VOEDINGSLEER
HF 7: WATER
4.1 INLEIDING
Water
= belangrijkste nutriënt voor menselijk lichaam & essentieel voor alle
fysiologische processen.
Totale hoeveelheid lichaamswater stabiel en in evenwicht houden
=superbelangrijk!!
In natuur: bron van al het leven
In voeding: drager van nutriënten
Mens:
o Zeer belangrijke fysiologische rol
o Belangrijkste nutriënt voor menselijk lichaam
Meest aanwezig
Kunnen niet lang zonder
BASISBEGRIPPEN
Waterinname varieert, maar lichaam houdt balans = homeostase
Lichaamswater = opgesloten binnen huid & membranen
Verplaatsing water via diffusie en osmose
Water zit in verschillende compartimenten
o Membranen delen lichaam op in ‘aparte ruimtes’ met een eigen
samenstelling & bepaalde hoeveelheid
=> nodig voor goede werking en regulatie lichaam
DIFFUSIE & OSMOSE
Diffusie Osmose
Natuurlijk proces waarbij Proces o.b.v. diffusie waarbij een
DEELTJES zich gelijk over een VLOEISTOF (met opgeloste deeltjes)
ruimte verdelen, deeltjes door een semipermeabel (half
verplaatsen zich van plaats met doorlaatbaar) membraan stroomt, van
HOGE concentratie naar plaats een LAGE naar HOGE concentratie
met LAGE concentratie aan opgeloste stof
4.2 VOORKOMEN VAN WATER IN HET MENSELIJK LICHAAM
Totaal lichaamswater/ Total body water (TBW)
,1- TOTAAL LICHAAMSWATER BIJ VOLWASSENEN
Gezonde volwassenen: ± 60 % water
Vetvrije weefsels: 60-80%
Water in vetcellen: geen
Verschillen
Geslacht: mannen > vrouwen
Leeftijd (neemt af): baby’s > volwassenen > ouderen
Lichaamssamenstelling: verhouding -> vetmassa – vetvrije massa
o Vetmassa = geen water
o Vetvrije massa = 60-80%
2- DE VERSCHILLENDE COMPARTIMENTEN VAN HET
LICHAAMSWATER
TBW = total body water
2 compartimenten gescheiden door de capillair celmembraan
ICF = intracellulair water ECF = extracellulair water
- Water binnenin de cellen - Water buiten de cellen
- ± 2/3 van TBW - ± 1/3 van TBW
= grootste compartiment Bestaat uit:
a) Plasma (1/4 ECF)
= water in bloedvaten
b) Interstitieel vocht (3/4 ECF)
= water in ruimtes tussen cellen
3- SAMENSTELLING VAN DE LICHAAMSVLOEISTOFFEN
Vloeistoffen v/h lichaam = GEEN ZUIVER WATER
, ICF & ECF = aparte oplossingen met eigen elektrolytenpatroon &
verschillende bestandsdelen
Per compartiment gelijke hoeveelheid anionen – kationen
= elektrochemische neutraliteit
Verdeling elektrolyten regelt waterverschuivingen (via osmose)
Waterbalans = basis voor verschillende weefselfuncties
o Vb. rustpotentiaal en actiepotentiaal
Voorbeeld weefselfuncties
Rustpotentiaal en actiepotentiaal
Lichaam gebruikt elektrische signalen om: te voelen – te bewegen – te
denken.
Die elektrische signalen ontstaan door aanwezigheid:
o Water
o Ionen (Na+, K+, Ca2+, Mg2+,…)
o Verschil tussen binnen & buiten cel
Elektrisch potentiaal = spanningsverschil
Rustpotentiaal = toestand waarbij cel niet actief is
Actiepotentiaal = elektrisch signaal bij activatie
Door verschil in ionenverdeling ontstaat er spanningsverschil over de
celmembraan (rustpotentiaal).
Wanneer cel geprikkeld wordt ontstaat: actiepotentiaal dat zorgt voor
elektrisch potentiaal in zenuw en spiercellen
ELEKTROLYTENSAMENSTELLING VAN DE
LICHAAMSCOMPARTIMENTEN
ICF = intracellulair water ECF = extracellulair water
HF 7: WATER
4.1 INLEIDING
Water
= belangrijkste nutriënt voor menselijk lichaam & essentieel voor alle
fysiologische processen.
