Inhoudsopgave
H1. Fundamentele elementen van het Administratief Recht..................................3
I. Afbakening van het administratief recht..........................................................3
A. Situering van het administratief recht..........................................................3
B. Begrip Administratief recht..........................................................................5
C. Staatsrecht................................................................................................... 5
D. Openbaar bestuur........................................................................................ 5
E. Administratief recht is uitzonderingsrecht....................................................6
F. Uitvoerbare beslissing/eenzijdige administratieve Rhandeling.....................6
G. Voorrechten................................................................................................. 8
H. Soorten eenzijdige administratieve Rhandelingen.......................................8
II. Administratieve sanctie................................................................................. 10
III. Bronnen van het administratief recht...........................................................11
A. Rechtsregels of wetgeving.........................................................................11
B. Rechtspraak............................................................................................... 12
C. Rechtsleer.................................................................................................. 12
D. Andere bronnen van Administratief recht..................................................12
IV. Algemene Beginselen van Behoorlijk Bestuur (ABBB)..................................14
A. Situering..................................................................................................... 14
B. Toepassingsgebied..................................................................................... 14
C. Indeling van de ABBB................................................................................. 15
H2. De openbare Diensten................................................................................... 20
I. De openbare diensten: algemeen..................................................................20
A. Situering en begrip “openbare dienst”.......................................................20
B. Beheer/organisatie van een openbare dienst.............................................21
C. Het Administratief Toezicht........................................................................21
D. Overheidspersoneel................................................................................... 22
E. Tuchtrecht VS Strafrecht............................................................................. 23
H3. Goederen....................................................................................................... 25
I. Openbaar en privaat domein..........................................................................25
A. Algemeen: Het overheidspatrimonium.......................................................25
B. Affectatie VS Des affectatie.......................................................................25
C. Rechtsregeling Goederen Openbaar Domein.............................................26
1
, D. Rechtsregeling: Privaat Domein.................................................................27
II. Onteigening................................................................................................... 28
A. Algemeen................................................................................................... 28
B. Grondwettelijke en internationale waarborgen..........................................28
C. Onteigeningsprocedures............................................................................ 29
D. Erfdienstbaarheid tot algemeen nut..........................................................32
E. Opeising..................................................................................................... 32
F. Administratief contract............................................................................... 33
H4: Rechtsbescherming tegen het bestuur..........................................................35
I. Algemeen....................................................................................................... 35
II. Rechtsbescherming tegen de Wetgevende macht........................................35
A. Preventieve Rechtsbescherming (voorkomend).........................................35
B. Curatieve Rechtsbescherming (achteraf)...................................................35
III. Rechtsbescherming tegen de Rechtelijke macht..........................................35
IV. Rechtsbescherming tegen het bestuur.........................................................36
A. Preventieve Rechtsbescherming................................................................36
B. Curatieve Rechtsbescherming...................................................................37
2
,H1. Fundamentele elementen van het
Administratief Recht
I. Afbakening van het administratief recht
Administratief recht = regels die van toepassing zijn op het bestuur/ UM
A. Situering van het administratief recht
Doel van het recht = Samenleving ordenen via regels gemaakt door de oh
§1 Rechtszekerheid VS Rechtvaardigheid
Rechtszekerheid = zekerheid over het recht, stabiliteit van het recht, zekerheid
hebben dat het recht is wat het zegt dat het is, en zo een einde gaat maken aan
een geschil
• Kan alleen maar orde geven in chaos als die regel duidelijke is
• Zorgt ook dat de staat ook gebonden is aan het recht
• Is een algemeen Rbeginsel
VS
Rechtvaardigheid = is het recht redelijk, is het juist wat er geoordeeld is,
wetgever en recht moeten altijd proberen rechtvaardig te zijn
GAAT NIET noodzakelijk samen met het recht, het recht zou rechtvaardig
moeten zijn maar dat is het niet altijd, recht moet proberen rechtvaardig te
zijn,
Bv: je vindt het onrechtvaardig dat iemand meer kan kopen dan jou, iemand heeft geen boete voor
dezelfde actie van iets dat niet mag maar jij wel = juridisch wel juist maar ONRECHTVAARDIG
(gevoel)
§2 Objectief Recht VS Subjectief Recht
Objectief recht = recht als maatschappelijk fenomeen
Recht dat geldend is op een bepaald moment op een bepaalde plaats
Geheel van algemene (on)geschreven regels voor uiterlijke gedragingen (niet
gedachten) van in maatschappelijk verband levende mensen (niet dieren)
Waarvan respect afgedwongen door overheid
Is van toepassing zonder dat een rechtssubject aanspraken hiermee maakt
Bv: Iemand wil de regels m.b.t. het huwelijk van België aanvechten = betwisting
v objectief recht (bv: regels zijn discriminerend) (uitkomst =
vernietiging/niet toepassing vd wet)
VS
3
, Subjectief recht
= Recht van het individu bekeken, MIJN recht, JOUW recht, IEDEREEN zijn of
haar Rechten
• Halen we uit het objectief recht
o Vanuit het standpunt van het rechtssubject
Bv: 2 mensen willen trouwen maar de gemeente heeft een vermoeden van een
schijnhuwelijk betwisting over een subjectief recht (uitkomst: inter partes)
Onderscheidt is van belang om te weten bij welke OH je moet zijn
§3 Publiek Recht VS Privaat Recht
Publiekrecht =regelt de handelingen van de OH, alles met betrekking tot de
organisatie vd staat ter bescherming vd openbare orde
Bevat rechtsr van openbare orde = kan je nooit van afwijken, hebben
essentiële belangen van de maatschappij
Schenden = absolute nietigheid
Bevat rechtsr van dwingend belang = zijn onvoorwaardelijk bindend,
kunnen niet buiten werking worden gesteld
Schenden = relatieve nietigheid
Handelingen die ingaan tegen Rechtsr v openbare orde of dwingen R =
(relatief) nietig
VS
Privaat recht = Het recht dat de verhoudingen tussen burgers regelt, waarbij zij
binnen de wettelijke grenzen vrij zijn hun onderlinge betrekkingen te bepalen (bv.
contractvrijheid, eigendomsrecht)
Is van aanvullend recht= enkel van toepassing voor zover de rechtshorigen
er niet van afwijken en dus er geen gebruik van maken om hun
wederzijdse plichten zelf te maken
Dan is het wettelijk stelsel van toepassing
In uitzonderlijke gevallen het privaatR => regels van openbare orde of van
dwingend recht
Scheiding tussen publiek en privaat R wordt vager
Relatieve nietigheid = schending van regel van aanvullend recht, kan alleen
worden ingeroepen door degene wiens belangen worden beschermd door die
regel
Absolute nietigheid = schending v regel v openbare orde, kan door iedere
belanghebbende worden ingeroepen
4