FORENSISCHE WETENSCHAPPEN
1. FORENSISCHE BALLISTIEK
INLEIDING
Ballistiek = de leer die het gedrag van munitie bestudeert
De forensische ballistiek geeft antwoord op:
Werd de huls of het projectiel afgevuurd met het aangetroffen vuurwapen?
Werd er gevuurd met verschillende vuurwapens?
Met welk type & merk van vuurwapen werd er gevuurd? (wanneer het vuurwapen
niet aanwezig is)
Wat is de wettelijke categorie van het gebruikte vuurwapen?
→ Heeft een invloed op de strafmaat
Waar stond de schutter? Wat was zijn/haar houding? Heeft hij/zij gericht
geschoten?
→ Hebben een identificatiewaarde
Wat was de schotafstand?
Was het schot onbedoeld (= verdachte probeerde niet om een schot te lossen,
maar gebeurde toch) of accidenteel (= mankement aan het wapen waar de
verdachte niks aan kon doen)?
Is het wapensysteem (wapen + munitie) dodelijk?
CIJFERS VAN VUURWAPENGEBRUIK IN BELGIË
Vanaf 2006 een nieuwe wapenwet meer wapens werden illegaal minder wapens
beschikbaar
minder schietincidenten 47% minder zelfmoorden 44% minder moorden
Er werd ook geen substitutie voor het vuurwapen gevonden/gebruikt cijfers bleven
lager dan voor de nieuwe wapenwet
In Vlaanderen (58% van de bevolking) werd een sterke daling gezien in dodelijk
vuurwapengeweld
→ Minder sterk in Wallonië (32% van de bevolking)
→ Geen daling in Brussels gewest! (10% van de bevolking)
In 2025 waren er meer legale wapens in de omloop dan in 2016
→ Ook 60% meer illegale wapens in beslaggenomen
Er zijn nog steeds registratieproblemen voor vuurwapens: geen volledige database met
vuurwapenincidenten
DE LEER VAN HET GEDRAG VAN MUNITIE
Inwendige ballistiek = vanaf wanneer de slagpin het slaghoedje raakt, tot wanneer de
kogel de loopmond verlaat = de weg die de kogel aflegt binnen het geweer
1
,Uitwendige ballistiek = van de loop tot het doel
Eind- of terminale ballistiek = interactie van het projectiel met het doel
Er ontstaan verschillende sporen tijdens de mechanische bewegingen in het pistool
wanneer de kogels geladen worden
Permanente caviteit = volume weefsel dat vernietigd werd door een projectiel
Tijdelijke caviteit = tijdelijke uitrekken van het weefsel rond de permanente caviteit,
veroorzaakt door de overdracht van de kinetische energie
High velocity = kogel gaat sneller dan de snelheid van het geluid
→ Anders low velocity
→ Heeft een invloed op de impact van de kogel
Bij het afvuren van een schot komt er een zwarte wolk vrij
→ Bevat gun shot residue
→ Kan soms op de handen van de schutter bewijs dat die een schot heeft
afgevuurd
KENMERKENDE SPOREN
3 soorten sporen:
Klasse sporen
o Niet bruikbaar om te individualiseren
o Is een aanwijzing
o Liggen vast voor de fabricatie van het model van het vuurwapen
o Bv. richting & aantal trekken
Subklasse sporen
o Meer restrictief dan klasse karakteristieken
o Ontstaan willekeurig tijdens de fabricage
o Wijzigen tijdens het productie proces
o Significant omdat zij gerelateerd zijn aan een beperkte groep
o Geen individualisatie mogelijk
Individuele sporen
o Willekeurig geproduceerd
o Ontstaan tijdens de fabricage & het gebruik
o Zijn bruikbaar om te individualiseren
o Uniek voor elk vuurwapen
o Bv. roest of beschadigingen
2
,VUURWAPENS
TYPE VUURWAPENS
Getransformeerde vuurwapens = vuurwapens die zodanig zijn vervaardigd of
gewijzigd dat hun technische eigenschappen niet meer overeenstemmen met die van het
oorspronkelijk model
Niet genummerde vuurwapens = vuurwapens zonder serienummer
→ uit verschillende onderdelen samengesteld
→ ghost gun
3D-geprinte vuurwapens of onderdelen
DE LOOP
Kenmerken van getrokken loop:
Aantal trekken
Draaizin
Afmeting trekken
→ Heel ondiep, maar zorgen voor stabiliteit
→ Niet aanwezig bij gladloop
Type
o Conventioneel
o Polygonaal
Boren & afwerken van de loop
o Diepboren
o Ruimen
o Lappen
Wijze van vervaardiging
o Hook cutter
o Shrape cutter
Wegnemen van materiaal
o Broach methode
3
, o Elektrochemisch
o Button methode
Koud vervormen
o Hamering
Kenmerken van de gladloop:
Gauge = kaliber
Choke = vernauwing aan het einde van de gladloop
o Full (80%)
o Improved modified (70%)
o Modified (60%)
o Improved cylinder
o Cylinder (40%)
→ Percentage hagel binnen een cirkel van 75cm op een
schotafstand van 35m
VUURRITME
Repeteer = schot per schot
→ De trekker moet tussen elk schot worden gelost
→ Vuurwapen wordt manueel herladen of herlaadt zelf
Semiautomatisch = buien
→ De trekker wordt kort ingedrukt gehouden
→ Vuurwapen herlaadt zelf
Automatisch
→ Trekker ingedrukt gehouden
→ Vuurwapen herlaadt zelf
TREKKERMECHANISMEN
Enkel actie (EA), dubbel actie (DA), dubbel actie alleen (DAO) & triple actie (TA)
Met uitwendige hamer, met inwendige hamer of met opgespannen slagpin
VOORLADERS & ACHTERLADERS
Vroeger enkel voorladers
→ Lontslot, radslot, vuursteenslot & percussieslaghoedje
Vanaf 1800 ook achterladers
→ Gebruiken hulzen
AFVURINGSMECHANISMEN
Penafvuring
4