoger
beroep -> niet in orde, want vergeten
! Verwittiging -> voortschrijdend inzicht in de rechtspraak dat de mogelijkheid om verzet aan
te tekenen en de modaliteiten ervan niet zo simpel zijn voor de rechtsonderhorige -> EHRM
gaat zeggen dat indien (in bepaalde gevallen) er sprake is van de mogelijkheid om verzet aan
te tekenen, moet die mogelijkheid en de vorm en termijnvoorwaarden kenbaar gemaakt
worden aan de beklaagde (kennisgevingsplicht) -> op het ogenblik dat je de betekening
organiseert, ga je in dat exploot een paragraaf opnemen waarin de mogelijkheid van verzet
wordt voorzien en hoe je het kan aantekenen
Daarna zegt cassatie dat als je te maken hebt met een gedetineerde en als het iemand is die
geen advocaat heeft, geldt ook die kennisgevingsplicht (op grond van verval)
DUS dit hoger beroep zal NIET leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (verval).
A.4. De procureur des Konings tekent op vrijdag 18 april 2025 hoger beroep aan tegen Kamiel, Maxim
en Pommeline via een verklaring op de griffie van de correctionele rechtbank die uitspraak deed en
legt diezelfde dag ook een grievenformulier neer bij het hof van beroep.
→ Tav het OM kan er geen verstek zijn, dus altijd op tegenspraak!
→ Art. 203, §1 Sv: 30 dagen na vonnis op de griffie van de rechtbank die het vonnis heeft gewezen
→ Vonnis = 6 maart 2025 + 30 dagen = maandag 7 april (want 5 april is een zaterdag, dus
verlenging obv art. 644 Sv) -> is dus niet in orde hier
→ MAAR indien Kamiel en Maxim reeds geldig hoger beroep ingesteld hebben: art. 203, §2, 1e lid
Sv: OM beschikt in dat geval over een bijkomende termijn van 10 dagen (volgberoep) ->
donderdag 17 april 2025
! volgberoep van het OM is zelfstandig, dus ontvankelijkheid hangt niet af van de
ontvankelijkheid van eerder hoger beroep, tenzij dat eerder hoger beroep laattijdig zou zijn
(cass.)
→ DUS nog steeds niet in orde, laattijdig
DUS dit hoger beroep zal NIET leiden tot een nieuwe beoordeling van de zaak (onontvankelijkheid).