HOOFDSTUK 2: ALGEMEEN DEEL INFLAMMATIE
DEEL 1: INZICHT IN DE NORMALE WERKING VAN HET IMMUUNSYSTEEM
Lokale ontsteking (rubor, calor, dolor, tumor) en algemeen zieke patiënt
Wat is het immuunsysteem?
- Een geheel van mechanismen die ons organisme beschermen tegen
o Pathogenen (bacteriën, virussen en parasieten)
o Schadelijke fysische of chemische prikkels
o Beschadigde lichaamscellen
- Omvat sensoren en effectors gegroepeerd in aangeboren (innate) en adaptieve immuniteit
Aangeboren (innate) immuniteit versus adaptieve immuniteit
Tijdslijn van een normaal immuun antwoord tegen een virus:
1
,Interacties tussen aangeboren en adaptieve immuniteit:
Communicatie tussen immuuncellen onderling en andere cellen:
2
,Cytokines
- A group of over 100 small (5 – 20 kD) glycoproteins that are important in cell signaling
- Bind to high affinity receptors
- Act mostly on the cells that secrete them (autocrine effects) or on nearby cells (paracrine effects)
o The IL-1 family are endocrine pyrogens
- A single cytokine can have multiple biological actions (pleiotropy)
- Similar functions can be stimulated by different cytokines (redundancy)
Koorts = gecontroleerde temperatuurstijging ten gevolge van de hogere
instelling van de referentietemperatuur “setpoint”.
3
, Sensoren in de aangeboren immuniteit: “pattern recognition receptors” of PRR’s
- PRR’s zijn een verzameling van receptoren die aanwezig kunnen zijn
o Op cellen
o In cellen (cytoplasma, endosomen)
o In plasma
- Ze herkennen twee klassen van moleculen, die afwezig zijn in gezonde, normale cellen:
o PAMP’s: Pathogen-associated molecular patterns
▪ Vb; lipopolysacchariden van gram-negatieve bacterieën en dsRNA van virussen
o DAMP’s: Danger-associated molecular patterns (molecule die worden vrijgezet na celschade)
▪ Vb; UV, hitte, bestraling
- Signaalcascade PRR induceren inflammatie (ontsteking); endocytaire PRR promoten fagocytose
De aangeboren immuniteit: inflammatie (of ontsteking)
- Acute inflammatie is het lokale fysiologische antwoord op weefselschade of invasie door ziekteverwekkers
- Herkenning van PAMPs door PPRs (vb; op macrofagen, dendritische cellen):
o Prikkelen signaalcascades die leiden tot productie van cytokines (chemokines en interferonen)
o En ook andere inflammatoire mediatoren (zoals vb; histamine)
- Deze signaalcascade leidt tot:
o Bloedvatveranderingen
o Rekruteren van ontstekingscellen, weefsel en wondheling
o Inductie van een adaptief immuun antwoord
Kenmerken van het adaptief immuunsysteem:
B- en T-lymfocyten hebben verschillende oppervlak receptoren die antigenen herkennen
Specificiteit - Antilichamen en T-cel receptoren
Deze receptoren zijn heel specifiek voor elk antigeen
Immuun geheugen: een betere B- of T-cel antwoord in vergelijking met eerste contact antigen
Geheugen - Snellere en sterke reactie
Het resultaat van de langdurige aanwezigheid van een aantal antigen-specifieke B- of T-cellen
Het adaptief immuunsysteem: antigenen?
- Antigeen: een substantie die specifiek kan herkend worden door antilichamen of T-cellen
o En waartegen een specifieke immuunreactie kan optreden
- Antigenen kunnen verschillen in afmetingen
- Antigene determinant of epitoop: het gedeelte van het antigen dat herkend wordt
4
DEEL 1: INZICHT IN DE NORMALE WERKING VAN HET IMMUUNSYSTEEM
Lokale ontsteking (rubor, calor, dolor, tumor) en algemeen zieke patiënt
Wat is het immuunsysteem?
- Een geheel van mechanismen die ons organisme beschermen tegen
o Pathogenen (bacteriën, virussen en parasieten)
o Schadelijke fysische of chemische prikkels
o Beschadigde lichaamscellen
- Omvat sensoren en effectors gegroepeerd in aangeboren (innate) en adaptieve immuniteit
Aangeboren (innate) immuniteit versus adaptieve immuniteit
Tijdslijn van een normaal immuun antwoord tegen een virus:
1
,Interacties tussen aangeboren en adaptieve immuniteit:
Communicatie tussen immuuncellen onderling en andere cellen:
2
,Cytokines
- A group of over 100 small (5 – 20 kD) glycoproteins that are important in cell signaling
- Bind to high affinity receptors
- Act mostly on the cells that secrete them (autocrine effects) or on nearby cells (paracrine effects)
o The IL-1 family are endocrine pyrogens
- A single cytokine can have multiple biological actions (pleiotropy)
- Similar functions can be stimulated by different cytokines (redundancy)
Koorts = gecontroleerde temperatuurstijging ten gevolge van de hogere
instelling van de referentietemperatuur “setpoint”.
3
, Sensoren in de aangeboren immuniteit: “pattern recognition receptors” of PRR’s
- PRR’s zijn een verzameling van receptoren die aanwezig kunnen zijn
o Op cellen
o In cellen (cytoplasma, endosomen)
o In plasma
- Ze herkennen twee klassen van moleculen, die afwezig zijn in gezonde, normale cellen:
o PAMP’s: Pathogen-associated molecular patterns
▪ Vb; lipopolysacchariden van gram-negatieve bacterieën en dsRNA van virussen
o DAMP’s: Danger-associated molecular patterns (molecule die worden vrijgezet na celschade)
▪ Vb; UV, hitte, bestraling
- Signaalcascade PRR induceren inflammatie (ontsteking); endocytaire PRR promoten fagocytose
De aangeboren immuniteit: inflammatie (of ontsteking)
- Acute inflammatie is het lokale fysiologische antwoord op weefselschade of invasie door ziekteverwekkers
- Herkenning van PAMPs door PPRs (vb; op macrofagen, dendritische cellen):
o Prikkelen signaalcascades die leiden tot productie van cytokines (chemokines en interferonen)
o En ook andere inflammatoire mediatoren (zoals vb; histamine)
- Deze signaalcascade leidt tot:
o Bloedvatveranderingen
o Rekruteren van ontstekingscellen, weefsel en wondheling
o Inductie van een adaptief immuun antwoord
Kenmerken van het adaptief immuunsysteem:
B- en T-lymfocyten hebben verschillende oppervlak receptoren die antigenen herkennen
Specificiteit - Antilichamen en T-cel receptoren
Deze receptoren zijn heel specifiek voor elk antigeen
Immuun geheugen: een betere B- of T-cel antwoord in vergelijking met eerste contact antigen
Geheugen - Snellere en sterke reactie
Het resultaat van de langdurige aanwezigheid van een aantal antigen-specifieke B- of T-cellen
Het adaptief immuunsysteem: antigenen?
- Antigeen: een substantie die specifiek kan herkend worden door antilichamen of T-cellen
o En waartegen een specifieke immuunreactie kan optreden
- Antigenen kunnen verschillen in afmetingen
- Antigene determinant of epitoop: het gedeelte van het antigen dat herkend wordt
4