Ontwikkelingspsychologie
Hoorcollege 3
DEEL 4: De schooltijd
De schooltijd (6-12 jaar)
- Bevindt zich tussen speelse, fantasierijke kleutertijd en zelfstandige,
abstract denkende adolescentie.
- Brugperiode: minder afhankelijk van volwassenen, maar nog niet klaar
voor autonomie en identiteitsvragen.
- Kenmerkend: energiek, leergierig, zelfbewust, competitief, ijverig,
rechtvaardigheidsgevoel
H11: De fysieke ontwikkeling in de schooltijd
11.1 HET GROEIENDE LICHAAM
Kleine inleiding quiz:
- Meisjes van 10-11 jaar groter dan jongens
- Pezen en ligamenten van schoolkind soepeler dan die van adolescent of
volwassene
FYSIEKE GROEI
- Rustige periode: langzame groei
- Verdwijnen van mollige kleutervormen
- Versnelde lengtegroei
Groeispurt: meisjes (10-11j) & jongens (13j)
Vet < spieren (vnl. jongens)
Verdubbelen kracht
Botten worden sterker
Proces dat ossificatie heet
- De tandenwissel (5-6j)
Vervanging van melkgebit door definitieve tanden
Meer geprononceerde onderkaak
MOTORISCHE VAARDIGHEDEN: VOORTDURENDE VERBETERING
- Lichaamsbesef
Steeds beter overweg kunnen met hoe eigen lichaam beweegt in
ruimte
Sneller en trefzekerder in bewegingen
Goede lichaamscontrole
- Optimale oog-handcoördinatie
- Uitstekende reactiesnelheid
- Grove motoriek
Toenemende elasticiteit
Evenwichtsbeheersing
Trefzekerheid
Krachtigere bewegingen
Spiercoördinatie
Fietsen, schaatsen, zwemmen, touwtjespringen, …
3 studies onderzochten of er een ≠ is tussen geslacht
- ♂ presteren beter dan ♀ (Espenschade, 1960)
- Geen ≠ tot de puberteit (American Academy of Pediatrics, 2004)
1
, Geen reden om sportactiviteiten afzonderlijk te organiseren
♂ en ♀ kunnen dezelfde sporten uitoefenen in gemengde teams
- Afhankelijk van vaardigheid (Rodriguez-Negro et al., 2019)
♂: flexibeler van richting wijzigen, beter mikken
♀: beter evenwicht
Fijne motoriek
- Typen
- Schrijven
Vlot uitgeschreven teksten
Regelmatig patroon in letters
- Tekenen
Benadert werkelijkheid
Perspectief
Details
- Motorische precisie, o.m. bij knippen, constructiespelen, veters strikken,
knopen vastmaken, …
9-jarige
- Meer diepte
- Meer details
- Perspectief (?)
Gevolg myelinisering
Grote toename van myeline (6 tot 8 jaar)
↓
snellere elektrische geleiding tussen neuronen
↓
spieren krijgen sneller boodschappen door
↓
verbetering motoriek
Sociale voordelen van fysieke competentie
- Verband tussen fysieke competentie en populariteit (vnl. bij jongens)
- Biobanding: in teams indelen o.b.v. fysieke maturiteit i.p.v. op leeftijd
Om onzekerheid en bijhorende frustraties te voorkomen
- Constructieve tijdsbesteding in combinatie met positieve peerrelaties
vormen buffer tegen externaliserende problemen
- Eén van de tien factoren voor een positieve ontwikkeling
H12: De cognitieve ontwikkeling in de schooltijd
12.1 DE INTELLECTUELE EN TAALKUNDIGE ONTWIKKELING
DE COGNITIEVE ONTWIKKELING VOLGENS PIAGET
Bekijk HCO 5!
DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE: GEHEUGEN
= vermogen om informatie te coderen, op te slaan en weer op te halen.
Driesystemenbenadering: 3 opslagsystemenen die beschrijven hoe info
verwerkt dat ze kunnen worden opgeroepen: Sensorisch (zintuiglijk) geheugen,
KTG/ werkgeheugen en LTG.