Totale hoeveelheid lichaamswater stabiel en in evenwicht houden
=superbelangrijk!!
In natuur: bron van al het leven
In voeding: drager van nutriënten
Mens:
o Zeer belangrijke fysiologische rol
o Belangrijkste nutriënt voor menselijk lichaam
Meest aanwezig
Kunnen niet lang zonder
BASISBEGRIPPEN
Waterinname varieert, maar lichaam houdt balans = homeostase
Lichaamswater = opgesloten binnen huid & membranen
Verplaatsing water via diffusie en osmose
Water zit in verschillende compartimenten
o Membranen delen lichaam op in ‘aparte ruimtes’ met een eigen
samenstelling & bepaalde hoeveelheid
=> nodig voor goede werking en regulatie lichaam
DIFFUSIE & OSMOSE
Diffusie Osmose
Natuurlijk proces waarbij Proces o.b.v. diffusie waarbij een
DEELTJES zich gelijk over een VLOEISTOF (met opgeloste deeltjes)
ruimte verdelen, deeltjes door een semipermeabel (half
verplaatsen zich van plaats met doorlaatbaar) membraan stroomt, van
HOGE concentratie naar plaats een LAGE naar HOGE concentratie
met LAGE concentratie aan opgeloste stof
4.2 VOORKOMEN VAN WATER IN HET MENSELIJK LICHAAM
Totaal lichaamswater/ Total body water (TBW)
,1- TOTAAL LICHAAMSWATER BIJ VOLWASSENEN
Gezonde volwassenen: ± 60 % water
Vetvrije weefsels: 60-80%
Water in vetcellen: geen
Verschillen
Geslacht: mannen > vrouwen
Leeftijd (neemt af): baby’s > volwassenen > ouderen
Lichaamssamenstelling: verhouding -> vetmassa – vetvrije massa
o Vetmassa = geen water
o Vetvrije massa = 60-80%
2- DE VERSCHILLENDE COMPARTIMENTEN VAN HET
LICHAAMSWATER
TBW = total body water
2 compartimenten gescheiden door de capillair celmembraan
ICF = intracellulair water ECF = extracellulair water
- Water binnenin de cellen - Water buiten de cellen
- ± 2/3 van TBW - ± 1/3 van TBW
= grootste compartiment Bestaat uit:
a) Plasma (1/4 ECF)
= water in bloedvaten
b) Interstitieel vocht (3/4 ECF)
= water in ruimtes tussen cellen
3- SAMENSTELLING VAN DE LICHAAMSVLOEISTOFFEN
Vloeistoffen v/h lichaam = GEEN ZUIVER WATER
, ICF & ECF = aparte oplossingen met eigen elektrolytenpatroon &
verschillende bestandsdelen
Per compartiment gelijke hoeveelheid anionen – kationen
= elektrochemische neutraliteit
Verdeling elektrolyten regelt waterverschuivingen (via osmose)
Waterbalans = basis voor verschillende weefselfuncties
o Vb. rustpotentiaal en actiepotentiaal
Voorbeeld weefselfuncties
Rustpotentiaal en actiepotentiaal
Lichaam gebruikt elektrische signalen om: te voelen – te bewegen – te
denken.
Die elektrische signalen ontstaan door aanwezigheid:
o Water
o Ionen (Na+, K+, Ca2+, Mg2+,…)
o Verschil tussen binnen & buiten cel
Elektrisch potentiaal = spanningsverschil
Rustpotentiaal = toestand waarbij cel niet actief is
Actiepotentiaal = elektrisch signaal bij activatie
Door verschil in ionenverdeling ontstaat er spanningsverschil over de
celmembraan (rustpotentiaal).
Wanneer cel geprikkeld wordt ontstaat: actiepotentiaal dat zorgt voor
elektrisch potentiaal in zenuw en spiercellen
ELEKTROLYTENSAMENSTELLING VAN DE
LICHAAMSCOMPARTIMENTEN
ICF = intracellulair water ECF = extracellulair water