MLU
MLU BEREKENEN
MLU IN WOORDEN
!!"#!$ &''()*" +" #!!$,#!!$
=
!!"#!$ -+#+".*"
Voordelen:
• Snelle en eenvoudige berekening
• Minder discussie over morfologische segmentatie
Nadelen:
• Mist morfologische complexiteit
• Kan minder informatief zijn bij kinderen met een rijke morfologische structuur
MLU IN MORFEMEN
!!"#!$ /'(0*/*" +" #!!$,#!!$
= !!"#!$ -+#+".*"
Hierbij tel je elk betekenisdragend morfeem apart, inclusief gebonden morfemen zoals verbuigingen en
vervoegingen.
Voordelen:
• Gevoeliger voor grammaticale ontwikkeling
• Beter geschikt voor rijke morfologie
Nadelen:
• Meer subjectiviteit in het tellen van morfemen
• Kost meer tijd en ervaring
MORFEMEN
In de taalkunde is een morfeem een woord of deel van een woord met een eigen betekenis, dat niet in kleinere
woorddelen met eigen betekenissen kan worden opgesplitst è betekenisdragend element
MORFEMEN TELLEN
Doel: het adequaat in kaart brengen van de morfosyntactische ontwikkeling van het kind
Hoe: voor elk woord bepaal je hoeveel morfemen het bevat, daarna tel je alle morfemen binnen 1 uiting op
Tip: bij het tellen van morfemen is het belangrijk om steeds het volledige taalstaal te beschouwen en niet enkel
de uiting die je analyseert. Het aantal morfemen per woord kan immers verschillen als dit woord in een andere
vorm elders terugkomt in het taalstaal.
, BASISREGELS
1. VRIJE MORFEMEN (WOORDEN)
• Altijd als apart morfeem
o Hond (1 morfeem)
o Lopen (1 morfeem)
• Bepaal eerst het grondwoord + de grammaticale klasse
o Zelfstandig naamwoord = 1 morfeem
o Infinitief of stam van een werkwoord = 1 morfeem
o Bijvoeglijk naamwoord = 1 morfeem
o Voorzetsel/bijwoord/voornaamwoord/… = 1 morfeem
o …
2. GEBONDEN MORFEMEN
• Tellen als aparte morfemen
• Meervouden: honden (2: hond+ -en)
• Verkleinwoorden: huisje (2: huis+ -je)
• Werkwoordsvervoegingen: liep (2: loop + VT)
• Bezitsvorm: papa’s (2: papa + -‘s)
3. SAMENSTELLINGEN
• Elk lexicaal element als apart morfeem
o Tandarts (2: tand + arts)
o Schoenendoos (3: schoen + -en + doos)
4. AFLEIDINGEN
• Wortel + affixen
o Gelukkig (2: geluk+ -ig)
o Verzamelaar (2: verzamelen + -aar)
5. VOORNAAMWOORDEN EN FUNCTIEWOORDEN
• Als 1 morfeem
• Ik, de, het, jij ⇨ elk 1 morfeem
6. CLITISCHE VORMEN EN CONTRACTIES
• ’t is ⇨ 2 morfemen (het + is)
Tellen van morfemen kan verschillen afhankelijk van de methode die je gebruikt