- Sterke ontwikkeling van het geheugen
bv. getallenreeks in omgekeerde volgorde herhalen
±6 jaar: 2 chunks, ±13 jaar: 6 chunks
- Oorzaken
Omvang van WG ↑
2
, Geheugenstrategieën geavanceerder
o Herhalen
o Organiseren: samenhangende patronen (structureren in
gehelen)
o Ezelsbruggetjes
o Sleutelwoordstrategie (linken)
o Cognitieve Elaboratie (mentale beelden gekoppeld aan info)
o Mindmaps
Metacognitie: begrijpen van processen aan de basis van geheugen
Voorkennis in LTG
DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE: FANTASIE
- Hoogtepunt in de kleutertijd (beperkte realiteitszin, sociaal spel)
- 7-8 jaar: fantasie neemt af in intensiteit
- Reden:
Logica, regels, realiteitszin
Scheiding tussen fantasie en werkelijkheid
- Voorkeur voor dingen die ‘echt’ (kunnen) zijn:
Verleden, toekomst, afgelegen streken, …
bv. dinosaurussen, ridders, vreemde planeten, indiaantje
Realistische elementen, maar wél avontuurlijk
TAALONTWIKKELING: DE BETEKENIS VAN WOORDEN
- Voltooiingsfase (5–10 jaar)
- Beheersing van taalmechanismen
Verdere uitbreiding woordenschat
Gebruik van grammatica
o In begin: passieve vorm nog best zeldzaam en weinig
bijzinnen, neemt in loop van tijd wel toe.
Beter begrip van syntax: complexere zinsbouw, correcte
vervoegingen en
verbuigingen
Nog problemen met fonemen (bv. intonatie interpreteren)
Competenter in pragmatiek (sociaal aspect):
o Begin schooltijd: praten nog naast elkaar (parallelle
communicatie)
o Einde schooltijd: meer dialoog (interactieve communicatie)
Schaerlaekens en collega’s onderzochten woordenschat 6-jarigen en stelde
‘streeflijst’ op = lijst van woorden waarvan leekrachten verwachten dat ze ze
kennen.
Metalinguïstisch bewustzijn
- Begrijpen van en kunnen reflecteren op taal
- Helpt wanneer informatie verwarrend, dubbelzinnig of incompleet is
- Miscommunicatie > vragen naar opheldering
Ligt niet perse aan kind zelf (bessefen ze ook)
- Niet meer louter communicatief, maar ook bron van creativiteit en humor
(woordgrapjes)
Hoe taal en zelfbeheersing samenhangen
- Remming/onderdrukking van impulsen (inhibitie)
- Vraagt voldoende rijping van PFC
- Marshmallowtest: gebruik van taal om aan verleiding te weerstaan
3
Hoorcollege 3
DEEL 4: De schooltijd
De schooltijd (6-12 jaar)
- Bevindt zich tussen speelse, fantasierijke kleutertijd en zelfstandige,
abstract denkende adolescentie.
- Brugperiode: minder afhankelijk van volwassenen, maar nog niet klaar
voor autonomie en identiteitsvragen.
- Kenmerkend: energiek, leergierig, zelfbewust, competitief, ijverig,
rechtvaardigheidsgevoel
H11: De fysieke ontwikkeling in de schooltijd
11.1 HET GROEIENDE LICHAAM
Kleine inleiding quiz:
- Meisjes van 10-11 jaar groter dan jongens
- Pezen en ligamenten van schoolkind soepeler dan die van adolescent of
volwassene
FYSIEKE GROEI
- Rustige periode: langzame groei
- Verdwijnen van mollige kleutervormen
- Versnelde lengtegroei
Groeispurt: meisjes (10-11j) & jongens (13j)
Vet < spieren (vnl. jongens)
Verdubbelen kracht
Botten worden sterker
Proces dat ossificatie heet
- De tandenwissel (5-6j)
Vervanging van melkgebit door definitieve tanden
Meer geprononceerde onderkaak
MOTORISCHE VAARDIGHEDEN: VOORTDURENDE VERBETERING
- Lichaamsbesef
Steeds beter overweg kunnen met hoe eigen lichaam beweegt in
ruimte
Sneller en trefzekerder in bewegingen
Goede lichaamscontrole
- Optimale oog-handcoördinatie
- Uitstekende reactiesnelheid
- Grove motoriek
Toenemende elasticiteit
Evenwichtsbeheersing
Trefzekerheid
Krachtigere bewegingen
Spiercoördinatie
Fietsen, schaatsen, zwemmen, touwtjespringen, …
3 studies onderzochten of er een ≠ is tussen geslacht
- ♂ presteren beter dan ♀ (Espenschade, 1960)
- Geen ≠ tot de puberteit (American Academy of Pediatrics, 2004)
1
, Geen reden om sportactiviteiten afzonderlijk te organiseren
♂ en ♀ kunnen dezelfde sporten uitoefenen in gemengde teams
- Afhankelijk van vaardigheid (Rodriguez-Negro et al., 2019)
♂: flexibeler van richting wijzigen, beter mikken
♀: beter evenwicht
Fijne motoriek
- Typen
- Schrijven
Vlot uitgeschreven teksten
Regelmatig patroon in letters
- Tekenen
Benadert werkelijkheid
Perspectief
Details
- Motorische precisie, o.m. bij knippen, constructiespelen, veters strikken,
knopen vastmaken, …
9-jarige
- Meer diepte
- Meer details
- Perspectief (?)
