TOPIC 20: Geld
1 Financiële crisis van 2008
ð Banken zeggen leningen toe zonder absolute zekerheid dat kredieten e4ectief
kunnen worden terugbetaald
ð Sommige banken konden het geld van hun klanten niet meer terug betalen
ð Conclusie: banken lenen meer uit dan dat ze in reserve hebben
2 Recap
Economische kringloop geeft relatie en wisselwerking weer tussen de economische
grootheden:
ð Gezinnen
ð Bedrijven
ð Overheid
ð Buitenland
Tussen deze economische grootheden zijn er twee stromen:
ð De geldstroom (= monetaire stroom)
ð De goederenstroom (= reële stroom)
3 Functies van geld
Geld heeft 4 functies
Rekeneenheid Een rekeneenheid zorgt ervoor dat we de waard van goederen en
diensten precies kunnen meten.
Ruilmiddel Een ruilmiddel is een middel om goederen of diensten aan te kopen
zonder dat daar een verkoop tegenover moet staan.
Spaarmiddel Een spaarmiddel is een middel om de huidige waarde te bewaren
voor de toekomst.
Kredietmiddel Een kredietmiddel is een middel om een waarde tijdelijk uit te lenen
aan een ander, meestal tegen een bepaalde vergoeding.
4 De hoeveelheid van geld en de geldcreatie
Chartaal geld zijn de bankbiljetten en munten, uitgegeven door de centrale bank, die als
wettelijk betaalmiddel in omloop zijn.
Giraal geld zijn de direct opvraagbare tegoeden op zichtrekeningen bij de commerciële
banken.
Electronisch geld is het digitale equivalent van contant geld, opgeslagen op een
elektronische drager of op afstand op een server.
1