Gevolg myelinisering
Grote toename van myeline (6 tot 8 jaar)
↓
snellere elektrische geleiding tussen neuronen
↓
spieren krijgen sneller boodschappen door
↓
verbetering motoriek
Sociale voordelen van fysieke competentie
- Verband tussen fysieke competentie en populariteit (vnl. bij jongens)
- Biobanding: in teams indelen o.b.v. fysieke maturiteit i.p.v. op leeftijd
Om onzekerheid en bijhorende frustraties te voorkomen
- Constructieve tijdsbesteding in combinatie met positieve peerrelaties
vormen buffer tegen externaliserende problemen
- Eén van de tien factoren voor een positieve ontwikkeling
H12: De cognitieve ontwikkeling in de schooltijd
12.1 DE INTELLECTUELE EN TAALKUNDIGE ONTWIKKELING
DE COGNITIEVE ONTWIKKELING VOLGENS PIAGET
Bekijk HCO 5!
DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE: GEHEUGEN
= vermogen om informatie te coderen, op te slaan en weer op te halen.
Driesystemenbenadering: 3 opslagsystemenen die beschrijven hoe info
verwerkt dat ze kunnen worden opgeroepen: Sensorisch (zintuiglijk) geheugen,
KTG/ werkgeheugen en LTG.
- Sterke ontwikkeling van het geheugen
bv. getallenreeks in omgekeerde volgorde herhalen
±6 jaar: 2 chunks, ±13 jaar: 6 chunks
- Oorzaken
Omvang van WG ↑
2
, Geheugenstrategieën geavanceerder
o Herhalen
o Organiseren: samenhangende patronen (structureren in
gehelen)
o Ezelsbruggetjes
o Sleutelwoordstrategie (linken)
o Cognitieve Elaboratie (mentale beelden gekoppeld aan info)
o Mindmaps
Metacognitie: begrijpen van processen aan de basis van geheugen
Voorkennis in LTG
DE INFORMATIEVERWERKINGSTHEORIE: FANTASIE
- Hoogtepunt in de kleutertijd (beperkte realiteitszin, sociaal spel)
- 7-8 jaar: fantasie neemt af in intensiteit
- Reden:
Logica, regels, realiteitszin
Scheiding tussen fantasie en werkelijkheid
- Voorkeur voor dingen die ‘echt’ (kunnen) zijn:
Verleden, toekomst, afgelegen streken, …
bv. dinosaurussen, ridders, vreemde planeten, indiaantje
Realistische elementen, maar wél avontuurlijk
TAALONTWIKKELING: DE BETEKENIS VAN WOORDEN
- Voltooiingsfase (5–10 jaar)
- Beheersing van taalmechanismen
Verdere uitbreiding woordenschat
Gebruik van grammatica
o In begin: passieve vorm nog best zeldzaam en weinig
bijzinnen, neemt in loop van tijd wel toe.
Beter begrip van syntax: complexere zinsbouw, correcte
vervoegingen en
verbuigingen
Nog problemen met fonemen (bv. intonatie interpreteren)
Competenter in pragmatiek (sociaal aspect):
o Begin schooltijd: praten nog naast elkaar (parallelle
communicatie)
o Einde schooltijd: meer dialoog (interactieve communicatie)
Schaerlaekens en collega’s onderzochten woordenschat 6-jarigen en stelde
‘streeflijst’ op = lijst van woorden waarvan leekrachten verwachten dat ze ze
kennen.
Metalinguïstisch bewustzijn
- Begrijpen van en kunnen reflecteren op taal
- Helpt wanneer informatie verwarrend, dubbelzinnig of incompleet is
- Miscommunicatie > vragen naar opheldering
Ligt niet perse aan kind zelf (bessefen ze ook)
- Niet meer louter communicatief, maar ook bron van creativiteit en humor
(woordgrapjes)
Hoe taal en zelfbeheersing samenhangen
- Remming/onderdrukking van impulsen (inhibitie)
- Vraagt voldoende rijping van PFC
- Marshmallowtest: gebruik van taal om aan verleiding te weerstaan
3